archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Cyborg: OK in het gekkenhuis Hans Knegtmans

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De Zuidkoreaanse regisseur Chan-wook Park werd wereldberoemd door zijn zogeheten wraaktrilogie. Hoe indrukwekkend het eerste en derde deel – respectievelijk Sympathy for Mr. Vengeance en Sympathy for Mrs. Vengeance, zie aflevering 4,7 – ook waren, het was deel 2, Oldboy, dat de regisseur/scenarist terecht wereldfaam bezorgde (zie aflevering 2, 5).

De titel van Parks volgende project uit 2006, I’m a Cyborg, but that’s OK (meteen op DVD uitgebracht) doet al vermoeden dat het dit keer niet gaat om een psychologische misdaadfilm. Weliswaar richt de hoofdpersoon in de loop van het verhaal tweemaal een bloedbad aan, maar dat betekent nog niet dat ze een misdaad begaat, zeker niet in haar eigen ogen. En dat de kijker menigmaal de draad dreigt kwijt te raken, komt eerder door de vrijgevochten opvattingen van Park over wat een verhaal is dan door de psychologische diepgang van de personages.

De jonge Young-goon Cha (Su-jeong Lim) is opgenomen in het gekkenhuis. (Een politiek incorrecte term, maar het oord waarin de film zich afspeelt, kan men met goed fatsoen geen psychiatrische inrichting noemen.) Ze is daar terechtgekomen nadat ze aan de lopende band van een fabriekshal de stem uit de luidspreker gehoorzaamde die haar opdroeg, haar linkerpols door te snijden en vervolgens elektrisch contact met de airco te maken. (Niet echt natuurlijk, haar collega’s voeren een andere opdracht uit.) In het gesticht blijkt ze te denken dat ze een machine is. Ze praat aanvankelijk alleen met elektrische apparaten zoals een koffieautomaat, de tl-buizen in het plafond en de radio. Bij wijze van maaltijd likt ze aan batterijen om zich letterlijk weer op te laden.

Van de overige patiënten is ze alleen geïnteresseerd in Park Il-sun (gespeeld door de het Zuidkoreaanse popidool Rain). In eerste instantie niet vanwege zijn knappe uiterlijk of zijn sympathieke persoonlijkheid. Nee, de aantrekkingskracht die hij uitoefent schuilt in zijn ongebreidelde diefachtigheid. Niet alleen alle denkbare voorwerpen drukt hij achterover, ook minder tastbare zaken als persoonlijkheidseigenschappen zijn voor hem niet veilig. En Young-goon heeft een aantal goede karaktertrekken die ze op dit moment kan missen als kiespijn. Het vermogen tot medelijden, bijvoorbeeld. Of nutteloos dagdromen, dankbaarheid voelen en lijden aan schuldgevoel. Daardoor kan ze niet de opdracht vervullen die haar per radio heeft bereikt, namelijk wraak nemen op ‘de witjassen’. Het ziekenhuispersoneel dat niet alleen haar maar ook haar lieve oma heeft opgesloten. De schat kreeg zelfs geen gelegenheid haar kunstgebit in te doen. Als Il-sun Young-goons goede eigenschappen zou willen ontvreemden, staat niets een wraakactie in de weg.

Je zou bij deze samenvatting kunnen denken dat de film op zijn manier ‘logisch’ in elkaar steekt. Om die logica te doorgronden, is één keer zien echter niet genoeg. De eerste keer ging de grote lijn, althans voor mij, volstrekt verloren door de manier waarop de regisseur van de hak op de tak springt en zijn weigerachtigheid minder relevante details achterwege te laten.

Zo krijgen we naast de hoofdpersonen en de arts niet alleen de deelnemers aan de groepstherapie te zien (onder wie een man die zich verontschuldigt om alles wat in zijn onmiddellijke omgeving aan naars gebeurt). Nee, zodra de camera meereist met een van deze personages maken in de periferie van het beeld andere acteurs door middel van zinloze handelingen of malle loopjes duidelijk dat we van doen hebben met gekken van het zuiverste water. Meer dan eens doen de beelden denken aan de archetypische gekkenhuisscènes uit het Kuifje-album De sigaren van de farao. In dat boek uit de jaren 50 waren ze volledig op hun plaats, maar hier leiden ze hinderlijk af. Op zulke momenten lijdt de film even aan de geforceerde leukheid van Le fabuleux destin d’Amélie Poulain en dat kan, met alle respect, toch niet de bedoeling zijn. Gelukkig is, naarmate het verhaal vordert, er steeds minder emplooi voor deze figuranten en uiteindelijk houden we alleen de harde kern van de personages over.

De wraak op de witjassen is niet het enige thema van de film, en misschien niet eens het belangrijkste. I’m a Cyborg is vooral een boy meets girl verhaal. Ongeacht hoe belangrijk het is dat oma vredig haar laatste adem kan uitblazen. Ongeacht dat Young-goon moet leren leven met de wetenschap dat ze misschien minder cyborg is dan ze heeft gedacht.

Park beschikt over een grenzeloze inventiviteit om zijn ‘verhaal’ te vertellen. Het geweld van de wraakscène waarin Young-goon afrekent met de ontvoerders van haar grootmoeder wordt niet vergoelijkt, zoals bijvoorbeeld in de postmoderne aanpak van Quentin Tarantino. Park benadrukt daarentegen het symbolische karakter van de wraakoefening door de camera te laten uitzoomen, waardoor we op het laatst naar piepkleine poppetjes kijken van wie sommige omvallen. En wie toch te doen heeft met de slachtoffers constateert even later dat ze, hoezeer doorzeefd ook door de kogelregen, allemaal de moordpartij miraculeus hebben overleefd. Net zo wordt de sceptici, die zich afvragen hoe een meisje in godsnaam een cyborgwaan kan ontwikkelen, in een heftige flashback de mond gesnoerd.

Het onbetwiste hoogtepunt van de film is een therapeutische maaltijd waarbij Young-goon erin slaagt om – geholpen door Il-sun en de verzamelde gekken – voor het eerst in haar cyborgfase een hapje normaal mensenvoedsel door te slikken. Alleen al daarom zou u de DVD moeten kopen of huren.
 
*******************************************
Adverteren op De Leunstoel, exclusief en toch voordelig.


© 2009 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Cyborg: OK in het gekkenhuis Hans Knegtmans
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De Zuidkoreaanse regisseur Chan-wook Park werd wereldberoemd door zijn zogeheten wraaktrilogie. Hoe indrukwekkend het eerste en derde deel – respectievelijk Sympathy for Mr. Vengeance en Sympathy for Mrs. Vengeance, zie aflevering 4,7 – ook waren, het was deel 2, Oldboy, dat de regisseur/scenarist terecht wereldfaam bezorgde (zie aflevering 2, 5).

De titel van Parks volgende project uit 2006, I’m a Cyborg, but that’s OK (meteen op DVD uitgebracht) doet al vermoeden dat het dit keer niet gaat om een psychologische misdaadfilm. Weliswaar richt de hoofdpersoon in de loop van het verhaal tweemaal een bloedbad aan, maar dat betekent nog niet dat ze een misdaad begaat, zeker niet in haar eigen ogen. En dat de kijker menigmaal de draad dreigt kwijt te raken, komt eerder door de vrijgevochten opvattingen van Park over wat een verhaal is dan door de psychologische diepgang van de personages.

De jonge Young-goon Cha (Su-jeong Lim) is opgenomen in het gekkenhuis. (Een politiek incorrecte term, maar het oord waarin de film zich afspeelt, kan men met goed fatsoen geen psychiatrische inrichting noemen.) Ze is daar terechtgekomen nadat ze aan de lopende band van een fabriekshal de stem uit de luidspreker gehoorzaamde die haar opdroeg, haar linkerpols door te snijden en vervolgens elektrisch contact met de airco te maken. (Niet echt natuurlijk, haar collega’s voeren een andere opdracht uit.) In het gesticht blijkt ze te denken dat ze een machine is. Ze praat aanvankelijk alleen met elektrische apparaten zoals een koffieautomaat, de tl-buizen in het plafond en de radio. Bij wijze van maaltijd likt ze aan batterijen om zich letterlijk weer op te laden.

Van de overige patiënten is ze alleen geïnteresseerd in Park Il-sun (gespeeld door de het Zuidkoreaanse popidool Rain). In eerste instantie niet vanwege zijn knappe uiterlijk of zijn sympathieke persoonlijkheid. Nee, de aantrekkingskracht die hij uitoefent schuilt in zijn ongebreidelde diefachtigheid. Niet alleen alle denkbare voorwerpen drukt hij achterover, ook minder tastbare zaken als persoonlijkheidseigenschappen zijn voor hem niet veilig. En Young-goon heeft een aantal goede karaktertrekken die ze op dit moment kan missen als kiespijn. Het vermogen tot medelijden, bijvoorbeeld. Of nutteloos dagdromen, dankbaarheid voelen en lijden aan schuldgevoel. Daardoor kan ze niet de opdracht vervullen die haar per radio heeft bereikt, namelijk wraak nemen op ‘de witjassen’. Het ziekenhuispersoneel dat niet alleen haar maar ook haar lieve oma heeft opgesloten. De schat kreeg zelfs geen gelegenheid haar kunstgebit in te doen. Als Il-sun Young-goons goede eigenschappen zou willen ontvreemden, staat niets een wraakactie in de weg.

Je zou bij deze samenvatting kunnen denken dat de film op zijn manier ‘logisch’ in elkaar steekt. Om die logica te doorgronden, is één keer zien echter niet genoeg. De eerste keer ging de grote lijn, althans voor mij, volstrekt verloren door de manier waarop de regisseur van de hak op de tak springt en zijn weigerachtigheid minder relevante details achterwege te laten.

Zo krijgen we naast de hoofdpersonen en de arts niet alleen de deelnemers aan de groepstherapie te zien (onder wie een man die zich verontschuldigt om alles wat in zijn onmiddellijke omgeving aan naars gebeurt). Nee, zodra de camera meereist met een van deze personages maken in de periferie van het beeld andere acteurs door middel van zinloze handelingen of malle loopjes duidelijk dat we van doen hebben met gekken van het zuiverste water. Meer dan eens doen de beelden denken aan de archetypische gekkenhuisscènes uit het Kuifje-album De sigaren van de farao. In dat boek uit de jaren 50 waren ze volledig op hun plaats, maar hier leiden ze hinderlijk af. Op zulke momenten lijdt de film even aan de geforceerde leukheid van Le fabuleux destin d’Amélie Poulain en dat kan, met alle respect, toch niet de bedoeling zijn. Gelukkig is, naarmate het verhaal vordert, er steeds minder emplooi voor deze figuranten en uiteindelijk houden we alleen de harde kern van de personages over.

De wraak op de witjassen is niet het enige thema van de film, en misschien niet eens het belangrijkste. I’m a Cyborg is vooral een boy meets girl verhaal. Ongeacht hoe belangrijk het is dat oma vredig haar laatste adem kan uitblazen. Ongeacht dat Young-goon moet leren leven met de wetenschap dat ze misschien minder cyborg is dan ze heeft gedacht.

Park beschikt over een grenzeloze inventiviteit om zijn ‘verhaal’ te vertellen. Het geweld van de wraakscène waarin Young-goon afrekent met de ontvoerders van haar grootmoeder wordt niet vergoelijkt, zoals bijvoorbeeld in de postmoderne aanpak van Quentin Tarantino. Park benadrukt daarentegen het symbolische karakter van de wraakoefening door de camera te laten uitzoomen, waardoor we op het laatst naar piepkleine poppetjes kijken van wie sommige omvallen. En wie toch te doen heeft met de slachtoffers constateert even later dat ze, hoezeer doorzeefd ook door de kogelregen, allemaal de moordpartij miraculeus hebben overleefd. Net zo wordt de sceptici, die zich afvragen hoe een meisje in godsnaam een cyborgwaan kan ontwikkelen, in een heftige flashback de mond gesnoerd.

Het onbetwiste hoogtepunt van de film is een therapeutische maaltijd waarbij Young-goon erin slaagt om – geholpen door Il-sun en de verzamelde gekken – voor het eerst in haar cyborgfase een hapje normaal mensenvoedsel door te slikken. Alleen al daarom zou u de DVD moeten kopen of huren.
 
*******************************************
Adverteren op De Leunstoel, exclusief en toch voordelig.
© 2009 Hans Knegtmans
powered by CJ2