archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Hollands allerlei: moord, verkrachting, verliefdheid en een mooie dood Hans Knegtmans

Allemachtig, wat komen er veel Nederlandse speelfilms uit de laatste tijd! Aan Cool en Alice in Glamourland ben ik nog niet eens toegekomen. (Ook niet aan K3 en het magische medaillon , maar om de een of andere reden lijkt me dat niet zo’n gemis.) En ik moet opschieten, want Verborgen gebreken, Pluk van de Petteflet en Amazones zijn alweer in aantocht.
 
Maar De dominee heb ik in ieder geval binnen. Ik ging erheen om bij te blijven en achteraf gezien was dat ook de enige geldige reden. Het quasi-biografische verhaal over Klaas Bruinsma gaat nergens heen. Ja, naar zijn dood, maar dat wisten we al. De film van Gerrard Verhage, die zogenaamd over “Klaas Donkers” gaat, had dan ook even goed De onderwereld of Het gangstermeisje 2 kunnen heten. Peter Paul Muller die Bruinsma alias Donkers speelt, oogt als een student wie het sociëteitsbezoek ontzegd is omdat hij zich niet aan de mores hield. Zijn vriendin Annet is een eng mens, zeker in de vertolking van Chantal Janzen.
De enige die de film nog enigszins overeind houdt is Frank Lammers als Klaas’ vriend en zakenpartner Adri. Lammers is een geklofte acteur van het soort dat je vroeger bij Het Werktheater zag: een sympathieke volksjongen die in deze film toevallig op het verkeerde pad is beland. De vele dialogen zijn vaak niet te volgen omdat de acteurs – met uitzondering van Lammers – hun tekst inslikken. Ondertiteling had geen kwaad gekund. Gelukkig praten de gangsters geregeld met buitenlandse collega’s. Dat doen ze, zoals soms in Jiskefet gebeurt, in steenkolenengels. Erg esthetisch is het niet, maar wel goed verstaanbaar. Mijn advies is: sla maar over. Tenzij u in Vorden woont, en op het programma van de stadsgehoorzaal bent aangewezen.
 
Stille nacht is, na Polleke en Madelief: Krassen in het tafelblad, de eerste grote-mensen-film van Ineke Houtman. Die kinderfilms waren mooi op een bescheiden, ingetogen manier. Stille nacht is wel bescheiden maar niet ingetogen, en al helemaal niet mooi. Dat ik me niet verveelde, is voornamelijk de verdienste van de jonge, aantrekkelijke sterretjes. Ik besef dat dit een heel verkeerde – want seksistische – reden is. Zeker als de film handelt over vijf studentes die de krachten bundelen om een serieverkrachter op te sporen. De belangrijkste rol is voor Liesbeth Kamerling (die, weet ik door research, in Goede tijden, slechte tijden de rol van Daantje Mus – Daantje Mus?? – speelde). Zelf had ik vooral oog voor Caro Lenssen, die in de film Cloaca een Lolita-achtige rol vervulde en geregeld in haar blote kont te zien was. In Stille nacht is ze als de serieuze studente Laura overigens eerder lief dan opwindend.
Met de hoofdpersonen zit het wel goed, maar het verhaal doet de film de das om. Ergens in Nederland heb je een universiteit en een studentenhuis. Om redenen waarnaar we slechts kunnen gissen, liggen het huis en de rest van de stad kilometers uit elkaar. Ertussen bevindt zich een griezelig, ondoordringbaar bos. Daarom moeten die studentes om weer thuis te raken over een smal fietspad rijden. Niet alleen na college, maar ook als ze ’s nachts van een feestje komen. Om het bos heenrijden kan, maar, zoals een van de meisjes zegt, “dan ben je drie kwartier extra onderweg”. Een mooie boel! Stel dat de studenten een gemiddelde van 16 kilometer per uur trappen - en dat lijkt me met de fitnessrage van tegenwoordig niet te veel gevraagd -, dan is de omweg liefst 12 kilometer langer dan de gevaarlijke shortcut. (Hier moet een aardige algebra-opgave uit te destilleren zijn.) Ook het idee om het verhaal te gieten in een raamvertelling - Laura brengt een bezoek aan de psychiater om hem te vertellen wat voor erge dingen ze zoal heeft meegemaakt - is bespottelijk, maar dat moet u zelf maar ontdekken. En dan die dialogen… Stille nacht is een film voor de echte cinefielen onder ons. En een beetje voor voyeurs.
 
Veruit de beste Nederlandse film van dit0201 Hollands allerlei jaar is Simon . Ik zag hem aan de vooravond van het Nederlands filmfestival en bedacht meteen dat hij een Gouden Kalf verdiende in de categorieën beste film, beste regie (Eddy Terstall) en beste mannelijke hoofdrol (Cees Geel). In het algemeen trekken filmjury’s zich weinig aan van mijn mening, maar dit keer kreeg ik op alle fronten mijn zin. Simon is eigenaar van een coffeeshop. Daarnaast bezit hij een strandtent. En als hij daar zin in krijgt, reist hij af naar Thailand. Het is daar lekker weer en soms treedt er hij op als stuntman in een tweederangs film.
Door een toeval komt hij in contact met Camiel, de verteller van het verhaal. Camiel (sterk gespeeld door Marcel Hensema) studeert tandheelkunde en is ook nog eens homoseksueel, maar Simon heeft geen benepen karakter. Zonder pardon neemt hij Camiel op in zijn uitgebreide vriendenkring. Met stijgend ongemak bezag ik de onontkoombare gezelligheid die Camiel zich moet laten welgevallen. Ook ik ben vaak genoeg tegen het type-Simon aangelopen, en wist dan niet hoe snel ik weg moest komen.
Simon heeft altijd zijn woordje klaar. Je zou hem ‘gevat’ kunnen noemen, ook al weet je zeker dat hij sommige grappen al honderd keer eerder heeft gemaakt. Zijn vrienden kunnen er nog steeds hartelijk om lachen en Simon lacht het hardste van allemaal. Ik weet uit ervaring dat ik, elke keer als ik een Simon tegenkom, tot niets beters in staat ben dan krampachtig grijnzen tijdens zijn onophoudelijke one-liners. Dat is niet goed voor mijn zelfbeeld. Maar Camiel heeft daar allemaal geen last van.
Nu moet gezegd dat Simon een aangenamer persoonlijkheid heeft dan veel van zijn soortgenoten. Ruwe bolster, blanke pit. Maar dan ook écht blank. Daarom vergeef je het hem als hij een serveerster die een oog mist voor de zoveelste keer met “lapjeskut” aanspreekt. Of twee collega’s van een belendend strandpaviljoen – de ene wit, de andere zwart – consequent als “Sjors en Sjimmie” aanduidt. Tijdens een uitstapje naar Thailand komt het plotseling tot een breuk tussen de hoofdpersonen.
 
Maar de film is nog lang niet afgelopen. Veertien jaar later zien ze elkaar weer. Camiel is inmiddels een succesvolle tandarts en woont samen met een andere nette nicht. Simon op zijn beurt heeft een hertentumor. De twee zoeken weer toenadering. Simon moet lang niet meer zo hard lachen als vroeger. Weten dat je binnenkort doodgaat is heel akelig, daar laat regisseur Terstall geen twijfel over bestaan. De primaire kleuren uit de begin van de film maken plaats voor Hollandse herfsttinten. Een beetje goedkoop, maar het werkt wel.
Gelukkig weet Simon zich nog steeds omringd door zijn vrienden van vroeger. Ook zijn kinderen staan hem bij in de laatste maanden. Simon is een indrukwekkende – en leerzame – film. Al kijkend bedacht ik dat ik mijn sociale leven maar beter wat op peil kan brengen en houden. Ik ben ten slotte de jongste niet meer. Vaker bij mensen langs. Geen feestjes lamlendig voorbij laten gaan, omdat ik liever een boek wil lezen. Beter leren bridgen, zodat kennissen mij vragen of ik mee wil doen. Terstall was al een van onze beste regisseurs (Rent a Friend, De boekverfilming), maar dit keer overtreft hij zichzelf.
 
Vergelijkenderwijs is Snow Fever (de officiële titel is Snowfever, maar dat woord bestaat niet) een gênant stukje volksamusement. De productie is in handen van Costa-maker Johan Nijenhuis, die de regie heeft uitbesteed aan Pim van Hoeve. Vier meiden gaan naar de wintersport om elk een skileraar te versieren. Twee van hen zijn mooi (is het idee) maar slecht, één is goed maar dik (daarom mag ze niet met de anderen meedoen). Hoofdpersoon Nicky, gespeeld door Hanna Verboom, is eerst goed maar tuttig (met bril), daarna mooi (zonder bril) maar slecht, en op het eind mooi en goed. Als lustobjecten fungeren de onbetrouwbare skileraar Ryan (Daan Schuurmans), zijn goudeerlijke broer Erik (Egbert Jan Weeber) en nog een stel jongens die variëren in lelijkheid.
Over de kwaliteit van 'Snowfever'  moet geen twijfel bestaan. Bagger, dat is het. Een voorbeeld? Op het eind van de film krijgen ze elkaar – u weet wel wie. Samen skiën ze de nog ongerepte piste af. En welk symbool hebben ze, als de camera uitzoomt, in eendrachtige samenwerking in de sneeuw gekerfd? Natuurlijk. En dat in een film die, afgaande op de thematiek, niet uitsluitend vmbo-scholieren als doelgroep heeft.


© 2004 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Hollands allerlei: moord, verkrachting, verliefdheid en een mooie dood Hans Knegtmans
Allemachtig, wat komen er veel Nederlandse speelfilms uit de laatste tijd! Aan Cool en Alice in Glamourland ben ik nog niet eens toegekomen. (Ook niet aan K3 en het magische medaillon , maar om de een of andere reden lijkt me dat niet zo’n gemis.) En ik moet opschieten, want Verborgen gebreken, Pluk van de Petteflet en Amazones zijn alweer in aantocht.
 
Maar De dominee heb ik in ieder geval binnen. Ik ging erheen om bij te blijven en achteraf gezien was dat ook de enige geldige reden. Het quasi-biografische verhaal over Klaas Bruinsma gaat nergens heen. Ja, naar zijn dood, maar dat wisten we al. De film van Gerrard Verhage, die zogenaamd over “Klaas Donkers” gaat, had dan ook even goed De onderwereld of Het gangstermeisje 2 kunnen heten. Peter Paul Muller die Bruinsma alias Donkers speelt, oogt als een student wie het sociëteitsbezoek ontzegd is omdat hij zich niet aan de mores hield. Zijn vriendin Annet is een eng mens, zeker in de vertolking van Chantal Janzen.
De enige die de film nog enigszins overeind houdt is Frank Lammers als Klaas’ vriend en zakenpartner Adri. Lammers is een geklofte acteur van het soort dat je vroeger bij Het Werktheater zag: een sympathieke volksjongen die in deze film toevallig op het verkeerde pad is beland. De vele dialogen zijn vaak niet te volgen omdat de acteurs – met uitzondering van Lammers – hun tekst inslikken. Ondertiteling had geen kwaad gekund. Gelukkig praten de gangsters geregeld met buitenlandse collega’s. Dat doen ze, zoals soms in Jiskefet gebeurt, in steenkolenengels. Erg esthetisch is het niet, maar wel goed verstaanbaar. Mijn advies is: sla maar over. Tenzij u in Vorden woont, en op het programma van de stadsgehoorzaal bent aangewezen.
 
Stille nacht is, na Polleke en Madelief: Krassen in het tafelblad, de eerste grote-mensen-film van Ineke Houtman. Die kinderfilms waren mooi op een bescheiden, ingetogen manier. Stille nacht is wel bescheiden maar niet ingetogen, en al helemaal niet mooi. Dat ik me niet verveelde, is voornamelijk de verdienste van de jonge, aantrekkelijke sterretjes. Ik besef dat dit een heel verkeerde – want seksistische – reden is. Zeker als de film handelt over vijf studentes die de krachten bundelen om een serieverkrachter op te sporen. De belangrijkste rol is voor Liesbeth Kamerling (die, weet ik door research, in Goede tijden, slechte tijden de rol van Daantje Mus – Daantje Mus?? – speelde). Zelf had ik vooral oog voor Caro Lenssen, die in de film Cloaca een Lolita-achtige rol vervulde en geregeld in haar blote kont te zien was. In Stille nacht is ze als de serieuze studente Laura overigens eerder lief dan opwindend.
Met de hoofdpersonen zit het wel goed, maar het verhaal doet de film de das om. Ergens in Nederland heb je een universiteit en een studentenhuis. Om redenen waarnaar we slechts kunnen gissen, liggen het huis en de rest van de stad kilometers uit elkaar. Ertussen bevindt zich een griezelig, ondoordringbaar bos. Daarom moeten die studentes om weer thuis te raken over een smal fietspad rijden. Niet alleen na college, maar ook als ze ’s nachts van een feestje komen. Om het bos heenrijden kan, maar, zoals een van de meisjes zegt, “dan ben je drie kwartier extra onderweg”. Een mooie boel! Stel dat de studenten een gemiddelde van 16 kilometer per uur trappen - en dat lijkt me met de fitnessrage van tegenwoordig niet te veel gevraagd -, dan is de omweg liefst 12 kilometer langer dan de gevaarlijke shortcut. (Hier moet een aardige algebra-opgave uit te destilleren zijn.) Ook het idee om het verhaal te gieten in een raamvertelling - Laura brengt een bezoek aan de psychiater om hem te vertellen wat voor erge dingen ze zoal heeft meegemaakt - is bespottelijk, maar dat moet u zelf maar ontdekken. En dan die dialogen… Stille nacht is een film voor de echte cinefielen onder ons. En een beetje voor voyeurs.
 
Veruit de beste Nederlandse film van dit0201 Hollands allerlei jaar is Simon . Ik zag hem aan de vooravond van het Nederlands filmfestival en bedacht meteen dat hij een Gouden Kalf verdiende in de categorieën beste film, beste regie (Eddy Terstall) en beste mannelijke hoofdrol (Cees Geel). In het algemeen trekken filmjury’s zich weinig aan van mijn mening, maar dit keer kreeg ik op alle fronten mijn zin. Simon is eigenaar van een coffeeshop. Daarnaast bezit hij een strandtent. En als hij daar zin in krijgt, reist hij af naar Thailand. Het is daar lekker weer en soms treedt er hij op als stuntman in een tweederangs film.
Door een toeval komt hij in contact met Camiel, de verteller van het verhaal. Camiel (sterk gespeeld door Marcel Hensema) studeert tandheelkunde en is ook nog eens homoseksueel, maar Simon heeft geen benepen karakter. Zonder pardon neemt hij Camiel op in zijn uitgebreide vriendenkring. Met stijgend ongemak bezag ik de onontkoombare gezelligheid die Camiel zich moet laten welgevallen. Ook ik ben vaak genoeg tegen het type-Simon aangelopen, en wist dan niet hoe snel ik weg moest komen.
Simon heeft altijd zijn woordje klaar. Je zou hem ‘gevat’ kunnen noemen, ook al weet je zeker dat hij sommige grappen al honderd keer eerder heeft gemaakt. Zijn vrienden kunnen er nog steeds hartelijk om lachen en Simon lacht het hardste van allemaal. Ik weet uit ervaring dat ik, elke keer als ik een Simon tegenkom, tot niets beters in staat ben dan krampachtig grijnzen tijdens zijn onophoudelijke one-liners. Dat is niet goed voor mijn zelfbeeld. Maar Camiel heeft daar allemaal geen last van.
Nu moet gezegd dat Simon een aangenamer persoonlijkheid heeft dan veel van zijn soortgenoten. Ruwe bolster, blanke pit. Maar dan ook écht blank. Daarom vergeef je het hem als hij een serveerster die een oog mist voor de zoveelste keer met “lapjeskut” aanspreekt. Of twee collega’s van een belendend strandpaviljoen – de ene wit, de andere zwart – consequent als “Sjors en Sjimmie” aanduidt. Tijdens een uitstapje naar Thailand komt het plotseling tot een breuk tussen de hoofdpersonen.
 
Maar de film is nog lang niet afgelopen. Veertien jaar later zien ze elkaar weer. Camiel is inmiddels een succesvolle tandarts en woont samen met een andere nette nicht. Simon op zijn beurt heeft een hertentumor. De twee zoeken weer toenadering. Simon moet lang niet meer zo hard lachen als vroeger. Weten dat je binnenkort doodgaat is heel akelig, daar laat regisseur Terstall geen twijfel over bestaan. De primaire kleuren uit de begin van de film maken plaats voor Hollandse herfsttinten. Een beetje goedkoop, maar het werkt wel.
Gelukkig weet Simon zich nog steeds omringd door zijn vrienden van vroeger. Ook zijn kinderen staan hem bij in de laatste maanden. Simon is een indrukwekkende – en leerzame – film. Al kijkend bedacht ik dat ik mijn sociale leven maar beter wat op peil kan brengen en houden. Ik ben ten slotte de jongste niet meer. Vaker bij mensen langs. Geen feestjes lamlendig voorbij laten gaan, omdat ik liever een boek wil lezen. Beter leren bridgen, zodat kennissen mij vragen of ik mee wil doen. Terstall was al een van onze beste regisseurs (Rent a Friend, De boekverfilming), maar dit keer overtreft hij zichzelf.
 
Vergelijkenderwijs is Snow Fever (de officiële titel is Snowfever, maar dat woord bestaat niet) een gênant stukje volksamusement. De productie is in handen van Costa-maker Johan Nijenhuis, die de regie heeft uitbesteed aan Pim van Hoeve. Vier meiden gaan naar de wintersport om elk een skileraar te versieren. Twee van hen zijn mooi (is het idee) maar slecht, één is goed maar dik (daarom mag ze niet met de anderen meedoen). Hoofdpersoon Nicky, gespeeld door Hanna Verboom, is eerst goed maar tuttig (met bril), daarna mooi (zonder bril) maar slecht, en op het eind mooi en goed. Als lustobjecten fungeren de onbetrouwbare skileraar Ryan (Daan Schuurmans), zijn goudeerlijke broer Erik (Egbert Jan Weeber) en nog een stel jongens die variëren in lelijkheid.
Over de kwaliteit van 'Snowfever'  moet geen twijfel bestaan. Bagger, dat is het. Een voorbeeld? Op het eind van de film krijgen ze elkaar – u weet wel wie. Samen skiën ze de nog ongerepte piste af. En welk symbool hebben ze, als de camera uitzoomt, in eendrachtige samenwerking in de sneeuw gekerfd? Natuurlijk. En dat in een film die, afgaande op de thematiek, niet uitsluitend vmbo-scholieren als doelgroep heeft.
© 2004 Hans Knegtmans
powered by CJ2