archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
De streken van Michael Moore Hans Knegtmans

Al jaren is documentairemaker Michael Moore het troetelkind van jong links. Studenten in de VS en elders hebben de filmer die genadeloos iedereen aanpakt die niet deugt – vooral de Amerikaanse overheid, politici en het grootkapitaal – in het hart gesloten als pleitbezorger voor een betere, rechtvaardiger wereld. Dat hij zelf als quasi naïeve stuntel de confrontatie opzoekt met zijn tegenstanders en hun lakeien – portiers, ordediensten, politie – draagt extra bij aan zijn populariteit. Hier is niet alleen een linkse denker aan het woord, maar ook een activist die met gespeelde onschuld de gevestigde orde een spiegel voorhoudt!

Niet iedereen is even enthousiast over Moore’s werkwijze. In 2007 maakte het Canadese duo Debbie Melnyk en Rick Caine de documentaire Manufacturing Dissent. Opmerkelijk genoeg was hun film niet bedoeld als politiek-ideologisch pamflet, maar als een studie van hoe de media (in dit geval de documentaires van Moore) de werkelijkheid manipuleren.
Hoewel veel van hun onthullingen door insiders (niet dat ik me daartoe reken) als oud nieuws werden afgedaan, was de optelsom van grote en kleine leugens die Moore zich permitteerde voldoende reden, vraagtekens te zetten bij de cultstatus van hun studieobject. In zijn doorbraakfilm Roger & Me uit 1989 lukt het de cineast een film lang niet Roger Smith, baas van General Motors en de slechterik in de film, te spreken te krijgen. Later werd duidelijk dat de twee elkaar meerdere malen hadden ontmoet maar, zeg nu zelf, een CEO die zich lafhartig aan journalistieke ondervraging onttrekt, is een veel seksier doelwit.

In Bowling for Columbine (2002), over de gevolgen van de vuurwapenindustrie in de VS, betoogt Moore dat niet de aantallen geproduceerde revolvers en pistolen de oorzaak zijn van schietpartijen met dodelijke afloop. Kijk maar naar Canada, daar worden nog meer vuurwapens verkocht dan in de VS, legt hij uit. In Manufacturing Dissent echter betoogt een wapendeskundige dat in Canada, anders dan in de VS, onnoemelijk veel jachtgeweren worden verkocht. En dat is natuurlijk niet het soort wapen waarmee iemand tijdens een café- of burenruzie zijn gelijk haalt.
Eveneens in Bowling for Columbine opent Moore een bankrekening, en krijgt inderdaad prompt het geweer mee dat hem in de advertentie beloofd was. Doorgestoken kaart, verklaart een bankmedewerkster tegenover Melnyk. ‘U denkt toch niet dat wij hier honderden geweren hebben klaarliggen?’

Ook vele (vroegere) vrienden van de filmer zeggen hun zegje, evenals nationale bekendheden als politicus Ralph Nader, documentairemaker Errol Morris en filmgoeroe John Pierson. Onthullender nog dan de leugens en misleiding die Moore zich permitteert, is zijn optreden tegen filmmaker Debbie Melnyk. In navolging van de gehate Roger Smith weigert hij categorisch haar te woord te staan. De enkele keer dat het haar wél lukt het bewakingskordon te doorbreken, lijkt Moore in niets op de scherpe ondervrager van de gevestigde orde. Integendeel, hier is een onzekere man te zien,0704VG FDR die zijn plotselinge machteloosheid maskeert met denigrerende taal, die schril afsteekt bij zijn gevatheid wanneer hij zich wél heeft kunnen voorbereiden.

De titel van zijn nieuwe documentaire Capitalism: A Love Story is in al zijn ambiguïteit handig gekozen. Het alomvattende concept ‘kapitalisme’ ontheft Moore van de plicht, de film inhoudelijk af te bakenen. Een kapitalistische maatschappij is per definitie in al haar geledingen doortrokken van dit ideologische beginsel. En dat stelt de filmmaker in staat alles aan te pakken, zolang het maar te maken heeft met geld, uitbuiting en machtsmisbruik.
Geheel volgens verwachting maakt de regisseur daar gretig gebruik van. We zien een corrupte rechter die smeergeld int van het bedrijf dat na privatisering de jeugdgevangenis heeft overgenomen. We horen interviews met luchtvaartpiloten die ongeschoold moeten bijklussen omdat hun inkomen dramatisch gekelderd is. Een weduwe vertelt hoe de werkgever van haar echtgenoot een levensverzekering op zijn leven had afgesloten, zodat het bedrijf na zijn dood het geld opstrijkt, terwijl zij zelf blut achterblijft. Een echtpaar kan zijn verplichtingen jegens de bank niet nakomen, zodat het nu uit huis wordt gezet. Maar de bankeigenaar is een toffe vent die het berooide stel 1000 dollar wil betalen, als ze zelf hun huisraad verbranden.

Nee, Capitalism: A Love Story is geen opwekkende film. Gelukkig mogen we nog lachen om Moore’s onvermijdelijke grappen en grollen. Zijn tot mislukken gedoemde poging tot burgerarrestatie van een CEO. Of hoe hij, gewapend met een juten zak, een hoge bankfunctionaris maant, ‘het geld van de belastingbetaler’ uit het raam te gooien. Gekke Moore!
De maatschappijcriticus in Moore bedient zich van andere stijlmiddelen. Die luistert met gespeelde verbijstering toe wanneer iemand die weet hoe het zit (de bevriende acteur Wallace Shawn bijvoorbeeld) hem de ins en outs van de zoveelste kapitalistische luizenstreek uitlegt. Op zulke momenten wil je de cineast een schop onder zijn zelfgenoegzame reet verkopen, en hem dringend vragen de politiek in te gaan, in plaats van propaganda te bedrijven die slechts degenen bereikt die het al twintig jaar met hem eens zijn.

Hoewel, voor dat vak moet je een politieke visie hebben, en Moore is beter in het signaleren van misstanden dan het aanbieden van alternatieven. Het meest indrukwekkende fragment uit Capitalism: A Love Story is een radiotoespraak van president Franklin Delano Roosevelt uit 1944, een jaar voor zijn overlijden. De tekst van deze tweede Bill of Rights – waarvan de verfilming door toedoen van Moore in 2008 boven water kwam – is een toonbeeld van luciditeit en medemenselijkheid. Helaas ontbrak het Rooseveldts opvolgers aan de visie en de durf om zijn woorden in de praktijk te brengen.
 
********************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl


© 2009 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
De streken van Michael Moore Hans Knegtmans
Al jaren is documentairemaker Michael Moore het troetelkind van jong links. Studenten in de VS en elders hebben de filmer die genadeloos iedereen aanpakt die niet deugt – vooral de Amerikaanse overheid, politici en het grootkapitaal – in het hart gesloten als pleitbezorger voor een betere, rechtvaardiger wereld. Dat hij zelf als quasi naïeve stuntel de confrontatie opzoekt met zijn tegenstanders en hun lakeien – portiers, ordediensten, politie – draagt extra bij aan zijn populariteit. Hier is niet alleen een linkse denker aan het woord, maar ook een activist die met gespeelde onschuld de gevestigde orde een spiegel voorhoudt!

Niet iedereen is even enthousiast over Moore’s werkwijze. In 2007 maakte het Canadese duo Debbie Melnyk en Rick Caine de documentaire Manufacturing Dissent. Opmerkelijk genoeg was hun film niet bedoeld als politiek-ideologisch pamflet, maar als een studie van hoe de media (in dit geval de documentaires van Moore) de werkelijkheid manipuleren.
Hoewel veel van hun onthullingen door insiders (niet dat ik me daartoe reken) als oud nieuws werden afgedaan, was de optelsom van grote en kleine leugens die Moore zich permitteerde voldoende reden, vraagtekens te zetten bij de cultstatus van hun studieobject. In zijn doorbraakfilm Roger & Me uit 1989 lukt het de cineast een film lang niet Roger Smith, baas van General Motors en de slechterik in de film, te spreken te krijgen. Later werd duidelijk dat de twee elkaar meerdere malen hadden ontmoet maar, zeg nu zelf, een CEO die zich lafhartig aan journalistieke ondervraging onttrekt, is een veel seksier doelwit.

In Bowling for Columbine (2002), over de gevolgen van de vuurwapenindustrie in de VS, betoogt Moore dat niet de aantallen geproduceerde revolvers en pistolen de oorzaak zijn van schietpartijen met dodelijke afloop. Kijk maar naar Canada, daar worden nog meer vuurwapens verkocht dan in de VS, legt hij uit. In Manufacturing Dissent echter betoogt een wapendeskundige dat in Canada, anders dan in de VS, onnoemelijk veel jachtgeweren worden verkocht. En dat is natuurlijk niet het soort wapen waarmee iemand tijdens een café- of burenruzie zijn gelijk haalt.
Eveneens in Bowling for Columbine opent Moore een bankrekening, en krijgt inderdaad prompt het geweer mee dat hem in de advertentie beloofd was. Doorgestoken kaart, verklaart een bankmedewerkster tegenover Melnyk. ‘U denkt toch niet dat wij hier honderden geweren hebben klaarliggen?’

Ook vele (vroegere) vrienden van de filmer zeggen hun zegje, evenals nationale bekendheden als politicus Ralph Nader, documentairemaker Errol Morris en filmgoeroe John Pierson. Onthullender nog dan de leugens en misleiding die Moore zich permitteert, is zijn optreden tegen filmmaker Debbie Melnyk. In navolging van de gehate Roger Smith weigert hij categorisch haar te woord te staan. De enkele keer dat het haar wél lukt het bewakingskordon te doorbreken, lijkt Moore in niets op de scherpe ondervrager van de gevestigde orde. Integendeel, hier is een onzekere man te zien,0704VG FDR die zijn plotselinge machteloosheid maskeert met denigrerende taal, die schril afsteekt bij zijn gevatheid wanneer hij zich wél heeft kunnen voorbereiden.

De titel van zijn nieuwe documentaire Capitalism: A Love Story is in al zijn ambiguïteit handig gekozen. Het alomvattende concept ‘kapitalisme’ ontheft Moore van de plicht, de film inhoudelijk af te bakenen. Een kapitalistische maatschappij is per definitie in al haar geledingen doortrokken van dit ideologische beginsel. En dat stelt de filmmaker in staat alles aan te pakken, zolang het maar te maken heeft met geld, uitbuiting en machtsmisbruik.
Geheel volgens verwachting maakt de regisseur daar gretig gebruik van. We zien een corrupte rechter die smeergeld int van het bedrijf dat na privatisering de jeugdgevangenis heeft overgenomen. We horen interviews met luchtvaartpiloten die ongeschoold moeten bijklussen omdat hun inkomen dramatisch gekelderd is. Een weduwe vertelt hoe de werkgever van haar echtgenoot een levensverzekering op zijn leven had afgesloten, zodat het bedrijf na zijn dood het geld opstrijkt, terwijl zij zelf blut achterblijft. Een echtpaar kan zijn verplichtingen jegens de bank niet nakomen, zodat het nu uit huis wordt gezet. Maar de bankeigenaar is een toffe vent die het berooide stel 1000 dollar wil betalen, als ze zelf hun huisraad verbranden.

Nee, Capitalism: A Love Story is geen opwekkende film. Gelukkig mogen we nog lachen om Moore’s onvermijdelijke grappen en grollen. Zijn tot mislukken gedoemde poging tot burgerarrestatie van een CEO. Of hoe hij, gewapend met een juten zak, een hoge bankfunctionaris maant, ‘het geld van de belastingbetaler’ uit het raam te gooien. Gekke Moore!
De maatschappijcriticus in Moore bedient zich van andere stijlmiddelen. Die luistert met gespeelde verbijstering toe wanneer iemand die weet hoe het zit (de bevriende acteur Wallace Shawn bijvoorbeeld) hem de ins en outs van de zoveelste kapitalistische luizenstreek uitlegt. Op zulke momenten wil je de cineast een schop onder zijn zelfgenoegzame reet verkopen, en hem dringend vragen de politiek in te gaan, in plaats van propaganda te bedrijven die slechts degenen bereikt die het al twintig jaar met hem eens zijn.

Hoewel, voor dat vak moet je een politieke visie hebben, en Moore is beter in het signaleren van misstanden dan het aanbieden van alternatieven. Het meest indrukwekkende fragment uit Capitalism: A Love Story is een radiotoespraak van president Franklin Delano Roosevelt uit 1944, een jaar voor zijn overlijden. De tekst van deze tweede Bill of Rights – waarvan de verfilming door toedoen van Moore in 2008 boven water kwam – is een toonbeeld van luciditeit en medemenselijkheid. Helaas ontbrak het Rooseveldts opvolgers aan de visie en de durf om zijn woorden in de praktijk te brengen.
 
********************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl
© 2009 Hans Knegtmans
powered by CJ2