archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Nieuwe bezem in Rotterdam Hans Knegtmans

1308VG Bezem1Het International Film Festival Rotterdam heeft een nieuwe directeur in de persoon van Bero Beyer. Iedereen is het erover eens dat Beyer met beide benen in de wereld van de film staat en leeft. Hij is bij onnoemelijk veel filmproducties nauw betrokken geweest en kent, zoals het cliché gaat, ‘het wereldje als geen ander’. Aan wie het maar horen of zien wilde legde hij uit dat het festival nieuwe stijl opgebouwd is uit vier secties. Voor de volledigheid geef ik hier de korte beschrijvingen van de eerste twee secties letterlijk weer, zoals geformuleerd in het programmablad van hoofdsponsor De Volkskrant.

‘Bright Future (bestaat uit het werk van) veelal jonge, opkomende talenten die hun eigen stijl en visie ontwikkelen in originele en vaak gedurfde werken.’ ‘In Voices (gaat het om) films die zich onderscheiden door hun volwassen kwaliteit en krachtige en actuele geluid. Voices bestaat uit werken van veelal gevestigde filmmakers met een onderscheidende stem.’

Dit is nog wel te volgen, niet waar? De eerste film van een twintigjarige debutant kom je tegen in de rubriek Bright Future, terwijl het zoveelste succesnummer van een oude rot in de regel te vinden is in Voices. Maar voorzichtigheid is geboden: je zou verwachten dat bijvoorbeeld ook een retrospectief over de relatief onbekende meester Adachi Masao bij Voices ondergebracht zou zijn. Fout: deze film heeft een eigen sub-rubriek gekregen in de derde categorie, Deep Focus. De redenering is ongetwijfeld dat de bezoeker van voornoemd retrospectief geacht wordt de samenhang tussen de individuele films te overdenken. De vierde en laatste sectie heet Perspectives en beslaat een zo divers gebied dat ik de lezer daar niet mee wil vermoeien.

Je kunt hier wat lacherig over doen, maar de nieuwbakken directeur is zeer ingenomen met zijn herziene indeling. Dit blijkt vooral op twee terreinen. Uithangbord van eerdere festival-edities waren de deelnemers aan de Hivos TigerAwards competitie. Een stuk of vijftien films van beginnende regisseurs streden om wel drie Tiger Awards. Die constructie is door Beyer sterk versimpeld. Drie hoofdprijzen, bedacht hij, zijn er twee te veel. (Een plausibele gedachte: stel je een Tour de France voor met wel drie gele truien, en je voelt onmiddellijk waar de schoen wringt: één moet de beste zijn, of het nu een wielrenner of een speelfilm betreft.) Voorts besloot hij in één moeite door het aantal deelnemende films te verminderen tot acht, omdat in het verleden – en niet ten onrechte – door pers en andere filmprofessionals met enige regelmaat geklaagd werd over het lage peil van de tijgerpretendenten.

Ook herstelde Beyer de Big Screen Award Competition in ere. Een achttal tevoren geselecteerde speelfilms strijdt om vertoning op VPRO-televisie, gepaard met de garantie dat de winnaar wordt aangekocht door NPO en vervolgens in de bioscopen wordt gedistribueerd. De publieksjury bestaat uit deskundige amateurs, van wie mag worden aangenomen dat zij beschikken over bovenmodale bioscoopervaring en filmkennis.

Om met de Tiger Nominees te beginnen: waren die wat dragelijker dan in het verleden vaak het geval was? Het korte antwoord is: nee, niet echt. Mijn optimisme – vanwege de nieuwe, ambitieuze festivaldirecteur – kreeg een eerste knauw bij de korte introductie van het programma in de jaarlijkse speciale festivaleditie van de Volkskrant, die tevens dienst doet als programmablad. Van elke (lange) film wordt een synopsis gepresenteerd van 60 tot 100 woorden, exclusief zakelijke gegevens over de film (tijdsduur, regisseur) en vertoning (data, aanvangstijd en bioscoop). Deze samenvattingen bieden geen zekerheid over de kwaliteit van de film, maar ze geven de lezer wel een vermoeden van de mate waarin het verhaal en/of thema hem zal aanspreken. Hierbij, heb ik in vele jaren festivalbezoek geleerd, geldt de heuristiek: ‘hoe algemener en wezenlozer de samenvatting, des te groter is de kans op een wezenloze film.’ Veel van de Tiger-synopses muntten dit jaar uit in een opeenstapeling van hoog-abstracte bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden. Ik geef toe, dit is geen gemakkelijke zin, maar de woorden betekenen in ieder geval iets.

Vergelijk dit nu eens met de volgende passage: ‘Een man zonder geheugen verwerpt zijn machteloosheid en begint aan een zwerftocht door tumultueus Europa. Fictie, symboliek en rauwe realiteit ontmoeten elkaar in een associatief epos.’ Dit betreft de film History’s Future. Over The Land of the Enlightened meldt de krant het volgende: ‘Fictie en documentaire, wensdroom en mythe: door de oorlog zijn onverenigbare realiteiten op perverse wijze verknoopt geraakt.’ Waarschijnlijk is de stagiaire die deze teksten op zijn geweten heeft zich van geen kwaad bewust, maar je kunt toch niet van een festivalbezoeker – al is die nog zo geïnteresseerd in film – verwachten dat hij de gang naar deze voorstelling maakt, in plaats van een film te bezoeken die wél ergens over gaat?

Daardoor hield ik slechts vier Tigerkandidaten over. Motel Mist van de Taiwanees Prabda Yoon is een van de meest ergerlijke wangedrochten die in vele jaren IFFR het scherm hebben bevuild. Een vieze, onsmakelijke man huurt een hotelkamer voor betaalde SM-seks met een minderjarige scholiere. De seks mag dan fake zijn, zijn suggestief ‘ondeugende’ teksten en attributen zijn rechtstreeks afkomstig uit de reguliere hardcore porno. Wat heeft de maker bezield, vraag je je af.

Where I Grow Old van de Braziliaanse filmer Marilia Rocha lijdt aan wat ik gemakshalve het slice–of–life probleem noem. De filmmaakster zet op ogenschijnlijk willekeurige momenten de camera aan en filmt dan wat ze ziet. De Portugese1308VG Bezem2 Teresa komt logeren bij haar leeftijd- en landgenote Francisca, die al een tijdje in Brazilië woont. Ze praten wat over koetjes en kalfjes. Teresa verkent de buurt. Het stel gaat naar de disco en ontmoet Francisca’s vrienden. Dan deelt de gastvrouw plompverloren mee dat zij teruggaat naar haar geboorteland. Honderd minuten film en er is niets gebeurd dat op Francisca’s besluit preludeert of anderszins de interesse van de kijker wekt.

Op die manier slinkt het aantal serieuze Tigerkandidaten onrustbarend. Niet verbazingwekkend ging de prijs naar Radio Dreams van Babak Lalali. De film behandelt een dag uit het leven van Pars Radio, een radiostation dat – gefrequenteerd door een bescheiden aantal  luisteraars – dagelijks in het Perzisch uitzendingen verzorgt. Vandaag is een bijzondere dag, omdat live in de studio de Afghaanse rockband Kabul Dreams komt jammen met het wereldberoemde Metallica. (Gelooft u het?)

Hoewel bepaald niet filmisch vernieuwend, neemt Radio Dreams met bescheiden middelen en droogkomische scènes de kijker volledig voor zich in. Programmamaker Mister Royani (in werkelijkheid de bekende auteur en musicus Mohsen Namjoo) bindt in zijn culturele missie dagelijks de strijd aan met de commerciële kant van het vak. Hierdoor worden zijn interviews op onverwachte momenten getorpedeerd door reclames, nota bene live uitgesproken (in plaats van ingeblikt) en met een heuse toetsenist die steeds weer dezelfde  jingles speelt. Het moment waarop ‘Mister Royani’ in de auto zijn junkfoodmaaltje eet is van een ongekende treurnis.

Je zou verwachten dat uitverkiezing van de film die het verdient de bioscoop te halen geen problemen hoeft op te leveren. Het gaat tenslotte niet om de beste film van het festival, of een uitblinkende film in zijn soort. Het enige criterium is dat de festivalleiding het Nederlandse bioscooppubliek niet opzadelt met een derderangs film waar werkelijk niemand op zit te wachten. Toch is het ook hierbij oppassen geblazen. Neem de film This Summer Feeling (de oorspronkelijke Franse titel luidt Ce sentiment de l’été). De leuke, springerige Sasha valt tijdens een zonovergoten wandeling dood neer. Haar vriend Laurence en haar jongere zusje Zoé blijven berooid achter. Hoe nu verder?

Tijdens drie (nog steeds) zonnige zomervakanties zien we hoe die twee – soms alleen, soms in elkaars gezelschap – hun verdriet ‘een plaats geven’. Nu ja, eigenlijk zien we dat helemaal niet. Waarop we getrakteerd worden zijn toeristische beelden van drie wereldsteden. De knalgele trams van Berlijn, de gemeen-turquoise trams van Parijs en de zilverkleurige metro van New York. En verder wat jonge mensen in dit soort films altijd doen. Koffie drinken, het avondmaal gebruiken, een wandelingetje hier, een disco daar. En praten over… Ja, dat is niet makkelijk onder woorden te brengen. Halverwege de film besefte ik dat er werkelijk nog niets van enig belang gezegd was. Zoals in de would-be Tigerwinnaar Where I Grow Old, maar dan tien keer zo erg. De film had een aanklacht kunnen zijn tegen de zinloosheid van het bestaan, als de Franse regisseur Mikhaël Hers zich niet zo opzichtig verliefd toonde op de zonnige pracht van het grootstad-toerisme en de moderne mens-van-nu. Het geheel deed me denken aan een ouderwetse bioscoopreclame voor Peter Stuyvesant (‘U geniet zoveel meer’). Zonder die sigaretten, natuurlijk.

De droomwens van de bijna vijftien jaar oude Estela, hoofdpersoon in Califórnia van regisseur Marina Person, is op vakantie te gaan bij haar hippe oom Carlos aan de Amerikaanse westkust. Oom en zij wisselen telefonisch informatie uit over film en vooral muziek. Estela rommelt maar wat aan bij haar lokale platendealer, maar bij oom in de buurt kun je (het is 1984) platen kopen van The Cure en – nog moderner – de groep REM. Dan staat oom totaal onverwacht voor haar neus. In Brazilië. Hartstikke cool natuurlijk maar, eh, zij zou toch naar Californië gaan? Oom is een gladde prater en slaagt erin een film lang geen antwoord te geven op haar vraag. Ook niet als hij uitgeteerd op een rolstoel is aangewezen. Zelfs niet vlak voordat hij de geest geeft, geveld als hij kennelijk is door aids. Califórnia gaat mank aan een ondoordacht en infantiel scenario.

Gelukkig zijn de andere bioscoopkandidaten van een hoger niveau. De jury beloonde terecht de film Les Ogres van de Franse regisseuse Léa Fehner. Een theatergezelschap verweeft teksten van Tsjechov tot een enthousiaste mix van toneel, cabaret, zang en dans. Met hun aftandse circustent trekken ze het land door. Twee dagen in het ene stadje en dan weer door naar de volgende pleisterplaats. De voorstelling (en dus ook de film) had een ongewenst hoog schattigheidsgehalte kunnen hebben, maar goddank herbergt het gezelschap een keur aan sterke – en niet altijd even plezierige – persoonlijkheden, die de film behoeden voor gevoelsmatig afglijden naar bravere, veiligere tijden. Het is in dit geval treurig dat slechts één van de kandidaten in de prijzen valt. Mocht onverhoopt ook de Duitse film Wild van regisseur Nicolette Krebitz het bioscoopcircuit bereiken, dan zal ik daar zeker over berichten. Voor de goede orde: dat is een tragikomedie over de ontluikende relatie tussen een wereldvreemde jonge vrouw en een (wilde) wolf die zich in het park bij haar flatwoning ophoudt. Om nu eens met volledige instemming de Volkskrant-synopsis te citeren: 'uitstekend acteerwerk van zowel mens als dier'.

--------------------
De plaatjes zijn uitgezocht door de schrijver
----------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!

© 2016 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Nieuwe bezem in Rotterdam Hans Knegtmans
1308VG Bezem1Het International Film Festival Rotterdam heeft een nieuwe directeur in de persoon van Bero Beyer. Iedereen is het erover eens dat Beyer met beide benen in de wereld van de film staat en leeft. Hij is bij onnoemelijk veel filmproducties nauw betrokken geweest en kent, zoals het cliché gaat, ‘het wereldje als geen ander’. Aan wie het maar horen of zien wilde legde hij uit dat het festival nieuwe stijl opgebouwd is uit vier secties. Voor de volledigheid geef ik hier de korte beschrijvingen van de eerste twee secties letterlijk weer, zoals geformuleerd in het programmablad van hoofdsponsor De Volkskrant.

‘Bright Future (bestaat uit het werk van) veelal jonge, opkomende talenten die hun eigen stijl en visie ontwikkelen in originele en vaak gedurfde werken.’ ‘In Voices (gaat het om) films die zich onderscheiden door hun volwassen kwaliteit en krachtige en actuele geluid. Voices bestaat uit werken van veelal gevestigde filmmakers met een onderscheidende stem.’

Dit is nog wel te volgen, niet waar? De eerste film van een twintigjarige debutant kom je tegen in de rubriek Bright Future, terwijl het zoveelste succesnummer van een oude rot in de regel te vinden is in Voices. Maar voorzichtigheid is geboden: je zou verwachten dat bijvoorbeeld ook een retrospectief over de relatief onbekende meester Adachi Masao bij Voices ondergebracht zou zijn. Fout: deze film heeft een eigen sub-rubriek gekregen in de derde categorie, Deep Focus. De redenering is ongetwijfeld dat de bezoeker van voornoemd retrospectief geacht wordt de samenhang tussen de individuele films te overdenken. De vierde en laatste sectie heet Perspectives en beslaat een zo divers gebied dat ik de lezer daar niet mee wil vermoeien.

Je kunt hier wat lacherig over doen, maar de nieuwbakken directeur is zeer ingenomen met zijn herziene indeling. Dit blijkt vooral op twee terreinen. Uithangbord van eerdere festival-edities waren de deelnemers aan de Hivos TigerAwards competitie. Een stuk of vijftien films van beginnende regisseurs streden om wel drie Tiger Awards. Die constructie is door Beyer sterk versimpeld. Drie hoofdprijzen, bedacht hij, zijn er twee te veel. (Een plausibele gedachte: stel je een Tour de France voor met wel drie gele truien, en je voelt onmiddellijk waar de schoen wringt: één moet de beste zijn, of het nu een wielrenner of een speelfilm betreft.) Voorts besloot hij in één moeite door het aantal deelnemende films te verminderen tot acht, omdat in het verleden – en niet ten onrechte – door pers en andere filmprofessionals met enige regelmaat geklaagd werd over het lage peil van de tijgerpretendenten.

Ook herstelde Beyer de Big Screen Award Competition in ere. Een achttal tevoren geselecteerde speelfilms strijdt om vertoning op VPRO-televisie, gepaard met de garantie dat de winnaar wordt aangekocht door NPO en vervolgens in de bioscopen wordt gedistribueerd. De publieksjury bestaat uit deskundige amateurs, van wie mag worden aangenomen dat zij beschikken over bovenmodale bioscoopervaring en filmkennis.

Om met de Tiger Nominees te beginnen: waren die wat dragelijker dan in het verleden vaak het geval was? Het korte antwoord is: nee, niet echt. Mijn optimisme – vanwege de nieuwe, ambitieuze festivaldirecteur – kreeg een eerste knauw bij de korte introductie van het programma in de jaarlijkse speciale festivaleditie van de Volkskrant, die tevens dienst doet als programmablad. Van elke (lange) film wordt een synopsis gepresenteerd van 60 tot 100 woorden, exclusief zakelijke gegevens over de film (tijdsduur, regisseur) en vertoning (data, aanvangstijd en bioscoop). Deze samenvattingen bieden geen zekerheid over de kwaliteit van de film, maar ze geven de lezer wel een vermoeden van de mate waarin het verhaal en/of thema hem zal aanspreken. Hierbij, heb ik in vele jaren festivalbezoek geleerd, geldt de heuristiek: ‘hoe algemener en wezenlozer de samenvatting, des te groter is de kans op een wezenloze film.’ Veel van de Tiger-synopses muntten dit jaar uit in een opeenstapeling van hoog-abstracte bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden. Ik geef toe, dit is geen gemakkelijke zin, maar de woorden betekenen in ieder geval iets.

Vergelijk dit nu eens met de volgende passage: ‘Een man zonder geheugen verwerpt zijn machteloosheid en begint aan een zwerftocht door tumultueus Europa. Fictie, symboliek en rauwe realiteit ontmoeten elkaar in een associatief epos.’ Dit betreft de film History’s Future. Over The Land of the Enlightened meldt de krant het volgende: ‘Fictie en documentaire, wensdroom en mythe: door de oorlog zijn onverenigbare realiteiten op perverse wijze verknoopt geraakt.’ Waarschijnlijk is de stagiaire die deze teksten op zijn geweten heeft zich van geen kwaad bewust, maar je kunt toch niet van een festivalbezoeker – al is die nog zo geïnteresseerd in film – verwachten dat hij de gang naar deze voorstelling maakt, in plaats van een film te bezoeken die wél ergens over gaat?

Daardoor hield ik slechts vier Tigerkandidaten over. Motel Mist van de Taiwanees Prabda Yoon is een van de meest ergerlijke wangedrochten die in vele jaren IFFR het scherm hebben bevuild. Een vieze, onsmakelijke man huurt een hotelkamer voor betaalde SM-seks met een minderjarige scholiere. De seks mag dan fake zijn, zijn suggestief ‘ondeugende’ teksten en attributen zijn rechtstreeks afkomstig uit de reguliere hardcore porno. Wat heeft de maker bezield, vraag je je af.

Where I Grow Old van de Braziliaanse filmer Marilia Rocha lijdt aan wat ik gemakshalve het slice–of–life probleem noem. De filmmaakster zet op ogenschijnlijk willekeurige momenten de camera aan en filmt dan wat ze ziet. De Portugese1308VG Bezem2 Teresa komt logeren bij haar leeftijd- en landgenote Francisca, die al een tijdje in Brazilië woont. Ze praten wat over koetjes en kalfjes. Teresa verkent de buurt. Het stel gaat naar de disco en ontmoet Francisca’s vrienden. Dan deelt de gastvrouw plompverloren mee dat zij teruggaat naar haar geboorteland. Honderd minuten film en er is niets gebeurd dat op Francisca’s besluit preludeert of anderszins de interesse van de kijker wekt.

Op die manier slinkt het aantal serieuze Tigerkandidaten onrustbarend. Niet verbazingwekkend ging de prijs naar Radio Dreams van Babak Lalali. De film behandelt een dag uit het leven van Pars Radio, een radiostation dat – gefrequenteerd door een bescheiden aantal  luisteraars – dagelijks in het Perzisch uitzendingen verzorgt. Vandaag is een bijzondere dag, omdat live in de studio de Afghaanse rockband Kabul Dreams komt jammen met het wereldberoemde Metallica. (Gelooft u het?)

Hoewel bepaald niet filmisch vernieuwend, neemt Radio Dreams met bescheiden middelen en droogkomische scènes de kijker volledig voor zich in. Programmamaker Mister Royani (in werkelijkheid de bekende auteur en musicus Mohsen Namjoo) bindt in zijn culturele missie dagelijks de strijd aan met de commerciële kant van het vak. Hierdoor worden zijn interviews op onverwachte momenten getorpedeerd door reclames, nota bene live uitgesproken (in plaats van ingeblikt) en met een heuse toetsenist die steeds weer dezelfde  jingles speelt. Het moment waarop ‘Mister Royani’ in de auto zijn junkfoodmaaltje eet is van een ongekende treurnis.

Je zou verwachten dat uitverkiezing van de film die het verdient de bioscoop te halen geen problemen hoeft op te leveren. Het gaat tenslotte niet om de beste film van het festival, of een uitblinkende film in zijn soort. Het enige criterium is dat de festivalleiding het Nederlandse bioscooppubliek niet opzadelt met een derderangs film waar werkelijk niemand op zit te wachten. Toch is het ook hierbij oppassen geblazen. Neem de film This Summer Feeling (de oorspronkelijke Franse titel luidt Ce sentiment de l’été). De leuke, springerige Sasha valt tijdens een zonovergoten wandeling dood neer. Haar vriend Laurence en haar jongere zusje Zoé blijven berooid achter. Hoe nu verder?

Tijdens drie (nog steeds) zonnige zomervakanties zien we hoe die twee – soms alleen, soms in elkaars gezelschap – hun verdriet ‘een plaats geven’. Nu ja, eigenlijk zien we dat helemaal niet. Waarop we getrakteerd worden zijn toeristische beelden van drie wereldsteden. De knalgele trams van Berlijn, de gemeen-turquoise trams van Parijs en de zilverkleurige metro van New York. En verder wat jonge mensen in dit soort films altijd doen. Koffie drinken, het avondmaal gebruiken, een wandelingetje hier, een disco daar. En praten over… Ja, dat is niet makkelijk onder woorden te brengen. Halverwege de film besefte ik dat er werkelijk nog niets van enig belang gezegd was. Zoals in de would-be Tigerwinnaar Where I Grow Old, maar dan tien keer zo erg. De film had een aanklacht kunnen zijn tegen de zinloosheid van het bestaan, als de Franse regisseur Mikhaël Hers zich niet zo opzichtig verliefd toonde op de zonnige pracht van het grootstad-toerisme en de moderne mens-van-nu. Het geheel deed me denken aan een ouderwetse bioscoopreclame voor Peter Stuyvesant (‘U geniet zoveel meer’). Zonder die sigaretten, natuurlijk.

De droomwens van de bijna vijftien jaar oude Estela, hoofdpersoon in Califórnia van regisseur Marina Person, is op vakantie te gaan bij haar hippe oom Carlos aan de Amerikaanse westkust. Oom en zij wisselen telefonisch informatie uit over film en vooral muziek. Estela rommelt maar wat aan bij haar lokale platendealer, maar bij oom in de buurt kun je (het is 1984) platen kopen van The Cure en – nog moderner – de groep REM. Dan staat oom totaal onverwacht voor haar neus. In Brazilië. Hartstikke cool natuurlijk maar, eh, zij zou toch naar Californië gaan? Oom is een gladde prater en slaagt erin een film lang geen antwoord te geven op haar vraag. Ook niet als hij uitgeteerd op een rolstoel is aangewezen. Zelfs niet vlak voordat hij de geest geeft, geveld als hij kennelijk is door aids. Califórnia gaat mank aan een ondoordacht en infantiel scenario.

Gelukkig zijn de andere bioscoopkandidaten van een hoger niveau. De jury beloonde terecht de film Les Ogres van de Franse regisseuse Léa Fehner. Een theatergezelschap verweeft teksten van Tsjechov tot een enthousiaste mix van toneel, cabaret, zang en dans. Met hun aftandse circustent trekken ze het land door. Twee dagen in het ene stadje en dan weer door naar de volgende pleisterplaats. De voorstelling (en dus ook de film) had een ongewenst hoog schattigheidsgehalte kunnen hebben, maar goddank herbergt het gezelschap een keur aan sterke – en niet altijd even plezierige – persoonlijkheden, die de film behoeden voor gevoelsmatig afglijden naar bravere, veiligere tijden. Het is in dit geval treurig dat slechts één van de kandidaten in de prijzen valt. Mocht onverhoopt ook de Duitse film Wild van regisseur Nicolette Krebitz het bioscoopcircuit bereiken, dan zal ik daar zeker over berichten. Voor de goede orde: dat is een tragikomedie over de ontluikende relatie tussen een wereldvreemde jonge vrouw en een (wilde) wolf die zich in het park bij haar flatwoning ophoudt. Om nu eens met volledige instemming de Volkskrant-synopsis te citeren: 'uitstekend acteerwerk van zowel mens als dier'.

--------------------
De plaatjes zijn uitgezocht door de schrijver
----------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2016 Hans Knegtmans
powered by CJ2