archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
IFFR XL in Rotterdam Hans Knegtmans

0808VG Tiger
De veertigste editie van het filmfestival IFFR had de ondertitel XL. Leuk bedacht. Zoals in brede kringen bekend, betekent XL veertig in het Romeinse getallenstelsel. Maar nog meer mensen kennen het als aanduiding van de kledingmaat extra groot. Die toevoeging uitte zich onder meer erin dat de organisatie 40 (wat anders?) Rotterdamse locaties in het zonnetje zette voor de toeristisch georiënteerde bezoeker. Ook het festival zelf had wat extraatjes aangeleverd: een live performance van de Japanse kunstenaar Pyupiruu, en live vechtscènes in, jawel, de Chinese Water Tiger Inn Taverne. En bij de openingsfilm van het programmaonderdeel Red Westerns (cowboyfilms uit Rusland) speelde het Metropole Orkest een gelegenheidssoundtrack.

Maar het merendeel van het publiek komt natuurlijk voor de films en de festivalsfeer. Alweer voor de feestelijkheid had de organisatie het onderdeel Return of the Tiger georganiseerd. Dertien eerdere winnaars van een Tiger Award (in de competitie van tevoren geselecteerde debuten of tweede films van een regisseur) dingen nu met hun laatste film mee naar een geldprijs, en natuurlijk de eer van filmmaker die zich het best heeft ontwikkeld. De jury oordeelde dat de Zuid-Koreaan Hong Sang-Soo en onze landgenoot David Verbeek het meeste recht op de prijs hadden, met respectievelijk Oki’s Movie en Club Zeus. Ik kan dit niet beoordelen. Verbeek had ik welbewust uit mijn programma gelaten, vanwege zijn halfbakken RU There, en voor Hong was net geen plaats meer.

Dit jaar legde het publiek een betere smaak aan de dag dan te doen gebruikelijk. Het was de Festivalkrant Daily Tiger niet ontgaan dat de top tien van de publieksenquête films bevatte die je bepaald niet als feelgood stuff kunt diskwalificeren. De winnaar Incendie maar ook Biutiful en Black Swan stemmen tot het soort nadenken waar je niet vrolijker van wordt, maar dat wel bijdraagt aan een beter begrip van de condition humaine. Op zichzelf is dat al een goede zaak. Ook in de pers worden ze alom geprezen, zo niet bejubeld. Dus hulde voor het publiek. Voordat u nu chagrijnig wordt: wanneer u dit leest, draaien ze alle drie al in de bioscoop. Zo kunt u uw eigen mini-IFFR organiseren.

Een filmfestival kan dan nog zo XL zijn, de veelkijker zal onvermijdelijk een aantal zeperds op zijn pad vinden. Films die vrijwel iedereen mooi vindt bestaan wel, maar in de regel zijn dat niet de onontdekte pareltjes waar de programmeurs een jaar lang naar op zoek zijn. In mijn eerste Tijgernominee, het Mexicaanse Vete más lejos, Alicia, reist de negentienjarige hoofdpersoon in haar eentje naar het verre Argentinië, om daar trapezeartiest te worden. Klinkt intrigerend, maar pakt net zo wezenloos uit als elke andere mislukte arthouseexercitie. De meest aangrijpende gebeurtenis is het moment dat de tiener merkt dat ze de vertrekbalk van de trapeze niet durft los te laten. Daarna is voor haar de lol eraf. Voor mij gebeurde dat al veel eerder. Om verdere teleurstelling te voorkomen liet ik de andere dertien Tigerkandidaten voor wat ze waren.

Niet dat daarmee het leed geleden was. Van Film Socialiste van Jean-Luc Godard, de voormalige voorman van de nouvelle vague, wist ik al dat het bagger was omdat ik de film tijdens mijn vakantie in Barcelona had gezien. Mooie beelden, maar een onbegrijpelijk verhaal, zeker met Spaanse ondertiteling. De Engelse ‘ondertiteling’ van de Rotterdamse kopie echter tart elke beschrijving. De vertaler heeft van elke vijftig gesproken woorden een, ogenschijnlijk willekeurige, steekproef van vier á vijf getrokken. Daar valt geen chocola van te maken, temeer omdat hij veelal de woorden verkeerd heeft gespeld of de spaties heeft weggelaten. Dan krijg je zinnen van het type ‘Goldstein longago bosfactory'. Voordat je dat ontrafeld hebt, gaat het verhaal alweer over iets heel anders.

Bij een andere film had ik me lelijk laten beetnemen door de wervende slotzin op de website: ‘Silent Sonata is een ode aan moed, mededogen en schoonheid in een grauwe werkelijkheid.’ Als ik de rest van de tekst even goed had gelezen, had ik de reclame kunnen ontmaskeren als propaganda voor een magisch-realistisch zondagsschoolverhaal voor gezeglijke dertienjarigen. Tijdens een wrede oorlog in een kaal, nauwelijks bewoond gebied wordt de vrouw van een boer gedood, zodat hij en zijn twee kindjes achterblijven. Daags erop strijkt uitgerekend op die godverlaten plek een aftands circus neer - een paar wagens en zo'n zeven artiesten. De altijd blije kunstenaars laten het gezin bijna woordloos zien dat het leven een geschenk is dat omarmd moet worden.

Soms wordt het kijkplezier in een verder verdienstelijke productie bedorven door één regieblunder. Un poison violent is een tragi-komisch coming of age vehaal over het tienermeisje Anna. Prettige film met een hoofdrol voor de opwindende Clara Augarde. Maar met één dissonant, of eigenlijk twee. De film opent met samenzang in de kerk. Om geen fouten met de tekst te maken heeft iedereen zijn psalmboekje in de handen. Zo gaat dat. Maar in het echt zul je nooit een volle kerk aantreffen die foutloos en haarzuiver een razend moeilijke, driestemmige(!) melodie ten gehore brengt. Kennelijk had de regisseur weinig vertrouwen in de zangkwaliteiten van een willekeurige verzameling figuranten en speelde hij de psalm af in de opgenomen versie van een professioneel zangkoor. Je zou toch denken dat een van de geluidstechnici hem op deze denkfout had kunnen wijzen. De stijlbreuk herhaalt zich later in de film bij een begrafenis. Prachtige driestemmige zang van zogenaamd goedwillende amateurs. Totdat Anna ineens van emotie omkukelt. Boem! Als één man staken de zangers hun lied. Pas wanneer het meisje liefdevol wordt weggeleid, pakken ze de draad weer op, precies op de plaats waar ze gestopt waren. Met dank aan de moderne opnametechnieken.

Slechts vier missers op 32 films, het is te verwaarlozen. Volgende keer gaan we verder met festivalfilms die de bioscoop al hebben bereikt, of dat binnenkort zullen doen. En een enkele die waarschijnlijk nooit de de filmtheaters zal halen, hoewel dat wel zou moeten.

Voelt u zich genept door dit abrupte einde? Het is een oude truc, laatstelijk nog uitgevoerd door de Thaise filmer Wisit Sasanotieng. Op deze festivaleditie was hij vertegenwoordigd met een van zijn mindere films vergeleken met de western Tears of the Black Tiger uit 2000 en het minstens zo briljante Citizen Dog uit 2004. Red Eagle is als actiefilm zo over the top dat je geneigd bent aan een parodie op het genre te denken, al is hij daar net niet grappig genoeg voor. Hoe dan ook, de film eindigt midden in een spannende scène met de tekst To be continued. Hoewel het hier een persvoorstelling betrof voor geharde professionals, ging er toch een zucht van frustratie en verontwaardiging door de zaal. Maar ik kom mijn belofte zeker na. Op 24 februari.
 
****************************
De Leunstoel wordt uitgegeven door:
Het Genootschap De Leunstoel.
Word lid! Ga naar: www.deleunstoel.nl/colofon.php


© 2011 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
IFFR XL in Rotterdam Hans Knegtmans
0808VG Tiger
De veertigste editie van het filmfestival IFFR had de ondertitel XL. Leuk bedacht. Zoals in brede kringen bekend, betekent XL veertig in het Romeinse getallenstelsel. Maar nog meer mensen kennen het als aanduiding van de kledingmaat extra groot. Die toevoeging uitte zich onder meer erin dat de organisatie 40 (wat anders?) Rotterdamse locaties in het zonnetje zette voor de toeristisch georiënteerde bezoeker. Ook het festival zelf had wat extraatjes aangeleverd: een live performance van de Japanse kunstenaar Pyupiruu, en live vechtscènes in, jawel, de Chinese Water Tiger Inn Taverne. En bij de openingsfilm van het programmaonderdeel Red Westerns (cowboyfilms uit Rusland) speelde het Metropole Orkest een gelegenheidssoundtrack.

Maar het merendeel van het publiek komt natuurlijk voor de films en de festivalsfeer. Alweer voor de feestelijkheid had de organisatie het onderdeel Return of the Tiger georganiseerd. Dertien eerdere winnaars van een Tiger Award (in de competitie van tevoren geselecteerde debuten of tweede films van een regisseur) dingen nu met hun laatste film mee naar een geldprijs, en natuurlijk de eer van filmmaker die zich het best heeft ontwikkeld. De jury oordeelde dat de Zuid-Koreaan Hong Sang-Soo en onze landgenoot David Verbeek het meeste recht op de prijs hadden, met respectievelijk Oki’s Movie en Club Zeus. Ik kan dit niet beoordelen. Verbeek had ik welbewust uit mijn programma gelaten, vanwege zijn halfbakken RU There, en voor Hong was net geen plaats meer.

Dit jaar legde het publiek een betere smaak aan de dag dan te doen gebruikelijk. Het was de Festivalkrant Daily Tiger niet ontgaan dat de top tien van de publieksenquête films bevatte die je bepaald niet als feelgood stuff kunt diskwalificeren. De winnaar Incendie maar ook Biutiful en Black Swan stemmen tot het soort nadenken waar je niet vrolijker van wordt, maar dat wel bijdraagt aan een beter begrip van de condition humaine. Op zichzelf is dat al een goede zaak. Ook in de pers worden ze alom geprezen, zo niet bejubeld. Dus hulde voor het publiek. Voordat u nu chagrijnig wordt: wanneer u dit leest, draaien ze alle drie al in de bioscoop. Zo kunt u uw eigen mini-IFFR organiseren.

Een filmfestival kan dan nog zo XL zijn, de veelkijker zal onvermijdelijk een aantal zeperds op zijn pad vinden. Films die vrijwel iedereen mooi vindt bestaan wel, maar in de regel zijn dat niet de onontdekte pareltjes waar de programmeurs een jaar lang naar op zoek zijn. In mijn eerste Tijgernominee, het Mexicaanse Vete más lejos, Alicia, reist de negentienjarige hoofdpersoon in haar eentje naar het verre Argentinië, om daar trapezeartiest te worden. Klinkt intrigerend, maar pakt net zo wezenloos uit als elke andere mislukte arthouseexercitie. De meest aangrijpende gebeurtenis is het moment dat de tiener merkt dat ze de vertrekbalk van de trapeze niet durft los te laten. Daarna is voor haar de lol eraf. Voor mij gebeurde dat al veel eerder. Om verdere teleurstelling te voorkomen liet ik de andere dertien Tigerkandidaten voor wat ze waren.

Niet dat daarmee het leed geleden was. Van Film Socialiste van Jean-Luc Godard, de voormalige voorman van de nouvelle vague, wist ik al dat het bagger was omdat ik de film tijdens mijn vakantie in Barcelona had gezien. Mooie beelden, maar een onbegrijpelijk verhaal, zeker met Spaanse ondertiteling. De Engelse ‘ondertiteling’ van de Rotterdamse kopie echter tart elke beschrijving. De vertaler heeft van elke vijftig gesproken woorden een, ogenschijnlijk willekeurige, steekproef van vier á vijf getrokken. Daar valt geen chocola van te maken, temeer omdat hij veelal de woorden verkeerd heeft gespeld of de spaties heeft weggelaten. Dan krijg je zinnen van het type ‘Goldstein longago bosfactory'. Voordat je dat ontrafeld hebt, gaat het verhaal alweer over iets heel anders.

Bij een andere film had ik me lelijk laten beetnemen door de wervende slotzin op de website: ‘Silent Sonata is een ode aan moed, mededogen en schoonheid in een grauwe werkelijkheid.’ Als ik de rest van de tekst even goed had gelezen, had ik de reclame kunnen ontmaskeren als propaganda voor een magisch-realistisch zondagsschoolverhaal voor gezeglijke dertienjarigen. Tijdens een wrede oorlog in een kaal, nauwelijks bewoond gebied wordt de vrouw van een boer gedood, zodat hij en zijn twee kindjes achterblijven. Daags erop strijkt uitgerekend op die godverlaten plek een aftands circus neer - een paar wagens en zo'n zeven artiesten. De altijd blije kunstenaars laten het gezin bijna woordloos zien dat het leven een geschenk is dat omarmd moet worden.

Soms wordt het kijkplezier in een verder verdienstelijke productie bedorven door één regieblunder. Un poison violent is een tragi-komisch coming of age vehaal over het tienermeisje Anna. Prettige film met een hoofdrol voor de opwindende Clara Augarde. Maar met één dissonant, of eigenlijk twee. De film opent met samenzang in de kerk. Om geen fouten met de tekst te maken heeft iedereen zijn psalmboekje in de handen. Zo gaat dat. Maar in het echt zul je nooit een volle kerk aantreffen die foutloos en haarzuiver een razend moeilijke, driestemmige(!) melodie ten gehore brengt. Kennelijk had de regisseur weinig vertrouwen in de zangkwaliteiten van een willekeurige verzameling figuranten en speelde hij de psalm af in de opgenomen versie van een professioneel zangkoor. Je zou toch denken dat een van de geluidstechnici hem op deze denkfout had kunnen wijzen. De stijlbreuk herhaalt zich later in de film bij een begrafenis. Prachtige driestemmige zang van zogenaamd goedwillende amateurs. Totdat Anna ineens van emotie omkukelt. Boem! Als één man staken de zangers hun lied. Pas wanneer het meisje liefdevol wordt weggeleid, pakken ze de draad weer op, precies op de plaats waar ze gestopt waren. Met dank aan de moderne opnametechnieken.

Slechts vier missers op 32 films, het is te verwaarlozen. Volgende keer gaan we verder met festivalfilms die de bioscoop al hebben bereikt, of dat binnenkort zullen doen. En een enkele die waarschijnlijk nooit de de filmtheaters zal halen, hoewel dat wel zou moeten.

Voelt u zich genept door dit abrupte einde? Het is een oude truc, laatstelijk nog uitgevoerd door de Thaise filmer Wisit Sasanotieng. Op deze festivaleditie was hij vertegenwoordigd met een van zijn mindere films vergeleken met de western Tears of the Black Tiger uit 2000 en het minstens zo briljante Citizen Dog uit 2004. Red Eagle is als actiefilm zo over the top dat je geneigd bent aan een parodie op het genre te denken, al is hij daar net niet grappig genoeg voor. Hoe dan ook, de film eindigt midden in een spannende scène met de tekst To be continued. Hoewel het hier een persvoorstelling betrof voor geharde professionals, ging er toch een zucht van frustratie en verontwaardiging door de zaal. Maar ik kom mijn belofte zeker na. Op 24 februari.
 
****************************
De Leunstoel wordt uitgegeven door:
Het Genootschap De Leunstoel.
Word lid! Ga naar: www.deleunstoel.nl/colofon.php
© 2011 Hans Knegtmans
powered by CJ2