archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Moonrise Kingdom Hans Knegtmans

0915VG Moonrise kingdom1
In 2005 besprak ik hier de film The Life Aquatic with Steve Zissou (Leunstoel nr. 2, 10) van regisseur Wes Anderson. Omdat diens nieuwe productie Moonrise Kingdom na vertoning in Cannes nu in ons bioscoopcircuit draait, leek het me zinvol het stukje van toen weer eens te lezen. Zoveel van het verhaal kon ik me niet herinneren.

Dat bleek een goed idee. Zo was ik vergeten dat hoofdpersoon Steve Zissou (Bill Murray) een film wilde maken over een haai. Meer specifiek een sequel van zijn eerdere film Adventure no. 12: The Jaguar Shark, part 1. Opmerkelijker nog vond ik mijn uitspraak dat het eerste deel ‘een vrijblijvend karakter’ heeft, met ‘veel hoofd, en te weinig hart’. Volgens mij verzette de regisseur nog net op tijd de bakens: tegen het einde is ‘Steve’s crew eindelijk de grote familie geworden waar het in het begin alleen maar de schijn van had’.

Gelukkig vertoont het schitterende Moonrise Kingdom geen spoor van vrijblijvendheid. Dat is ook de belangrijkste reden dat sommige recensenten de film tot Andersons magnum opus hebben gebombardeerd, al heeft die uiteraard nog niet de cultstatus bereikt die zijn debuutspeelfilm Rushmore (1999) al jaren geniet. De thematiek zou zich ook slecht lenen voor afstandelijkheid of ironie. De helden in het verhaal zijn namelijk twee twaalfjarige kinderen.

Een jaar geleden ontmoetten Suzy en Sam elkaar tijdens de opvoering van Benjamin Brittens opera De Zondvloed van Noach. Hun verliefdheid op het eerste gezicht beperkte zich aanvankelijk tot brieven schrijven – de film speelt in 1965, dus email en sms’en waren0915VG Moonrise kingdom2 nog onbekend – maar onlangs hebben ze bedacht dat ze er op klassieke wijze vandoor willen gaan, ver van anderen die hun het leven zuur maken. De kijker kan ze geen ongelijk geven: Suzy’s ouders (Bill Murray en Frances McDormand) hebben hun levensvreugde ver achter zich gelaten. De nerdy Sam is wees, maar zijn substituut-familie, de padvinders van Camp Ivanhoe, treitert hem naar hartenlust vanwege zijn vermeend betweterige karakter.

Wanneer hun verdwijning ontdekt wordt, vormt zich een omvangrijk opsporingsteam, bestaande uit de padvinders, hopman Ward (een stug rokende Edward Norton – dat deed men in die tijd), de wat sullig ogende politiechef Sharp (Bruce Willis op zijn snoezigst) en de ouders van Suzy. Het is duidelijk dat de vlucht tot mislukken is gedoemd, ook al omdat de film zich afspeelt op een eiland voor de kust van New England, niet zo heel veel groter dan een Waddeneiland. De vraag is eerder hoe de regisseur/scenarist het verhaal naar het broodnodige happy end weet te loodsen.

Zoals wel vaker – en niet alleen in scenario’s van Wes Anderson – is die afwikkeling niet het meest evenwichtige deel van de film. Maar ik had ik om vele redenen al besloten de film nog een keer te gaan zien. Vanwege het naturel acteren van de tieners Jared Gilman en Kara Hayward. Het camerawerk van Andersons vaste cameraman Robert Yeoman. Harvey Keitel in korte broek als padvinderopperhoofd – ja, ik moest ook even met mijn ogen knipperen. En vooral om de hypnotiserende soundtrack van de Fransman Alexandre Desplat (meteen besteld bij de platenboer). Moonrise Kingdom is een serieuze kandidaat voor beste speelfilm van het jaar.


© 2012 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Moonrise Kingdom Hans Knegtmans
0915VG Moonrise kingdom1
In 2005 besprak ik hier de film The Life Aquatic with Steve Zissou (Leunstoel nr. 2, 10) van regisseur Wes Anderson. Omdat diens nieuwe productie Moonrise Kingdom na vertoning in Cannes nu in ons bioscoopcircuit draait, leek het me zinvol het stukje van toen weer eens te lezen. Zoveel van het verhaal kon ik me niet herinneren.

Dat bleek een goed idee. Zo was ik vergeten dat hoofdpersoon Steve Zissou (Bill Murray) een film wilde maken over een haai. Meer specifiek een sequel van zijn eerdere film Adventure no. 12: The Jaguar Shark, part 1. Opmerkelijker nog vond ik mijn uitspraak dat het eerste deel ‘een vrijblijvend karakter’ heeft, met ‘veel hoofd, en te weinig hart’. Volgens mij verzette de regisseur nog net op tijd de bakens: tegen het einde is ‘Steve’s crew eindelijk de grote familie geworden waar het in het begin alleen maar de schijn van had’.

Gelukkig vertoont het schitterende Moonrise Kingdom geen spoor van vrijblijvendheid. Dat is ook de belangrijkste reden dat sommige recensenten de film tot Andersons magnum opus hebben gebombardeerd, al heeft die uiteraard nog niet de cultstatus bereikt die zijn debuutspeelfilm Rushmore (1999) al jaren geniet. De thematiek zou zich ook slecht lenen voor afstandelijkheid of ironie. De helden in het verhaal zijn namelijk twee twaalfjarige kinderen.

Een jaar geleden ontmoetten Suzy en Sam elkaar tijdens de opvoering van Benjamin Brittens opera De Zondvloed van Noach. Hun verliefdheid op het eerste gezicht beperkte zich aanvankelijk tot brieven schrijven – de film speelt in 1965, dus email en sms’en waren0915VG Moonrise kingdom2 nog onbekend – maar onlangs hebben ze bedacht dat ze er op klassieke wijze vandoor willen gaan, ver van anderen die hun het leven zuur maken. De kijker kan ze geen ongelijk geven: Suzy’s ouders (Bill Murray en Frances McDormand) hebben hun levensvreugde ver achter zich gelaten. De nerdy Sam is wees, maar zijn substituut-familie, de padvinders van Camp Ivanhoe, treitert hem naar hartenlust vanwege zijn vermeend betweterige karakter.

Wanneer hun verdwijning ontdekt wordt, vormt zich een omvangrijk opsporingsteam, bestaande uit de padvinders, hopman Ward (een stug rokende Edward Norton – dat deed men in die tijd), de wat sullig ogende politiechef Sharp (Bruce Willis op zijn snoezigst) en de ouders van Suzy. Het is duidelijk dat de vlucht tot mislukken is gedoemd, ook al omdat de film zich afspeelt op een eiland voor de kust van New England, niet zo heel veel groter dan een Waddeneiland. De vraag is eerder hoe de regisseur/scenarist het verhaal naar het broodnodige happy end weet te loodsen.

Zoals wel vaker – en niet alleen in scenario’s van Wes Anderson – is die afwikkeling niet het meest evenwichtige deel van de film. Maar ik had ik om vele redenen al besloten de film nog een keer te gaan zien. Vanwege het naturel acteren van de tieners Jared Gilman en Kara Hayward. Het camerawerk van Andersons vaste cameraman Robert Yeoman. Harvey Keitel in korte broek als padvinderopperhoofd – ja, ik moest ook even met mijn ogen knipperen. En vooral om de hypnotiserende soundtrack van de Fransman Alexandre Desplat (meteen besteld bij de platenboer). Moonrise Kingdom is een serieuze kandidaat voor beste speelfilm van het jaar.
© 2012 Hans Knegtmans
powered by CJ2