archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Alleen maar nette mensen Hans Knegtmans

1001VG Nette mensen1
Jaren terug zei, op een colloquium dat ik bijwoonde, een gewaardeerde professor ‘dat driekwart van de bevolking überhaupt niet wist wat er aan de hand was’. Hij bedoelde dat niet beledigend. Zijn punt was dat een meerderheid in de samenleving haar wereldbeeld destilleert uit een kletspraatje met de buurvrouw, een bezoek aan de Aldi en de programma’s van SBS6. Ik moest daaraan denken toen ik op teletekst zag dat boze luisteraars van de Omroep Mart – waar ik nog nooit van had gehoord, ik bedoel maar – hadden gedreigd de successchrijver Robert Vuijsje, die die avond zou worden geïnterviewd, ‘een kopje kleiner te (zullen) maken’. De bellers wonden zich op over het ‘verkeerde beeld van Surinamers’ dat in de film Alleen maar nette mensen werd gegeven.
In de bezoekersranglijst van bioscoopfilms in Nederland was de film binnengekomen op de eerste plaats. En dat terwijl hij 'slechts' in 75 kopieën was uitgegaan. Aanzienlijk minder dan bijvoorbeeld Ted, Mees Kees en De verbouwing. Rondstruinend op het internet krijg ik de indruk dat de belangstelling het grootst is in de bioscoop Pathé Arena, in de Amsterdamse Bijlmer. Dezelfde Bijlmer die een hoofdrol vervult in de film. Dat lijkt erop te duiden dat totnogtoe het Surinaamse deel van de Amsterdamse bevolking, uitgezonderd de boze bellers, plezier beleeft aan de verfilming.

Voor de enkeling die het verhaal nog niet kent: Boek en film beschrijven de lotgevallen van de eenentwintigjarige David Samuels (Géza Weisz). Twee jaar na zijn eindexamen gymnasium (aan het chique Barleus) verlummelt hij zijn leven, terwijl zijn schoolvriendjes en zijn vriendin Naomi een academische studie volgen. Hij gaat gebukt onder zijn donkere uiterlijk waardoor Jan en alleman hem voor Marokkaan verslijt, in plaats van voor de Joodse Nederlander die hij in werkelijkheid is. De laatste tijd raakt hij niet meer opgewonden van Naomi. In toenemende mate voelt hij zich aangetrokken tot Surinaamse meisjes en vrouwen, vooral als die een lekker geprononceerde kont hebben. Hij begint zelfs een relatie met de voluptueuze Bijlmerbewoonster Rowanda (Imanuelle Grives). Zijn ouders, woonachtig in het chique Amsterdamse Oud-Zuid, bezien deze ontwikkelingen met zorg en afkeuring, evenals zijn schoolvrienden.

Omdat ik niet de film wilde zien zonder het boek te kennen, heb ik me op de valreep een rotje gelezen, zodat ik het uit had een paar uur voor mijn filmvoorstelling begon. Goed boek. Wel vroeg ik me af wat er van over zou blijven in de film. Vuijsje schrijft filmisch genoeg, dat was het probleem niet. Maar de kracht ligt in de eerste plaats in de toonzetting van het verhaal. De auteur heeft een prettige, understated manier van observeren, van zowel de hilarisch-absurdistische als de dramatische gebeurtenissen. Dat getuigt van volwassen schrijverschap, in een land waar veel romanciers nog nooit hebben nagedacht over het schrijfprincipe show, don’t tell, laat staan dat ze dit in de praktijk brengen.

In een film verdwijnen die observaties, tenzij de maker niet terugdeinst voor een bijna continue voice-over, die bij de kijker op zijn minst irritatie en in het ergste geval razernij zou opwekken. De voice-over is er wel, maar goddank zeer bescheiden. De stem (van acteur Géza Weisz) klinkt op die momenten als die van een 2VWO-leerling1001VG Nette mensen2 die op gezag van de leraar bibberig zijn opstel voorleest. Na een tijdje valt het gelukkig niet meer op.

Dat het publiek blijkens de lachsalvo’s  toch met volle teugen geniet, komt in de eerste plaats door het komische effect van het gesproken Surinaams op blanke Nederlanders. Ik had dit kunnen weten door de hilariteit die komiek Jörgen Raymann altijd weer de zaal ontlokt, ongeacht of hij nu Tante Es speelt of gewoon zichzelf. Nou, als Tante Es al zo leuk is, kun je nagaan wat een kolossale negerin met cupmaat 90 E losmaakt met haar koddige brabbeltaaltje.

En als de door Vuijsje geschetste situaties al niet grappig genoeg zijn, heeft Crijns wel de filmervaring om ze met eenvoudige middelen op te leuken. Voorbeelden ten over. Tijdens een verjaarsfeestje toont Davids moeder de tientallen zelfgebakken lekkernijen aan de verzamelde gasten. Ze legt niet alleen uit wat het is maar ook hoeveel men ervan mag nemen. ‘Dit zijn de flensjes met eendenlever en crème fraîche. Daarvan mag iedereen er twee pakken.’ ‘Ze legde nog twintig gerechten uit,’ besluit Vuijsje bondig. U raadt al hoe het er in de film aan toegaat. Moeder legt ze alle twintig (of laten het er tien zijn) uit. Lachen!
Het kan de regisseur/scenarist niet gek genoeg zijn. De eerste keer dat David bij Naomi geen stijve krijgt, simuleert hij een orgasme. In het boek neemt dit een paar zinnen in beslag, in de film wordt het een knallende ruzie. Wanneer David en Rowanda voor de eerste keer seks hebben, krijgen we minutenlang lawaaierige close-ups van het bed dat door de vloer dreigt te zakken. Als David, verderop in het verhaal, het op een lopen zet na een forse aanvaring met Rowanda, transformeert Crijns zijn aftocht tot regelrechte slapstick. Vuijsje noteert de scènes met onderkoelde ironie, Crijns maakt er lach-of-ik-schiet humor van die beter past bij de samenleving van nu.

Soms lukt het de regisseur niet een dieptrieste gebeurtenis toch nog het door hem gewenste koddigheidgehalte te geven. Wanneer Davids relatie met Naomi eindelijk vastloopt, blijft er niets over van de parmantige, cynische jongeman. Na een week drank en weltschmerzmuziek probeert hij nog eenmaal haar te spreken, maar haar moeder weigert hem binnen te laten. ‘Zware kost,’ moet Crijns gedacht hebben. ‘Helemaal niet leuk voor de zaterdagavond!’ Geen nood: hij maakt op een andere manier Davids hopeloze positie minstens zo duidelijk. In de film dringt David wél door in Naomi’s slaapkamertje. Maar wat steekt daar onder haar dekbed uit? Krijg nou wat. Twee bontgekleurde sokken! Van wie eigenlijk? Ja, zo kan het ook.

De bioscoopbezoeker die er als vanzelfsprekend vanuit gaat dat al die puberale grappenmakerij een filmische vertaling is van Vuijsje’s roman, onderschat de vrijheid die een filmregisseur zich kan veroorloven. Alleen de lezers van het boek weten dat de laatste twintig minuten film vrijwel niets met het boek te maken hebben, en volledig voor rekening van Lodewijk Crijns komen.

De haatbellers die Vuijsje een kopje kleiner willen maken, maken dat onderscheid niet. Ze hebben het boek niet gelezen, en waarschijnlijk evenmin de film gezien. Hooguit de trailer, en als die al discrimineert, betreft dat de blanke ouders van David. Haat is soms moeilijk te begrijpen.


© 2012 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Alleen maar nette mensen Hans Knegtmans
1001VG Nette mensen1
Jaren terug zei, op een colloquium dat ik bijwoonde, een gewaardeerde professor ‘dat driekwart van de bevolking überhaupt niet wist wat er aan de hand was’. Hij bedoelde dat niet beledigend. Zijn punt was dat een meerderheid in de samenleving haar wereldbeeld destilleert uit een kletspraatje met de buurvrouw, een bezoek aan de Aldi en de programma’s van SBS6. Ik moest daaraan denken toen ik op teletekst zag dat boze luisteraars van de Omroep Mart – waar ik nog nooit van had gehoord, ik bedoel maar – hadden gedreigd de successchrijver Robert Vuijsje, die die avond zou worden geïnterviewd, ‘een kopje kleiner te (zullen) maken’. De bellers wonden zich op over het ‘verkeerde beeld van Surinamers’ dat in de film Alleen maar nette mensen werd gegeven.
In de bezoekersranglijst van bioscoopfilms in Nederland was de film binnengekomen op de eerste plaats. En dat terwijl hij 'slechts' in 75 kopieën was uitgegaan. Aanzienlijk minder dan bijvoorbeeld Ted, Mees Kees en De verbouwing. Rondstruinend op het internet krijg ik de indruk dat de belangstelling het grootst is in de bioscoop Pathé Arena, in de Amsterdamse Bijlmer. Dezelfde Bijlmer die een hoofdrol vervult in de film. Dat lijkt erop te duiden dat totnogtoe het Surinaamse deel van de Amsterdamse bevolking, uitgezonderd de boze bellers, plezier beleeft aan de verfilming.

Voor de enkeling die het verhaal nog niet kent: Boek en film beschrijven de lotgevallen van de eenentwintigjarige David Samuels (Géza Weisz). Twee jaar na zijn eindexamen gymnasium (aan het chique Barleus) verlummelt hij zijn leven, terwijl zijn schoolvriendjes en zijn vriendin Naomi een academische studie volgen. Hij gaat gebukt onder zijn donkere uiterlijk waardoor Jan en alleman hem voor Marokkaan verslijt, in plaats van voor de Joodse Nederlander die hij in werkelijkheid is. De laatste tijd raakt hij niet meer opgewonden van Naomi. In toenemende mate voelt hij zich aangetrokken tot Surinaamse meisjes en vrouwen, vooral als die een lekker geprononceerde kont hebben. Hij begint zelfs een relatie met de voluptueuze Bijlmerbewoonster Rowanda (Imanuelle Grives). Zijn ouders, woonachtig in het chique Amsterdamse Oud-Zuid, bezien deze ontwikkelingen met zorg en afkeuring, evenals zijn schoolvrienden.

Omdat ik niet de film wilde zien zonder het boek te kennen, heb ik me op de valreep een rotje gelezen, zodat ik het uit had een paar uur voor mijn filmvoorstelling begon. Goed boek. Wel vroeg ik me af wat er van over zou blijven in de film. Vuijsje schrijft filmisch genoeg, dat was het probleem niet. Maar de kracht ligt in de eerste plaats in de toonzetting van het verhaal. De auteur heeft een prettige, understated manier van observeren, van zowel de hilarisch-absurdistische als de dramatische gebeurtenissen. Dat getuigt van volwassen schrijverschap, in een land waar veel romanciers nog nooit hebben nagedacht over het schrijfprincipe show, don’t tell, laat staan dat ze dit in de praktijk brengen.

In een film verdwijnen die observaties, tenzij de maker niet terugdeinst voor een bijna continue voice-over, die bij de kijker op zijn minst irritatie en in het ergste geval razernij zou opwekken. De voice-over is er wel, maar goddank zeer bescheiden. De stem (van acteur Géza Weisz) klinkt op die momenten als die van een 2VWO-leerling1001VG Nette mensen2 die op gezag van de leraar bibberig zijn opstel voorleest. Na een tijdje valt het gelukkig niet meer op.

Dat het publiek blijkens de lachsalvo’s  toch met volle teugen geniet, komt in de eerste plaats door het komische effect van het gesproken Surinaams op blanke Nederlanders. Ik had dit kunnen weten door de hilariteit die komiek Jörgen Raymann altijd weer de zaal ontlokt, ongeacht of hij nu Tante Es speelt of gewoon zichzelf. Nou, als Tante Es al zo leuk is, kun je nagaan wat een kolossale negerin met cupmaat 90 E losmaakt met haar koddige brabbeltaaltje.

En als de door Vuijsje geschetste situaties al niet grappig genoeg zijn, heeft Crijns wel de filmervaring om ze met eenvoudige middelen op te leuken. Voorbeelden ten over. Tijdens een verjaarsfeestje toont Davids moeder de tientallen zelfgebakken lekkernijen aan de verzamelde gasten. Ze legt niet alleen uit wat het is maar ook hoeveel men ervan mag nemen. ‘Dit zijn de flensjes met eendenlever en crème fraîche. Daarvan mag iedereen er twee pakken.’ ‘Ze legde nog twintig gerechten uit,’ besluit Vuijsje bondig. U raadt al hoe het er in de film aan toegaat. Moeder legt ze alle twintig (of laten het er tien zijn) uit. Lachen!
Het kan de regisseur/scenarist niet gek genoeg zijn. De eerste keer dat David bij Naomi geen stijve krijgt, simuleert hij een orgasme. In het boek neemt dit een paar zinnen in beslag, in de film wordt het een knallende ruzie. Wanneer David en Rowanda voor de eerste keer seks hebben, krijgen we minutenlang lawaaierige close-ups van het bed dat door de vloer dreigt te zakken. Als David, verderop in het verhaal, het op een lopen zet na een forse aanvaring met Rowanda, transformeert Crijns zijn aftocht tot regelrechte slapstick. Vuijsje noteert de scènes met onderkoelde ironie, Crijns maakt er lach-of-ik-schiet humor van die beter past bij de samenleving van nu.

Soms lukt het de regisseur niet een dieptrieste gebeurtenis toch nog het door hem gewenste koddigheidgehalte te geven. Wanneer Davids relatie met Naomi eindelijk vastloopt, blijft er niets over van de parmantige, cynische jongeman. Na een week drank en weltschmerzmuziek probeert hij nog eenmaal haar te spreken, maar haar moeder weigert hem binnen te laten. ‘Zware kost,’ moet Crijns gedacht hebben. ‘Helemaal niet leuk voor de zaterdagavond!’ Geen nood: hij maakt op een andere manier Davids hopeloze positie minstens zo duidelijk. In de film dringt David wél door in Naomi’s slaapkamertje. Maar wat steekt daar onder haar dekbed uit? Krijg nou wat. Twee bontgekleurde sokken! Van wie eigenlijk? Ja, zo kan het ook.

De bioscoopbezoeker die er als vanzelfsprekend vanuit gaat dat al die puberale grappenmakerij een filmische vertaling is van Vuijsje’s roman, onderschat de vrijheid die een filmregisseur zich kan veroorloven. Alleen de lezers van het boek weten dat de laatste twintig minuten film vrijwel niets met het boek te maken hebben, en volledig voor rekening van Lodewijk Crijns komen.

De haatbellers die Vuijsje een kopje kleiner willen maken, maken dat onderscheid niet. Ze hebben het boek niet gelezen, en waarschijnlijk evenmin de film gezien. Hooguit de trailer, en als die al discrimineert, betreft dat de blanke ouders van David. Haat is soms moeilijk te begrijpen.
© 2012 Hans Knegtmans
powered by CJ2