archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Hotttentottententententoonstelling Hans Knegtmans

0806VG Saartjie
Drie jaar na zijn succesvolle immigrantenfilm Le graine et le mulet maakte de Frans-Tunesische filmmaker Abdellatif Kechiche Black Venus (de handelstitel van Vénus Noire), een gedramatiseerde documentaire over het korte, treurige leven van de Zuid-Afrikaanse Saartjie Baartman. De film begint met een flash forward. In 1815 houdt de anatoom Georges Cuvier een demonstratiecollege over een overleden vrouwelijke ‘Hottentot’, de volkse benaming van de Khokhoi.

De clou van de les, geïllustreerd door onder andere haar geslachtsorgaan op sterk water en een afgietsel van haar lichaam, is dat dit bijzondere volkje vooral niet moet worden verward met dertien-in-een-dozijn negers. De geprononceerde geslachtsdelen, in combinatie met de enorme kont en ongewone schedelvorm, duiden volgens hem eerder op een zeldzame diersoort die een brug slaat tussen mens en aapachtigen. Natuurlijk zijn de verzamelde wetenschappers zeer onder de indruk van zijn ontdekking.

Dan springt het verhaal terug naar 1810. Voormalig huishoudster Saartjie (imponerend debuut van Yahima Torrès) wordt door haar nieuwe eigenaar Hendrick Caezar (André Jacobs) meegenomen naar Londen om daar een artistieke carrière op te bouwen. In een aftandse kermistent presenteert Caezar haar als De Hottentot Venus, rechtstreeks afkomstig uit de binnenlanden van Afrika. Als bewijs van haar verwilderde natuur zit ze opgesloten in een kooi. Met gevaar voor eigen leven doet haar temmer de kooi open, waarna een aangelijnde Saartjie het publiek met gegrom en uithalen van haar ‘voorpoot’ de stuipen op het lijf raakt. Pas als Caezar aannemelijk maakt de wilde onder controle te hebben, durft het publiek de uitdaging aan om haar vrijelijk te betasten, in het bijzonder haar volumineuze achterste.

Dit is geen vrolijk bestaan. Vooral het gefrunnik aan haar reet stuit de sigaren rokende en stevig drinkende artieste tegen de borst. Door ordinair op haar gemoed te spelen – heeft hij niet huis en haard opgegeven, alleen voor haar kunstenaarsschap, waardoor ze zich uiteindelijk zal kunnen vrijkopen? – weet Caezar haar nog verbazend lang aan zich te binden. Als de samenwerking eindelijk wankelt op zijn grondvesten doet hij haar van de hand aan dierentemmer Réaux (een beangstigende rol van Dardenne-acteur Olivier Gourmet).

Die maakt vervolgens met Saartjie, zijn hoerige assistente Jeanne (Elina Löwensohn) en Caezar (als vijfde wiel aan de wagen), de oversteek naar Parijs. Het lukt hem voet aan de grond te krijgen in de kringen van de gegoede burgerij. Door deze upgrading van de voorstelling verandert Saartjies rol gaandeweg van wilde bezienswaardigheid in exotisch lustobject. Op het laatst participeert zij in orgiën, waarbij de bezoekers op haar rug paardje rijden, of haar mogen bewerken met een dildo. Wanneer voor het Parijse publiek het nieuwtje eraf is, zakt zij met Jeanne af naar de wereld van onversneden prostitutie, tot een cocktail van alcoholisme en andere aandoeningen haar ook dit onmogelijk maakt.

Het lukte mij niet Black Venus te zien als het hoogstandje waarvoor sommige collega-critici de film houden. Het welgemeende gevoel ‘gut, wat erg’ zegt weinig over de filmische en narratieve kwaliteiten ervan. In de eerste plaats blijft het een raadsel waarom Saartjie alle geestelijke en later ook lichamelijke mishandeling waaraan zij wordt blootgesteld, klakkeloos accepteert. Tijdens een rechtszaak die verontwaardigde professionals aanspannen tegen Caezar weigert zij categorisch te erkennen dat ooit enige dwang op haar is uitgeoefend om zo met zich te laten sollen. Wij weten wel beter, gezien haar ruzies met haar baas, haar alcoholisme en bovenal de immens verdrietige blik waarmee ze de vernederingen ondergaat. Misschien veronderstelt Kechiche dat Saartjie onderhevig is aan identificatie met de agressor. Die verklaring lijkt me echter te simplistisch en zelf heeft hij het nergens over dit mechanisme of iets wat er op lijkt.

Los van de lekke intrige bestaat het verhaal uit een eindeloze reeks variaties op een thema. Of Kechiche zijn camera nu richt op laagopgeleid kermispubliek, dronken cafébezoekers, zelfvoldane burgers of seksbeluste feestgangers, steeds weer resulteert het in vergelijkbare, ellenlange confrontaties tussen de arme Saartjie, haar baas (of dat nu Caezar of Réaud is) en de verlekkerde toeschouwers.
Sommige commentatoren vinden dat de regisseur aldus de bioscoopbezoeker medeplichtig maakt aan de voyeuristische praktijken die de film aan de kaak stelt. Dit is vandaag de dag een gewilde (maar behoorlijk mallotige) analyse van filmische buitenissigheden. De regisseur/scenarist heeft de film bedacht, de productiemaatschappij verkoopt hem aan distributeurs en die sluiten een contract met de filmtheaters. De kijker koopt een kaartje – op grond van mondreclame, kritieken in de media, maar zelden uit sensatiezucht. Bij de voorstelling die ik bezocht, verliet een aantal ‘medeplichtigen’ voortijdig de zaal. Die hadden het wel gehad met de gebarsten grammofoonplaat.

Black Venus duurt 139 minuten. Bob Dylan had voor zijn indrukwekkende song The Lonesome Death of Hattie Carroll 5 minuten en 42 seconden nodig. Dat is 4,1% van de tijd die de film in beslag neemt. Kechiche moet, onder deskundige begeleiding, dat nummer maar eens draaien
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.


© 2011 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Hotttentottententententoonstelling Hans Knegtmans
0806VG Saartjie
Drie jaar na zijn succesvolle immigrantenfilm Le graine et le mulet maakte de Frans-Tunesische filmmaker Abdellatif Kechiche Black Venus (de handelstitel van Vénus Noire), een gedramatiseerde documentaire over het korte, treurige leven van de Zuid-Afrikaanse Saartjie Baartman. De film begint met een flash forward. In 1815 houdt de anatoom Georges Cuvier een demonstratiecollege over een overleden vrouwelijke ‘Hottentot’, de volkse benaming van de Khokhoi.

De clou van de les, geïllustreerd door onder andere haar geslachtsorgaan op sterk water en een afgietsel van haar lichaam, is dat dit bijzondere volkje vooral niet moet worden verward met dertien-in-een-dozijn negers. De geprononceerde geslachtsdelen, in combinatie met de enorme kont en ongewone schedelvorm, duiden volgens hem eerder op een zeldzame diersoort die een brug slaat tussen mens en aapachtigen. Natuurlijk zijn de verzamelde wetenschappers zeer onder de indruk van zijn ontdekking.

Dan springt het verhaal terug naar 1810. Voormalig huishoudster Saartjie (imponerend debuut van Yahima Torrès) wordt door haar nieuwe eigenaar Hendrick Caezar (André Jacobs) meegenomen naar Londen om daar een artistieke carrière op te bouwen. In een aftandse kermistent presenteert Caezar haar als De Hottentot Venus, rechtstreeks afkomstig uit de binnenlanden van Afrika. Als bewijs van haar verwilderde natuur zit ze opgesloten in een kooi. Met gevaar voor eigen leven doet haar temmer de kooi open, waarna een aangelijnde Saartjie het publiek met gegrom en uithalen van haar ‘voorpoot’ de stuipen op het lijf raakt. Pas als Caezar aannemelijk maakt de wilde onder controle te hebben, durft het publiek de uitdaging aan om haar vrijelijk te betasten, in het bijzonder haar volumineuze achterste.

Dit is geen vrolijk bestaan. Vooral het gefrunnik aan haar reet stuit de sigaren rokende en stevig drinkende artieste tegen de borst. Door ordinair op haar gemoed te spelen – heeft hij niet huis en haard opgegeven, alleen voor haar kunstenaarsschap, waardoor ze zich uiteindelijk zal kunnen vrijkopen? – weet Caezar haar nog verbazend lang aan zich te binden. Als de samenwerking eindelijk wankelt op zijn grondvesten doet hij haar van de hand aan dierentemmer Réaux (een beangstigende rol van Dardenne-acteur Olivier Gourmet).

Die maakt vervolgens met Saartjie, zijn hoerige assistente Jeanne (Elina Löwensohn) en Caezar (als vijfde wiel aan de wagen), de oversteek naar Parijs. Het lukt hem voet aan de grond te krijgen in de kringen van de gegoede burgerij. Door deze upgrading van de voorstelling verandert Saartjies rol gaandeweg van wilde bezienswaardigheid in exotisch lustobject. Op het laatst participeert zij in orgiën, waarbij de bezoekers op haar rug paardje rijden, of haar mogen bewerken met een dildo. Wanneer voor het Parijse publiek het nieuwtje eraf is, zakt zij met Jeanne af naar de wereld van onversneden prostitutie, tot een cocktail van alcoholisme en andere aandoeningen haar ook dit onmogelijk maakt.

Het lukte mij niet Black Venus te zien als het hoogstandje waarvoor sommige collega-critici de film houden. Het welgemeende gevoel ‘gut, wat erg’ zegt weinig over de filmische en narratieve kwaliteiten ervan. In de eerste plaats blijft het een raadsel waarom Saartjie alle geestelijke en later ook lichamelijke mishandeling waaraan zij wordt blootgesteld, klakkeloos accepteert. Tijdens een rechtszaak die verontwaardigde professionals aanspannen tegen Caezar weigert zij categorisch te erkennen dat ooit enige dwang op haar is uitgeoefend om zo met zich te laten sollen. Wij weten wel beter, gezien haar ruzies met haar baas, haar alcoholisme en bovenal de immens verdrietige blik waarmee ze de vernederingen ondergaat. Misschien veronderstelt Kechiche dat Saartjie onderhevig is aan identificatie met de agressor. Die verklaring lijkt me echter te simplistisch en zelf heeft hij het nergens over dit mechanisme of iets wat er op lijkt.

Los van de lekke intrige bestaat het verhaal uit een eindeloze reeks variaties op een thema. Of Kechiche zijn camera nu richt op laagopgeleid kermispubliek, dronken cafébezoekers, zelfvoldane burgers of seksbeluste feestgangers, steeds weer resulteert het in vergelijkbare, ellenlange confrontaties tussen de arme Saartjie, haar baas (of dat nu Caezar of Réaud is) en de verlekkerde toeschouwers.
Sommige commentatoren vinden dat de regisseur aldus de bioscoopbezoeker medeplichtig maakt aan de voyeuristische praktijken die de film aan de kaak stelt. Dit is vandaag de dag een gewilde (maar behoorlijk mallotige) analyse van filmische buitenissigheden. De regisseur/scenarist heeft de film bedacht, de productiemaatschappij verkoopt hem aan distributeurs en die sluiten een contract met de filmtheaters. De kijker koopt een kaartje – op grond van mondreclame, kritieken in de media, maar zelden uit sensatiezucht. Bij de voorstelling die ik bezocht, verliet een aantal ‘medeplichtigen’ voortijdig de zaal. Die hadden het wel gehad met de gebarsten grammofoonplaat.

Black Venus duurt 139 minuten. Bob Dylan had voor zijn indrukwekkende song The Lonesome Death of Hattie Carroll 5 minuten en 42 seconden nodig. Dat is 4,1% van de tijd die de film in beslag neemt. Kechiche moet, onder deskundige begeleiding, dat nummer maar eens draaien
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.
© 2011 Hans Knegtmans
powered by CJ2