archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Wat een slotfilm! Hans Knegtmans

1303VG LIFF1Een beetje filmfestival draait tot besluit van de festivalperiode een ‘officiële’ slotfilm. Slechts weinig slotfilms – in Leiden of waar dan ook – staan in mijn geheugen gegrift. In 2006 werd het Rotterdamse IFFR afgesloten door Good Night, and Good Luck. Van en met George Clooney, in de tijd dat hij nog filmmaker was en niet slechts het uithangbord van Nespresso (what else?).

Prachtige film in zwart wit over de journalistiek in vervlogen tijden, met name die van communistenjager McCarthy. Alsof het zo moest zijn doet ook de slotfilm van het recente Leidse filmfestival LIFF – Carol – een stap terug naar de tijd dat televisie nog geen prominente rol speelde in de Amerikaanse samenleving. De ongelukkig getrouwde Carol Aird (Cate Blanchett) raakt in de ban van warenhuisverkoopster en amateurfotografe Therese (Mara Rooney). Al gauw leiden hun afspraakjes tot wederzijdse – zij het onuitgesproken – verliefdheid. Thereses vriendjes uit de journalistieke sector zijn geen partij voor de charmante, empathische vrouw met levenservaring. Omgekeerd ziet zij in de begaafde verkoopster een weldadig alternatief voor haar conservatieve, botte echtgenoot.

Tijdens de kerstperiode ondernemen zij een autorit van New York naar het westen. De geroutineerde bioscoopganger kan op zijn vingers narekenen dat tijdens de idyllische vakantie het noodlot zal toeslaan. Misschien krijgt Therese spijt van haar onbekookte sprong in de potteuze liefde. Of de rancuneuze echtgenoot gebruikt zijn macht en connecties om zijn echtgenote tot de orde te roepen. Hoe dan ook, het gaat goed mis. We hadden het liever anders gezien, want de actrices vormen een hartverwarmend duo. Wat heeft meesterregisseur Todd Haynes in petto om het slot van de film nog enigszins draaglijk te maken? Op de toonaangevende filmsite Rotten Tomatoes scoort de film een torenhoog percentage positieve recensies (97%) en krijgt hij het rapportcijfer 8.7. Daarmee is hij van de festivalfilms koploper bij de internationale pers. Weliswaar ex aequo met de concentratiekampfilm Son of Saul, maar die heeft een oneigenlijke voorsprong vanwege zijn gruwelijke thematiek en politieke correctheid. De film gaat op 17 december in landelijke première.

In de ruime week voor dit imposante sluitstuk had de jubileumeditie van het festival zich in volle glorie ontvouwd voor een immer groeiend publiek. Ook nu bestond het beoogde pronkstuk uit films van de American Indie Competition: nieuwe, onafhankelijke producties van veelbelovende Amerikaanse regisseurs. Opmerkelijk genoeg was de commerciële cinema in twee gevallen het festival voor geweest: reeds tijdens de festivalvertoning ging The Gift landelijk in première en wanneer u dit leest heeft ook The End of the Tour de bioscoop bereikt. Beide films eindigden zeer hoog in de publieksenquête en ik zal zeker de kans aangrijpen om ze alsnog te zien.

Omgekeerd had de festivalleiding erop gerekend dat het swingende Me and Earl and the Dying Girl niet alleen een festivalhit zou blijken te zijn (en dat was hij dubbel en dwars, met een gemiddelde waardering van 4.48 op 5) maar vervolgens ook de schermen van andere filmhuizen zou bereiken. De festivalversie was zelfs tot mijn verbazing al Nederlands ondertiteld. Van een van de programmeurs hoorde ik echter dat die landelijke vertoning vooralsnog van de baan is, omdat de distributeur er te elfder ure geen brood in zag. Misschien dat hij zich na het enthousiasme van de festivalbezoekers1303VG LIFF2 alsnog bekeert. De film mag dan uiteindelijk geen meesterwerk zijn (gaandeweg maakt de dolkomische toonzetting plaats voor een serieuzere aanpak van het verdriet van een meisje dat ten dode is opgeschreven en daarin toont regisseur Alfonso Gomez-Rejon zich aanzienlijk minder bedreven); hij is zeker de moeite waard om in het lokale filmtheater te bekijken.

Natuurlijk is het belichten van relatief onervaren en internationaal onbekende regisseurs een hachelijke zaak. De komedie Results (van Andrew Bujalski, die een reputatie heeft hoog te houden in het vermaledijde mumblecore genre) en het rommelige Houses (van debuterend regisseur Jenner Furst) werden door de festivalgangers blijkens de enquêteresultaten bepaald niet in de armen gesloten en ik kan hun geen ongelijk geven. Maar daarom niet getreurd: met voortschrijdend inzicht zullen de programmeurs de kwaliteit van dit onderdeel verder kunnen opvijzelen.

De aangenaamste verrassing van deze festivaleditie is het nieuwe onderdeel Nordic Watching. De woordspelige titel verwijst naar het feit dat de selecties afkomstig zijn uit noordelijke contreien, in dit geval IJsland (2x), Noorwegen, Zweden, Denemarken en, waarom ook niet, Estland. Zoals filmhuisbezoekers weten zijn dat soort landen sinds jaar en dag pioniers van het minimalistische genre. Vlaanderen en Wallonië zijn dat ook, alleen in Nederland lukt het maar niet. In de volgende Leunstoel besteed ik aandacht aan het IJslandse The Virgin Mountain, voor mij met Carol de beste film van dit festival. Ook het eveneens IJslandse Rams (twee broers met een vete vechten op 100 meter afstand van elkaar stilzwijgend een jarenlange koude oorlog uit) en het Noorse Out of Nature (man kan zelfs eenzaam in de vrije natuur de lasten van het dagelijks leven niet de baas blijven) komen in de bioscoop. Ga dat zien!

Zoals altijd dankt LIFF zijn populariteit voor een deel aan een gelikte keus van (avant)premières uit het betere filmaanbod. Van de huidige bioscoopfilms stonden The Lobster, Youth, Son of Saul en Le tout nouveau testament (van de creatieve Belg Jaco van Dormael) op het festivalprogramma. En de fanatiekere filmfan kon zich laven aan voorpremières van het Duitse psychologische drama Wir Monster (meisje vermoordt zonder duidelijke aanleiding haar hartsvriendin), het innemende Japanse familieverhaal Our Little Sister (de titel zegt het al), de biopic over Steven Jobs (de man van Apple) en het geheimzinnige woestijndrama The Wakhan Front, met de zoveelste hoofdrol van de succesvolle Belg Jérémie Renier.

Qua bezoekersaantallen gaat het nog steeds crescendo met het festival. Langzaam maar zeker verwerft het een toonaangevende positie in Nederland, en het Zeeuwse festival Film by the Sea komt binnen handbereik. Het toonaangevende IFFR blijft tot in lengte van dagen een concurrent van de buitencategorie en de festivals IDFA (documentaire) en NFF (de Nederlandse film, waar u mij tevergeefs zult zoeken) hebben totaal andere doelgroepen en zijn irrelevant als vergelijkingsmateriaal. Met die voorbehouden stevent LIFF af op een tweede plaats in Nederland. Niet slecht voor een paar bevlogen voormalige studenten, die wel eens ‘iets met film wilden doen’.

-----------------------------------------
De plaatjes zijn geselecteerd door de schrijver
--------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!

© 2015 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Wat een slotfilm! Hans Knegtmans
1303VG LIFF1Een beetje filmfestival draait tot besluit van de festivalperiode een ‘officiële’ slotfilm. Slechts weinig slotfilms – in Leiden of waar dan ook – staan in mijn geheugen gegrift. In 2006 werd het Rotterdamse IFFR afgesloten door Good Night, and Good Luck. Van en met George Clooney, in de tijd dat hij nog filmmaker was en niet slechts het uithangbord van Nespresso (what else?).

Prachtige film in zwart wit over de journalistiek in vervlogen tijden, met name die van communistenjager McCarthy. Alsof het zo moest zijn doet ook de slotfilm van het recente Leidse filmfestival LIFF – Carol – een stap terug naar de tijd dat televisie nog geen prominente rol speelde in de Amerikaanse samenleving. De ongelukkig getrouwde Carol Aird (Cate Blanchett) raakt in de ban van warenhuisverkoopster en amateurfotografe Therese (Mara Rooney). Al gauw leiden hun afspraakjes tot wederzijdse – zij het onuitgesproken – verliefdheid. Thereses vriendjes uit de journalistieke sector zijn geen partij voor de charmante, empathische vrouw met levenservaring. Omgekeerd ziet zij in de begaafde verkoopster een weldadig alternatief voor haar conservatieve, botte echtgenoot.

Tijdens de kerstperiode ondernemen zij een autorit van New York naar het westen. De geroutineerde bioscoopganger kan op zijn vingers narekenen dat tijdens de idyllische vakantie het noodlot zal toeslaan. Misschien krijgt Therese spijt van haar onbekookte sprong in de potteuze liefde. Of de rancuneuze echtgenoot gebruikt zijn macht en connecties om zijn echtgenote tot de orde te roepen. Hoe dan ook, het gaat goed mis. We hadden het liever anders gezien, want de actrices vormen een hartverwarmend duo. Wat heeft meesterregisseur Todd Haynes in petto om het slot van de film nog enigszins draaglijk te maken? Op de toonaangevende filmsite Rotten Tomatoes scoort de film een torenhoog percentage positieve recensies (97%) en krijgt hij het rapportcijfer 8.7. Daarmee is hij van de festivalfilms koploper bij de internationale pers. Weliswaar ex aequo met de concentratiekampfilm Son of Saul, maar die heeft een oneigenlijke voorsprong vanwege zijn gruwelijke thematiek en politieke correctheid. De film gaat op 17 december in landelijke première.

In de ruime week voor dit imposante sluitstuk had de jubileumeditie van het festival zich in volle glorie ontvouwd voor een immer groeiend publiek. Ook nu bestond het beoogde pronkstuk uit films van de American Indie Competition: nieuwe, onafhankelijke producties van veelbelovende Amerikaanse regisseurs. Opmerkelijk genoeg was de commerciële cinema in twee gevallen het festival voor geweest: reeds tijdens de festivalvertoning ging The Gift landelijk in première en wanneer u dit leest heeft ook The End of the Tour de bioscoop bereikt. Beide films eindigden zeer hoog in de publieksenquête en ik zal zeker de kans aangrijpen om ze alsnog te zien.

Omgekeerd had de festivalleiding erop gerekend dat het swingende Me and Earl and the Dying Girl niet alleen een festivalhit zou blijken te zijn (en dat was hij dubbel en dwars, met een gemiddelde waardering van 4.48 op 5) maar vervolgens ook de schermen van andere filmhuizen zou bereiken. De festivalversie was zelfs tot mijn verbazing al Nederlands ondertiteld. Van een van de programmeurs hoorde ik echter dat die landelijke vertoning vooralsnog van de baan is, omdat de distributeur er te elfder ure geen brood in zag. Misschien dat hij zich na het enthousiasme van de festivalbezoekers1303VG LIFF2 alsnog bekeert. De film mag dan uiteindelijk geen meesterwerk zijn (gaandeweg maakt de dolkomische toonzetting plaats voor een serieuzere aanpak van het verdriet van een meisje dat ten dode is opgeschreven en daarin toont regisseur Alfonso Gomez-Rejon zich aanzienlijk minder bedreven); hij is zeker de moeite waard om in het lokale filmtheater te bekijken.

Natuurlijk is het belichten van relatief onervaren en internationaal onbekende regisseurs een hachelijke zaak. De komedie Results (van Andrew Bujalski, die een reputatie heeft hoog te houden in het vermaledijde mumblecore genre) en het rommelige Houses (van debuterend regisseur Jenner Furst) werden door de festivalgangers blijkens de enquêteresultaten bepaald niet in de armen gesloten en ik kan hun geen ongelijk geven. Maar daarom niet getreurd: met voortschrijdend inzicht zullen de programmeurs de kwaliteit van dit onderdeel verder kunnen opvijzelen.

De aangenaamste verrassing van deze festivaleditie is het nieuwe onderdeel Nordic Watching. De woordspelige titel verwijst naar het feit dat de selecties afkomstig zijn uit noordelijke contreien, in dit geval IJsland (2x), Noorwegen, Zweden, Denemarken en, waarom ook niet, Estland. Zoals filmhuisbezoekers weten zijn dat soort landen sinds jaar en dag pioniers van het minimalistische genre. Vlaanderen en Wallonië zijn dat ook, alleen in Nederland lukt het maar niet. In de volgende Leunstoel besteed ik aandacht aan het IJslandse The Virgin Mountain, voor mij met Carol de beste film van dit festival. Ook het eveneens IJslandse Rams (twee broers met een vete vechten op 100 meter afstand van elkaar stilzwijgend een jarenlange koude oorlog uit) en het Noorse Out of Nature (man kan zelfs eenzaam in de vrije natuur de lasten van het dagelijks leven niet de baas blijven) komen in de bioscoop. Ga dat zien!

Zoals altijd dankt LIFF zijn populariteit voor een deel aan een gelikte keus van (avant)premières uit het betere filmaanbod. Van de huidige bioscoopfilms stonden The Lobster, Youth, Son of Saul en Le tout nouveau testament (van de creatieve Belg Jaco van Dormael) op het festivalprogramma. En de fanatiekere filmfan kon zich laven aan voorpremières van het Duitse psychologische drama Wir Monster (meisje vermoordt zonder duidelijke aanleiding haar hartsvriendin), het innemende Japanse familieverhaal Our Little Sister (de titel zegt het al), de biopic over Steven Jobs (de man van Apple) en het geheimzinnige woestijndrama The Wakhan Front, met de zoveelste hoofdrol van de succesvolle Belg Jérémie Renier.

Qua bezoekersaantallen gaat het nog steeds crescendo met het festival. Langzaam maar zeker verwerft het een toonaangevende positie in Nederland, en het Zeeuwse festival Film by the Sea komt binnen handbereik. Het toonaangevende IFFR blijft tot in lengte van dagen een concurrent van de buitencategorie en de festivals IDFA (documentaire) en NFF (de Nederlandse film, waar u mij tevergeefs zult zoeken) hebben totaal andere doelgroepen en zijn irrelevant als vergelijkingsmateriaal. Met die voorbehouden stevent LIFF af op een tweede plaats in Nederland. Niet slecht voor een paar bevlogen voormalige studenten, die wel eens ‘iets met film wilden doen’.

-----------------------------------------
De plaatjes zijn geselecteerd door de schrijver
--------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2015 Hans Knegtmans
powered by CJ2