archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Griezelen bij Imagine Hans Knegtmans

1113VG Belle en het beest‘Als cinema de kunst van de verbeelding is, is de fantastische film daarvan de overtreffende trap.’ Zo begint het redactionele voorwoord bij de recente editie van het Imagine Filmfestival in het Amsterdamse Eye-complex. Niet alle films die daar geprogrammeerd worden zijn geschikt voor reguliere bioscoopvoorstellingen. The Brain Man van de Japanner Tmoyuki Takamoto zou zonder mankeren een plaatsje verdienen op het IFFR. Bij een weerzinwekkende moord verdenkt de politie aanvankelijk een hyperintelligente, ogenschijnlijk emotieloze jongeman. Maar psychologe Mariko ontdekt dat hij een moordenaar van het goede soort is, wiens wraakgevoelens zich uitsluitend richten op fun-terroristen die als verzetje volle autobussen opblazen. Is dit dan geen geschikt bioscoopthema? Zeker wel. Maar het probleem is dat de film niet cool genoeg is, althans niet volgens de maatstaven van zaterdagavondvoorstellingen. Te intellectueel, te subtiel ook, ondanks het vele expliciete geweld.

Andere festivalfilms zijn juist te buitenissig voor het gewone bioscooppubliek. Dead Snow 2: Red vs. Dead – uiteraard een vervolg op deel  1, wat dat ook moge zijn – toont hoe Nazi-zombies de strijd aanbinden met hun Russische tegenhangers, nadat die opgegraven zijn door de hoofdpersoon die een hekel heeft aan het Derde Rijk. De naïeve festivalbezoeker weet waarschijnlijk niet dat de vaste klanten hun zombiefilms – althans die van geestverwante regisseurs – consumeren als een bijzondere vorm van slapstick. Bijvoorbeeld lachen als een nietsvermoedende passant mond-op-mond beademing toepast bij een ogenschijnlijk levenloos mens! Ja, dat is leuk gevonden, toch?

Twee Imagefilms die de distributeur wél op ruime schaal durft te distribueren, zijn de Franse productie Belle en het Beest en het Amerikaanse Oculus. Allebei mooi, zij het op heel verschillende wijze. Het sprookje La belle et la bête van Gabrielle-Suzanne Barbot de Villeneuve dateert van 1740. Bij ons is vooral de Disney-verfilming bekend. Daarom heeft de distributeur een dringend verzoek doen uitgaan hier de Nederlandse titel te voeren, want die kennen de mensen. (Nederlandse en Engelse titels zijn de trend. Daarom werd enkele weken geleden de film Feuchtgebiete uitgebracht als Vochtige streken. Het lijken de jaren vijftig wel, toen hier alle films een Nederlandse titel kregen, zodat je bij de kassa bijvoorbeeld voor Les Tricheurs een kaartje moest vragen voor Zondaars in spijkerbroek, anders begreep de caissière niet waar je heen wou.)

Fransman Christophe Gans maakte in 2001 naam met Le pacte des loups (sorry voor het Frans,) en in La belle et la bête bevestigt hij zijn reputatie van vakbekwame en creatieve cineast. Om het leven van haar vader te redden – dat moet u maar geloven – offert dochter Belle zich op om bij een griezelig schepsel met een leeuwenkop in te trekken in diens kasteel. Maar kijk, door haar acceptatie van het onbeholpen wezen ontwikkelt dat steeds sterker de menselijke trekjes van de prins die hij vroeger geweest is.

Het filmverhaal wordt ons verteld aan de hand van een geïllustreerd sprookjesboek waaruit een moeder haar twee kinderen voorleest. De film houdt zich in landschappen en costumering keurig aan  de illustraties en slaagt erin, het retroverhaal spannend te vertellen zonder de kijker het gevoel te geven dat hij aan een – goed bedoelde maar toch weinig enerverende – bijles wordt onderworpen.

De vrouwelijke hoofdrol wordt overtuigend vertolkt door Léa Seydoux, de lesbische vriendin in La vie d’Adèle. Onder de leeuwenkop van het monster gaat het altijd onbetrouwbare hoofd van acteur Vincent Cassel schuil. (Je zou verwachten dat Belle meteen na diens metamorfose van monster in droomprins voorgoed van haar verliefdheid genezen is, maar dat blijkt niet het geval.)  De film draait zowel in een Franse als een Nederlands nagesynchroniseerde versie, dus oplettendheid1113VG Oculus is geboden.

Voor liefhebbers van hardcore horror is La belle et la bête waarschijnlijk wat soft. Geen nood: die kunnen naar de film Oculus, van de Amerikaanse filmer Mike Flanagan. Eén van Flanagans grootste verdiensten is dat hij een broertje dood heeft aan oneigenlijke schrikelementen. Denk aan harde geluiden, al dan niet in de vorm van bombastische muziek, die de kijker een hartverzakking bezorgen, maar verder geen functie in het verhaal hebben.

Daar doet de regisseur niet aan. De griezeligheid moet komen van de thematiek, de montage en de cameravoering en dat leidt tot een wurgend spannend geheel. Elf jaar geleden is de toen tienjarige Tim opgenomen in een psychiatrische inrichting. Nu verklaart zijn arts hem genezen, en kan hij de vrijheid weer aan. Tim (gespeeld door Brengton Thwaites, een all-American jongeman) wordt na het ontslag liefdevol opgevangen door zijn twee jaar oudere zusje Kaylee (de intrigerende Karen Gillan). De regisseur toont afwisselend het heden en, in flashbacks, de periode voorafgaand aan Tims opname.

Ter gelegenheid van hun verhuizing had vader (een sterke rol van Rory Cochrane) zijn oog laten vallen op een antieke, manshoge spiegel. Dat had hij beter niet kunnen doen. De spiegel zorgde voor aftakeling van het gezinsleven. De kinderen waren nog te klein om het proces helemaal te begrijpen, maar slim genoeg om te voelen dat vader hun moeder niet aardig behandelde en haar op een kwaad moment vanwege ‘ziekte’ opsloot in een zolderkamertje. Niet lang daarna kwamen vader en moeder om het leven.

Kayley is er nu van overtuigd dat de gewraakte spiegel verantwoordelijk was voor het drama. Recentelijk heeft ze onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het meubelstuk. Het blijkt dat tientallen eerdere bezitters op onnatuurlijke wijze aan hun einde zijn gekomen. Daarom heeft ze in de spiegelkamer een indrukwekkende proefopstelling geïnstalleerd met camera’s, een termo- en hygrometer, en wat al niet. Doel van het experiment is te registreren hoe de spiegel omgevingsvariabelen beïnvloedt. Mocht zij gelijk hebben en de spiegel betrappen op vernietigende krachten, dan wil zij met een elektronisch gestuurde bijl  het onding naar de andere wereld helpen. Tim gelooft er allemaal niets van, maar is niet te beroerd om op te treden als tweede observator.

Een kwaadaardige spiegel met bovennatuurlijke kracht, dat klinkt niet als een film waarbij je de adem inhoudt en het klamme zweet je uitbreekt. Maar Flanagan weet hoe hij zijn publiek moet bespelen. Met ongekende virtuositeit wisselt hij heden af met verleden en werkelijkheid met fantasie of dromen. Sommige scènes beginnen elf jaar terug met de nog jonge kinderen en gaan dan naadloos over in dezelfde gebeurtenis anno nu. De regisseur ziet er geen been in de kijker zijn zojuist ontwikkelde ‘werkelijkheid’ af te pakken en te vervangen door iets wat nog veel griezeliger is. Als je samen met een vriend of familielid de film wilt analyseren moet je hem dan ook drie keer gaan zien, omdat je anders hooglopende ruzie krijgt over wat er gebeurd is en in welke volgorde.

Het enige serieuze manco van de film is dat de kijker niet vertrouwd is met de psychologie van een spiegel en zich geen voorstelling kan maken bij de ‘persoonlijkheid’ van het onding. Een vergelijking met een andere filmische teloorgang – die van Jack Torrance in The Shining – pakt dan ook negatief uit. Stanley Kubrick mat de zaak niet breed uit, maar we konden ons wel voorstellen hoe de desolate omgeving van Hotel Overlook de wankelmoedige psyche van de hoofdpersoon het laatste zetje gaf. Maar je kunt niet van elke horrorfilm verlangen dat hij tot deze buitencategorie behoort. Oculus is een verademing in het genre.

----------------------------------------
Wie zijn bestellingen via deze link: (www.bol.com) doet, steunt De Leunstoel!


© 2014 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Griezelen bij Imagine Hans Knegtmans
1113VG Belle en het beest‘Als cinema de kunst van de verbeelding is, is de fantastische film daarvan de overtreffende trap.’ Zo begint het redactionele voorwoord bij de recente editie van het Imagine Filmfestival in het Amsterdamse Eye-complex. Niet alle films die daar geprogrammeerd worden zijn geschikt voor reguliere bioscoopvoorstellingen. The Brain Man van de Japanner Tmoyuki Takamoto zou zonder mankeren een plaatsje verdienen op het IFFR. Bij een weerzinwekkende moord verdenkt de politie aanvankelijk een hyperintelligente, ogenschijnlijk emotieloze jongeman. Maar psychologe Mariko ontdekt dat hij een moordenaar van het goede soort is, wiens wraakgevoelens zich uitsluitend richten op fun-terroristen die als verzetje volle autobussen opblazen. Is dit dan geen geschikt bioscoopthema? Zeker wel. Maar het probleem is dat de film niet cool genoeg is, althans niet volgens de maatstaven van zaterdagavondvoorstellingen. Te intellectueel, te subtiel ook, ondanks het vele expliciete geweld.

Andere festivalfilms zijn juist te buitenissig voor het gewone bioscooppubliek. Dead Snow 2: Red vs. Dead – uiteraard een vervolg op deel  1, wat dat ook moge zijn – toont hoe Nazi-zombies de strijd aanbinden met hun Russische tegenhangers, nadat die opgegraven zijn door de hoofdpersoon die een hekel heeft aan het Derde Rijk. De naïeve festivalbezoeker weet waarschijnlijk niet dat de vaste klanten hun zombiefilms – althans die van geestverwante regisseurs – consumeren als een bijzondere vorm van slapstick. Bijvoorbeeld lachen als een nietsvermoedende passant mond-op-mond beademing toepast bij een ogenschijnlijk levenloos mens! Ja, dat is leuk gevonden, toch?

Twee Imagefilms die de distributeur wél op ruime schaal durft te distribueren, zijn de Franse productie Belle en het Beest en het Amerikaanse Oculus. Allebei mooi, zij het op heel verschillende wijze. Het sprookje La belle et la bête van Gabrielle-Suzanne Barbot de Villeneuve dateert van 1740. Bij ons is vooral de Disney-verfilming bekend. Daarom heeft de distributeur een dringend verzoek doen uitgaan hier de Nederlandse titel te voeren, want die kennen de mensen. (Nederlandse en Engelse titels zijn de trend. Daarom werd enkele weken geleden de film Feuchtgebiete uitgebracht als Vochtige streken. Het lijken de jaren vijftig wel, toen hier alle films een Nederlandse titel kregen, zodat je bij de kassa bijvoorbeeld voor Les Tricheurs een kaartje moest vragen voor Zondaars in spijkerbroek, anders begreep de caissière niet waar je heen wou.)

Fransman Christophe Gans maakte in 2001 naam met Le pacte des loups (sorry voor het Frans,) en in La belle et la bête bevestigt hij zijn reputatie van vakbekwame en creatieve cineast. Om het leven van haar vader te redden – dat moet u maar geloven – offert dochter Belle zich op om bij een griezelig schepsel met een leeuwenkop in te trekken in diens kasteel. Maar kijk, door haar acceptatie van het onbeholpen wezen ontwikkelt dat steeds sterker de menselijke trekjes van de prins die hij vroeger geweest is.

Het filmverhaal wordt ons verteld aan de hand van een geïllustreerd sprookjesboek waaruit een moeder haar twee kinderen voorleest. De film houdt zich in landschappen en costumering keurig aan  de illustraties en slaagt erin, het retroverhaal spannend te vertellen zonder de kijker het gevoel te geven dat hij aan een – goed bedoelde maar toch weinig enerverende – bijles wordt onderworpen.

De vrouwelijke hoofdrol wordt overtuigend vertolkt door Léa Seydoux, de lesbische vriendin in La vie d’Adèle. Onder de leeuwenkop van het monster gaat het altijd onbetrouwbare hoofd van acteur Vincent Cassel schuil. (Je zou verwachten dat Belle meteen na diens metamorfose van monster in droomprins voorgoed van haar verliefdheid genezen is, maar dat blijkt niet het geval.)  De film draait zowel in een Franse als een Nederlands nagesynchroniseerde versie, dus oplettendheid1113VG Oculus is geboden.

Voor liefhebbers van hardcore horror is La belle et la bête waarschijnlijk wat soft. Geen nood: die kunnen naar de film Oculus, van de Amerikaanse filmer Mike Flanagan. Eén van Flanagans grootste verdiensten is dat hij een broertje dood heeft aan oneigenlijke schrikelementen. Denk aan harde geluiden, al dan niet in de vorm van bombastische muziek, die de kijker een hartverzakking bezorgen, maar verder geen functie in het verhaal hebben.

Daar doet de regisseur niet aan. De griezeligheid moet komen van de thematiek, de montage en de cameravoering en dat leidt tot een wurgend spannend geheel. Elf jaar geleden is de toen tienjarige Tim opgenomen in een psychiatrische inrichting. Nu verklaart zijn arts hem genezen, en kan hij de vrijheid weer aan. Tim (gespeeld door Brengton Thwaites, een all-American jongeman) wordt na het ontslag liefdevol opgevangen door zijn twee jaar oudere zusje Kaylee (de intrigerende Karen Gillan). De regisseur toont afwisselend het heden en, in flashbacks, de periode voorafgaand aan Tims opname.

Ter gelegenheid van hun verhuizing had vader (een sterke rol van Rory Cochrane) zijn oog laten vallen op een antieke, manshoge spiegel. Dat had hij beter niet kunnen doen. De spiegel zorgde voor aftakeling van het gezinsleven. De kinderen waren nog te klein om het proces helemaal te begrijpen, maar slim genoeg om te voelen dat vader hun moeder niet aardig behandelde en haar op een kwaad moment vanwege ‘ziekte’ opsloot in een zolderkamertje. Niet lang daarna kwamen vader en moeder om het leven.

Kayley is er nu van overtuigd dat de gewraakte spiegel verantwoordelijk was voor het drama. Recentelijk heeft ze onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het meubelstuk. Het blijkt dat tientallen eerdere bezitters op onnatuurlijke wijze aan hun einde zijn gekomen. Daarom heeft ze in de spiegelkamer een indrukwekkende proefopstelling geïnstalleerd met camera’s, een termo- en hygrometer, en wat al niet. Doel van het experiment is te registreren hoe de spiegel omgevingsvariabelen beïnvloedt. Mocht zij gelijk hebben en de spiegel betrappen op vernietigende krachten, dan wil zij met een elektronisch gestuurde bijl  het onding naar de andere wereld helpen. Tim gelooft er allemaal niets van, maar is niet te beroerd om op te treden als tweede observator.

Een kwaadaardige spiegel met bovennatuurlijke kracht, dat klinkt niet als een film waarbij je de adem inhoudt en het klamme zweet je uitbreekt. Maar Flanagan weet hoe hij zijn publiek moet bespelen. Met ongekende virtuositeit wisselt hij heden af met verleden en werkelijkheid met fantasie of dromen. Sommige scènes beginnen elf jaar terug met de nog jonge kinderen en gaan dan naadloos over in dezelfde gebeurtenis anno nu. De regisseur ziet er geen been in de kijker zijn zojuist ontwikkelde ‘werkelijkheid’ af te pakken en te vervangen door iets wat nog veel griezeliger is. Als je samen met een vriend of familielid de film wilt analyseren moet je hem dan ook drie keer gaan zien, omdat je anders hooglopende ruzie krijgt over wat er gebeurd is en in welke volgorde.

Het enige serieuze manco van de film is dat de kijker niet vertrouwd is met de psychologie van een spiegel en zich geen voorstelling kan maken bij de ‘persoonlijkheid’ van het onding. Een vergelijking met een andere filmische teloorgang – die van Jack Torrance in The Shining – pakt dan ook negatief uit. Stanley Kubrick mat de zaak niet breed uit, maar we konden ons wel voorstellen hoe de desolate omgeving van Hotel Overlook de wankelmoedige psyche van de hoofdpersoon het laatste zetje gaf. Maar je kunt niet van elke horrorfilm verlangen dat hij tot deze buitencategorie behoort. Oculus is een verademing in het genre.

----------------------------------------
Wie zijn bestellingen via deze link: (www.bol.com) doet, steunt De Leunstoel!
© 2014 Hans Knegtmans
powered by CJ2