archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Surrealistische werkelijkheid Hans Knegtmans

1218VG OscardroomEen schooljuffrouw legt uit wat een omnivoor is. Kunnen jullie een voorbeeld geven van iets wat een omnivoor eet? ’Planten,’ oppert een leerling. Heel goed, zegt de juffrouw met kenmerkend schoolmeesters-enthousiasme. Maar ze eten dus meer dan alleen maar planten. Wie? ‘Ze kunnen andere dieren opeten,’ antwoordt een  leerling. De juffrouw glundert, dit gaat de goede kant op. Het meisje Reality – zo heet ze echt – steekt haar vinger op. ‘Een everzwijn eet videocassettes.’ Hilariteit in de klas en de leerkracht ziet haar oefening in inductief denken de mist in gaan.

De bioscoopbezoeker echter zag deze wending al aankomen. Hij herinnert zich dat in de eerste scène van Réalité de vader het meisje een everzwijn doodschiet om het thuis te kunnen opzetten. Ze ziet hoe bij het verwijderen van de ingewanden – ‘allemaal nutteloze troep’ – ook een ingeslikte VHS-cassette in de vuilnisbak verdwijnt. Wanneer ze dit bij het avondmaal aankaart, spreken vader en moeder haar krachtig tegen. Onzin. Geen woord meer daarover!

Réalité van de Franse filmer Quentin Dupieux (eerder actief als zanger en deejay Mr Oizo, meneer Vogel dus) behoorde in 2014 tot de meest spraakmakende films op het festival van Venetië, samen met Gouden Leeuw-winnaar A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence van Roy Andersson. In kleine kring genoot Dupieux al bekendheid door zijn films Rubber (over een moordende autoband) en Wrong (over een kantoor waarin het altijd regent en niet een beetje).

Met Réalité beleeft hij zijn Nederlandse bioscoopdebuut, maar het is zeer de vraag of dit de naam van de maker zal opstuwen in de vaart der volkeren. Twee van de acht kopieën draaien in Amsterdam en ik voorspel dat dit de enige stad is waar de film een positieve mond-tot-mondreclame zal krijgen. Het verhaal is ook voor doorgewinterde arthousebezoekers te buitenissig – om niet te zeggen te abstract – en zelfs de meeste liefhebbers van de ‘betere’ komedie – denk aan The Wolf of Wall Street, The Grand Budapest Hotel of Frank – zullen moeite hebben er chocola van te maken.

Toch wil ik u graag aansporen de film te gaan zien. In sommige kranten volstaat de recensent met het opsommen van ‘grappige’ weetjes over de inhoud van de film, zoals het cassette-etende everzwijn. Of neem de als rat verklede interviewer van een kookrubriek op de TV, die ondragelijke jeuk heeft van zijn rattenkostuum. Later blijkt hij aan een ingebeeld1218VG Rattenpak eczeem te lijden, althans volgens de dermatoloog. (En die kan het weten, getuige het overvloedige eczeem dat zijn eigen hoofdhuid ontsiert.)

Op zichzelf is dit gegeven niet bijzonder interessant. Maar de manier waarop Quentin het in beeld brengt, is hilarisch. Ik heb hierboven één belangrijk verhaalelement opzettelijk weggelaten. De dermatoloog voelt zich in de zeik genomen door zijn frauduleuze ‘patiënt’ die, om welke reden dan ook, niets beter te doen weet dan hem (de arts) te bespotten om zijn aandoening. Geen wonder dat hij in gerechtvaardigde woede ontsteekt. (Al dan niet ter compensatie van dit onrecht laat Dupieux de man later optreden als gastheer in de kookrubriek.)

Hoofdpersoon in de film is Jason Tantra (een sublieme rol van Alain Chabat). Van huis uit een simpele cameraman (bijvoorbeeld bij de genoemde kookrubriek) benadert hij de steenrijke filmproducent Bob Marshall (Jonathan Lambert, ook al zeer overtuigend) met het idee voor een grensverleggende horrorfilm. In zijn script lijden alle televisietoestellen op aarde (maar dan ook echt allemaal) aan een levensgevaarlijke straling, waardoor de kijkers en andere aanwezigen een gruwelijke dood sterven. Marshall ziet wel iets in dat idee. Alleen mist hij nog informatie over het geluid dat de stervenden voortbrengen op het moment van de waarheid.

Jason heeft eigenlijk geen idee of ze überhaupt iets roepen, of krijsen, of huilen, of wat dan ook. De producent echter tilt daar zwaar aan. Hij geeft Jason 48 uur de tijd om een ‘Oscar winnende’ schreeuw te produceren. ‘Alles in het scenario mag anders,’ maar die schreeuw moet perfect zijn. De rest van de film zien we ontelbare malen Jason in de weer met zijn mobieltje, bezig om zijn eigen probeersels of authentieke  schreeuwmomenten van derden te registreren.

Qua abstracte humor en surrealistische stijl deed de film mij soms denken aan de Spaanse film La Distancia (zie mijn bespreking daarvan in De Leunstoel, jaargang 12, nummer 6). Bij wijze van voorproefje heeft u misschien iets aan het beluisteren van de compositie Music with Changing Parts van Philip Glass, die op de soundtrack van Réalité een prominente rol inneemt.

--------------------------------------------------
De foto's zijn uitgezocht door de schrijver
---------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel


© 2015 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Surrealistische werkelijkheid Hans Knegtmans
1218VG OscardroomEen schooljuffrouw legt uit wat een omnivoor is. Kunnen jullie een voorbeeld geven van iets wat een omnivoor eet? ’Planten,’ oppert een leerling. Heel goed, zegt de juffrouw met kenmerkend schoolmeesters-enthousiasme. Maar ze eten dus meer dan alleen maar planten. Wie? ‘Ze kunnen andere dieren opeten,’ antwoordt een  leerling. De juffrouw glundert, dit gaat de goede kant op. Het meisje Reality – zo heet ze echt – steekt haar vinger op. ‘Een everzwijn eet videocassettes.’ Hilariteit in de klas en de leerkracht ziet haar oefening in inductief denken de mist in gaan.

De bioscoopbezoeker echter zag deze wending al aankomen. Hij herinnert zich dat in de eerste scène van Réalité de vader het meisje een everzwijn doodschiet om het thuis te kunnen opzetten. Ze ziet hoe bij het verwijderen van de ingewanden – ‘allemaal nutteloze troep’ – ook een ingeslikte VHS-cassette in de vuilnisbak verdwijnt. Wanneer ze dit bij het avondmaal aankaart, spreken vader en moeder haar krachtig tegen. Onzin. Geen woord meer daarover!

Réalité van de Franse filmer Quentin Dupieux (eerder actief als zanger en deejay Mr Oizo, meneer Vogel dus) behoorde in 2014 tot de meest spraakmakende films op het festival van Venetië, samen met Gouden Leeuw-winnaar A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence van Roy Andersson. In kleine kring genoot Dupieux al bekendheid door zijn films Rubber (over een moordende autoband) en Wrong (over een kantoor waarin het altijd regent en niet een beetje).

Met Réalité beleeft hij zijn Nederlandse bioscoopdebuut, maar het is zeer de vraag of dit de naam van de maker zal opstuwen in de vaart der volkeren. Twee van de acht kopieën draaien in Amsterdam en ik voorspel dat dit de enige stad is waar de film een positieve mond-tot-mondreclame zal krijgen. Het verhaal is ook voor doorgewinterde arthousebezoekers te buitenissig – om niet te zeggen te abstract – en zelfs de meeste liefhebbers van de ‘betere’ komedie – denk aan The Wolf of Wall Street, The Grand Budapest Hotel of Frank – zullen moeite hebben er chocola van te maken.

Toch wil ik u graag aansporen de film te gaan zien. In sommige kranten volstaat de recensent met het opsommen van ‘grappige’ weetjes over de inhoud van de film, zoals het cassette-etende everzwijn. Of neem de als rat verklede interviewer van een kookrubriek op de TV, die ondragelijke jeuk heeft van zijn rattenkostuum. Later blijkt hij aan een ingebeeld1218VG Rattenpak eczeem te lijden, althans volgens de dermatoloog. (En die kan het weten, getuige het overvloedige eczeem dat zijn eigen hoofdhuid ontsiert.)

Op zichzelf is dit gegeven niet bijzonder interessant. Maar de manier waarop Quentin het in beeld brengt, is hilarisch. Ik heb hierboven één belangrijk verhaalelement opzettelijk weggelaten. De dermatoloog voelt zich in de zeik genomen door zijn frauduleuze ‘patiënt’ die, om welke reden dan ook, niets beter te doen weet dan hem (de arts) te bespotten om zijn aandoening. Geen wonder dat hij in gerechtvaardigde woede ontsteekt. (Al dan niet ter compensatie van dit onrecht laat Dupieux de man later optreden als gastheer in de kookrubriek.)

Hoofdpersoon in de film is Jason Tantra (een sublieme rol van Alain Chabat). Van huis uit een simpele cameraman (bijvoorbeeld bij de genoemde kookrubriek) benadert hij de steenrijke filmproducent Bob Marshall (Jonathan Lambert, ook al zeer overtuigend) met het idee voor een grensverleggende horrorfilm. In zijn script lijden alle televisietoestellen op aarde (maar dan ook echt allemaal) aan een levensgevaarlijke straling, waardoor de kijkers en andere aanwezigen een gruwelijke dood sterven. Marshall ziet wel iets in dat idee. Alleen mist hij nog informatie over het geluid dat de stervenden voortbrengen op het moment van de waarheid.

Jason heeft eigenlijk geen idee of ze überhaupt iets roepen, of krijsen, of huilen, of wat dan ook. De producent echter tilt daar zwaar aan. Hij geeft Jason 48 uur de tijd om een ‘Oscar winnende’ schreeuw te produceren. ‘Alles in het scenario mag anders,’ maar die schreeuw moet perfect zijn. De rest van de film zien we ontelbare malen Jason in de weer met zijn mobieltje, bezig om zijn eigen probeersels of authentieke  schreeuwmomenten van derden te registreren.

Qua abstracte humor en surrealistische stijl deed de film mij soms denken aan de Spaanse film La Distancia (zie mijn bespreking daarvan in De Leunstoel, jaargang 12, nummer 6). Bij wijze van voorproefje heeft u misschien iets aan het beluisteren van de compositie Music with Changing Parts van Philip Glass, die op de soundtrack van Réalité een prominente rol inneemt.

--------------------------------------------------
De foto's zijn uitgezocht door de schrijver
---------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel
© 2015 Hans Knegtmans
powered by CJ2