archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Leids Filmfestival 2012 Hans Knegtmans

1002VG Lff
Tijdens LFF 2012 was het aangenaam, rustig herfstweer. Het filmaanbod was nog beter dan van de vorige editie, en de vele vrijwilligers traden zo vriendelijk en klantgericht op alsof het echt van binnen uit kwam. Zo moet het.
Dit jaar was de organisatie erin geslaagd, het gezaghebbende blad De Filmkrant voor haar karretje te spannen. Het programmablad werd onopvallend uitgebracht als extra katern van dit vaktijdschrift, wat het festival extra prestige zou moeten en kunnen verschaffen. Op zich een gouden greep. De geïnteresseerde lezer krijgt snel een duidelijk overzicht van het festivalprogramma. Wie echter verder kijkt dan zijn neus lang is, zal zich verbazen over de diversiteit van de festivalonderdelen.

Het hoofdprogramma, Panorama, lijkt op de hoofdmoot van menig ander festival, zoals Film by the Sea in Vlissingen. De nadruk ligt op de ‘betere’ publieksfilm, waaronder veel premières, die men, vaak al zeer binnenkort, ook in de reguliere programma’s van bioscopen of arthouses kan zien.
Natuurlijk heeft het LFF ook zijn eigen insteek, die in andere delen zichtbaar wordt. Het meest eigen is de zogenaamde Iron Herring Competition. De organisatie spoort een zevental films op die kort geleden in het buitenland in première zijn gegaan, maar om welke reden dan ook nog geen Nederlandse distributeur hebben gevonden. De winnende film – blijkens de publiekswaardering – krijgt een prijs van € 10.000,-. Deze gaat niet naar de filmmakers maar naar de Nederlandse distributeur die het lef heeft de film alsnog hier uit te brengen. Goed bedacht en een leuk initiatief.

Andere onderdelen zijn landelijk en/of thematisch afgebakend: Turkije on Tour, J-Horror uit Japan, Chinese kassuccessen in The Reel China, Africa in the Picture en Egypte in de film. Niet altijd het toppunt van originaliteit (eerder dit jaar werden in Amsterdam simultaan wel twee Turkse festivals gehouden), maar je kunt niet verlangen dat elk festival een nieuwe versie van het wiel uitvindt. Waar nodig werd dankbaar gebruik gemaakt van de expertise van allerhande – veelal (semi)wetenschappelijke – organisaties: het Confucius Instituut, het blad Natuur, Wetenschap en Techniek en het Afrika Instituut Leiden.

Zo is het wel mooi, zou je denken. Leiden is echter niet alleen een prominente studentenstad, maar organiseert ook sinds jaar en dag een van de grootste evenementen in Nederland, de 3 oktoberviering. (Op die datum joegen in 1574 de Geuzen de Spaanse bezetter weg, vandaar.) Die twee eigenschappen maken het haast onvermijdelijk dat LFF als extra attractie een aantal ludieke mini-evenementen organiseert. Zo was er een speciale vertoning van de film E.T., vanwege het 30-jarige jubileum daarvan. De kijkers werden gesommeerd hun ‘mooiste, gekste of engste halloweenoutfit’ aan te trekken. En tijdens de Brutal Brunch kon men zich volvreten, terwijl op het scherm zich de bloederige Indonesische film The Raid ontrolde. Het programmablad besluit zijn uitleg met een schot voor open doel: ‘Al is het overigens niet waarschijnlijk dat je na het zien van The Raid je verrukkelijke brunch kunt binnenhouden. Eet smakelijk!’

Kan het nog studentikozer? O ja, geen probleem. Op papier was het met afstand spectaculairste onderdeel de happening: Four Weddings and a Funeral in de monumentale Pieterskerk. De formule: de bezoekers ondergingen een gratis make-over (haar, nagels, make-up), zodat ze zich op een echte bruiloft waanden. Een van de aanwezige verloofde stellen kreeg een ‘geheel verzorgd’ huwelijk aangeboden, in het bijzijn van alle andere Pieterskerkbezoekers. Na afloop werd uiteraard de populaire film met Hugh Grant vertoond.

Je kunt je afvragen of het handig is, het programma te overladen met ontelbare attracties die vooral ludiek zijn. Festivaldirecteur Alexander Mouret staat hier in ieder geval vierkant achter. De eerste zin van zijn voorwoord in het programmablad luidt: ‘Alles kan op het Leids Film Festival.’ De kans bestaat dat buitenstaanders deze hartenkreet, gegeven de in het programmablad genoemde extraatjes, opvatten als een vrijbrief voor vulgarisering van een filmfestival. Ingewijden hebben daar geen last van. Zij weten dat achter de veilige muren van de belangrijkste theatercomplexen – Trianon en Kijkhuis – de sfeer niet ludieker of studentikozer is dan bij welk ander filmfestival dan ook. Zonder dat het in de zalen naar bier ruikt, of dat brallende hockeytypes de vertoningen verstoren.

Overigens doet de festivalleiding er goed aan zelf de eindredactie van het programmablad1002VG Jagten stevig in handen te nemen. Veel van de bijdragen – niet in de laatste plaats die van de deskundige programma-adviseurs – worden gekenmerkt door journalistiek onbenul. De tekst van Africa in the Picture bestaat integraal uit suffe abstracties die in de wetenschap al niet thuishoren, laat staan in massacommunicatie: ‘(De vier recente films) laten verschillende facetten van de Afrikaanse maatschappij zien en vertonen samen een verrassend en veelzijdig beeld van modern Afrika.’ In het stukje over The Reel China legt een docente Chinese literatuur in een lange reeks denkfouten en non sequiturs uit waarom de geselecteerde films ‘hun weg zullen vinden naar het collectieve geheugen (van de Chinese bevolking)’. Iedereen die weleens het wetenschapskatern van De Volkskrant of NRC Handelsblad leest, ontmaskert het stuk onmiddellijk als subjectieve, pseudowetenschappelijke prietpraat.

Het belangrijkste van een filmfestival zijn de kwaliteit en interessantheid van het programma. Ik beperk me hier tot de onderdelen Panorama en Iron Herring. U heeft er tenslotte weinig aan als ik in extenso betoog waarom in het programma Turkije on Tour de film Toll Booth als enige zeer de moeite waard is. De tragikomedie verhaalt hoe een overspannen tolbeambte naar de meest desolate tolovergang van het land wordt overgeplaatst om daar op verhaal te komen. Juist op die godverlaten plek slaagt hij erin, onder het psychologische juk van zijn tirannieke vader uit te komen. Helaas komt de film niet in andere theaters, dus u heeft niets aan dit oordeel.

Zoals op zoveel filmfestivals ging de meeste belangstelling uit naar de voorpremières. Het programma was indrukwekkender dan ooit. Michael Haneke’s Amour won onlangs in Cannes de Gouden Palm voor beste regie. Begrijpelijk, want het verstilde drama over hoe een hoogbejaarde man zijn terminaal zieke vrouw verzorgt in haar laatste levensfase, is imposant staaltje vakmanschap. Erg veel gebeurt er overigens niet, waardoor de film minder impact heeft dan de vele hoogtepunten in het oeuvre van de grootmeester: Der siebente Kontinent, Funny Games, Code inconnu, Das weisse Band, enz. Van mij had de jury in Cannes de hoofdprijs mogen toekennen aan het geniale Jagten (Thomas Vinterberg). Een zachtmoedige kleuterschoolonderwijzer wordt ten onrechte beschuldigd van kindermisbruik. Allemachtig, wat een film! De regisseur moest het nu stellen met ‘slechts’ een Palmnominatie en dat is voor de beste film van dit jaar te weinig. Speciale vermelding verdient ook Argo, op dit moment de lieveling van de Amerikaanse pers en van festivaldirecteur Mouret. In 1979 vluchtten bij een bestorming van de Amerikaanse ambassade in Teheran door nationalistische demonstranten, zes werknemers de Canadese ambassade binnen. Eventjes zijn ze veilig, maar ze kunnen elk moment ontdekt worden. Een Amerikaanse veiligheidsambtenaar zet een creatieve reddingsactie op touw door zich voor te doen als filmmaker die met zijn crew (de ambassadeleden) aan een nieuwe film werkt. Ik was minder laaiend dan Mouret en de Amerikanen, maar de film is behalve spannend ook buitengewoon geestig, met fijne dialogen.

Deze titels voeren ook de Leidse publieksenquête aan. Althans bijna. De winnende titel, The Perks of Being a Wallflower (Stephen Chbosky), is typische studentenkost. Coming-of-age, young adult, The Catcher in the Rye, je weet wel. Geen slechte film, maar o zo politiek correct en moreel zuiver in de leer.

Alsof het zo moest zijn, heb ik nu een bruggetje naar de Iron Herring competition. Op het absurdistische Wrong na (Monty Python, maar veel minder scherp) draaien alle deelnemende films om jongeren-van-nu. In de ene film zijn het tieners, in de volgende werkende jongeren, in de derde yuppen. Net als de personages ademen de films een jeugdig elan. En net als de personages zijn ze nog wat onvolwassen. Je kunt je voorstellen dat de Nederlandse distributeurs het niet aandurven, die films hier uit te brengen. Gelukkig voor de Nederlandse kijkers ging de grootste waardering uit naar Safety Not Guaranteed van de Amerikaanse regisseur Colin Trevorow. Ook een speelse jongerenkomedie, maar de enige die – verwacht ik – moeiteloos kan wedijveren met zijn reeds geïmporteerde soortgenoten. Een mooie winnaar van een evenement dat hard op weg lijkt, in het zog van IFFR (Rotterdam), IDFA (Amsterdam) en NFF (Utrecht) het vierde filmfestival van Nederland te worden.
 
***************************************
De plaatjes zijn aangeleverd door Hans Knegtmans


© 2012 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Leids Filmfestival 2012 Hans Knegtmans
1002VG Lff
Tijdens LFF 2012 was het aangenaam, rustig herfstweer. Het filmaanbod was nog beter dan van de vorige editie, en de vele vrijwilligers traden zo vriendelijk en klantgericht op alsof het echt van binnen uit kwam. Zo moet het.
Dit jaar was de organisatie erin geslaagd, het gezaghebbende blad De Filmkrant voor haar karretje te spannen. Het programmablad werd onopvallend uitgebracht als extra katern van dit vaktijdschrift, wat het festival extra prestige zou moeten en kunnen verschaffen. Op zich een gouden greep. De geïnteresseerde lezer krijgt snel een duidelijk overzicht van het festivalprogramma. Wie echter verder kijkt dan zijn neus lang is, zal zich verbazen over de diversiteit van de festivalonderdelen.

Het hoofdprogramma, Panorama, lijkt op de hoofdmoot van menig ander festival, zoals Film by the Sea in Vlissingen. De nadruk ligt op de ‘betere’ publieksfilm, waaronder veel premières, die men, vaak al zeer binnenkort, ook in de reguliere programma’s van bioscopen of arthouses kan zien.
Natuurlijk heeft het LFF ook zijn eigen insteek, die in andere delen zichtbaar wordt. Het meest eigen is de zogenaamde Iron Herring Competition. De organisatie spoort een zevental films op die kort geleden in het buitenland in première zijn gegaan, maar om welke reden dan ook nog geen Nederlandse distributeur hebben gevonden. De winnende film – blijkens de publiekswaardering – krijgt een prijs van € 10.000,-. Deze gaat niet naar de filmmakers maar naar de Nederlandse distributeur die het lef heeft de film alsnog hier uit te brengen. Goed bedacht en een leuk initiatief.

Andere onderdelen zijn landelijk en/of thematisch afgebakend: Turkije on Tour, J-Horror uit Japan, Chinese kassuccessen in The Reel China, Africa in the Picture en Egypte in de film. Niet altijd het toppunt van originaliteit (eerder dit jaar werden in Amsterdam simultaan wel twee Turkse festivals gehouden), maar je kunt niet verlangen dat elk festival een nieuwe versie van het wiel uitvindt. Waar nodig werd dankbaar gebruik gemaakt van de expertise van allerhande – veelal (semi)wetenschappelijke – organisaties: het Confucius Instituut, het blad Natuur, Wetenschap en Techniek en het Afrika Instituut Leiden.

Zo is het wel mooi, zou je denken. Leiden is echter niet alleen een prominente studentenstad, maar organiseert ook sinds jaar en dag een van de grootste evenementen in Nederland, de 3 oktoberviering. (Op die datum joegen in 1574 de Geuzen de Spaanse bezetter weg, vandaar.) Die twee eigenschappen maken het haast onvermijdelijk dat LFF als extra attractie een aantal ludieke mini-evenementen organiseert. Zo was er een speciale vertoning van de film E.T., vanwege het 30-jarige jubileum daarvan. De kijkers werden gesommeerd hun ‘mooiste, gekste of engste halloweenoutfit’ aan te trekken. En tijdens de Brutal Brunch kon men zich volvreten, terwijl op het scherm zich de bloederige Indonesische film The Raid ontrolde. Het programmablad besluit zijn uitleg met een schot voor open doel: ‘Al is het overigens niet waarschijnlijk dat je na het zien van The Raid je verrukkelijke brunch kunt binnenhouden. Eet smakelijk!’

Kan het nog studentikozer? O ja, geen probleem. Op papier was het met afstand spectaculairste onderdeel de happening: Four Weddings and a Funeral in de monumentale Pieterskerk. De formule: de bezoekers ondergingen een gratis make-over (haar, nagels, make-up), zodat ze zich op een echte bruiloft waanden. Een van de aanwezige verloofde stellen kreeg een ‘geheel verzorgd’ huwelijk aangeboden, in het bijzijn van alle andere Pieterskerkbezoekers. Na afloop werd uiteraard de populaire film met Hugh Grant vertoond.

Je kunt je afvragen of het handig is, het programma te overladen met ontelbare attracties die vooral ludiek zijn. Festivaldirecteur Alexander Mouret staat hier in ieder geval vierkant achter. De eerste zin van zijn voorwoord in het programmablad luidt: ‘Alles kan op het Leids Film Festival.’ De kans bestaat dat buitenstaanders deze hartenkreet, gegeven de in het programmablad genoemde extraatjes, opvatten als een vrijbrief voor vulgarisering van een filmfestival. Ingewijden hebben daar geen last van. Zij weten dat achter de veilige muren van de belangrijkste theatercomplexen – Trianon en Kijkhuis – de sfeer niet ludieker of studentikozer is dan bij welk ander filmfestival dan ook. Zonder dat het in de zalen naar bier ruikt, of dat brallende hockeytypes de vertoningen verstoren.

Overigens doet de festivalleiding er goed aan zelf de eindredactie van het programmablad1002VG Jagten stevig in handen te nemen. Veel van de bijdragen – niet in de laatste plaats die van de deskundige programma-adviseurs – worden gekenmerkt door journalistiek onbenul. De tekst van Africa in the Picture bestaat integraal uit suffe abstracties die in de wetenschap al niet thuishoren, laat staan in massacommunicatie: ‘(De vier recente films) laten verschillende facetten van de Afrikaanse maatschappij zien en vertonen samen een verrassend en veelzijdig beeld van modern Afrika.’ In het stukje over The Reel China legt een docente Chinese literatuur in een lange reeks denkfouten en non sequiturs uit waarom de geselecteerde films ‘hun weg zullen vinden naar het collectieve geheugen (van de Chinese bevolking)’. Iedereen die weleens het wetenschapskatern van De Volkskrant of NRC Handelsblad leest, ontmaskert het stuk onmiddellijk als subjectieve, pseudowetenschappelijke prietpraat.

Het belangrijkste van een filmfestival zijn de kwaliteit en interessantheid van het programma. Ik beperk me hier tot de onderdelen Panorama en Iron Herring. U heeft er tenslotte weinig aan als ik in extenso betoog waarom in het programma Turkije on Tour de film Toll Booth als enige zeer de moeite waard is. De tragikomedie verhaalt hoe een overspannen tolbeambte naar de meest desolate tolovergang van het land wordt overgeplaatst om daar op verhaal te komen. Juist op die godverlaten plek slaagt hij erin, onder het psychologische juk van zijn tirannieke vader uit te komen. Helaas komt de film niet in andere theaters, dus u heeft niets aan dit oordeel.

Zoals op zoveel filmfestivals ging de meeste belangstelling uit naar de voorpremières. Het programma was indrukwekkender dan ooit. Michael Haneke’s Amour won onlangs in Cannes de Gouden Palm voor beste regie. Begrijpelijk, want het verstilde drama over hoe een hoogbejaarde man zijn terminaal zieke vrouw verzorgt in haar laatste levensfase, is imposant staaltje vakmanschap. Erg veel gebeurt er overigens niet, waardoor de film minder impact heeft dan de vele hoogtepunten in het oeuvre van de grootmeester: Der siebente Kontinent, Funny Games, Code inconnu, Das weisse Band, enz. Van mij had de jury in Cannes de hoofdprijs mogen toekennen aan het geniale Jagten (Thomas Vinterberg). Een zachtmoedige kleuterschoolonderwijzer wordt ten onrechte beschuldigd van kindermisbruik. Allemachtig, wat een film! De regisseur moest het nu stellen met ‘slechts’ een Palmnominatie en dat is voor de beste film van dit jaar te weinig. Speciale vermelding verdient ook Argo, op dit moment de lieveling van de Amerikaanse pers en van festivaldirecteur Mouret. In 1979 vluchtten bij een bestorming van de Amerikaanse ambassade in Teheran door nationalistische demonstranten, zes werknemers de Canadese ambassade binnen. Eventjes zijn ze veilig, maar ze kunnen elk moment ontdekt worden. Een Amerikaanse veiligheidsambtenaar zet een creatieve reddingsactie op touw door zich voor te doen als filmmaker die met zijn crew (de ambassadeleden) aan een nieuwe film werkt. Ik was minder laaiend dan Mouret en de Amerikanen, maar de film is behalve spannend ook buitengewoon geestig, met fijne dialogen.

Deze titels voeren ook de Leidse publieksenquête aan. Althans bijna. De winnende titel, The Perks of Being a Wallflower (Stephen Chbosky), is typische studentenkost. Coming-of-age, young adult, The Catcher in the Rye, je weet wel. Geen slechte film, maar o zo politiek correct en moreel zuiver in de leer.

Alsof het zo moest zijn, heb ik nu een bruggetje naar de Iron Herring competition. Op het absurdistische Wrong na (Monty Python, maar veel minder scherp) draaien alle deelnemende films om jongeren-van-nu. In de ene film zijn het tieners, in de volgende werkende jongeren, in de derde yuppen. Net als de personages ademen de films een jeugdig elan. En net als de personages zijn ze nog wat onvolwassen. Je kunt je voorstellen dat de Nederlandse distributeurs het niet aandurven, die films hier uit te brengen. Gelukkig voor de Nederlandse kijkers ging de grootste waardering uit naar Safety Not Guaranteed van de Amerikaanse regisseur Colin Trevorow. Ook een speelse jongerenkomedie, maar de enige die – verwacht ik – moeiteloos kan wedijveren met zijn reeds geïmporteerde soortgenoten. Een mooie winnaar van een evenement dat hard op weg lijkt, in het zog van IFFR (Rotterdam), IDFA (Amsterdam) en NFF (Utrecht) het vierde filmfestival van Nederland te worden.
 
***************************************
De plaatjes zijn aangeleverd door Hans Knegtmans
© 2012 Hans Knegtmans
powered by CJ2