archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Een vader zoekt zijn dochter. Lijkt het Hans Knegtmans

0518VG Keane poster
Deze zomer vertoont het Filmmuseum het programma previously unreleased. Films van de laatste jaren die om welke reden dan ook niet de bioscoop haalden. Sommige waren op Nederlandse festivals te zien: El aura op Film by the Sea (2006), Syndromes and a Century op IFFR (2007) en Small Gods ook op IFFR (2008). Een van de films die na vertoning in het Filmmuseum (en in dit geval tevens Den Haag) alsnog het land ingaan, is Keane (2004) van de Amerikaanse scenarist en regisseur Lodge Kerrigan.

In het Port Authority busstation, een van de meest unheimische locaties van Manhattan, valt een haveloze en verwilderde man winkeliers en voorbijgangers lastig met een krantenknipsel. Het meisje op de foto is zijn dochter, claimt hij. Hij was even met iemand in gesprek en toen hij weer opkeek, was ze verdwenen. Gekidnapt. Ze droeg een paars jack met capuchon. Heeft u haar gezien? Nee, niemand heeft haar gezien. En belangrijker nog, niemand wil haar gezien hebben, want dan zijn ze nog langer aan de grillen van deze gevaarlijke krankzinnige overgeleverd.

Na de vruchteloze vraaggesprekken ‘reconstrueert’ hij voor de zoveelste maal het incident. Hoe lang heeft hij zijn dochter uit het oog verloren? Vier minuten, hooguit. Net lang genoeg voor die vent om het meisje mee te nemen in de bus. Welke bus? Natuurlijk, de bus van 16.30 uur. Het is nu 16.26. Hij kan de bus nog halen, dan krijgt hij onderweg zeker een aanwijzing van de plaats waar de man haar naartoe heeft gebracht! Kijk, daar ligt haar jas, achter een hek. Chauffeur! Stoppen, verdomme!

De film is nog geen kwartier bezig, en nu reeds is de toeschouwer de uitputting nabij. De zwiepende handheld camera volgt William Keane op de voet, zodat we de helft van de tijd kijken naar de rug van een man die loopt alsof de duivel hem op de hielen zit. Deze techniek werd eerder toegepast in de meesterlijke films Rosetta en Le fils. Daarin trakteerden de Waalse gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne de kijker eveneens op een virtuele training snelwandelen. Het procédé werkt nog steeds perfect, maar wel hoop je dat de regisseur nog andere vertellijnen en stijlfiguren heeft bedacht.

Die zijn er inderdaad, al blijft de thematiek aanvankelijk even troosteloos. Keane die in de toiletruimte van een café seks heeft met een onbekende bezoekster. Keane die in een ander café stomdronken mot krijgt met de eigenaar, die weigert het geluid van de jukebox harder te zetten. Zo verliest zijn keuze I Can’t Help Myself van The Four Tops aan impact. Keane die ’s avonds zijn hoofd in het kussen van zijn pensionbed drukt, doodop van alweer een mislukte zoektocht.

Kerrigan weigert stelselmatig uitsluitsel te geven over wat zijn hoofdpersoon bezielt. Is zijn dochter werkelijk ontvoerd, waarna hij zijn greep op de werkelijkheid heeft verloren? Heeft hij wel een dochter? Of lijdt hij – door oorzaken waar wij geen weet van hebben – aan paranoia, schizofrenie of een andere psychische aandoening?

Een ontmoeting met een medebewoonster van het pension, Lynn (Amy Ryan) brengt het extra leven in de brouwerij dat de film – ondanks al zijn verdiensten – wel kon gebruiken. Keane gaat in op Lynns uitnodiging om mee te eten met haar en haar dochtertje Kyra (een glansrol van Abigail Breslin, het kindsterretje dat twee jaar later zou schitteren in Little Miss Sunshine). Wanneer Kyra slaapt, dansen ze een slowfox op Charlie Parkers vertolking van Lover Man.

De suggestie dat Keane op een keerpunt in zijn leven is aangeland, wordt versterkt wanneer Lynn hem later vraagt een dag op Kyra te passen. Ze moet in Albany iets regelen met haar echtgenoot, of misschien is het wel haar ex. Zo zien we hoe een zevenjarig meisje wordt overgeleverd aan een man die eerder een al dan niet ingebeelde dochter heeft verloren. Misschien is hij een oprechte kindervriend, misschien een levensgevaarlijke maniak. Totnogtoe gedraagt hij zich als een voorbeeldige oppas, maar wie weet wat daarachter schuilgaat.

De onontkoombaarheid van de film is voor een groot deel de verdienste van de hoofdpersoon. Damian Lewis is als filmacteur niet bijzonder bekend. Trouwe kijkers van SBS6 – waar ik niet toe behoor – zullen zich zijn gezicht herinneren van de bekroonde miniserie Band of Brothers (2001), over een infanterieregiment tijdens WO II. Daarin speelde hij de rol van majoor Richard D. Winters.

De film eindigt zo abrupt dat mijn medebezoekers hoorbaar in de war raakten. Was het nu echt afgelopen? Jazeker. Alsof de maker terugschrok voor de mogelijkheid dat zijn psychologische studie zou omslaan in een ‘ordinaire’ thriller. Een wijs besluit. William Keane is een raadsel, en dat moet maar zo blijven.
 
*********************************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl


© 2008 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Een vader zoekt zijn dochter. Lijkt het Hans Knegtmans
0518VG Keane poster
Deze zomer vertoont het Filmmuseum het programma previously unreleased. Films van de laatste jaren die om welke reden dan ook niet de bioscoop haalden. Sommige waren op Nederlandse festivals te zien: El aura op Film by the Sea (2006), Syndromes and a Century op IFFR (2007) en Small Gods ook op IFFR (2008). Een van de films die na vertoning in het Filmmuseum (en in dit geval tevens Den Haag) alsnog het land ingaan, is Keane (2004) van de Amerikaanse scenarist en regisseur Lodge Kerrigan.

In het Port Authority busstation, een van de meest unheimische locaties van Manhattan, valt een haveloze en verwilderde man winkeliers en voorbijgangers lastig met een krantenknipsel. Het meisje op de foto is zijn dochter, claimt hij. Hij was even met iemand in gesprek en toen hij weer opkeek, was ze verdwenen. Gekidnapt. Ze droeg een paars jack met capuchon. Heeft u haar gezien? Nee, niemand heeft haar gezien. En belangrijker nog, niemand wil haar gezien hebben, want dan zijn ze nog langer aan de grillen van deze gevaarlijke krankzinnige overgeleverd.

Na de vruchteloze vraaggesprekken ‘reconstrueert’ hij voor de zoveelste maal het incident. Hoe lang heeft hij zijn dochter uit het oog verloren? Vier minuten, hooguit. Net lang genoeg voor die vent om het meisje mee te nemen in de bus. Welke bus? Natuurlijk, de bus van 16.30 uur. Het is nu 16.26. Hij kan de bus nog halen, dan krijgt hij onderweg zeker een aanwijzing van de plaats waar de man haar naartoe heeft gebracht! Kijk, daar ligt haar jas, achter een hek. Chauffeur! Stoppen, verdomme!

De film is nog geen kwartier bezig, en nu reeds is de toeschouwer de uitputting nabij. De zwiepende handheld camera volgt William Keane op de voet, zodat we de helft van de tijd kijken naar de rug van een man die loopt alsof de duivel hem op de hielen zit. Deze techniek werd eerder toegepast in de meesterlijke films Rosetta en Le fils. Daarin trakteerden de Waalse gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne de kijker eveneens op een virtuele training snelwandelen. Het procédé werkt nog steeds perfect, maar wel hoop je dat de regisseur nog andere vertellijnen en stijlfiguren heeft bedacht.

Die zijn er inderdaad, al blijft de thematiek aanvankelijk even troosteloos. Keane die in de toiletruimte van een café seks heeft met een onbekende bezoekster. Keane die in een ander café stomdronken mot krijgt met de eigenaar, die weigert het geluid van de jukebox harder te zetten. Zo verliest zijn keuze I Can’t Help Myself van The Four Tops aan impact. Keane die ’s avonds zijn hoofd in het kussen van zijn pensionbed drukt, doodop van alweer een mislukte zoektocht.

Kerrigan weigert stelselmatig uitsluitsel te geven over wat zijn hoofdpersoon bezielt. Is zijn dochter werkelijk ontvoerd, waarna hij zijn greep op de werkelijkheid heeft verloren? Heeft hij wel een dochter? Of lijdt hij – door oorzaken waar wij geen weet van hebben – aan paranoia, schizofrenie of een andere psychische aandoening?

Een ontmoeting met een medebewoonster van het pension, Lynn (Amy Ryan) brengt het extra leven in de brouwerij dat de film – ondanks al zijn verdiensten – wel kon gebruiken. Keane gaat in op Lynns uitnodiging om mee te eten met haar en haar dochtertje Kyra (een glansrol van Abigail Breslin, het kindsterretje dat twee jaar later zou schitteren in Little Miss Sunshine). Wanneer Kyra slaapt, dansen ze een slowfox op Charlie Parkers vertolking van Lover Man.

De suggestie dat Keane op een keerpunt in zijn leven is aangeland, wordt versterkt wanneer Lynn hem later vraagt een dag op Kyra te passen. Ze moet in Albany iets regelen met haar echtgenoot, of misschien is het wel haar ex. Zo zien we hoe een zevenjarig meisje wordt overgeleverd aan een man die eerder een al dan niet ingebeelde dochter heeft verloren. Misschien is hij een oprechte kindervriend, misschien een levensgevaarlijke maniak. Totnogtoe gedraagt hij zich als een voorbeeldige oppas, maar wie weet wat daarachter schuilgaat.

De onontkoombaarheid van de film is voor een groot deel de verdienste van de hoofdpersoon. Damian Lewis is als filmacteur niet bijzonder bekend. Trouwe kijkers van SBS6 – waar ik niet toe behoor – zullen zich zijn gezicht herinneren van de bekroonde miniserie Band of Brothers (2001), over een infanterieregiment tijdens WO II. Daarin speelde hij de rol van majoor Richard D. Winters.

De film eindigt zo abrupt dat mijn medebezoekers hoorbaar in de war raakten. Was het nu echt afgelopen? Jazeker. Alsof de maker terugschrok voor de mogelijkheid dat zijn psychologische studie zou omslaan in een ‘ordinaire’ thriller. Een wijs besluit. William Keane is een raadsel, en dat moet maar zo blijven.
 
*********************************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl
© 2008 Hans Knegtmans
powered by CJ2