archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Kevin was here Hans Knegtmans

0904VG Kevin Poster
We need to talk about Kevin begint met onbegrijpelijke beelden. Een mensenmassa die zich ogenschijnlijk in een plas bloederige smurrie wentelt. We herkennen de actrice Tilda Swinton. Een nachtmerrie? Een symbolische beschrijving van de geesteswereld van hoofdpersoon Eva na bijna zestien jaar Kevin? Nee. Het is Eva toen ze nog kinderloos en reislustig was en onbekommerd plezier kon beleven aan zoiets simpels als La Tomatina, een carnavalsvariant in een Spaans dorpje.

Die tijd komt niet meer terug, al voert in de film ook in het heden de kleur rood aanvankelijk de boventoon. Maar nu is het de kleur van rode verf waarmee wraakzuchtige medebewoners van het stadje waar Eva tegenwoordig woont haar troosteloze woning hebben beklad. Keurige mensen, in het dagelijks leven. Alleen nemen ze Eva kwalijk dat ze Kevin heeft gebaard, de schrik van de stad. Ze schelden haar uit in de supermarkt. Een enkeling geeft haar zelfs een klap. Dat zal haar leren.

Het was bijna tien jaar opmerkelijk stil rond de Schotse regisseuse Lynne Ramsay, die alom bewondering had geoogst met Ratcatcher (1999) en Morvern Callar (2002). Tijd voor een glorieuze comeback. In Cannes liep haar film de Gouden Palm mis, maar in Londen legde ze wel beslag op de hoofdprijs. En Tilda Swinton kreeg de eer die haar toekwam, in de vorm van de European Film Award, voor beste vrouwelijke hoofdrol. Gerechtigheid. We need to talk about Kevin is een van de beste films van 2011 en wat mij betreft de meest beklemmende, al is het in die categorie een gedrang van jewelste.

De film schiet in de tijd heen en terug in de tijd als een bal in een flipperkast. Als de kijker het verhaal eenmaal op orde heeft begrijpt hij dat de regisseuse wel vier verschillende episoden in het leven van Kevin schetst. Eigenlijk vijf, als we de Kevinloze periode van La Tomatina meerekenen. Toen Eva nog verliefd was op de niet erg sprankelende maar oerdegelijke Franklin (John C. Reilly).

In het heden zit de zestienjarige Kevin in de gevangenis voor een – mogen we aannemen – serieus misdrijf , en zijn bestaan wordt slechts opgefleurd door de bezoeken van Eva. Nu ja, bij wijze van spreken. Moeder weet niet hoe ze, letterlijk, haar zoon aan de praat kan krijgen en Kevin knipt zwijgend zijn nagels. Is hun familierelatie ooit spontaner en warmer geweest dan nu?

Niet echt. In een kippenvelscène zien we hoe moeder haar baby in een kinderwagen door de buurt rijdt. Lekker in de buitenlucht. Zal de kleine goed doen. Nu weten we dat baby’s vaker en luider huilen dan we zouden wensen. Maar het gekrijs van Kevin is een aanslag0904VG Kevin op oor en zenuwen. Om het geluid nog een beetje te dempen houdt Eve halt bij een groepje wegwerkers, van wie één pneumatische boor bedient. Even rust, zie je haar denken. Helaas. De machine voert een ongelijke strijd tegen Kevins stembanden. Pas als thuis Franklin de schreeuwlelijk in zijn armen neemt, zwijgt die plotseling als het graf.

Dit gedrag blijft zich herhalen, ook bij Kevin als peuter, als basisscholier en als puber. De jongen lijkt zijn enige genoegen te putten uit het treiteren van zijn moeder. Hij schijt met zichtbaar genoegen in zijn luier, net nadat Eva die verschoond heeft. Hij verruïneert het kunstzinnige behang dat zij zorgvuldig heeft aangebracht met een verfpistool. En hij laat er, zo klein als hij is, woordloos geen twijfel over bestaan dat het hem om haar te doen is. Tegenover vader Franklin is hij de slijmerigheid zelve, wetend dat die te naïef is om dat te beseffen.

De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Lionel Shriver uit 2003. Ik begrijp dat in het boek Eve de lotgevallen met Kevin bespreekt in brieven aan haar echtgenoot. Goddank heeft Lynne Ramsay dit probleem niet opgelost door Eve ter vervanging lange voice-overs in de mond te leggen. Door de camera nadrukkelijk op haar te richten – meer dan op Kevin – begrijpen we dat zij de werkelijke hoofdpersoon van het verhaal is.

De vraag die de film opwerpt is niet wat of wie Kevin heeft gemaakt tot de sociopaat die als vijftienjarige een gruwelijke misdaad begaat. (Eigenlijk twee. Zijn andere vergrijp is psychologisch minstens zo ijzingwekkend, maar wordt minder spectaculair in beeld gebracht.) Het gaat om Eve’s angst dat zij in zekere zin verantwoordelijk is voor het bestaan van een monster. En dat haar ‘ziekelijke’ gebrek aan moederliefde Kevins onzalige ontwikkeling in de hand heeft gewerkt. Die destructieve gevoelens verklaren ook haar ogenschijnlijk zinloze gevangenisbezoek.

We need to talk about Kevin is een must voor elke rechtgeaarde filmliefhebber. Behalve aan de fantastische Swinton (een Oscar voor die vrouw!) kan de kijker zijn hart ophalen aan het spel van Ezra Miller. Het is dat deze gevaarlijke gek geen lustgevoelens koestert jegens zijn moeder, anders had ik het eind van de film zeker niet afgewacht. Het camerawerk van Seamus McGarvey is groots, evenals de keuzes die editor Joe Bini gemaakt heeft. Wat een film! Maar ja, feel-good is anders.
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.


© 2011 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Kevin was here Hans Knegtmans
0904VG Kevin Poster
We need to talk about Kevin begint met onbegrijpelijke beelden. Een mensenmassa die zich ogenschijnlijk in een plas bloederige smurrie wentelt. We herkennen de actrice Tilda Swinton. Een nachtmerrie? Een symbolische beschrijving van de geesteswereld van hoofdpersoon Eva na bijna zestien jaar Kevin? Nee. Het is Eva toen ze nog kinderloos en reislustig was en onbekommerd plezier kon beleven aan zoiets simpels als La Tomatina, een carnavalsvariant in een Spaans dorpje.

Die tijd komt niet meer terug, al voert in de film ook in het heden de kleur rood aanvankelijk de boventoon. Maar nu is het de kleur van rode verf waarmee wraakzuchtige medebewoners van het stadje waar Eva tegenwoordig woont haar troosteloze woning hebben beklad. Keurige mensen, in het dagelijks leven. Alleen nemen ze Eva kwalijk dat ze Kevin heeft gebaard, de schrik van de stad. Ze schelden haar uit in de supermarkt. Een enkeling geeft haar zelfs een klap. Dat zal haar leren.

Het was bijna tien jaar opmerkelijk stil rond de Schotse regisseuse Lynne Ramsay, die alom bewondering had geoogst met Ratcatcher (1999) en Morvern Callar (2002). Tijd voor een glorieuze comeback. In Cannes liep haar film de Gouden Palm mis, maar in Londen legde ze wel beslag op de hoofdprijs. En Tilda Swinton kreeg de eer die haar toekwam, in de vorm van de European Film Award, voor beste vrouwelijke hoofdrol. Gerechtigheid. We need to talk about Kevin is een van de beste films van 2011 en wat mij betreft de meest beklemmende, al is het in die categorie een gedrang van jewelste.

De film schiet in de tijd heen en terug in de tijd als een bal in een flipperkast. Als de kijker het verhaal eenmaal op orde heeft begrijpt hij dat de regisseuse wel vier verschillende episoden in het leven van Kevin schetst. Eigenlijk vijf, als we de Kevinloze periode van La Tomatina meerekenen. Toen Eva nog verliefd was op de niet erg sprankelende maar oerdegelijke Franklin (John C. Reilly).

In het heden zit de zestienjarige Kevin in de gevangenis voor een – mogen we aannemen – serieus misdrijf , en zijn bestaan wordt slechts opgefleurd door de bezoeken van Eva. Nu ja, bij wijze van spreken. Moeder weet niet hoe ze, letterlijk, haar zoon aan de praat kan krijgen en Kevin knipt zwijgend zijn nagels. Is hun familierelatie ooit spontaner en warmer geweest dan nu?

Niet echt. In een kippenvelscène zien we hoe moeder haar baby in een kinderwagen door de buurt rijdt. Lekker in de buitenlucht. Zal de kleine goed doen. Nu weten we dat baby’s vaker en luider huilen dan we zouden wensen. Maar het gekrijs van Kevin is een aanslag0904VG Kevin op oor en zenuwen. Om het geluid nog een beetje te dempen houdt Eve halt bij een groepje wegwerkers, van wie één pneumatische boor bedient. Even rust, zie je haar denken. Helaas. De machine voert een ongelijke strijd tegen Kevins stembanden. Pas als thuis Franklin de schreeuwlelijk in zijn armen neemt, zwijgt die plotseling als het graf.

Dit gedrag blijft zich herhalen, ook bij Kevin als peuter, als basisscholier en als puber. De jongen lijkt zijn enige genoegen te putten uit het treiteren van zijn moeder. Hij schijt met zichtbaar genoegen in zijn luier, net nadat Eva die verschoond heeft. Hij verruïneert het kunstzinnige behang dat zij zorgvuldig heeft aangebracht met een verfpistool. En hij laat er, zo klein als hij is, woordloos geen twijfel over bestaan dat het hem om haar te doen is. Tegenover vader Franklin is hij de slijmerigheid zelve, wetend dat die te naïef is om dat te beseffen.

De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Lionel Shriver uit 2003. Ik begrijp dat in het boek Eve de lotgevallen met Kevin bespreekt in brieven aan haar echtgenoot. Goddank heeft Lynne Ramsay dit probleem niet opgelost door Eve ter vervanging lange voice-overs in de mond te leggen. Door de camera nadrukkelijk op haar te richten – meer dan op Kevin – begrijpen we dat zij de werkelijke hoofdpersoon van het verhaal is.

De vraag die de film opwerpt is niet wat of wie Kevin heeft gemaakt tot de sociopaat die als vijftienjarige een gruwelijke misdaad begaat. (Eigenlijk twee. Zijn andere vergrijp is psychologisch minstens zo ijzingwekkend, maar wordt minder spectaculair in beeld gebracht.) Het gaat om Eve’s angst dat zij in zekere zin verantwoordelijk is voor het bestaan van een monster. En dat haar ‘ziekelijke’ gebrek aan moederliefde Kevins onzalige ontwikkeling in de hand heeft gewerkt. Die destructieve gevoelens verklaren ook haar ogenschijnlijk zinloze gevangenisbezoek.

We need to talk about Kevin is een must voor elke rechtgeaarde filmliefhebber. Behalve aan de fantastische Swinton (een Oscar voor die vrouw!) kan de kijker zijn hart ophalen aan het spel van Ezra Miller. Het is dat deze gevaarlijke gek geen lustgevoelens koestert jegens zijn moeder, anders had ik het eind van de film zeker niet afgewacht. Het camerawerk van Seamus McGarvey is groots, evenals de keuzes die editor Joe Bini gemaakt heeft. Wat een film! Maar ja, feel-good is anders.
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.
© 2011 Hans Knegtmans
powered by CJ2