archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Dan maar een kreeft Hans Knegtmans

1302VG Kreeft1De eerste film die Jorgos Lanthimos ‘op de kaart zette’ was Dogtooth (2009). De film werd gedoteerd met tal van prijzen en nominaties en recensenten sloten hem eensgezind in het hart. Ik vond er niet veel aan. Sterker nog, ik moest bij het schrijven van dit stukje opzoeken waar de film over ging, want ik herinnerde me slechts een huis midden in het groen met twee personen (mannen? jongens?) die daar iets deden, al wist ik niet meer wat. Het blijken dus twee volwassen mannen te zijn die door hun ouders behandeld worden als kinderen en het terrein niet af mogen, want daar maken katten – de gevaarlijkste diersoort – de dienst uit. Om hun vijand af te schrikken, simuleren ze hondengedrag: ze lopen op vier poten en blaffen. Vraag me niet hoe je daar anderhalf uur mee vult, maar de Griekse regisseur kwam er glansrijk mee weg.

Twee films later gooit de – inmiddels beroemde en in Londen wonende – filmer opnieuw hoge ogen met The Lobster. Engels gesproken, opgenomen op filmgenieke locaties in Ierland en met een keur aan vooraanstaande acteurs. David (Colin Farrell, vijftien kilo aangekomen, met een oud makend buikje) hoort dat zijn vrouw verliefd is op een ander en daarom hun huwelijk beëindigt. Pech, meer nog dan je zou denken. In Lanthimos’ wereld belanden alleenstaanden in een chic hotel, waar ze 45 dagen de gelegenheid krijgen met een van de andere gasten een zodanige band op te bouwen dat volgens de leiding de nieuwe relatie levensvatbaar is. Lukt dat niet, dan verandert de ongelukkige in een dier. Weliswaar een dier naar keuze, maar toch. (Nee, niet flauw doen, de diersoort ‘mens’ is verboden, al wordt dit niet met zoveel woorden gezegd.)

Kun je daar een hele film aan ophangen? Nee, maar wel een halve. In het eerste uur exploreert de regisseur hoe de gasten met vallen en opstaan proberen hun versier-opdracht tot een goed einde te brengen. Hun idee dat je de meeste kans op succes hebt wanneer je een of meer kenmerken gemeen hebt met je beoogde partner, wordt bijzonder serieus genomen. Een van de mannelijke gasten bonkt in het geniep angstaanjagend hard met zijn neus op tafel, opdat hij zijn liefdesobject kan wijsmaken dat hij net als zij last heeft van een bloedneus.

Bij wijze van leerzaam amusement organiseert de hotelleiding voorstellingen waarbij succesvolle stellen in het zonnetje worden gezet. Ook wordt in kinderlijk onbeholpen schetsjes gedemonstreerd dat je, om bijvoorbeeld niet te overlijden aan dood door verslikking, aangewezen bent op een adequaat reagerende partner. Omgekeerd wordt ongehoorzaamheid aan de huisideologie zwaar gestraft. Een doodgoede hotelgast (John C. Reilly), die betrapt is op masturberen, wordt gedwongen zijn hand in een roodgloeiende toaster te steken. Je voelt het bijna in je bioscoopstoel.

Zo halverwege de film ontsnapt David en gelukkig maar. Zijn verblijf van 45 dagen zit er bijna1302VG Kreeft2 op. Bij het inchecken heeft hij aangegeven dat hij, mocht hij geen partner vinden, in een kreeft wil veranderen. (Daar heeft hij goede redenen voor. Kreeften leven lang, en blijven vruchtbaar tot aan hun dood. Bovendien houdt hij erg van water.) Zover komt het dus niet. David weet al dat ontsnapte hotelgasten het in de wildernis niet gemakkelijk hebben. De hotelbewoners gaan namelijk dagelijks op stap om jacht te maken op alleenstaanden (al dan niet afkomstig uit hun eigen hotel). Elke gelukte vangst levert een dag verlenging van de levensduur op.

Maar het verblijf in het wild herbergt nog andere gevaren. De tirannieke leidster van de rebellen (een intrigerende rol van de aanvallige Léa Seydoux) ziet streng toe op conformisme aan de heersende ideologie: tonen van romantische affectie is taboe en wordt zwaar bestraft. En laat nu uitgerekend in deze subcultuur David verliefd worden op een charmante maar bijziende vrouw (Rachel Weisz). We moeten maar hopen dat de rebellenleidster daar geen lucht van krijgt.

In wezen hebben de delen van dit tweeluik weinig met elkaar uitstaande, behalve dat het thema romantische affectie is, respectievelijk behandeld als ideologie (gedeelde liefde is goed) en taboe (liefde, al dan niet gedeeld, is slecht). Nogal vreemd in het eerste deel is de keuze van de eigenschap waarop men gelijkheid wenst met de beoogde liefdespartner. De gekozen kenmerken lijken niet of nauwelijks gerelateerd aan psychologische waarden. Trekt de ene bloedneus de andere aan? Idem voor een manke poot? Niet volgens bestaande theorieën over aantrekkingskracht. Uit psychologisch onderzoek blijkt – niet echt verwonderlijk – dat gedeelde waarden en preferenties van invloed zijn op de waargenomen aantrekkelijkheid van de ander. Wil de regisseur met zijn platvloerse vormen van gelijkheid ons misschien de banaliteit van onze kapitalistische samenleving inwrijven? Het lijkt me te veel eer.

Absurder nog is de co-existentie van de wereld zoals wij die kennen en de Brave New World die Lanthimos schetst. Voordat het personage Paul de verliefdheid van zijn vrouw ontdekte, had hij ogenschijnlijk geen weet van het bestaan van verliefdheidshotels. De suggestie van parallelle werelden is nog duidelijker zichtbaar in de tweede helft van de film. De verliefde David en zijn vriendin maken bij herhaling een wandeling van de wildernis naar de bewoonde wereld. Die ziet eruit zoals wij hem kennen, met winkels en restaurants. Geen spoor van verwilderde rebellen, hoewel die maar luttele mijlen verder leven. Om de premisse van de regisseur te omarmen moet je je verstand uitschakelen. Kennelijk heeft menige recensent dat er graag voor over.

---------------
De plaatjes zijn uitgezocht door Hans Knegtmans
--------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!


© 2015 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Dan maar een kreeft Hans Knegtmans
1302VG Kreeft1De eerste film die Jorgos Lanthimos ‘op de kaart zette’ was Dogtooth (2009). De film werd gedoteerd met tal van prijzen en nominaties en recensenten sloten hem eensgezind in het hart. Ik vond er niet veel aan. Sterker nog, ik moest bij het schrijven van dit stukje opzoeken waar de film over ging, want ik herinnerde me slechts een huis midden in het groen met twee personen (mannen? jongens?) die daar iets deden, al wist ik niet meer wat. Het blijken dus twee volwassen mannen te zijn die door hun ouders behandeld worden als kinderen en het terrein niet af mogen, want daar maken katten – de gevaarlijkste diersoort – de dienst uit. Om hun vijand af te schrikken, simuleren ze hondengedrag: ze lopen op vier poten en blaffen. Vraag me niet hoe je daar anderhalf uur mee vult, maar de Griekse regisseur kwam er glansrijk mee weg.

Twee films later gooit de – inmiddels beroemde en in Londen wonende – filmer opnieuw hoge ogen met The Lobster. Engels gesproken, opgenomen op filmgenieke locaties in Ierland en met een keur aan vooraanstaande acteurs. David (Colin Farrell, vijftien kilo aangekomen, met een oud makend buikje) hoort dat zijn vrouw verliefd is op een ander en daarom hun huwelijk beëindigt. Pech, meer nog dan je zou denken. In Lanthimos’ wereld belanden alleenstaanden in een chic hotel, waar ze 45 dagen de gelegenheid krijgen met een van de andere gasten een zodanige band op te bouwen dat volgens de leiding de nieuwe relatie levensvatbaar is. Lukt dat niet, dan verandert de ongelukkige in een dier. Weliswaar een dier naar keuze, maar toch. (Nee, niet flauw doen, de diersoort ‘mens’ is verboden, al wordt dit niet met zoveel woorden gezegd.)

Kun je daar een hele film aan ophangen? Nee, maar wel een halve. In het eerste uur exploreert de regisseur hoe de gasten met vallen en opstaan proberen hun versier-opdracht tot een goed einde te brengen. Hun idee dat je de meeste kans op succes hebt wanneer je een of meer kenmerken gemeen hebt met je beoogde partner, wordt bijzonder serieus genomen. Een van de mannelijke gasten bonkt in het geniep angstaanjagend hard met zijn neus op tafel, opdat hij zijn liefdesobject kan wijsmaken dat hij net als zij last heeft van een bloedneus.

Bij wijze van leerzaam amusement organiseert de hotelleiding voorstellingen waarbij succesvolle stellen in het zonnetje worden gezet. Ook wordt in kinderlijk onbeholpen schetsjes gedemonstreerd dat je, om bijvoorbeeld niet te overlijden aan dood door verslikking, aangewezen bent op een adequaat reagerende partner. Omgekeerd wordt ongehoorzaamheid aan de huisideologie zwaar gestraft. Een doodgoede hotelgast (John C. Reilly), die betrapt is op masturberen, wordt gedwongen zijn hand in een roodgloeiende toaster te steken. Je voelt het bijna in je bioscoopstoel.

Zo halverwege de film ontsnapt David en gelukkig maar. Zijn verblijf van 45 dagen zit er bijna1302VG Kreeft2 op. Bij het inchecken heeft hij aangegeven dat hij, mocht hij geen partner vinden, in een kreeft wil veranderen. (Daar heeft hij goede redenen voor. Kreeften leven lang, en blijven vruchtbaar tot aan hun dood. Bovendien houdt hij erg van water.) Zover komt het dus niet. David weet al dat ontsnapte hotelgasten het in de wildernis niet gemakkelijk hebben. De hotelbewoners gaan namelijk dagelijks op stap om jacht te maken op alleenstaanden (al dan niet afkomstig uit hun eigen hotel). Elke gelukte vangst levert een dag verlenging van de levensduur op.

Maar het verblijf in het wild herbergt nog andere gevaren. De tirannieke leidster van de rebellen (een intrigerende rol van de aanvallige Léa Seydoux) ziet streng toe op conformisme aan de heersende ideologie: tonen van romantische affectie is taboe en wordt zwaar bestraft. En laat nu uitgerekend in deze subcultuur David verliefd worden op een charmante maar bijziende vrouw (Rachel Weisz). We moeten maar hopen dat de rebellenleidster daar geen lucht van krijgt.

In wezen hebben de delen van dit tweeluik weinig met elkaar uitstaande, behalve dat het thema romantische affectie is, respectievelijk behandeld als ideologie (gedeelde liefde is goed) en taboe (liefde, al dan niet gedeeld, is slecht). Nogal vreemd in het eerste deel is de keuze van de eigenschap waarop men gelijkheid wenst met de beoogde liefdespartner. De gekozen kenmerken lijken niet of nauwelijks gerelateerd aan psychologische waarden. Trekt de ene bloedneus de andere aan? Idem voor een manke poot? Niet volgens bestaande theorieën over aantrekkingskracht. Uit psychologisch onderzoek blijkt – niet echt verwonderlijk – dat gedeelde waarden en preferenties van invloed zijn op de waargenomen aantrekkelijkheid van de ander. Wil de regisseur met zijn platvloerse vormen van gelijkheid ons misschien de banaliteit van onze kapitalistische samenleving inwrijven? Het lijkt me te veel eer.

Absurder nog is de co-existentie van de wereld zoals wij die kennen en de Brave New World die Lanthimos schetst. Voordat het personage Paul de verliefdheid van zijn vrouw ontdekte, had hij ogenschijnlijk geen weet van het bestaan van verliefdheidshotels. De suggestie van parallelle werelden is nog duidelijker zichtbaar in de tweede helft van de film. De verliefde David en zijn vriendin maken bij herhaling een wandeling van de wildernis naar de bewoonde wereld. Die ziet eruit zoals wij hem kennen, met winkels en restaurants. Geen spoor van verwilderde rebellen, hoewel die maar luttele mijlen verder leven. Om de premisse van de regisseur te omarmen moet je je verstand uitschakelen. Kennelijk heeft menige recensent dat er graag voor over.

---------------
De plaatjes zijn uitgezocht door Hans Knegtmans
--------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2015 Hans Knegtmans
powered by CJ2