archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Alfred Hitchcock, filmauteur Hans Knegtmans

1307VG Hitch1François Truffaut was, samen met onder meer Claude Chabrol, Eric Rohmer en Jean-Luc Godard, de grondlegger van de Franse filmstroming Nouvelle vague. In het invloedrijke tijdschrift Cahiers du cinéma zetten zij zich in de jaren vijftig af tegen wat ze laatdunkend Le cinéma du papa noemden. In het kort stond dat voor de overgrote meerderheid van wat eerdere filmmakers hadden geproduceerd. Bij wijze van contrast staken zij de loftrompet over de filmauteur: een cineast die films maakt die iets eigens te melden hebben. Hun filmauteur bij uitstek was Alfred Hitchcock.

Nu was Hitchcock een van de bekendste filmmakers van zijn tijd, maar slechts weinigen zagen in zijn oeuvre de genialiteit waarvan Truffaut en de zijnen overtuigd waren. Dat is tegenwoordig wel anders. Je moet van goeden huize komen om, gevraagd naar de vijf belangrijkste filmmakers aller tijden, zijn naam niet te noemen. De kans is groot dat je dan wordt beschuldigd van snobisme of, erger nog, filmisch onbenul en artistieke onnozelheid.

In 1962 nam Truffaut het initiatief zijn held te interviewen. Liefs acht dagen zaten de grootmeester en zijn fan aan de interviewtafel, samen met een tolk die de vragen uit het Frans in het Engels vertaalde. In 1966 bracht Truffaut de complete interviews, aangevuld met beeldmateriaal, uit in boekvorm (Hitchcock selon Truffaut). En nu heeft filmmaker Kent Jones dit boek bewerkt tot de documentaire Hitchcock/Truffaut, die op dit moment vertoond wordt in de Nederlandse theaters.

De opzet is tamelijk rechtlijnig. Het interview werd niet gefilmd maar wel werden er talrijke foto’s van genomen. En uiteraard bestaat er een volledige geluidsband van. Daar kom je een heel eind mee. Hitchcocks werk wordt becommentarieerd door tal van – overwegend prominente – filmmakers. De bekendste namen zijn David Fincher (Se7en, Fight Club, The Social Network), Wes Anderson (The Royal Tenenbaums, Moonrise Kingdom, The Grand Budapest Hotel), Richard Linklater (Rushmore, Before Sunset, Boyhood), Paul Schrader (schrijver van Taxi Driver en Raging Bull), de Japanse horrorfilmer Kiyoshi Kurosawa (Pulse, Doppelganger) en de onmisbare allesweter Martin Scorsese (Gangs of New York, Shutter Island, The Aviator, The Wolf of Wall Street). Die zeggen overwegend behartenswaardige dingen, dat laat zich raden.

De maker heeft met vaste hand bijbehorende filmfragmenten geselecteerd. Twee films worden uit en te na geanalyseerd: uit 1958 het psychologische drama Vertigo (met James Stewart en – in een dubbelrol – Kim Novak) en de horrorfilm Psycho (met Anthony Perkins als ultieme creep en Janet Leigh die onder de douche gaat, met fatale gevolgen). Is Hitchcock/Trufaut de moeite van het zien waard? Ik vind van wel, maar dat komt doordat ik van film houd en Alfred Hitchcock hoog heb zitten. Niet dat ik ervan overtuigd ben dat hij in mijn top vijf zou komen. Sterker nog: toen hier ruim twee jaar geleden een groots opgezet Hitchcock-retrospectief werd gehouden, heb ik ‘slechts’ acht films uit het programma gezien, sommige in herhaling, twee titels – Rebecca  en Frenzy – voor de eerste keer. Dat is niks. (Stel je een zelfbenoemde fan van The Beatles voor die desondanks hun albums Revolver en Abbey Road niet in zijn collectie heeft – het idee is te bezopen voor woorden.)

Het dagblad Trouw van 21 januari bevat twee interessante Hitchcock-interviews, met respectievelijk de Nederlandse filmers Paul Verhoeven en Martin Koolhoven. Verhoeven roemt de montagetechniek van Hitchcocks vaste editor George Tomasini. Eenvoudig gezegd is zijn geheim op het juiste moment te schakelen tussen het personage en wat hij of zij ziet. ‘Dat bevordert de identificatie met het karakter enorm. Je leeft mee met Ingrid Bergman in Spellbound en James Stewart in Rear Window.’

Martin Koolhoven merkt op hoe helder Hitchcock in de documentaire het begrip suspense uitlegt. Koolhoven geeft als voorbeeld een film waarin op een kwaad moment onder de tafel een bom ontploft. De kijker schrikt zich een ongeluk, maar met suspense heeft dit niets te maken. ‘Je kunt (echter) de bom ook eerst laten zien aan de toeschouwer. Die weet vanaf dat moment dat er gevaar dreigt en zal het gesprek aan tafel met angst en beven volgen.’ Ik weet er alles van. Jaren geleden zag ik tijdens een toneelvoorstelling vanaf mijn stoel op het zijbalkon hoe een pistool duidelijk zichtbaar op een bank was uitgestald. Daardoor ging het toneelstuk grotendeels aan mij voorbij tot iemand er daadwerkelijk mee had geschoten. Er werd dus suspense opgewekt die meer dan een uur aanhield, tot het gevaar geweken was. Ander voorbeeld: als je de film Psycho voor de eerste keer ziet is het verhaal best spannend en bij de beruchte douchescène schrik je je lam. Bij het herzien evenwel wordt het al veel eerder eng, namelijk zodra de arme Janet Leigh vanuit haar auto het reclamebord Bates Motel ziet hangen, nog niet wetend dat haar laatste uur geslagen heeft.

Ook bespreekt de cineast het begrip set pieces. Een set piece is de scène die je onthoudt. (Koolhoven legt dit verband niet, maar uit eigen ervaring meen ik te weten dat ik een film die ik niet met een ‘set piece’ heb kunnen etiketteren, minder goed onthoud (en ook eerder vergeet) dan een film die ik kan ophangen aan een of meer iconische beelden. Als voorbeeld noemt Koolhoven – ook hij – de douchescène in Psycho en de achtervolgingsscène1307VG Hitch2 in North by Northwest . Welke achtervolgingsscène, vraagt u zich af? Nu, vooruit dan maar.

Hoofdpersoon Cary Grant heeft een afspraak in the middle of nowhere. Om precies te zijn bij een bushalte op een korenveld. Geen huis te zien, zover het oog reikt. Het blijkt een valstrik te zijn. Dat begrijpen we op het moment dat een ogenschijnlijk onschuldig rondcirkelend sproeivliegtuigje de aanval op onze held inzet. Ik herinner me, louter op grond van die ene scène, de film Arizona Dream , die ik – blijkens mijn filmadministratie – in 1993 zag in de bioscoop Arenberg te Brussel. In die film speelt tijdens een talentenjacht de acteur Vincent Gallo in detail de paniek na, die zich van Grant meester maakt als hij beseft dat hij in levensgevaar verkeert. U kunt dit optreden zien op You Tube *).

De belangrijkste vraag bij de documentaire (ik stipte hem al even aan, maar heb hem nog niet beantwoord) is wat de kijker er wijzer van wordt. Het antwoord daarop is niet eenvoudig. Het lukte mij niet de fragmenten van Vertigo naar waarde te schatten, hoewel ik de film twee keer gezien heb. Maar dat was in een grijs verleden. Natuurlijk herkende ik James Stewart en Kim Novak wel (wie Stewart niet herkent, is rijp voor het verzorgingshuis), maar dit bracht de psychologie van het verhaal niet terug, ondanks het bijgeleverde commentaar.

Omgekeerd was Psycho een wonder van transparantie en geen wonder. Twee jaar geleden zag ik die film voor het laatst en daardoor kostte het me niet de minste moeite van harte in te stemmen met de commentaren in de film, zoals hierboven verwoord door Paul Verhoeven en Martin Koolhoven. Al met al lijkt het mij geen goed idee de documentaire zonder voorkennis te gaan zien. Huur daarom de dvd’s van Rear Window, North by Northwest, Psycho, The Wrong Man, The Birds en Vertigo. Denk over elke dvd een half uurtje na. Vervolgens bekijkt u de documentaire (als die niet legitiem te zien is in filmhuis of op dvd, heeft u vast wel een zoon of neefje die hem zo van de computer plukt). Nu moet het lukken.      

*) http://www.liveleak.com/view?i=686_1338874367

----------------------
De plaatjes zijn geselecteerd door de schrijver
--------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!

© 2016 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Alfred Hitchcock, filmauteur Hans Knegtmans
1307VG Hitch1François Truffaut was, samen met onder meer Claude Chabrol, Eric Rohmer en Jean-Luc Godard, de grondlegger van de Franse filmstroming Nouvelle vague. In het invloedrijke tijdschrift Cahiers du cinéma zetten zij zich in de jaren vijftig af tegen wat ze laatdunkend Le cinéma du papa noemden. In het kort stond dat voor de overgrote meerderheid van wat eerdere filmmakers hadden geproduceerd. Bij wijze van contrast staken zij de loftrompet over de filmauteur: een cineast die films maakt die iets eigens te melden hebben. Hun filmauteur bij uitstek was Alfred Hitchcock.

Nu was Hitchcock een van de bekendste filmmakers van zijn tijd, maar slechts weinigen zagen in zijn oeuvre de genialiteit waarvan Truffaut en de zijnen overtuigd waren. Dat is tegenwoordig wel anders. Je moet van goeden huize komen om, gevraagd naar de vijf belangrijkste filmmakers aller tijden, zijn naam niet te noemen. De kans is groot dat je dan wordt beschuldigd van snobisme of, erger nog, filmisch onbenul en artistieke onnozelheid.

In 1962 nam Truffaut het initiatief zijn held te interviewen. Liefs acht dagen zaten de grootmeester en zijn fan aan de interviewtafel, samen met een tolk die de vragen uit het Frans in het Engels vertaalde. In 1966 bracht Truffaut de complete interviews, aangevuld met beeldmateriaal, uit in boekvorm (Hitchcock selon Truffaut). En nu heeft filmmaker Kent Jones dit boek bewerkt tot de documentaire Hitchcock/Truffaut, die op dit moment vertoond wordt in de Nederlandse theaters.

De opzet is tamelijk rechtlijnig. Het interview werd niet gefilmd maar wel werden er talrijke foto’s van genomen. En uiteraard bestaat er een volledige geluidsband van. Daar kom je een heel eind mee. Hitchcocks werk wordt becommentarieerd door tal van – overwegend prominente – filmmakers. De bekendste namen zijn David Fincher (Se7en, Fight Club, The Social Network), Wes Anderson (The Royal Tenenbaums, Moonrise Kingdom, The Grand Budapest Hotel), Richard Linklater (Rushmore, Before Sunset, Boyhood), Paul Schrader (schrijver van Taxi Driver en Raging Bull), de Japanse horrorfilmer Kiyoshi Kurosawa (Pulse, Doppelganger) en de onmisbare allesweter Martin Scorsese (Gangs of New York, Shutter Island, The Aviator, The Wolf of Wall Street). Die zeggen overwegend behartenswaardige dingen, dat laat zich raden.

De maker heeft met vaste hand bijbehorende filmfragmenten geselecteerd. Twee films worden uit en te na geanalyseerd: uit 1958 het psychologische drama Vertigo (met James Stewart en – in een dubbelrol – Kim Novak) en de horrorfilm Psycho (met Anthony Perkins als ultieme creep en Janet Leigh die onder de douche gaat, met fatale gevolgen). Is Hitchcock/Trufaut de moeite van het zien waard? Ik vind van wel, maar dat komt doordat ik van film houd en Alfred Hitchcock hoog heb zitten. Niet dat ik ervan overtuigd ben dat hij in mijn top vijf zou komen. Sterker nog: toen hier ruim twee jaar geleden een groots opgezet Hitchcock-retrospectief werd gehouden, heb ik ‘slechts’ acht films uit het programma gezien, sommige in herhaling, twee titels – Rebecca  en Frenzy – voor de eerste keer. Dat is niks. (Stel je een zelfbenoemde fan van The Beatles voor die desondanks hun albums Revolver en Abbey Road niet in zijn collectie heeft – het idee is te bezopen voor woorden.)

Het dagblad Trouw van 21 januari bevat twee interessante Hitchcock-interviews, met respectievelijk de Nederlandse filmers Paul Verhoeven en Martin Koolhoven. Verhoeven roemt de montagetechniek van Hitchcocks vaste editor George Tomasini. Eenvoudig gezegd is zijn geheim op het juiste moment te schakelen tussen het personage en wat hij of zij ziet. ‘Dat bevordert de identificatie met het karakter enorm. Je leeft mee met Ingrid Bergman in Spellbound en James Stewart in Rear Window.’

Martin Koolhoven merkt op hoe helder Hitchcock in de documentaire het begrip suspense uitlegt. Koolhoven geeft als voorbeeld een film waarin op een kwaad moment onder de tafel een bom ontploft. De kijker schrikt zich een ongeluk, maar met suspense heeft dit niets te maken. ‘Je kunt (echter) de bom ook eerst laten zien aan de toeschouwer. Die weet vanaf dat moment dat er gevaar dreigt en zal het gesprek aan tafel met angst en beven volgen.’ Ik weet er alles van. Jaren geleden zag ik tijdens een toneelvoorstelling vanaf mijn stoel op het zijbalkon hoe een pistool duidelijk zichtbaar op een bank was uitgestald. Daardoor ging het toneelstuk grotendeels aan mij voorbij tot iemand er daadwerkelijk mee had geschoten. Er werd dus suspense opgewekt die meer dan een uur aanhield, tot het gevaar geweken was. Ander voorbeeld: als je de film Psycho voor de eerste keer ziet is het verhaal best spannend en bij de beruchte douchescène schrik je je lam. Bij het herzien evenwel wordt het al veel eerder eng, namelijk zodra de arme Janet Leigh vanuit haar auto het reclamebord Bates Motel ziet hangen, nog niet wetend dat haar laatste uur geslagen heeft.

Ook bespreekt de cineast het begrip set pieces. Een set piece is de scène die je onthoudt. (Koolhoven legt dit verband niet, maar uit eigen ervaring meen ik te weten dat ik een film die ik niet met een ‘set piece’ heb kunnen etiketteren, minder goed onthoud (en ook eerder vergeet) dan een film die ik kan ophangen aan een of meer iconische beelden. Als voorbeeld noemt Koolhoven – ook hij – de douchescène in Psycho en de achtervolgingsscène1307VG Hitch2 in North by Northwest . Welke achtervolgingsscène, vraagt u zich af? Nu, vooruit dan maar.

Hoofdpersoon Cary Grant heeft een afspraak in the middle of nowhere. Om precies te zijn bij een bushalte op een korenveld. Geen huis te zien, zover het oog reikt. Het blijkt een valstrik te zijn. Dat begrijpen we op het moment dat een ogenschijnlijk onschuldig rondcirkelend sproeivliegtuigje de aanval op onze held inzet. Ik herinner me, louter op grond van die ene scène, de film Arizona Dream , die ik – blijkens mijn filmadministratie – in 1993 zag in de bioscoop Arenberg te Brussel. In die film speelt tijdens een talentenjacht de acteur Vincent Gallo in detail de paniek na, die zich van Grant meester maakt als hij beseft dat hij in levensgevaar verkeert. U kunt dit optreden zien op You Tube *).

De belangrijkste vraag bij de documentaire (ik stipte hem al even aan, maar heb hem nog niet beantwoord) is wat de kijker er wijzer van wordt. Het antwoord daarop is niet eenvoudig. Het lukte mij niet de fragmenten van Vertigo naar waarde te schatten, hoewel ik de film twee keer gezien heb. Maar dat was in een grijs verleden. Natuurlijk herkende ik James Stewart en Kim Novak wel (wie Stewart niet herkent, is rijp voor het verzorgingshuis), maar dit bracht de psychologie van het verhaal niet terug, ondanks het bijgeleverde commentaar.

Omgekeerd was Psycho een wonder van transparantie en geen wonder. Twee jaar geleden zag ik die film voor het laatst en daardoor kostte het me niet de minste moeite van harte in te stemmen met de commentaren in de film, zoals hierboven verwoord door Paul Verhoeven en Martin Koolhoven. Al met al lijkt het mij geen goed idee de documentaire zonder voorkennis te gaan zien. Huur daarom de dvd’s van Rear Window, North by Northwest, Psycho, The Wrong Man, The Birds en Vertigo. Denk over elke dvd een half uurtje na. Vervolgens bekijkt u de documentaire (als die niet legitiem te zien is in filmhuis of op dvd, heeft u vast wel een zoon of neefje die hem zo van de computer plukt). Nu moet het lukken.      

*) http://www.liveleak.com/view?i=686_1338874367

----------------------
De plaatjes zijn geselecteerd door de schrijver
--------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2016 Hans Knegtmans
powered by CJ2