archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Hollywood, Argentina Hans Knegtmans

Toen in maart 2010 de Oscars werden uitgereikt rekende bijna iedereen erop dat de prijs voor beste niet Engels gesproken film terecht zou komen bij Das Weisse Band (van Michael Haneke, zie Leunstoel 3, 7) of Un prophète (Jacques Audiard). Groot was de verbazing toen El secreto de sus ojos van de Argentijnse regisseur Juan José Campanella met de eer ging strijken. Maar filmcritici zijn niet voor één gat te vangen. Al gauw begrepen ze de reden van de ogenschijnlijk onlogische keus. Zo noemt Joost Broeren in De Filmkrant Un prophète ‘te grof’ en Das Weisse Band ‘te Haneke’ voor de overwegend rijpe en behoudzuchtige leden van de Academy.

Daar heeft hij een punt. Op het eerste gezicht heeft van de vijf nominaties El secreto de sus ojos het hoogste Hollywoodgehalte. Een duidelijk verhaal, gelikt camerawerk, uitgesproken Westerse acteurs, vertrouwde narratieve constructie (flashbacks en weer terug), en bovenal twee thema’s waar de Amerikaanse bioscoopgangers dol op zijn: misdaad en romantiek. (Bij het verlaten van de zaal was ik knap chagrijnig van de overdadige violen bij de slotscène. Dat ging pas over toen ik thuis – zonder violen – de film nog eens mijn geestesoog liet passeren.)

Het verhaal begint in 1999. De gepensioneerde openbaar aanklager Benjamín Espósito probeert de eerste zin van een op feiten gebaseerde roman te schrijven. Als rechtgeaarde dinosaurus is hij niet bekend met de werking van de computer en gebruikt hij pen en bloknoot. Hoewel hij gefrustreerd de ene na de andere pagina verfrommelt, zijn de bijbehorende beelden helder genoeg. We zien in flashback – later wordt duidelijk dat het 1974 is – een verbijsterend mooie jonge vrouw die het ontbijt voor haar man heeft bereid. Het is hun laatste samenzijn. Kort na zijn vertrek wordt ze door een indringer verkracht en vermoord. Gelukkig is regisseur Campanella zo kies om het misdrijf zelf niet in beeld te brengen. De aanblik van het lijk is al akelig genoeg.

Einde flashback. Om zijn hart te luchten begeeft Espósito zich naar de rechtbank waar zijn vroegere collega Irene Menéndez Hastings tegenwoordig de scepter zwaait. Het probleem bij het schrijven van zijn boek is niet zozeer de eerste zin, maar het feit dat de dader van de gruweldaad nog steeds vrij rondloopt. Het liefst zou hij willen dat Irene de zaak heropent, maar die voelt daar niets voor. Het echec van hun eerdere onderzoek en hun ambivalente persoonlijke relatie – hij was stiekem smoorverliefd, zij hield hem op afstand – staan haar nog levendig voor de geest. Uiteindelijk stemt ze erin toe dat Espósito op eigen houtje probeert de moordenaar op te sporen.

Niet voor niets is het flashbackdeel van de film gesitueerd in het Argentinië van 1974, twee jaar voordat generaal Videla en zijn militairen de macht grepen. Het rechtssysteem waarbinnen Espósito moest werken was er een van machtsmisbruik, onverschilligheid, corruptie en schaamteloos eigenbelang. Toen Espósito en Irene de dader eindelijk hadden opgespoord, sommeerde een hogere functionaris hen, om redenen die te cynisch zijn voor woorden (ga de film maar zien), de vervolging te staken.

De combinatie van tijdsbeeld en lovestory doet denken aan het roemruchte Casablanca, met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman als liefdespaar. In die klassieker echter werden de keuzes van de vroegere geliefden – met name die van kroegbaas Rick – vooral ingegeven door de historische achtergrond: Casablanca in oorlogstijd. In El secreto de sus ojos is de samenhang tussen persoonlijke motieven en situationele factoren veel minder helder en blijft daarenboven het spel van toenadering en afstand houden van de hoofdpersonen nogal raadselachtig. Zeker, de acteurs – Seledad Villamil als de zelfverzekerde Irene en Ricardo Darín als de (althans vroeger) explosieve Benjamín Espósito – zijn een genot om naar te kijken. Maar je kunt je moeilijk voorstellen dat deze twee mondige professionals te timide zijn om zich te uiten en te suf om de vibraties van de ander te voelen.

Gelukkig worden deze manco’s ruimschoots gecompenseerd door de andere vertellijn. De jacht in twee etappes – vroeger en nu – op de moordenaar bevat tal van filmische hoogstandjes. Een klopjacht in een afgepakt voetbalstadion is een wonder van cameravoering. En het weinig subtiele verhoor (maar dat mag, in het Argentijnse Hollywoodfiliaal) waarin Irene een misschien wel onschuldig lulletje doet veranderen in een psychopathische moordenaar is een van de engste filmfragmenten van het jaar. Met al zijn beperkingen behoort El secreto de sus ojos tot de must see films van 2010.
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.


© 2010 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Hollywood, Argentina Hans Knegtmans
Toen in maart 2010 de Oscars werden uitgereikt rekende bijna iedereen erop dat de prijs voor beste niet Engels gesproken film terecht zou komen bij Das Weisse Band (van Michael Haneke, zie Leunstoel 3, 7) of Un prophète (Jacques Audiard). Groot was de verbazing toen El secreto de sus ojos van de Argentijnse regisseur Juan José Campanella met de eer ging strijken. Maar filmcritici zijn niet voor één gat te vangen. Al gauw begrepen ze de reden van de ogenschijnlijk onlogische keus. Zo noemt Joost Broeren in De Filmkrant Un prophète ‘te grof’ en Das Weisse Band ‘te Haneke’ voor de overwegend rijpe en behoudzuchtige leden van de Academy.

Daar heeft hij een punt. Op het eerste gezicht heeft van de vijf nominaties El secreto de sus ojos het hoogste Hollywoodgehalte. Een duidelijk verhaal, gelikt camerawerk, uitgesproken Westerse acteurs, vertrouwde narratieve constructie (flashbacks en weer terug), en bovenal twee thema’s waar de Amerikaanse bioscoopgangers dol op zijn: misdaad en romantiek. (Bij het verlaten van de zaal was ik knap chagrijnig van de overdadige violen bij de slotscène. Dat ging pas over toen ik thuis – zonder violen – de film nog eens mijn geestesoog liet passeren.)

Het verhaal begint in 1999. De gepensioneerde openbaar aanklager Benjamín Espósito probeert de eerste zin van een op feiten gebaseerde roman te schrijven. Als rechtgeaarde dinosaurus is hij niet bekend met de werking van de computer en gebruikt hij pen en bloknoot. Hoewel hij gefrustreerd de ene na de andere pagina verfrommelt, zijn de bijbehorende beelden helder genoeg. We zien in flashback – later wordt duidelijk dat het 1974 is – een verbijsterend mooie jonge vrouw die het ontbijt voor haar man heeft bereid. Het is hun laatste samenzijn. Kort na zijn vertrek wordt ze door een indringer verkracht en vermoord. Gelukkig is regisseur Campanella zo kies om het misdrijf zelf niet in beeld te brengen. De aanblik van het lijk is al akelig genoeg.

Einde flashback. Om zijn hart te luchten begeeft Espósito zich naar de rechtbank waar zijn vroegere collega Irene Menéndez Hastings tegenwoordig de scepter zwaait. Het probleem bij het schrijven van zijn boek is niet zozeer de eerste zin, maar het feit dat de dader van de gruweldaad nog steeds vrij rondloopt. Het liefst zou hij willen dat Irene de zaak heropent, maar die voelt daar niets voor. Het echec van hun eerdere onderzoek en hun ambivalente persoonlijke relatie – hij was stiekem smoorverliefd, zij hield hem op afstand – staan haar nog levendig voor de geest. Uiteindelijk stemt ze erin toe dat Espósito op eigen houtje probeert de moordenaar op te sporen.

Niet voor niets is het flashbackdeel van de film gesitueerd in het Argentinië van 1974, twee jaar voordat generaal Videla en zijn militairen de macht grepen. Het rechtssysteem waarbinnen Espósito moest werken was er een van machtsmisbruik, onverschilligheid, corruptie en schaamteloos eigenbelang. Toen Espósito en Irene de dader eindelijk hadden opgespoord, sommeerde een hogere functionaris hen, om redenen die te cynisch zijn voor woorden (ga de film maar zien), de vervolging te staken.

De combinatie van tijdsbeeld en lovestory doet denken aan het roemruchte Casablanca, met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman als liefdespaar. In die klassieker echter werden de keuzes van de vroegere geliefden – met name die van kroegbaas Rick – vooral ingegeven door de historische achtergrond: Casablanca in oorlogstijd. In El secreto de sus ojos is de samenhang tussen persoonlijke motieven en situationele factoren veel minder helder en blijft daarenboven het spel van toenadering en afstand houden van de hoofdpersonen nogal raadselachtig. Zeker, de acteurs – Seledad Villamil als de zelfverzekerde Irene en Ricardo Darín als de (althans vroeger) explosieve Benjamín Espósito – zijn een genot om naar te kijken. Maar je kunt je moeilijk voorstellen dat deze twee mondige professionals te timide zijn om zich te uiten en te suf om de vibraties van de ander te voelen.

Gelukkig worden deze manco’s ruimschoots gecompenseerd door de andere vertellijn. De jacht in twee etappes – vroeger en nu – op de moordenaar bevat tal van filmische hoogstandjes. Een klopjacht in een afgepakt voetbalstadion is een wonder van cameravoering. En het weinig subtiele verhoor (maar dat mag, in het Argentijnse Hollywoodfiliaal) waarin Irene een misschien wel onschuldig lulletje doet veranderen in een psychopathische moordenaar is een van de engste filmfragmenten van het jaar. Met al zijn beperkingen behoort El secreto de sus ojos tot de must see films van 2010.
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.
© 2010 Hans Knegtmans
powered by CJ2