archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Een draak van een mammoet Hans Knegtmans

Op het festival van Cannes werd Mammoth, het laatste gedachtenspinsel van de Zweedse filmmaker Lukas Moodysson, hartstochtelijk uitgejouwd door de toeschouwers. Ik heb het niet erg op Moodysson, dus ik had dit incident graag willen meemaken. In Nederland verwierf hij in 1998 enige bekendheid in het arthouse circuit met de film Fucking Åmål. Twee meisjes vervelen zich suf in een provinciestadje. Niet erg interessant, maar het kon slechter. In Together (2001) begaf hij zich op het glibberige pad van de humor door het leven in een commune op de hak te nemen. Het resultaat maakte duidelijk dat grappen maken niet zijn strong suit is. In Lilya 4-Ever gaf hij zich over aan ongezouten maatschappijkritiek. Met een moker ramde hij zijn aanklacht tegen de normloze consumptiemaatschappij in de harten en hoofden van de kijkers, kennelijk in de veronderstelling dat die aan een half woord niet genoeg hadden. Wat zou hij in Mammoth willen uitdragen?

Hoewel vanaf de eerste beelden duidelijk is dat ook deze film een Belangrijke Boodschap bevat, zag ik niet meteen voor welke misstand ik mijn ogen moest openen. Natuurlijk begreep ik wel dat de hoofdpersonen – computerwizzard Leo en zijn vrouw, de hardwerkende chirurg Ellen – op de een of andere manier verkeerd bezig waren. Dat zag je wel aan de verscheurde blik van Ellen of de gemaakte opgewektheid van Leo, en ook de te protserige inrichting van hun appartement in downtown New York sprak boekdelen, maar wat schortte er nu precies aan? Hun dochtertje Jackie is de vleesgeworden snoezigheid, dus daar wrong de schoen niet.

Hadden ze misschien geld te veel? Zou kunnen. Maar te weinig is ook niet goed. Kijk maar naar de familie van au pair Gloria, die in de Filippijnen is achtergebleven. De bouw van hun nieuwe huisje ligt stil omdat er geen geld is om de werklui te betalen. En later in de film zien we dat andere Filippino’s nog slechter af zijn. Dus het is te simpel om te denken dat ze daar gelukkiger zijn dan in de consumptiemaatschappij van de VS. Nou zeg, Moodysson maakt het de kijker niet makkelijk!

Ik denk dat alle hersengymnastiek die ik tijdens de voorstelling mezelf oplegde berust op een misvatting. Namelijk het idee dat de regisseur over het denkvermogen beschikt om een welomschreven probleem te formuleren en dat over te brengen op zijn publiek. Tijdens een zakenreis naar Thailand – waar hij voor een fortuin een computerspel verkoopt – verzeilt Leo (Gael García Bernal, wiens carrière van aankomende superster wat hapert) in een bordeel. Fout! Gelukkig beseft hij dat zelf ook. Hij biedt het hoertje Cookie een dikke stapel bankbiljetten aan op voorwaarde dat ze ten eerste geen seks hebben en, belangrijker nog, dat zij meteen naar huis gaat en zich vannacht niet meer laat zien op haar werk. (Jazeker, dit is dezelfde hersenloze ontwikkelingshulp die we meemaakten in Bollywood Hero, zie aflevering 6, 11.)

De volgende ochtend staat Cookie op de stoep en ze rust niet tot hij instemt met een uitstapje per scooter. Vooruit dan maar. En o, wat een onschuldig plezier hebben die twee nu ze er even uit zijn! Zo spontaan en natuurlijk verloopt de dag dat ze die avond als vanzelfsprekend seks hebben. In een onbewaakt ogenblik stelt Leo haar voor samen bij wijze van nieuw begin een wereldreis te maken. Cookie vindt dat hartstikke cool. Hallo! Leo is gelukkig getrouwd, ja? En thuis wacht het liefste dochtertje van de hele wereld op haar pappa! De manier waarop de regisseur deze onwelkome complicatie ‘oplost’ zegt iets over zijn narratieve capriolen. Moodyson behoort tot het slag mensen dat een ideologische missie denkt te hebben die ze echter zelf niet kunnen overzien. En het verontrustende is dat zulke nepfilosofen in de regel niet te klagen hebben over gebrek aan medestanders. Fijn dat ze er in Cannes niet intuinden.

Wanneer je Mammoth hebt gezien besef je pas goed wat een meesterlijke film Delta van de Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó is. Voor hem in Cannes geen boegeroep. Weliswaar greep de film net naast de Gouden Palm maar de wél behaalde Fipresciprijs – de internationale journalistenonderscheiding – is bijna net zo begerenswaardig.
Een naamloze dertiger (Félix Lajkó, naast acteur beroepsviolist en componist van de muziek in de film) keert na jarenlange omzwervingen terug in zijn geboortedorp. Het is daar nog even treurig als altijd. Hij maakt kennis met zijn halfzusje (Orsolya Tóth, die in het recente verleden in de prijzen viel voor haar acteerprestaties in wel drie verschillende films) en de nieuwe vriend van zijn moeder. Zijn vader had een rieten hutje buiten het dorp, aan een van de oevers van de Donau-delta. Dat gebruikt hij als slaapplaats, terwijl hij overdag een houten paalwoning in het water bouwt.

Als vanzelfsprekend treedt het meisje op als timmermansmaatje en het duurt niet lang of ze brengt de nachten in de hut door. In de film wordt weinig gepraat, zelfs niet tussen de twee hoofdpersonen. En waar ze het ook over hebben, het gaat nooit over hun relatie. Broer en zus zijn niet achterlijk en ze merken wel dat anderen hun intimiteit afkeuren. Moeders vrijer bijvoorbeeld steekt zijn walging niet onder stoelen of banken, al komt die eerder voort uit mannelijke afgunst dan morele verontwaardiging.
Je zou willen dat het tweetal tot hun oude dag samen zou kunnen blijven. Maar incest is zelfs in de meest verlichte kringen niet populair, laat staan bij ongeletterde armoedzaaiers in een Hongaars dorp. Toch komt de samengebalde volkswoede nog als een verrassing. Zo aangenaam is het blijkbaar anderhalf uur te kijken naar een jong stel waar geen kwaad bij zit, dat je even de boze buitenwereld vergeet. Aan de andere kant waren we zonder dit grimmige slot ons waarschijnlijk een rotje geschrokken bij de eerste de beste snauw of opgestoken middelvinger van een verongelijkte medeburger. Mundruczó zet ons net op tijd weer met beide benen op de grond.
 
*******************************************
Adverteren op De Leunstoel, exclusief en toch voordelig.


© 2009 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Een draak van een mammoet Hans Knegtmans
Op het festival van Cannes werd Mammoth, het laatste gedachtenspinsel van de Zweedse filmmaker Lukas Moodysson, hartstochtelijk uitgejouwd door de toeschouwers. Ik heb het niet erg op Moodysson, dus ik had dit incident graag willen meemaken. In Nederland verwierf hij in 1998 enige bekendheid in het arthouse circuit met de film Fucking Åmål. Twee meisjes vervelen zich suf in een provinciestadje. Niet erg interessant, maar het kon slechter. In Together (2001) begaf hij zich op het glibberige pad van de humor door het leven in een commune op de hak te nemen. Het resultaat maakte duidelijk dat grappen maken niet zijn strong suit is. In Lilya 4-Ever gaf hij zich over aan ongezouten maatschappijkritiek. Met een moker ramde hij zijn aanklacht tegen de normloze consumptiemaatschappij in de harten en hoofden van de kijkers, kennelijk in de veronderstelling dat die aan een half woord niet genoeg hadden. Wat zou hij in Mammoth willen uitdragen?

Hoewel vanaf de eerste beelden duidelijk is dat ook deze film een Belangrijke Boodschap bevat, zag ik niet meteen voor welke misstand ik mijn ogen moest openen. Natuurlijk begreep ik wel dat de hoofdpersonen – computerwizzard Leo en zijn vrouw, de hardwerkende chirurg Ellen – op de een of andere manier verkeerd bezig waren. Dat zag je wel aan de verscheurde blik van Ellen of de gemaakte opgewektheid van Leo, en ook de te protserige inrichting van hun appartement in downtown New York sprak boekdelen, maar wat schortte er nu precies aan? Hun dochtertje Jackie is de vleesgeworden snoezigheid, dus daar wrong de schoen niet.

Hadden ze misschien geld te veel? Zou kunnen. Maar te weinig is ook niet goed. Kijk maar naar de familie van au pair Gloria, die in de Filippijnen is achtergebleven. De bouw van hun nieuwe huisje ligt stil omdat er geen geld is om de werklui te betalen. En later in de film zien we dat andere Filippino’s nog slechter af zijn. Dus het is te simpel om te denken dat ze daar gelukkiger zijn dan in de consumptiemaatschappij van de VS. Nou zeg, Moodysson maakt het de kijker niet makkelijk!

Ik denk dat alle hersengymnastiek die ik tijdens de voorstelling mezelf oplegde berust op een misvatting. Namelijk het idee dat de regisseur over het denkvermogen beschikt om een welomschreven probleem te formuleren en dat over te brengen op zijn publiek. Tijdens een zakenreis naar Thailand – waar hij voor een fortuin een computerspel verkoopt – verzeilt Leo (Gael García Bernal, wiens carrière van aankomende superster wat hapert) in een bordeel. Fout! Gelukkig beseft hij dat zelf ook. Hij biedt het hoertje Cookie een dikke stapel bankbiljetten aan op voorwaarde dat ze ten eerste geen seks hebben en, belangrijker nog, dat zij meteen naar huis gaat en zich vannacht niet meer laat zien op haar werk. (Jazeker, dit is dezelfde hersenloze ontwikkelingshulp die we meemaakten in Bollywood Hero, zie aflevering 6, 11.)

De volgende ochtend staat Cookie op de stoep en ze rust niet tot hij instemt met een uitstapje per scooter. Vooruit dan maar. En o, wat een onschuldig plezier hebben die twee nu ze er even uit zijn! Zo spontaan en natuurlijk verloopt de dag dat ze die avond als vanzelfsprekend seks hebben. In een onbewaakt ogenblik stelt Leo haar voor samen bij wijze van nieuw begin een wereldreis te maken. Cookie vindt dat hartstikke cool. Hallo! Leo is gelukkig getrouwd, ja? En thuis wacht het liefste dochtertje van de hele wereld op haar pappa! De manier waarop de regisseur deze onwelkome complicatie ‘oplost’ zegt iets over zijn narratieve capriolen. Moodyson behoort tot het slag mensen dat een ideologische missie denkt te hebben die ze echter zelf niet kunnen overzien. En het verontrustende is dat zulke nepfilosofen in de regel niet te klagen hebben over gebrek aan medestanders. Fijn dat ze er in Cannes niet intuinden.

Wanneer je Mammoth hebt gezien besef je pas goed wat een meesterlijke film Delta van de Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó is. Voor hem in Cannes geen boegeroep. Weliswaar greep de film net naast de Gouden Palm maar de wél behaalde Fipresciprijs – de internationale journalistenonderscheiding – is bijna net zo begerenswaardig.
Een naamloze dertiger (Félix Lajkó, naast acteur beroepsviolist en componist van de muziek in de film) keert na jarenlange omzwervingen terug in zijn geboortedorp. Het is daar nog even treurig als altijd. Hij maakt kennis met zijn halfzusje (Orsolya Tóth, die in het recente verleden in de prijzen viel voor haar acteerprestaties in wel drie verschillende films) en de nieuwe vriend van zijn moeder. Zijn vader had een rieten hutje buiten het dorp, aan een van de oevers van de Donau-delta. Dat gebruikt hij als slaapplaats, terwijl hij overdag een houten paalwoning in het water bouwt.

Als vanzelfsprekend treedt het meisje op als timmermansmaatje en het duurt niet lang of ze brengt de nachten in de hut door. In de film wordt weinig gepraat, zelfs niet tussen de twee hoofdpersonen. En waar ze het ook over hebben, het gaat nooit over hun relatie. Broer en zus zijn niet achterlijk en ze merken wel dat anderen hun intimiteit afkeuren. Moeders vrijer bijvoorbeeld steekt zijn walging niet onder stoelen of banken, al komt die eerder voort uit mannelijke afgunst dan morele verontwaardiging.
Je zou willen dat het tweetal tot hun oude dag samen zou kunnen blijven. Maar incest is zelfs in de meest verlichte kringen niet populair, laat staan bij ongeletterde armoedzaaiers in een Hongaars dorp. Toch komt de samengebalde volkswoede nog als een verrassing. Zo aangenaam is het blijkbaar anderhalf uur te kijken naar een jong stel waar geen kwaad bij zit, dat je even de boze buitenwereld vergeet. Aan de andere kant waren we zonder dit grimmige slot ons waarschijnlijk een rotje geschrokken bij de eerste de beste snauw of opgestoken middelvinger van een verongelijkte medeburger. Mundruczó zet ons net op tijd weer met beide benen op de grond.
 
*******************************************
Adverteren op De Leunstoel, exclusief en toch voordelig.
© 2009 Hans Knegtmans
powered by CJ2