archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
En de Oscar gaat naar..... Hans Knegtmans

Het is nu zondagavond, 22 februari. Vannacht worden de Academy Awards 2009 uitgereikt. Ik heb geen digitale TV, dus zal ik ook niet in de verleiding komen tot het ochtendgloren wakker te blijven en de maandag stoned van het slaaptekort aan me voorbij te laten gaan. Het helpt dat het me dit jaar weinig uitmaakt welke film (plus regisseur, die twee worden ook dit jaar zonder twijfel samen bekroond) aan het langste eind trekt. Toegegeven, ik zou van mijn stoel vallen van de schrik als The Curious Case of Benjamin Button en diens regisseur David Fincher het beeldje winnen. Maar dat zou niet zijn omdat daardoor een meesterwerk gepasseerd wordt. Frost/Nixon (zie voor een bespreking aflevering 6,7), Milk en Slumdog Millionare hebben alle drie hun verdiensten, maar een Oscar lijkt me, althans voor de categorieën beste film en beste regisseur, te veel eer. (Over de vijfde genomineerde, The Reader, heb ik geen oordeel. Hij komt hier pas in maart uit en ten tijde van de persvoorstelling verbleef ik in Rotterdam bij IFFR. De Amerikaanse critici zijn echter zeer zuinig in hun commentaar dus daar hebben we niets van te duchten.)

Hoe The Curious Case of Benjamin Button aan de twee meest prestigieuze nominaties is gekomen zal voor altijd een raadsel blijven, ook al gaat de film er bij het publiek in als koek. Ik had de afgelopen weken de Nederlandse box office scores niet bijgehouden en was dan ook zeer verrast op zaterdagavond in Leidse Lido theater een afgeladen zaal aan te treffen. Voor het merendeel studenten en scholieren. Overwegend meisjes. Logisch, die kwamen natuurlijk voor Brad Pitt. The Curious Case is min of meer gebaseerd op een kort verhaal van F. Scott Fitzgerald. Regisseur David Fincher (Se7en, Zodiac) en scenarist Eric Roth (Forrest Gump) besloten van dit niemendalletje een heel lange film te maken. Honderzestig minuten is een hele zit.
In 1918 sterft de vrouw van knopenmagnaat Button in het kraambed. Vader schrikt zich een hoedje van de mismaakte baby met het oude mannetjesgezicht en legt de kleine te vondeling bij de trap van een bejaardentehuis. De zwarte bedrijfsleidster ontfermt zich over het ventje en Benjamin (zo noemt ze hem) groeit op tussen de echte bejaarden.

Vreemd genoeg gaat hij er met het klimmen der jaren steeds jonger uitzien. Zo kan het gebeuren dat wanneer hij de ware ontmoet (Cate Blanchett) ze beiden ongeveer even jeugdig ogen. Het probleem is natuurlijk dat zij zich ontwikkelt tot middelbare vrouw, terwijl hij steeds meer op een knappe adolescent lijkt. De meeste relaties zijn daar niet tegen bestand. Roth en Fincher volgen de bizarre levensloop tot en met Benjamins laatste adem. Gelukkig brengen ze de kiesheid op zijn laatste acht levensjaren er in vijf minuten doorheen te jagen. Hadden ze de hele film maar in dit tempo gedraaid, dan hadden we een stuk eerder naar huis gekund! Maar nee, het leeuwendeel van het verhaal is besteed aan het opbloeien van de ongewone romance. De geliefden doen wat andere Hollywoodsstelletjes ook doen. Daardoor is The Curious Case in de eerste plaats een zoetige relatiefilm volgens beproefd Hollywoodrecept. Met een bizar voorspel en een even bizar slot. De problemen met de verschillende levensritmes van de hoofdpersonen worden afgehandeld in tegeltjeswijsheden, die met name door Brad Pitt worden uitgekraamd. Zo steken we er nog wat van op. Een Oscar zou een onverdiende beloning betekenen van de dolzinnige scenario’s die in de droomfabriek heel gewoon zijn.

Nog meer dan Frost/Nixon kampt de film Milk (van de onberekenbare Gus Van Sant) met het probleem dat hoofdpersoon Harvey Milk (1930-1978) buiten de Verenigde Staten niet algemeen bekend is. Voor het publiek is de zwaar documentair aangezette biopic dan ook lastig te volgen. Op zijn veertigste verhuist de homoseksuele zakenman van Greenwich Village naar San Francisco om daar in een buurt met veel gelijkgestemden een fotozaak te beginnen. Helaas blijken de medewinkeliers en de politie minder ruimdenkend dan Harvey zich had voorgesteld zodat hij zich, zonder uitgesproken ambities op dat vlak te hebben, in de locale politiek begeeft. Wel vier keer neemt hij deel aan de verkiezing van supervisor (een soort stadsdeelburgemeester), de vierde keer met succes.
Al gauw verwerft hij landelijke bekendheid door het op te nemen tegen de spreekbuis van de Morele Herbewapening Anita Bryant (in de film herhaaldelijk te zien op angstaanjagende archiefbeelden). De strijd spitst zich toe op het wetsvoorstel Proposition 6, dat beoogt homoseksuele leraren te ontslaan, zodat de Amerikaanse jeugd niet met verziekte normen en waarden wordt besmet.

De film eindigt heel treurig wanneer collega-supervisor Dan White (van wie niet al te subtiel gesuggereerd wordt dat hij lijdt onder verdrongen homoseksuele verlangens) eerst George Moscone en vervolgens Harvey Milk doodschiet. Milk gaat, zeker voor de niet-ingevoerde kijker, mank aan het rommelige gedoe dat politieke bewegingen kenmerkt. Een speech hier, een persconferentie daar en bovenal veel vergaderen en organiseren. Daardoor zijn de personages nauwelijks uit elkaar te houden, afgezien van de drie protégés die Harvey het meest aan het hart gaan.
Dat Milk toch het aanzien ruimschoots waard is komt geheel op rekening van Sean Penn in de titelrol en het tegenspel van de nieuwe ster Josh Brolin (No Country for Old Men, W.) als de labiele Dan White. De acteurs werden terecht respectievelijk genomineerd voor beste mannelijke hoofd- en bijrol. Wie al een fan van ze was heeft de film ongetwijfeld al gezien. Wie ze niet kent kan nog eens bevestigd zien dat Hollywood fantastische acteurs voortbrengt, ook al krijgen ze niet altijd de films aangeboden die ze verdienen.

Op IFFR van dit jaar was Slumdog Millionaire de publiekslieveling met een onwaarschijnlijk hoge gemiddelde waardering van 4,77 (op een maximum van 5). Desondanks had distributeur Cinéart hem aanvankelijk doen uitgaan in ‘slechts’ 32 kopieën, in de wetenschap dat festivalhits vervolgens in de bioscoop minder uitbundig onthaald worden. Slumdog Millionaire lijkt echter de uitzondering op de regel, blijkens de extreem hoge weekopbrengst per zaal. De kans is groot dat inmiddels extra kopieën zijn aangevoerd om de publieke belangstelling aan te kunnen.

Slumdog ontleent veel van zijn aantrekkingskracht aan het basisadagium van de cinema: ‘als het maar beweegt’. Want dat doet het, daar hebben regisseur Danny Boyle en cameraman Anthony Dod Mantle wel voor gezorgd. Als je al niet draaierig wordt van de chaotische straatbeelden van miljoenenstad Mumbai, dan word je het wel van de flitsende fotografie en montage. Ook verhaaltechnisch wordt de kijker zonder pardon bij de lurven gegrepen. Ga maar na: de eenvoudige straatjongen Jamal lijkt een miljoenenprijs te zullen winnen bij een kennisquiz op TV! En niet omdat hij op school zo goed heeft opgelet. Nee, omdat door puur toeval alle – en dan bedoel ik alle – quizvragen in verband kunnen worden gebracht met een gebeurtenis die in zijn geheugen gegrift staat. De ingenieuze wijze bijvoorbeeld waarop Jamal en zijn broertje Salim de handtekening van een allang vergeten acteur bemachtigden. Of het moment dat zijn moeder tijdens godsdienstonlusten om het leven kwam. Als door een wonder worden de ‘quizincidenten’ ook nog eens afgewerkt in chronologische volgorde.

Die constructie is natuurlijk zo gekunsteld als maar mogelijk. Ook de symmetrie van twee vertellijnen – de laatste quizvraag aan Jamal valt in de tijd samen met een cruciaal besluit van zijn broer Salim, zodat de camera dramatisch tussen beide gebeurtenissen kan alterneren – maken duidelijk dat de regisseur de toeschouwer niet zuinig manipuleert. Slumdog Millionaire is ontegenzeggelijk een knap gemaakte film. De kijker moet maar uitmaken of regisseur Boyle werkelijk iets over een vreemde cultuur wil vertellen of dat het hem vooral erom te doen is een meeslepende, gelikte film te maken.
De nominaties overziende, lijkt Milk mij, zo niet de beste, dan toch zeker de eerlijkste film van de vier. Maar voor de hoofdprijs is hij niet Oscar-achtig genoeg. Dat – altijd dubieuze – voorrecht is aan Slumdog Millionaire voorbehouden.

Nawoord
De kruitdampen zijn opgetrokken en ik moet zeggen, het had veel erger gekund! Stom alleen dat ik Josh Brolin de Oscar voor beste mannelijke bijrol toebedeelde. Die prijs was natuurlijk al op voorhand aan wijlen Heath Ledger vergeven. Leuk voor zijn fans en familie.
 
*******************************************
Adverteren op De Leunstoel, exclusief en toch voordelig.


© 2009 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
En de Oscar gaat naar..... Hans Knegtmans
Het is nu zondagavond, 22 februari. Vannacht worden de Academy Awards 2009 uitgereikt. Ik heb geen digitale TV, dus zal ik ook niet in de verleiding komen tot het ochtendgloren wakker te blijven en de maandag stoned van het slaaptekort aan me voorbij te laten gaan. Het helpt dat het me dit jaar weinig uitmaakt welke film (plus regisseur, die twee worden ook dit jaar zonder twijfel samen bekroond) aan het langste eind trekt. Toegegeven, ik zou van mijn stoel vallen van de schrik als The Curious Case of Benjamin Button en diens regisseur David Fincher het beeldje winnen. Maar dat zou niet zijn omdat daardoor een meesterwerk gepasseerd wordt. Frost/Nixon (zie voor een bespreking aflevering 6,7), Milk en Slumdog Millionare hebben alle drie hun verdiensten, maar een Oscar lijkt me, althans voor de categorieën beste film en beste regisseur, te veel eer. (Over de vijfde genomineerde, The Reader, heb ik geen oordeel. Hij komt hier pas in maart uit en ten tijde van de persvoorstelling verbleef ik in Rotterdam bij IFFR. De Amerikaanse critici zijn echter zeer zuinig in hun commentaar dus daar hebben we niets van te duchten.)

Hoe The Curious Case of Benjamin Button aan de twee meest prestigieuze nominaties is gekomen zal voor altijd een raadsel blijven, ook al gaat de film er bij het publiek in als koek. Ik had de afgelopen weken de Nederlandse box office scores niet bijgehouden en was dan ook zeer verrast op zaterdagavond in Leidse Lido theater een afgeladen zaal aan te treffen. Voor het merendeel studenten en scholieren. Overwegend meisjes. Logisch, die kwamen natuurlijk voor Brad Pitt. The Curious Case is min of meer gebaseerd op een kort verhaal van F. Scott Fitzgerald. Regisseur David Fincher (Se7en, Zodiac) en scenarist Eric Roth (Forrest Gump) besloten van dit niemendalletje een heel lange film te maken. Honderzestig minuten is een hele zit.
In 1918 sterft de vrouw van knopenmagnaat Button in het kraambed. Vader schrikt zich een hoedje van de mismaakte baby met het oude mannetjesgezicht en legt de kleine te vondeling bij de trap van een bejaardentehuis. De zwarte bedrijfsleidster ontfermt zich over het ventje en Benjamin (zo noemt ze hem) groeit op tussen de echte bejaarden.

Vreemd genoeg gaat hij er met het klimmen der jaren steeds jonger uitzien. Zo kan het gebeuren dat wanneer hij de ware ontmoet (Cate Blanchett) ze beiden ongeveer even jeugdig ogen. Het probleem is natuurlijk dat zij zich ontwikkelt tot middelbare vrouw, terwijl hij steeds meer op een knappe adolescent lijkt. De meeste relaties zijn daar niet tegen bestand. Roth en Fincher volgen de bizarre levensloop tot en met Benjamins laatste adem. Gelukkig brengen ze de kiesheid op zijn laatste acht levensjaren er in vijf minuten doorheen te jagen. Hadden ze de hele film maar in dit tempo gedraaid, dan hadden we een stuk eerder naar huis gekund! Maar nee, het leeuwendeel van het verhaal is besteed aan het opbloeien van de ongewone romance. De geliefden doen wat andere Hollywoodsstelletjes ook doen. Daardoor is The Curious Case in de eerste plaats een zoetige relatiefilm volgens beproefd Hollywoodrecept. Met een bizar voorspel en een even bizar slot. De problemen met de verschillende levensritmes van de hoofdpersonen worden afgehandeld in tegeltjeswijsheden, die met name door Brad Pitt worden uitgekraamd. Zo steken we er nog wat van op. Een Oscar zou een onverdiende beloning betekenen van de dolzinnige scenario’s die in de droomfabriek heel gewoon zijn.

Nog meer dan Frost/Nixon kampt de film Milk (van de onberekenbare Gus Van Sant) met het probleem dat hoofdpersoon Harvey Milk (1930-1978) buiten de Verenigde Staten niet algemeen bekend is. Voor het publiek is de zwaar documentair aangezette biopic dan ook lastig te volgen. Op zijn veertigste verhuist de homoseksuele zakenman van Greenwich Village naar San Francisco om daar in een buurt met veel gelijkgestemden een fotozaak te beginnen. Helaas blijken de medewinkeliers en de politie minder ruimdenkend dan Harvey zich had voorgesteld zodat hij zich, zonder uitgesproken ambities op dat vlak te hebben, in de locale politiek begeeft. Wel vier keer neemt hij deel aan de verkiezing van supervisor (een soort stadsdeelburgemeester), de vierde keer met succes.
Al gauw verwerft hij landelijke bekendheid door het op te nemen tegen de spreekbuis van de Morele Herbewapening Anita Bryant (in de film herhaaldelijk te zien op angstaanjagende archiefbeelden). De strijd spitst zich toe op het wetsvoorstel Proposition 6, dat beoogt homoseksuele leraren te ontslaan, zodat de Amerikaanse jeugd niet met verziekte normen en waarden wordt besmet.

De film eindigt heel treurig wanneer collega-supervisor Dan White (van wie niet al te subtiel gesuggereerd wordt dat hij lijdt onder verdrongen homoseksuele verlangens) eerst George Moscone en vervolgens Harvey Milk doodschiet. Milk gaat, zeker voor de niet-ingevoerde kijker, mank aan het rommelige gedoe dat politieke bewegingen kenmerkt. Een speech hier, een persconferentie daar en bovenal veel vergaderen en organiseren. Daardoor zijn de personages nauwelijks uit elkaar te houden, afgezien van de drie protégés die Harvey het meest aan het hart gaan.
Dat Milk toch het aanzien ruimschoots waard is komt geheel op rekening van Sean Penn in de titelrol en het tegenspel van de nieuwe ster Josh Brolin (No Country for Old Men, W.) als de labiele Dan White. De acteurs werden terecht respectievelijk genomineerd voor beste mannelijke hoofd- en bijrol. Wie al een fan van ze was heeft de film ongetwijfeld al gezien. Wie ze niet kent kan nog eens bevestigd zien dat Hollywood fantastische acteurs voortbrengt, ook al krijgen ze niet altijd de films aangeboden die ze verdienen.

Op IFFR van dit jaar was Slumdog Millionaire de publiekslieveling met een onwaarschijnlijk hoge gemiddelde waardering van 4,77 (op een maximum van 5). Desondanks had distributeur Cinéart hem aanvankelijk doen uitgaan in ‘slechts’ 32 kopieën, in de wetenschap dat festivalhits vervolgens in de bioscoop minder uitbundig onthaald worden. Slumdog Millionaire lijkt echter de uitzondering op de regel, blijkens de extreem hoge weekopbrengst per zaal. De kans is groot dat inmiddels extra kopieën zijn aangevoerd om de publieke belangstelling aan te kunnen.

Slumdog ontleent veel van zijn aantrekkingskracht aan het basisadagium van de cinema: ‘als het maar beweegt’. Want dat doet het, daar hebben regisseur Danny Boyle en cameraman Anthony Dod Mantle wel voor gezorgd. Als je al niet draaierig wordt van de chaotische straatbeelden van miljoenenstad Mumbai, dan word je het wel van de flitsende fotografie en montage. Ook verhaaltechnisch wordt de kijker zonder pardon bij de lurven gegrepen. Ga maar na: de eenvoudige straatjongen Jamal lijkt een miljoenenprijs te zullen winnen bij een kennisquiz op TV! En niet omdat hij op school zo goed heeft opgelet. Nee, omdat door puur toeval alle – en dan bedoel ik alle – quizvragen in verband kunnen worden gebracht met een gebeurtenis die in zijn geheugen gegrift staat. De ingenieuze wijze bijvoorbeeld waarop Jamal en zijn broertje Salim de handtekening van een allang vergeten acteur bemachtigden. Of het moment dat zijn moeder tijdens godsdienstonlusten om het leven kwam. Als door een wonder worden de ‘quizincidenten’ ook nog eens afgewerkt in chronologische volgorde.

Die constructie is natuurlijk zo gekunsteld als maar mogelijk. Ook de symmetrie van twee vertellijnen – de laatste quizvraag aan Jamal valt in de tijd samen met een cruciaal besluit van zijn broer Salim, zodat de camera dramatisch tussen beide gebeurtenissen kan alterneren – maken duidelijk dat de regisseur de toeschouwer niet zuinig manipuleert. Slumdog Millionaire is ontegenzeggelijk een knap gemaakte film. De kijker moet maar uitmaken of regisseur Boyle werkelijk iets over een vreemde cultuur wil vertellen of dat het hem vooral erom te doen is een meeslepende, gelikte film te maken.
De nominaties overziende, lijkt Milk mij, zo niet de beste, dan toch zeker de eerlijkste film van de vier. Maar voor de hoofdprijs is hij niet Oscar-achtig genoeg. Dat – altijd dubieuze – voorrecht is aan Slumdog Millionaire voorbehouden.

Nawoord
De kruitdampen zijn opgetrokken en ik moet zeggen, het had veel erger gekund! Stom alleen dat ik Josh Brolin de Oscar voor beste mannelijke bijrol toebedeelde. Die prijs was natuurlijk al op voorhand aan wijlen Heath Ledger vergeven. Leuk voor zijn fans en familie.
 
*******************************************
Adverteren op De Leunstoel, exclusief en toch voordelig.
© 2009 Hans Knegtmans
powered by CJ2