archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Gezocht: een cursus Beethoven Hans Knegtmans

In Search of Beethoven is een documentaire over wat volgens velen de meest geniale componist uit de muziekgeschiedenis is. Vervaardigd door een regisseur (Phil Grabsky, eerder de maker van In Search of Mozart) die de integriteit zelve is en probeert Ludwig van Beethoven te portretteren als de componist die hij was. Tientallen deskundigen hielpen hem bij die krachttoer: musici, dirigenten, musicologen en historici, die weten waarover ze het hebben. En toch is In Search of Beethoven niet echt het meeslepende meesterwerk geworden dat je, ook gezien de reputatie van componist en regisseur, zou verwachten. Laat me proberen het lek boven water te krijgen.

In zijn streven naar historische correctheid onthaalt Grabsky de kijker op talloze feiten en feitjes, keurig verteld door een commentaarstem. Beethoven heette ‘van’ en niet ‘Von’ omdat zijn opa Lodewijk een Belg was, die van Mechelen naar Bonn was verhuisd. Heeft hij zijn grote voorbeeld Mozart gekend? Dat weten we niet zeker. Weliswaar verbleef hij reeds op jonge leeftijd een tijdje in Wenen – de stad waar hij zich later definitief zou vestigen – maar het is nooit duidelijk geworden of hij Wolfgang Amadeus daadwerkelijk ontmoet heeft. Tja, dat schiet niet op.

Beethovens sociale leven werd ontsierd door een eindeloze reeks mislukte amourettes. Als pianoleraar ontfermde hij zich bij voorkeur over jongvolwassen meisjes van goeden huize, op wie hij steevast verliefd werd. Die gevoelens werden zelden of nooit beantwoord, omdat de dames zich liever vermaakten met jongens van zo hun eigen leeftijd, afkomstig uit hun eigen patriciersmilieu. Families die Von heten en niet van. (De voice-over leest een brief van Beethoven aan zijn zoveelste geliefde voor waaruit in ieder geval blijkt dat hij een onverbeterlijke romanticus was, wiens poëtische kwaliteiten dramatisch achterbleven bij zijn muzikale gaven.)

Natuurlijk zijn Beethovens gedoemde passies niet triviaal en zorgen ze voor een beter begrip van de humeurige –om niet te zeggen zwartgallige– kant van zijn persoonlijkheid. Maar opwindende film levert deze gesproken informatie niet op. Al te vaak krijgen we, als een soort testbeeld, een van de handvol schilderijen te zien waarop de componist is vereeuwigd. Of een stemmig filmfragment van een boomtak of regenval. Of, met een frequentie een betere zaak waardig, een schilderij of tekening van een van de huizen die hij bewoond heeft. Daarvoor hoeft u niet naar de bioscoop. (De koop-dvd verschijnt pas in november.)

Gelukkig zijn er de vele professionals die zich beijveren ons de grootsheid van Beethoven uit te leggen. Beethoven was, voordat doofheid een eind maakte aan zijn optredens, een ongekend virtuoze pianist. Emanuel Ax demonstreert daarvan een kras staaltje. De Tweede Pianosonate wordt altijd tweehandig gespeeld. Maar het kan ook anders. Uit de oorspronkelijke vingerzetting blijkt dat de maestro zelf alleen zijn rechterhand gebruikte. Ax sluit niet uit dat de herziene vingerzetting beoogde ook minder vingervlugge pianisten een kans te geven. Maar eigenlijk lijkt het hem waarschijnlijker dat het bestaan van twee versies slechts ten doel had minder begaafde pianisten te kleineren: ‘waarschijnlijk is dit te moeilijk voor jullie, maar ik weet een gemakkelijke manier om toch ongeveer hetzelfde resultaat te krijgen.’

Want, zo zeggen ook andere deskundigen, de onvoorstelbare moeilijkheidsgraad van sommige pianostukken kwam niet alleen voort uit esthetische overwegingen. Beethoven ergerde zich dood aan tweederangs componisten/musici die, ondanks een evident gebrek aan talent, zich met hun ellebogen toch tot ster hadden weten op te werken. Die zouden meteen door de mand vallen als ze zich aan een van Beethovens composities zouden wagen.
Goed, hij kon dus knap pianospelen. Maar wat maakte Beethoven tot de beste componist aller tijden, zoals veel van de geïnterviewde musici en dirigenten met stelligheid beweren? Beter dan bijvoorbeeld Mozart en zijn leermeester Joseph Haydn, die hij beiden zo bewonderde dat hij, tenminste in zijn jonge jaren, niets liever wilde dan hen in genialiteit en beroemdheid overtreffen.

Veel van de superlatieven zijn niet meer dan ongefundeerde waardeoordelen, het ene wat interessanter verpakt dan het andere.‘Het eerste deel van de Eroïca is het beste eerste deel van welke symfonie dan ook.’ ‘Beethoven heeft gedefinieerd wat muziek is.’ En, waar een anonieme bewonderaar de film mee inluidt: ‘als we de tien grootste prestaties van de mensheid zouden moeten noemen, zouden daar zeker een paar composities van Beethoven bij zitten.’ Gelukkig verliest niet elke spreker zich in onberedeneerde superlatieven. Liefst drie sprekers roemen de overgang van het donkere, langzame begin van de vierde symfonie naar het in majeur geschreven allegro. De een spreekt van de opening van een fles champagne, de ander vindt het klinken: ‘alsof de componist ons uitlacht omdat we dat sombere begin zo serieus hebben genomen’.

Slechts een paar muzikanten noemen muzikaal-technische kenmerken. Iemand meldt de stijlfiguur van eindeloze herhaling van dezelfde toon, die geen enkele eerdere componist had bedacht of aangedurfd. Of, zoals een cellist laat horen, het laten vallen van een seconden durende stilte middenin een muzikale passage. Musicoloog Giovanni Beretti contrasteert Beethovens spanningsopbouw met wat hij noemt: de symmetrische, terugkerende patronen van vraag en antwoord die het werk van eerdere componisten zouden kenmerken. Daar kan ik me met wat moeite wel iets bij voorstellen, al zou het helpen als ik van allebei een voorbeeld hoorde.

Het meest concreet wordt pianist Kristian Bezuidenhout, die demonstreert welke stijlbreuken Beethoven zich permitteerde in het begin van het Vierde Pianoconcert. Het allereerste pianoconcert dat daadwerkelijk met een pianosolo begint, waarna het orkest antwoord geeft. In B majeur, mind you, terwijl de pianist in G majeur was begonnen. Kijk, dat soort illustraties snijdt meer hout, al begrijp ik wel dat de niet-musici in het publiek daar niet warm of koud van worden. Misschien moet ik eens nagaan of bij mij in de regio een ‘cursus Beethoven’ wordt gegeven. Ik geloof niet dat ik ooit eerder aan een cursus van culturele aard heb deelgenomen. Dan lijkt Beethoven me een mooi begin. Want hij blijft de grootste componist. Daar doen alle schoonheidsfoutjes van de film niet aan af.
 
*****************************
Literair cabaretprogramma bij u thuis?


© 2009 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Gezocht: een cursus Beethoven Hans Knegtmans
In Search of Beethoven is een documentaire over wat volgens velen de meest geniale componist uit de muziekgeschiedenis is. Vervaardigd door een regisseur (Phil Grabsky, eerder de maker van In Search of Mozart) die de integriteit zelve is en probeert Ludwig van Beethoven te portretteren als de componist die hij was. Tientallen deskundigen hielpen hem bij die krachttoer: musici, dirigenten, musicologen en historici, die weten waarover ze het hebben. En toch is In Search of Beethoven niet echt het meeslepende meesterwerk geworden dat je, ook gezien de reputatie van componist en regisseur, zou verwachten. Laat me proberen het lek boven water te krijgen.

In zijn streven naar historische correctheid onthaalt Grabsky de kijker op talloze feiten en feitjes, keurig verteld door een commentaarstem. Beethoven heette ‘van’ en niet ‘Von’ omdat zijn opa Lodewijk een Belg was, die van Mechelen naar Bonn was verhuisd. Heeft hij zijn grote voorbeeld Mozart gekend? Dat weten we niet zeker. Weliswaar verbleef hij reeds op jonge leeftijd een tijdje in Wenen – de stad waar hij zich later definitief zou vestigen – maar het is nooit duidelijk geworden of hij Wolfgang Amadeus daadwerkelijk ontmoet heeft. Tja, dat schiet niet op.

Beethovens sociale leven werd ontsierd door een eindeloze reeks mislukte amourettes. Als pianoleraar ontfermde hij zich bij voorkeur over jongvolwassen meisjes van goeden huize, op wie hij steevast verliefd werd. Die gevoelens werden zelden of nooit beantwoord, omdat de dames zich liever vermaakten met jongens van zo hun eigen leeftijd, afkomstig uit hun eigen patriciersmilieu. Families die Von heten en niet van. (De voice-over leest een brief van Beethoven aan zijn zoveelste geliefde voor waaruit in ieder geval blijkt dat hij een onverbeterlijke romanticus was, wiens poëtische kwaliteiten dramatisch achterbleven bij zijn muzikale gaven.)

Natuurlijk zijn Beethovens gedoemde passies niet triviaal en zorgen ze voor een beter begrip van de humeurige –om niet te zeggen zwartgallige– kant van zijn persoonlijkheid. Maar opwindende film levert deze gesproken informatie niet op. Al te vaak krijgen we, als een soort testbeeld, een van de handvol schilderijen te zien waarop de componist is vereeuwigd. Of een stemmig filmfragment van een boomtak of regenval. Of, met een frequentie een betere zaak waardig, een schilderij of tekening van een van de huizen die hij bewoond heeft. Daarvoor hoeft u niet naar de bioscoop. (De koop-dvd verschijnt pas in november.)

Gelukkig zijn er de vele professionals die zich beijveren ons de grootsheid van Beethoven uit te leggen. Beethoven was, voordat doofheid een eind maakte aan zijn optredens, een ongekend virtuoze pianist. Emanuel Ax demonstreert daarvan een kras staaltje. De Tweede Pianosonate wordt altijd tweehandig gespeeld. Maar het kan ook anders. Uit de oorspronkelijke vingerzetting blijkt dat de maestro zelf alleen zijn rechterhand gebruikte. Ax sluit niet uit dat de herziene vingerzetting beoogde ook minder vingervlugge pianisten een kans te geven. Maar eigenlijk lijkt het hem waarschijnlijker dat het bestaan van twee versies slechts ten doel had minder begaafde pianisten te kleineren: ‘waarschijnlijk is dit te moeilijk voor jullie, maar ik weet een gemakkelijke manier om toch ongeveer hetzelfde resultaat te krijgen.’

Want, zo zeggen ook andere deskundigen, de onvoorstelbare moeilijkheidsgraad van sommige pianostukken kwam niet alleen voort uit esthetische overwegingen. Beethoven ergerde zich dood aan tweederangs componisten/musici die, ondanks een evident gebrek aan talent, zich met hun ellebogen toch tot ster hadden weten op te werken. Die zouden meteen door de mand vallen als ze zich aan een van Beethovens composities zouden wagen.
Goed, hij kon dus knap pianospelen. Maar wat maakte Beethoven tot de beste componist aller tijden, zoals veel van de geïnterviewde musici en dirigenten met stelligheid beweren? Beter dan bijvoorbeeld Mozart en zijn leermeester Joseph Haydn, die hij beiden zo bewonderde dat hij, tenminste in zijn jonge jaren, niets liever wilde dan hen in genialiteit en beroemdheid overtreffen.

Veel van de superlatieven zijn niet meer dan ongefundeerde waardeoordelen, het ene wat interessanter verpakt dan het andere.‘Het eerste deel van de Eroïca is het beste eerste deel van welke symfonie dan ook.’ ‘Beethoven heeft gedefinieerd wat muziek is.’ En, waar een anonieme bewonderaar de film mee inluidt: ‘als we de tien grootste prestaties van de mensheid zouden moeten noemen, zouden daar zeker een paar composities van Beethoven bij zitten.’ Gelukkig verliest niet elke spreker zich in onberedeneerde superlatieven. Liefst drie sprekers roemen de overgang van het donkere, langzame begin van de vierde symfonie naar het in majeur geschreven allegro. De een spreekt van de opening van een fles champagne, de ander vindt het klinken: ‘alsof de componist ons uitlacht omdat we dat sombere begin zo serieus hebben genomen’.

Slechts een paar muzikanten noemen muzikaal-technische kenmerken. Iemand meldt de stijlfiguur van eindeloze herhaling van dezelfde toon, die geen enkele eerdere componist had bedacht of aangedurfd. Of, zoals een cellist laat horen, het laten vallen van een seconden durende stilte middenin een muzikale passage. Musicoloog Giovanni Beretti contrasteert Beethovens spanningsopbouw met wat hij noemt: de symmetrische, terugkerende patronen van vraag en antwoord die het werk van eerdere componisten zouden kenmerken. Daar kan ik me met wat moeite wel iets bij voorstellen, al zou het helpen als ik van allebei een voorbeeld hoorde.

Het meest concreet wordt pianist Kristian Bezuidenhout, die demonstreert welke stijlbreuken Beethoven zich permitteerde in het begin van het Vierde Pianoconcert. Het allereerste pianoconcert dat daadwerkelijk met een pianosolo begint, waarna het orkest antwoord geeft. In B majeur, mind you, terwijl de pianist in G majeur was begonnen. Kijk, dat soort illustraties snijdt meer hout, al begrijp ik wel dat de niet-musici in het publiek daar niet warm of koud van worden. Misschien moet ik eens nagaan of bij mij in de regio een ‘cursus Beethoven’ wordt gegeven. Ik geloof niet dat ik ooit eerder aan een cursus van culturele aard heb deelgenomen. Dan lijkt Beethoven me een mooi begin. Want hij blijft de grootste componist. Daar doen alle schoonheidsfoutjes van de film niet aan af.
 
*****************************
Literair cabaretprogramma bij u thuis?
© 2009 Hans Knegtmans
powered by CJ2