archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Beroep: Superster Hans Knegtmans

Tot mijn schande heb ik maar één CD van violiste Janine Jansen in mijn collectie. En zelfs de aanleiding tot die aanschaf in 2009 was dubieus. Mijn favoriete klassieke muziekstuk is Beethovens vioolconcert in D. Dat had ik uiteraard op CD, in de vertolking van Pinchas Zukerman, met het Chicago Symphony Orchestra, gedirigeerd door Daniel Barenboim. Niet zomaar wat samengeraapte muzikanten.

Maar de ADD-uitvoering dateerde uit 1977 en ik was benieuwd hoe de muziek zou klinken met gebruik van state of the art opnametechniek. En, belangrijker nog, met een wereldster die in haar carrière alle loftuitingen toegezwaaid had gekregen die een muzikant zich maar kan wensen. Op koopavond haalde ik mijn bestelling af en thuisgekomen deed ik mijn koptelefoon op zodat ik het volume probleemloos kon opendraaien. Ik voelde me als een klein jongetje dat net zijn spannendste verjaarscadeau had uitgepakt. Bij de vier beroemde paukenslagen waarmee het concert opent was de anticipatie bijna ondragelijk.

De muzikale teleurstelling die me overviel was vergelijkbaar met die bij de eerste beluistering van Burrito Deluxe, in 1970 de opvolger van The Gilded Palace of Sin van The Flying Burrito Brothers. Ik moet toegeven dat de plaat door de jaren heen steeds meer aardige nummers bleek te bevatten, al bleef het niveau altijd achter bij dat van zijn geniale voorganger.

Bij Janine Jansen zie ik iets dergelijks niet gebeuren. Ik heb inmiddels de twee CD’s zo’n tienmaal met elkaar vergeleken, waarbij ik steeds de drie delen afzonderlijk paarsgewijs beluisterde, de ene keer in de volgorde Zukerman-Jansen, de volgende keer omgekeerd. En hoe ik het ook wend of keer, steeds trekt de uitvoering van Zukerman aan het langste eind, al blijkt het verschil het meest uitgesproken bij het Allegro ma non troppo, waarmee het concert begint. Zukerman speelt het stuk helderder, dynamischer en, als dat niet zo aanmatigend klonk, met meer overtuiging dan onze landgenote.

Door dit alles hoopte ik dat in de bioscoopdocumentaire Janine – van Paul Cohen, die Jansen drie jaar op de voet volgde – mij het raadsel uitgelegd zou worden. En zo niet, dat alle getuige-deskundigen als één man/vrouw haar kwaliteiten breed zouden uitmeten. Ik heb liever ongelijk dan dat ik hoor dat Jansen door iedereen schromelijk wordt overschat.

Omdat ik filmrecensies pas in detail lees als ik de film zelf heb gezien, had ik geen idee hoe hij zou beginnen. Maar al in de allereerste scène klinken de vertrouwde vier paukenslagen. Ja natuurlijk, ik had het kunnen weten! Wie anders dan Beethoven? En – met wat meer denkwerk had ik ook dat kunnen raden – het was de studio-opname van de eigenste uitvoering die ik op CD had. Cohen was op het lumineuze idee gekomen zijn film niet in te zetten met een solo, maar daaraan voorafgaand, ook het ensemblewerk te tonen. Zo kan de kijker toeleven naar het moment dat de solist invalt.

Op deze manier zien we ook dat Jansen vanaf de eerste seconde de muziek minstens even intensief beleeft als de orkestleden die wél geluid produceren. Gedurende drie fantastische minuten toont ze haar hele arsenaal van expressief gedrag: hoofd- en schouderbewegingen, blikken en grimassen. Je hebt nog geen noot van0801VG Janine2 haar gehoord maar nu al weet je dat ook deze opname een uitputtingsslag zal worden. Getuige bijvoorbeeld een pijnlijke linkervoet, die haar het spelen gedurende een paar minuten onmogelijk maakt.

Opmerkelijk genoeg roemen de meeste deskundigen die aan het woord komen andere eigenschappen dan muzikale interpretatie of technische kwaliteiten. Haar leermeester, de Let Philippe Hirschhorn (in 1996 overleden), komt er zelfs helemaal niet uit wat zo bijzonder is aan zijn beste pupil ooit. Tijdens de opnamen in Hamburg roemt dirigent Paavo Järvi haar onovertroffen authenticiteit: ‘er is niets nep aan haar’. Ook collega-musici – haar ex-vriend violist Julian Rachlin en altviolist Maxim Rysanov – komen nauwelijks met muzikale inzichten op de proppen. Eerder zoeken zij het in een intuïtieve benadering van de muziek en haar streven naar perfectie. Niet de compositie stukanalyseren, maar doen zoals zij voelt dat deze gespeeld zou moeten worden, net zolang tot het in orde is.

Tijdens een studio-opname van een stuk van Bach brengt Janine deze kenmerken ondubbelzinnig in de praktijk. Bij alles wat niet helemaal naar wens gaat maakt ze dat – verbaal, door bekken te trekken of als het echt te dol wordt met een krachtterm – duidelijk aan de producer. Al met al is ze niet te spreken over het eindresultaat, ook al verzekert de man dat niemand die ene bijna valse noot zal opmerken. Maar de diva laat zich niet vermurwen en de volgende twee dagen wordt de zaak integraal overgedaan.

In schril contrast met al die prachtige muziek moet de kijker ook de totstandkoming van de eenmalige glossy Janine ondergaan. Van nabij maken we een brainstormsessie mee van iemand van de uitgeverij BCM en de marketing manager van platenmaatschappij Universal. Het gesprek is meer dan tenenkrommend. Zoals in elke vergelijkbare glossy gaat het erom dat een BNer wordt opgekrikt tot superster, met in dit geval slechts een bijrol voor de muziek.

Janine heeft het geweten. Fotoshoots, een discussie met de kapper over een voor buitenstaanders triviaal detail en als absoluut dieptepunt een interview met Roger Moore. Janine denkt abusievelijk dat het een dubbelinterview zal worden, maar de interviewer helpt haar al snel uit de droom. Ze mag als toeschouwer aanwezig zijn bij het gesprek met de voormalige James Bond, die een van zijn ondeugende verhalen vertelt. Iets met hemzelf, Grace Jones en een zwarte dildo. ‘Twee zwarte pagina’s uit mijn leven’, grapt hij. Het wordt Janine zichtbaar te veel. Ze klaagt over de hitte in de kamer en gaat een glaasje water halen.

Al heeft de film een open eind, Cohen werkt duidelijk toe naar de burnout die ertoe leidde dat de violiste op 27 augustus 2010 voor onbepaalde tijd haar concertoptredens staakte. Voor iedere liefhebber van (klassieke) muziek is Janine een must. Mij werd ten eerste duidelijk dat ik de enige niet ben die Jansens genialiteit niet kan herleiden tot muzikale criteria. En ten tweede dat ik me vooral snel moet verdiepen in haar vertolking van andere componisten dan Beethoven.
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.


© 2010 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Beroep: Superster Hans Knegtmans
Tot mijn schande heb ik maar één CD van violiste Janine Jansen in mijn collectie. En zelfs de aanleiding tot die aanschaf in 2009 was dubieus. Mijn favoriete klassieke muziekstuk is Beethovens vioolconcert in D. Dat had ik uiteraard op CD, in de vertolking van Pinchas Zukerman, met het Chicago Symphony Orchestra, gedirigeerd door Daniel Barenboim. Niet zomaar wat samengeraapte muzikanten.

Maar de ADD-uitvoering dateerde uit 1977 en ik was benieuwd hoe de muziek zou klinken met gebruik van state of the art opnametechniek. En, belangrijker nog, met een wereldster die in haar carrière alle loftuitingen toegezwaaid had gekregen die een muzikant zich maar kan wensen. Op koopavond haalde ik mijn bestelling af en thuisgekomen deed ik mijn koptelefoon op zodat ik het volume probleemloos kon opendraaien. Ik voelde me als een klein jongetje dat net zijn spannendste verjaarscadeau had uitgepakt. Bij de vier beroemde paukenslagen waarmee het concert opent was de anticipatie bijna ondragelijk.

De muzikale teleurstelling die me overviel was vergelijkbaar met die bij de eerste beluistering van Burrito Deluxe, in 1970 de opvolger van The Gilded Palace of Sin van The Flying Burrito Brothers. Ik moet toegeven dat de plaat door de jaren heen steeds meer aardige nummers bleek te bevatten, al bleef het niveau altijd achter bij dat van zijn geniale voorganger.

Bij Janine Jansen zie ik iets dergelijks niet gebeuren. Ik heb inmiddels de twee CD’s zo’n tienmaal met elkaar vergeleken, waarbij ik steeds de drie delen afzonderlijk paarsgewijs beluisterde, de ene keer in de volgorde Zukerman-Jansen, de volgende keer omgekeerd. En hoe ik het ook wend of keer, steeds trekt de uitvoering van Zukerman aan het langste eind, al blijkt het verschil het meest uitgesproken bij het Allegro ma non troppo, waarmee het concert begint. Zukerman speelt het stuk helderder, dynamischer en, als dat niet zo aanmatigend klonk, met meer overtuiging dan onze landgenote.

Door dit alles hoopte ik dat in de bioscoopdocumentaire Janine – van Paul Cohen, die Jansen drie jaar op de voet volgde – mij het raadsel uitgelegd zou worden. En zo niet, dat alle getuige-deskundigen als één man/vrouw haar kwaliteiten breed zouden uitmeten. Ik heb liever ongelijk dan dat ik hoor dat Jansen door iedereen schromelijk wordt overschat.

Omdat ik filmrecensies pas in detail lees als ik de film zelf heb gezien, had ik geen idee hoe hij zou beginnen. Maar al in de allereerste scène klinken de vertrouwde vier paukenslagen. Ja natuurlijk, ik had het kunnen weten! Wie anders dan Beethoven? En – met wat meer denkwerk had ik ook dat kunnen raden – het was de studio-opname van de eigenste uitvoering die ik op CD had. Cohen was op het lumineuze idee gekomen zijn film niet in te zetten met een solo, maar daaraan voorafgaand, ook het ensemblewerk te tonen. Zo kan de kijker toeleven naar het moment dat de solist invalt.

Op deze manier zien we ook dat Jansen vanaf de eerste seconde de muziek minstens even intensief beleeft als de orkestleden die wél geluid produceren. Gedurende drie fantastische minuten toont ze haar hele arsenaal van expressief gedrag: hoofd- en schouderbewegingen, blikken en grimassen. Je hebt nog geen noot van0801VG Janine2 haar gehoord maar nu al weet je dat ook deze opname een uitputtingsslag zal worden. Getuige bijvoorbeeld een pijnlijke linkervoet, die haar het spelen gedurende een paar minuten onmogelijk maakt.

Opmerkelijk genoeg roemen de meeste deskundigen die aan het woord komen andere eigenschappen dan muzikale interpretatie of technische kwaliteiten. Haar leermeester, de Let Philippe Hirschhorn (in 1996 overleden), komt er zelfs helemaal niet uit wat zo bijzonder is aan zijn beste pupil ooit. Tijdens de opnamen in Hamburg roemt dirigent Paavo Järvi haar onovertroffen authenticiteit: ‘er is niets nep aan haar’. Ook collega-musici – haar ex-vriend violist Julian Rachlin en altviolist Maxim Rysanov – komen nauwelijks met muzikale inzichten op de proppen. Eerder zoeken zij het in een intuïtieve benadering van de muziek en haar streven naar perfectie. Niet de compositie stukanalyseren, maar doen zoals zij voelt dat deze gespeeld zou moeten worden, net zolang tot het in orde is.

Tijdens een studio-opname van een stuk van Bach brengt Janine deze kenmerken ondubbelzinnig in de praktijk. Bij alles wat niet helemaal naar wens gaat maakt ze dat – verbaal, door bekken te trekken of als het echt te dol wordt met een krachtterm – duidelijk aan de producer. Al met al is ze niet te spreken over het eindresultaat, ook al verzekert de man dat niemand die ene bijna valse noot zal opmerken. Maar de diva laat zich niet vermurwen en de volgende twee dagen wordt de zaak integraal overgedaan.

In schril contrast met al die prachtige muziek moet de kijker ook de totstandkoming van de eenmalige glossy Janine ondergaan. Van nabij maken we een brainstormsessie mee van iemand van de uitgeverij BCM en de marketing manager van platenmaatschappij Universal. Het gesprek is meer dan tenenkrommend. Zoals in elke vergelijkbare glossy gaat het erom dat een BNer wordt opgekrikt tot superster, met in dit geval slechts een bijrol voor de muziek.

Janine heeft het geweten. Fotoshoots, een discussie met de kapper over een voor buitenstaanders triviaal detail en als absoluut dieptepunt een interview met Roger Moore. Janine denkt abusievelijk dat het een dubbelinterview zal worden, maar de interviewer helpt haar al snel uit de droom. Ze mag als toeschouwer aanwezig zijn bij het gesprek met de voormalige James Bond, die een van zijn ondeugende verhalen vertelt. Iets met hemzelf, Grace Jones en een zwarte dildo. ‘Twee zwarte pagina’s uit mijn leven’, grapt hij. Het wordt Janine zichtbaar te veel. Ze klaagt over de hitte in de kamer en gaat een glaasje water halen.

Al heeft de film een open eind, Cohen werkt duidelijk toe naar de burnout die ertoe leidde dat de violiste op 27 augustus 2010 voor onbepaalde tijd haar concertoptredens staakte. Voor iedere liefhebber van (klassieke) muziek is Janine een must. Mij werd ten eerste duidelijk dat ik de enige niet ben die Jansens genialiteit niet kan herleiden tot muzikale criteria. En ten tweede dat ik me vooral snel moet verdiepen in haar vertolking van andere componisten dan Beethoven.
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.
© 2010 Hans Knegtmans
powered by CJ2