archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Gezocht: bonafide Tigerkandidaten Hans Knegtmans

1208VG IFFRDe meeste bezoekers van het Rotterdams Filmfestival (IFFR) maken kennis met het programma door een speciale festivalbijlage in De Volkskrant, hoofdsponsor van het evenement. Wie niet eerder met dit bijltje heeft gehakt, zinkt de moed in de schoenen, al was het alleen maar vanwege de enorme hoeveelheid onbegrijpelijke afkortingen waarmee festivalonderdelen worden aangeduid: TG, TS, BF, SP, LL, SH, ML, RR en nog veel meer. Geen wonder dat er altijd een run is op de voorgekookte verzamelprogramma’s die de klanten elk eigen initiatief uit handen nemen.

Zo hebben we de VPRO Preview- en  Reviewdag, respectievelijk voor aanvang en aan het eind van het festival. Eveneens op het eind van het festival kan men naar de immens populaire Volkskrantdag, ‘een wervelende afsluiter met vertoning van vijf spraakmakende films achter elkaar’. Het meest decadent is wel de ‘Proef het Festival - dag’, bestaande uit twee ‘verrassingsfilms’, gegroepeerd rond een lunch. Als om de tuttigheid van deze aanbieding te benadrukken, spreekt het programmablad van ‘een IFFR-ervaring op een presenteerblaadje’.

Nu ja, voorlopig probeer ik maar op eigen kracht een programma samen te stellen waarop een mens tevreden kan terugkijken. Uit ervaring weet ik dat het onmogelijk is zeperds categorisch te vermijden. Ik raak pas van slag als ik achtereenvolgens twee van die wangedrochten zie. Hoe kan dat nou toch? De ene dag zie ik nog het ijzersterke Limburgse vader-zoondrama Gluckauf (dat ten onrechte naast de drie Tiger Awards greep) en het Deense juweeltje Key House Mirror (de woorden maken deel uit van een Alzheimertest die de vrouwelijke hoofdpersoon ondergaat). Die film zou uiteindelijk gaan strijken met de KNF Award, de prijs van de Nederlandse filmpers. Dat hadden ze goed gezien, mijn collega’s. Dan is het een slag in je gezicht wanneer de programmeurs je achtereenvolgens wel twee wanproducten weten voor te schotelen. Het eerste droeg de veelzeggende titel Stinking Heaven. In een afkickcommune probeert een niet al te interessant stelletje junks van hun drugsverslaving af te komen. De regisseur laat, gewapend met een retrovideocamera, zijn acteurs er lustig op los improviseren. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden.

Nu ja, dacht ik, misschien viel de laatste film van die dag mee. Het was immers een Tigerkandidaat (de eerste of tweede film van een beginnende regisseur), zij het een met een overdreven gewichtige titel: Videophilia (and Other Viral Syndromes). De Peruaanse regisseur Juan Daniel F. Molero leidde persoonlijk de film in. Dat wil zeggen: hij deelde mee dat hij slecht geslapen had en gaf vervolgens de microfoon aan de hoofdrolspeelster die de gebruikelijke dankwoorden uitsprak. Na twee minuten film wist ik wel hoe laat het was. Dit ging over jongelui in het virtuele tijdperk. Kids die in beelden denken en leven. Na een half uur het probeersel te hebben aanschouwd, verliet ik voor het eerst in vele jaren voortijdig een bioscoopzaal. Het beslissende duwtje werd gegeven door een acteur die de REM-song Losing My Religion ten gehore bracht en daarbij om de twee regels luidkeels FUCK riep. Ongetwijfeld een statement van het een of ander.

Dat was geen fijne ervaring, maar het werd nog erger. Op de laatste filmdag zag ik in de festivalkrant dat dit eigenste Videophilia met een Tiger Award was gehonoreerd. De jury had terecht geconstateerd dat de film ‘de relatie tussen de jeugd en de snel veranderende wereld onversaagd onderzoekt. () De film dompelt je onder in verontrustende maar onontkoombare wateren’. Ja, verontrustend was hij zeker. Vooral omdat ‘de jeugd’ door haar fixatie op de moderne media geen enkel blijk van coherent denken aan de dag legde. Het leek er niet op dat Molero ooit kennis had genomen van topregisseurs als Rolf de Heer, Roy Andersson, J.C. Chandor, Céline Sciamma en Jessica Hausner, wier werk eveneens op het festival te zien was.

Door dit soort uitglijders boet het festival aan status in. In het recente verleden heb ik minstens drie Tijgernominaties die ver boven de andere kandidaten uitstaken niet verzilverd zien worden: in 2010 The Tempation of St Tony van de Estse filmmaker Veiko Õunpuu, in 2012 het al even surrealistische drama Sudoeste van de Braziliaan Eduardo Nunes en dit keer het al genoemde Gluckauf.

Op festivals –1208VG Dikkop uitgezonderd de toppers Cannes, Venetië en Berlijn – is het bon ton een film te belonen die ook elders al zijn culturele waarde ‘bewezen’ heeft. Daardoor bestaan er tientallen films die op festivals de prijzen aaneenrijgen. Soms zijn die films ook een publiek succes, zoals de Tigers Breathless uit 2009 (wereldwijd 17 awards) en Alamar uit 2010 (10 awards). Andere films krijgen awards dat het een lieve lust is, maar het publiek heeft er nog nooit van gehoord. Men denke aan de Tiger van verleden jaar: Han Gong-ju (10 awards, maar slechts 349 bezoekers die de film op IMDb een cijfer gaven) of El cielo gira uit 2005 (9 awards maar een schamele 287 IMDb-stemmers).

De meest discutabele Tigerwinnaars zijn films die buiten Rotterdam weinig of geen erkenning kregen, laat staan dat ze internationaal de bioscoop bereikten. Neem Walking on the Wild Side uit 2006. Winnaar in Rotterdam maar nergens anders, wereldwijd 3(!) recensies en 91(!) kijkers die op IMDb een cijfer gaven. Het meest trieste Tigerjaar ooit was 2013. Geen van de drie winnaars – Fat Shaker (zie foto), My Dog Killer en Soldate Jeannette – haalde bij het internationale publiek een voldoende en geen enkele andere festivaljury bedeelde de film met een prijs. We mogen hier gerust spreken van een elementair gebrek aan jurycompetentie. Natuurlijk, de juryleden hebben niet zichzelf benoemd en de primaire verantwoordelijkheid voor hun wanprestatie ligt dan ook bij de festivalleiding. Hoe dan ook, dit soort harde feiten maakt het begrijpelijk dat in brede kringen de Tigercompetitie met de nodige scepsis belicht wordt.

Het is geen uitgemaakte zaak hoe de kwaliteit van de Tigercompetie naar een hoger plan getild kan worden, juist omdat het gaat om nog niet gearriveerde cineasten. Maar de festivalleiding zou op zijn minst moeten kunnen verantwoorden waarom juist deze (bijna) debuten aan de competitie mogen deelnemen, terwijl ander jong talent zich tevreden moet stellen met een plaatsje in de festivalcategorie Bright Future (BF), zeker gezien de jaar in jaar uit gemiddeld hoge kwaliteit in deze rubriek. BF-titels van dit jaar om te noteren, zijn: I Swear I’ll leave This Town (Brazilië), Set Me Free (Zuid Korea), Wir sind jung. Wir sind stark (Duitsland), Magical Girl (Spanje) en Catch Me Daddy (UK).

Een nieuwe rubriek die eigenlijk niet past bij een serieus festival (maar des te meer bij marktdenken en klantvriendelijkheid) is Limelight (LL). Voor wie hierbij net als ik aan de prehistorische Charlie Chaplin-film moet denken, de term betekent voetlicht. Onder deze term wordt een aantal films geschaard waarvoor zich reeds voor aanvang van het festival een filmdistributeur heeft gemeld, zodat we ze op redelijk korte termijn in de bioscoop kunnen zien. Deze kennis is handig voor de festivalbezoekers voor wie een bioscoopuitje een tijdrovende onderneming is. Ook liefhebbers van de populaire Sneak Previews die elke nieuwe film liever gisteren dan vandaag bekijken, komen zo aan hun trekken. Maar ook bioscoopgangers die het liefst alle films van de wereld zouden willen zien, spinnen garen bij de nieuwe rubriek. Zij kunnen immers gegarandeerde bioscoopfilms met een gerust hart voor zich uit schuiven en de vrijgekomen tijd besteden aan onbekende producties die van zijn levensdagen niet de bioscoop of DVD zullen halen. Kopstukken in de rubriek LL zijn A Most Violent Year (met een bijna onherkenbare Oscar Isaac, de zanger in Inside Llewyn Davis), Charlie’s Country (van de Nederlandse Australiër Rolf de Heer), Loin des Hommes (sterke rol van Viggo Mortensen), Phoenix (met de charismatische Nina Hoss) en The Farewell Party (de andere Alzheimerfilm, met nota bene dezelfde test als in Key House Mirror). Er staat de filmfans veel moois te wachten. 

--------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
---------------------------------------
Abonneert u op de Nieuwsbrief.
Ga naar: www.deleunstoel.nl/nieuwsbrief.php


© 2015 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Gezocht: bonafide Tigerkandidaten Hans Knegtmans
1208VG IFFRDe meeste bezoekers van het Rotterdams Filmfestival (IFFR) maken kennis met het programma door een speciale festivalbijlage in De Volkskrant, hoofdsponsor van het evenement. Wie niet eerder met dit bijltje heeft gehakt, zinkt de moed in de schoenen, al was het alleen maar vanwege de enorme hoeveelheid onbegrijpelijke afkortingen waarmee festivalonderdelen worden aangeduid: TG, TS, BF, SP, LL, SH, ML, RR en nog veel meer. Geen wonder dat er altijd een run is op de voorgekookte verzamelprogramma’s die de klanten elk eigen initiatief uit handen nemen.

Zo hebben we de VPRO Preview- en  Reviewdag, respectievelijk voor aanvang en aan het eind van het festival. Eveneens op het eind van het festival kan men naar de immens populaire Volkskrantdag, ‘een wervelende afsluiter met vertoning van vijf spraakmakende films achter elkaar’. Het meest decadent is wel de ‘Proef het Festival - dag’, bestaande uit twee ‘verrassingsfilms’, gegroepeerd rond een lunch. Als om de tuttigheid van deze aanbieding te benadrukken, spreekt het programmablad van ‘een IFFR-ervaring op een presenteerblaadje’.

Nu ja, voorlopig probeer ik maar op eigen kracht een programma samen te stellen waarop een mens tevreden kan terugkijken. Uit ervaring weet ik dat het onmogelijk is zeperds categorisch te vermijden. Ik raak pas van slag als ik achtereenvolgens twee van die wangedrochten zie. Hoe kan dat nou toch? De ene dag zie ik nog het ijzersterke Limburgse vader-zoondrama Gluckauf (dat ten onrechte naast de drie Tiger Awards greep) en het Deense juweeltje Key House Mirror (de woorden maken deel uit van een Alzheimertest die de vrouwelijke hoofdpersoon ondergaat). Die film zou uiteindelijk gaan strijken met de KNF Award, de prijs van de Nederlandse filmpers. Dat hadden ze goed gezien, mijn collega’s. Dan is het een slag in je gezicht wanneer de programmeurs je achtereenvolgens wel twee wanproducten weten voor te schotelen. Het eerste droeg de veelzeggende titel Stinking Heaven. In een afkickcommune probeert een niet al te interessant stelletje junks van hun drugsverslaving af te komen. De regisseur laat, gewapend met een retrovideocamera, zijn acteurs er lustig op los improviseren. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden.

Nu ja, dacht ik, misschien viel de laatste film van die dag mee. Het was immers een Tigerkandidaat (de eerste of tweede film van een beginnende regisseur), zij het een met een overdreven gewichtige titel: Videophilia (and Other Viral Syndromes). De Peruaanse regisseur Juan Daniel F. Molero leidde persoonlijk de film in. Dat wil zeggen: hij deelde mee dat hij slecht geslapen had en gaf vervolgens de microfoon aan de hoofdrolspeelster die de gebruikelijke dankwoorden uitsprak. Na twee minuten film wist ik wel hoe laat het was. Dit ging over jongelui in het virtuele tijdperk. Kids die in beelden denken en leven. Na een half uur het probeersel te hebben aanschouwd, verliet ik voor het eerst in vele jaren voortijdig een bioscoopzaal. Het beslissende duwtje werd gegeven door een acteur die de REM-song Losing My Religion ten gehore bracht en daarbij om de twee regels luidkeels FUCK riep. Ongetwijfeld een statement van het een of ander.

Dat was geen fijne ervaring, maar het werd nog erger. Op de laatste filmdag zag ik in de festivalkrant dat dit eigenste Videophilia met een Tiger Award was gehonoreerd. De jury had terecht geconstateerd dat de film ‘de relatie tussen de jeugd en de snel veranderende wereld onversaagd onderzoekt. () De film dompelt je onder in verontrustende maar onontkoombare wateren’. Ja, verontrustend was hij zeker. Vooral omdat ‘de jeugd’ door haar fixatie op de moderne media geen enkel blijk van coherent denken aan de dag legde. Het leek er niet op dat Molero ooit kennis had genomen van topregisseurs als Rolf de Heer, Roy Andersson, J.C. Chandor, Céline Sciamma en Jessica Hausner, wier werk eveneens op het festival te zien was.

Door dit soort uitglijders boet het festival aan status in. In het recente verleden heb ik minstens drie Tijgernominaties die ver boven de andere kandidaten uitstaken niet verzilverd zien worden: in 2010 The Tempation of St Tony van de Estse filmmaker Veiko Õunpuu, in 2012 het al even surrealistische drama Sudoeste van de Braziliaan Eduardo Nunes en dit keer het al genoemde Gluckauf.

Op festivals –1208VG Dikkop uitgezonderd de toppers Cannes, Venetië en Berlijn – is het bon ton een film te belonen die ook elders al zijn culturele waarde ‘bewezen’ heeft. Daardoor bestaan er tientallen films die op festivals de prijzen aaneenrijgen. Soms zijn die films ook een publiek succes, zoals de Tigers Breathless uit 2009 (wereldwijd 17 awards) en Alamar uit 2010 (10 awards). Andere films krijgen awards dat het een lieve lust is, maar het publiek heeft er nog nooit van gehoord. Men denke aan de Tiger van verleden jaar: Han Gong-ju (10 awards, maar slechts 349 bezoekers die de film op IMDb een cijfer gaven) of El cielo gira uit 2005 (9 awards maar een schamele 287 IMDb-stemmers).

De meest discutabele Tigerwinnaars zijn films die buiten Rotterdam weinig of geen erkenning kregen, laat staan dat ze internationaal de bioscoop bereikten. Neem Walking on the Wild Side uit 2006. Winnaar in Rotterdam maar nergens anders, wereldwijd 3(!) recensies en 91(!) kijkers die op IMDb een cijfer gaven. Het meest trieste Tigerjaar ooit was 2013. Geen van de drie winnaars – Fat Shaker (zie foto), My Dog Killer en Soldate Jeannette – haalde bij het internationale publiek een voldoende en geen enkele andere festivaljury bedeelde de film met een prijs. We mogen hier gerust spreken van een elementair gebrek aan jurycompetentie. Natuurlijk, de juryleden hebben niet zichzelf benoemd en de primaire verantwoordelijkheid voor hun wanprestatie ligt dan ook bij de festivalleiding. Hoe dan ook, dit soort harde feiten maakt het begrijpelijk dat in brede kringen de Tigercompetitie met de nodige scepsis belicht wordt.

Het is geen uitgemaakte zaak hoe de kwaliteit van de Tigercompetie naar een hoger plan getild kan worden, juist omdat het gaat om nog niet gearriveerde cineasten. Maar de festivalleiding zou op zijn minst moeten kunnen verantwoorden waarom juist deze (bijna) debuten aan de competitie mogen deelnemen, terwijl ander jong talent zich tevreden moet stellen met een plaatsje in de festivalcategorie Bright Future (BF), zeker gezien de jaar in jaar uit gemiddeld hoge kwaliteit in deze rubriek. BF-titels van dit jaar om te noteren, zijn: I Swear I’ll leave This Town (Brazilië), Set Me Free (Zuid Korea), Wir sind jung. Wir sind stark (Duitsland), Magical Girl (Spanje) en Catch Me Daddy (UK).

Een nieuwe rubriek die eigenlijk niet past bij een serieus festival (maar des te meer bij marktdenken en klantvriendelijkheid) is Limelight (LL). Voor wie hierbij net als ik aan de prehistorische Charlie Chaplin-film moet denken, de term betekent voetlicht. Onder deze term wordt een aantal films geschaard waarvoor zich reeds voor aanvang van het festival een filmdistributeur heeft gemeld, zodat we ze op redelijk korte termijn in de bioscoop kunnen zien. Deze kennis is handig voor de festivalbezoekers voor wie een bioscoopuitje een tijdrovende onderneming is. Ook liefhebbers van de populaire Sneak Previews die elke nieuwe film liever gisteren dan vandaag bekijken, komen zo aan hun trekken. Maar ook bioscoopgangers die het liefst alle films van de wereld zouden willen zien, spinnen garen bij de nieuwe rubriek. Zij kunnen immers gegarandeerde bioscoopfilms met een gerust hart voor zich uit schuiven en de vrijgekomen tijd besteden aan onbekende producties die van zijn levensdagen niet de bioscoop of DVD zullen halen. Kopstukken in de rubriek LL zijn A Most Violent Year (met een bijna onherkenbare Oscar Isaac, de zanger in Inside Llewyn Davis), Charlie’s Country (van de Nederlandse Australiër Rolf de Heer), Loin des Hommes (sterke rol van Viggo Mortensen), Phoenix (met de charismatische Nina Hoss) en The Farewell Party (de andere Alzheimerfilm, met nota bene dezelfde test als in Key House Mirror). Er staat de filmfans veel moois te wachten. 

--------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
---------------------------------------
Abonneert u op de Nieuwsbrief.
Ga naar: www.deleunstoel.nl/nieuwsbrief.php
© 2015 Hans Knegtmans
powered by CJ2