archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Luid lachen tussen de zwijgers Hans Knegtmans

0100 Luid lachen ...
Een van de prettigste bioscopen in de Randstad is Babylon. Vanaf Den Haag Centraal loop je het in drie minuten. Uitgaanspubliek komt er niet, omdat er nooit films draaien die in de Nederlandse toptien staan. Geen How to Lose a Guy in Ten Days of een andere doldwaze komedie die over twee jaar door SBS6 wordt uitgezonden. Geen horrorklonen, geen actiefilms die je onder een andere titel al dertig keer eerder hebt gezien. In Babylon kijken keurige mensen naar films waar het Pathé-publiek nog niet gratis heen zou willen. Films van Woody Allen beleven er hun première. Soms wordt in het kader van een obscuur cultureel project een Franse filmcyclus gehouden, zodat je beroemde acteurs kunt zien schitteren in een film waarvan je het bestaan niet kende. Pas de Scandale – met Isabelle Huppert en Vincent Lindon – kwam, hoewel de film op het festival van Venetië genomineerd was als beste hoofdfilm, buiten Frankrijk alleen in België in roulatie. En in Den Haag dus. Nee, met de programmering zit het wel goed.
 
Doordat alleen studenten, onderwijzers en vijftigplussers naar Babylon gaan, hoef je ook nooit lang in de rij te staan. Dat een voorstelling is uitverkocht komt al helemaal niet voor, behalve natuurlijk met Kerstmis. Iedere bezoeker zet tijdens de voorstelling zijn mobiel uit en niemand inspecteert zijn binnengekomen SMSjes. Het is het ideale theater voor singles met mensenschuwheid.
Nooit heb ik zoveel van het Babylonpubliek gehouden als een dik jaar geleden tijdens de tweede(!) zaterdagavond(!)voorstelling van The Man Who Wasn’t There, van de onvolprezen gebroeders Joel en Ethan Coen. Een kapper (de kettingrokende Billy Bob Thornton) staat terecht voor een moord die hij al dan niet gepleegd heeft. Een paar maanden eerder had ik de persvoorstelling bijgewoond en zoals altijd lulden een paar aanwezigen er lustig doorheen. Tijdens de vertoning in Babylon echter kon je een speld horen vallen. Ik was zelfs de enige die lawaai maakte doordat ik een paar keer hardop moest lachen. De eerste keer wanneer Frances McDormand, op weg naar haar Italiaanse familie, uit de grond van haar hart “Ik heb de pest aan die spaghettivreters” roept. En later in de film, wanneer Tony Shalhoub in zijn rol van advocaat uitlegt hoe hij tijdens rechtszaken zijn voordeel doet met het onzekerheidsprincipe van Werner Heisenberg: “Je hebt die vent in Duitsland. Fritz Huppeldepup. Of Werner, dat zou ook kunnen. Die Fritz heeft een theorie. Als je iets wetenschappelijk wil onderzoeken – hoe de planeten om de zon draaien of waarom water uit de kraan komt – dan moet je ernaar kijken. Maar door ernaar te kijken, verander je het. Het klinkt krankzinnig, maar zelfs Einstein ziet er wel iets in.” Het overige publiek gaf geen krimp bij deze uitleg en genoot in gepaste stilte verder, zonder aandacht voor de eenzame herrieschopper.
 
De meeste films in Babylon zijn een stuk minder dan The Man Who Wasn’t There. Dat kan ook niet anders. Maar zelfs een onvervalste draak als Dancer in the Dark wordt in dat theatercomplex, onder optimale kijkomstandigheden, bijna een geslaagde bioscoopervaring. 


© 2004 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Luid lachen tussen de zwijgers Hans Knegtmans
0100 Luid lachen ...
Een van de prettigste bioscopen in de Randstad is Babylon. Vanaf Den Haag Centraal loop je het in drie minuten. Uitgaanspubliek komt er niet, omdat er nooit films draaien die in de Nederlandse toptien staan. Geen How to Lose a Guy in Ten Days of een andere doldwaze komedie die over twee jaar door SBS6 wordt uitgezonden. Geen horrorklonen, geen actiefilms die je onder een andere titel al dertig keer eerder hebt gezien. In Babylon kijken keurige mensen naar films waar het Pathé-publiek nog niet gratis heen zou willen. Films van Woody Allen beleven er hun première. Soms wordt in het kader van een obscuur cultureel project een Franse filmcyclus gehouden, zodat je beroemde acteurs kunt zien schitteren in een film waarvan je het bestaan niet kende. Pas de Scandale – met Isabelle Huppert en Vincent Lindon – kwam, hoewel de film op het festival van Venetië genomineerd was als beste hoofdfilm, buiten Frankrijk alleen in België in roulatie. En in Den Haag dus. Nee, met de programmering zit het wel goed.
 
Doordat alleen studenten, onderwijzers en vijftigplussers naar Babylon gaan, hoef je ook nooit lang in de rij te staan. Dat een voorstelling is uitverkocht komt al helemaal niet voor, behalve natuurlijk met Kerstmis. Iedere bezoeker zet tijdens de voorstelling zijn mobiel uit en niemand inspecteert zijn binnengekomen SMSjes. Het is het ideale theater voor singles met mensenschuwheid.
Nooit heb ik zoveel van het Babylonpubliek gehouden als een dik jaar geleden tijdens de tweede(!) zaterdagavond(!)voorstelling van The Man Who Wasn’t There, van de onvolprezen gebroeders Joel en Ethan Coen. Een kapper (de kettingrokende Billy Bob Thornton) staat terecht voor een moord die hij al dan niet gepleegd heeft. Een paar maanden eerder had ik de persvoorstelling bijgewoond en zoals altijd lulden een paar aanwezigen er lustig doorheen. Tijdens de vertoning in Babylon echter kon je een speld horen vallen. Ik was zelfs de enige die lawaai maakte doordat ik een paar keer hardop moest lachen. De eerste keer wanneer Frances McDormand, op weg naar haar Italiaanse familie, uit de grond van haar hart “Ik heb de pest aan die spaghettivreters” roept. En later in de film, wanneer Tony Shalhoub in zijn rol van advocaat uitlegt hoe hij tijdens rechtszaken zijn voordeel doet met het onzekerheidsprincipe van Werner Heisenberg: “Je hebt die vent in Duitsland. Fritz Huppeldepup. Of Werner, dat zou ook kunnen. Die Fritz heeft een theorie. Als je iets wetenschappelijk wil onderzoeken – hoe de planeten om de zon draaien of waarom water uit de kraan komt – dan moet je ernaar kijken. Maar door ernaar te kijken, verander je het. Het klinkt krankzinnig, maar zelfs Einstein ziet er wel iets in.” Het overige publiek gaf geen krimp bij deze uitleg en genoot in gepaste stilte verder, zonder aandacht voor de eenzame herrieschopper.
 
De meeste films in Babylon zijn een stuk minder dan The Man Who Wasn’t There. Dat kan ook niet anders. Maar zelfs een onvervalste draak als Dancer in the Dark wordt in dat theatercomplex, onder optimale kijkomstandigheden, bijna een geslaagde bioscoopervaring. 
© 2004 Hans Knegtmans
powered by CJ2