archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Bekroonde filmmuziek Hans Knegtmans

0510VG Muziek op
De Oscars zijn al lang en breed uitgereikt. Maar de kans is groot dat uw krant onvermeld liet dat Falling Slowly uit de film Once de Oscar bemachtigde voor de beste filmsong. Volkomen terecht, want het is een lied uit duizenden. Ik heb al twee keer eerder de film de hemel in geprezen (zie de nummers 4.19 en 5.6) en wil het daar dan ook bij laten. Nu vooruit, één schouderklopje mag nog wel.

Falling Slowly moest het opnemen tegen wel drie liedjes uit de Disneyfilm Enchantment (die ik niet gezien heb, en dat wil ik graag zo laten). Alles waar Disney op staat, heeft een streepje voor bij de Academy-leden (die, in het jargon van Rutger Wolfson, bepaald niet tot de Free Radicals gerekend kunnen worden). En, bedenkelijker nog, deze liedjes zijn alle drie ontsproten aan het muzikale brein van componist Alan Menken. Dat zei mij niets, totdat ik op internet ontdekte dat Menken eerder voor songs uit Beauty and the Beast, The Little Mermaid en Pocahontas met een Oscar beloond is. Het mag dus een godswonder heten dat zanger/gitarist/componist Glen Hansard dit Hollywoodikoon achter zich wist te houden. Op Google is het lied in alle soorten en maten te vinden. Beluister wel de filmversie en niet een live optreden of een oude opname van Glen. De volgende sites zijn oké: http://www.foxsearchlight.com/once/ en http://nl.youtube.com/watch?v=CoSL_qayMCc.

De Zweedse film Du levande (internationale titel You, the living) van regisseur Roy Andersson moest het zonder Oscars stellen. Maar in Gent won de film op het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen wel de prijs voor de beste muziek. Terecht, alweer. Mijn vreugde om die onderscheiding wordt echter getemperd door het gegeven dat de soundtrack niet wordt uitgegeven. Dit weet ik omdat ik per e-mail bij de productiemaatschappij Studio 24 ernaar gevraagd heb. Een week of wat later ontving ik een kernachtig mailtje van ene Rebecka Kockgård: Beste Hans, helaas is er van die film geen soundtrack. Succes met je artikel.
Het duurde even tot de enormiteit van dat bericht tot me doordrong. Hoe was de jury in Gent dan tot haar oordeel gekomen? Hadden de leden de film één keer gezien en toen gezegd: ‘goh, wat een leuke muziek is dat, die moet maar winnen’? Had de festivalleiding de liedjes op band gezet, zodat de jury naar believen ze nog eens kon beluisteren? Lulde Rebecka misschien maar wat uit haar nek? De distributiemaatschappij Filmmuseum gaf uitsluitsel. Nee, zij hadden al maanden geleden alle materialen ontvangen maar wat daar ook bijzat, geen soundtrack. Meer in het algemeen stond Studio 24 niet bekend om zijn handelingssnelheid en klantvriendelijkheid.

Dus zat er, om mijn geheugen op te frissen, niets anders op dan in het Filmhuis Den Haag de film voor de derde keer te gaan zien. Niet dat dit een straf was. Du levande is een van de beste, meest innemende en in de pers luidst bejubelde films van het jaar. In Den Haag was van dat laatste op de premièreavond overigens weinig te merken. Zeven medebezoekers telde ik, van wie ik er aan de kassa twee – die stonden te delibereren of ze naar Du levande of Stellet Licht zouden gaan – persoonlijk over de streep had getrokken. Het was weer het oude liedje: op IFFR vochten de bezoekers om een kaartje en waren alle voorstellingen uitverkocht, maar in het filmtheater krijg je de mensen met geen stok naar binnen. In de top veertig van 2008 staan van de festivalhits alleen No Country for Old Men en Juno redelijk hoog genoteerd met een tiende en elfde plaats. Stellet licht neemt met pijn en moeite de negenendertigste plek in. Maar van de andere festivalsuccessen (Persepolis, Mio fratello è figlio unico, Paranoid Park) geen spoor.

Bioscoopgangers die eerder Songs from the Second Floor zagen, weten min of meer wat hun te wachten staat. Een groot aantal op zichzelf staande schetsjes, waarin de camera vrijwel niet beweegt, en ook de personages niet al te veel dynamiek uitstralen. Dit alles gefilmd in bleke kleuren geel, groen en blauw. Kleuren waarmee in TV-spotjes wordt gedemonstreerd hoe een verkeerd wasmiddel je bonte goed kan verruïneren. Maar de nieuwkomers weten niet wat hun overkomt, zelfs al bezoeken ze trouwhartig één keer per week het locale filmhuis. Waar gaat dit over? Is in al die schetsjes een rode draad te ontdekken? Weet de regisseur zelf wel wat hij doet en waarom?
Anderssons filmtaal mag dan sinds Songs from the Second Floor niet noemenswaardig zijn veranderd, de thematiek van Du levande is niet zo loodzwaar als die van zijn voorganger. Dit keer geen wanhopige middenstander die zijn eigen zaak in de fik steekt, om zo de verzekering te tillen. Geen verkoper van Jezus-aan-het-kruis beelden, die moet vaststellen dat geen sterveling in zijn product geïnteresseerd is. En zeker geen ritueel waarin een geblinddoekt meisje wordt geofferd (aan de god van het kapitaal, was mijn interpretatie).

Dat betekent niet dat het nu ineens gezelligheid troef is. In een van de beste scènes vertelt een werkman vanuit zijn stilstaande auto – het fileprobleem blijkt sinds Songs from the Second Floor nog steeds niet opgelost– dat hij vannacht een bijzonder akelige droom heeft gehad. Nadat we zijn nachtmerrie hebben beluisterd, brengt de regisseur hem ook nog eens minstens zo gedetailleerd in beeld. In het kort houdt de droom in dat op een familiediner de man zich geroepen voelde de klassieke tafelkleedtruc uit te voeren. (Eén krachtige ruk en het tafelkleed is weg, terwijl het serviesgoed wonderbaarlijk genoeg op zijn plaats is blijven staan.) In 1966 liet regisseur Karel Reisz het kunstje al spectaculair mislukken in de film Morgan: A Suitable Case for Treatment, maar de schade daar valt in het niet bij de ravage die de werkman in Du levande aanricht. Het wekt dan ook geen verbazing dat hij voor zijn vergrijp tot de elektrische stoel wordt veroordeeld.

Voltrekking van de doodstraf is niet leuk, evenmin als de plotselinge dood van een deelnemer aan een directievergadering. Of het verzoek van een vrouw aan haar demente moeder, of ze nog eens wil vertellen over een van de rampen die in haar jeugd schering en inslag waren. Maar zelfs in deze treurige fragmenten is de toonzetting lang niet zo mistroostig als in Songs from the Second Floor. Een volkse vrouw klaagt meermalen haar nood bij haar Neonazistisch ogende vriend: ‘Niemand begrijpt me, niemand houdt van me. Ga maar weg, laat me maar alleen!’ Wanneer hij eindelijk gehoor geeft aan het verzoek roept ze hem na: ‘ik kom straks nog wel even bij je langs.’ Zelfs de dagelijkse ellende heeft een min of meer happy end.

Nergens is het contrast tussen Du levande en zijn voorganger – in sfeer, in levensperspectief – zo duidelijk als in de veelvuldige muziekuitvoeringen. De muzikale leiding is in handen van voormalig ABBA-lid Benny Andersson (geen familie), en de deuntjes variëren van oubollige dixieland tot een schrijnende smartlap. Zoals in het echte leven ook het geval is, moeten de muzikanten om hun hoofd boven water te houden, elke schnabbel met beide handen aangrijpen. Zo zien we dezelfde musici optreden in een harmonieorkest, in de Louisiana Brass Band en als begeleider van een zangeres op een begrafenis.
Drie muziekfragmenten dragen de film. Tijdens een feestelijk diner zingen de gasten gezamenlijk een lied, waarbij volgens regels die niet meteen duidelijk worden, bij sommige passages bepaalde zangers moeten opstaan. Het lied is niet ondertiteld, en de kijker moet maar raden of het hier een traditional betreft die alle Zweedse senioren kunnen meezingen, of dat Benny het voor deze gelegenheid gecomponeerd heeft. (Zelf hoop ik het laatste. Het lied wordt er weliswaar niet mooier door, maar het maakt de film nog knapper dan hij al is.) Ook het optreden van het fanfareorkest is magistraal. We hebben de bespeler van de grote trom thuis al zien oefenen, en nu zien en horen we waar zijn inspanningen toe hebben geleid.

De mars komt nog een keer bijna onherkenbaar terug. Het grijze muisje Anna bloeit helemaal op wanneer gitarist Micke Larsson (van de rock ’n rollband Black Devils) haar in het café een drankje aanbiedt. Helaas is haar geluk van korte duur, omdat Micke bij hun eerste afspraakje verstek laat gaan. Maar later legt zij – met een gelukzalige glimlach – het publiek uit dat ze vannacht gedroomd heeft dat zij en Micke zojuist getrouwd waren. De camera zwenkt naar de bruidssuite, waar Micke zijn vrouw vergast op een privé-optreden. Hij heeft de bonkige mars omgetoverd tot een rockballad in driekwartsmaat, en zelden heeft een snerpende elektrische gitaar zo mooi geklonken als hier. De scène heeft een even verrassende als ontroerende afloop. Zorg er voor dat u de tissues bij de hand heeft, want u zult ze hard nodig hebben.
Op weg naar het station floot ik beurtelings de mars en het feestlied, en in de trein schreef ik de noten op een kladpapiertje, om te voorkomen dat ik – net als na de twee eerdere voorstellingen – ze de volgende dag weer vergeten zou zijn. En dat allemaal omdat ze te bedonderd zijn om een soundtrack te maken. Shame on you, Studio 24! Maar evengoed bedankt voor een unieke film.
 
**********************************


© 2008 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Bekroonde filmmuziek Hans Knegtmans
0510VG Muziek op
De Oscars zijn al lang en breed uitgereikt. Maar de kans is groot dat uw krant onvermeld liet dat Falling Slowly uit de film Once de Oscar bemachtigde voor de beste filmsong. Volkomen terecht, want het is een lied uit duizenden. Ik heb al twee keer eerder de film de hemel in geprezen (zie de nummers 4.19 en 5.6) en wil het daar dan ook bij laten. Nu vooruit, één schouderklopje mag nog wel.

Falling Slowly moest het opnemen tegen wel drie liedjes uit de Disneyfilm Enchantment (die ik niet gezien heb, en dat wil ik graag zo laten). Alles waar Disney op staat, heeft een streepje voor bij de Academy-leden (die, in het jargon van Rutger Wolfson, bepaald niet tot de Free Radicals gerekend kunnen worden). En, bedenkelijker nog, deze liedjes zijn alle drie ontsproten aan het muzikale brein van componist Alan Menken. Dat zei mij niets, totdat ik op internet ontdekte dat Menken eerder voor songs uit Beauty and the Beast, The Little Mermaid en Pocahontas met een Oscar beloond is. Het mag dus een godswonder heten dat zanger/gitarist/componist Glen Hansard dit Hollywoodikoon achter zich wist te houden. Op Google is het lied in alle soorten en maten te vinden. Beluister wel de filmversie en niet een live optreden of een oude opname van Glen. De volgende sites zijn oké: http://www.foxsearchlight.com/once/ en http://nl.youtube.com/watch?v=CoSL_qayMCc.

De Zweedse film Du levande (internationale titel You, the living) van regisseur Roy Andersson moest het zonder Oscars stellen. Maar in Gent won de film op het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen wel de prijs voor de beste muziek. Terecht, alweer. Mijn vreugde om die onderscheiding wordt echter getemperd door het gegeven dat de soundtrack niet wordt uitgegeven. Dit weet ik omdat ik per e-mail bij de productiemaatschappij Studio 24 ernaar gevraagd heb. Een week of wat later ontving ik een kernachtig mailtje van ene Rebecka Kockgård: Beste Hans, helaas is er van die film geen soundtrack. Succes met je artikel.
Het duurde even tot de enormiteit van dat bericht tot me doordrong. Hoe was de jury in Gent dan tot haar oordeel gekomen? Hadden de leden de film één keer gezien en toen gezegd: ‘goh, wat een leuke muziek is dat, die moet maar winnen’? Had de festivalleiding de liedjes op band gezet, zodat de jury naar believen ze nog eens kon beluisteren? Lulde Rebecka misschien maar wat uit haar nek? De distributiemaatschappij Filmmuseum gaf uitsluitsel. Nee, zij hadden al maanden geleden alle materialen ontvangen maar wat daar ook bijzat, geen soundtrack. Meer in het algemeen stond Studio 24 niet bekend om zijn handelingssnelheid en klantvriendelijkheid.

Dus zat er, om mijn geheugen op te frissen, niets anders op dan in het Filmhuis Den Haag de film voor de derde keer te gaan zien. Niet dat dit een straf was. Du levande is een van de beste, meest innemende en in de pers luidst bejubelde films van het jaar. In Den Haag was van dat laatste op de premièreavond overigens weinig te merken. Zeven medebezoekers telde ik, van wie ik er aan de kassa twee – die stonden te delibereren of ze naar Du levande of Stellet Licht zouden gaan – persoonlijk over de streep had getrokken. Het was weer het oude liedje: op IFFR vochten de bezoekers om een kaartje en waren alle voorstellingen uitverkocht, maar in het filmtheater krijg je de mensen met geen stok naar binnen. In de top veertig van 2008 staan van de festivalhits alleen No Country for Old Men en Juno redelijk hoog genoteerd met een tiende en elfde plaats. Stellet licht neemt met pijn en moeite de negenendertigste plek in. Maar van de andere festivalsuccessen (Persepolis, Mio fratello è figlio unico, Paranoid Park) geen spoor.

Bioscoopgangers die eerder Songs from the Second Floor zagen, weten min of meer wat hun te wachten staat. Een groot aantal op zichzelf staande schetsjes, waarin de camera vrijwel niet beweegt, en ook de personages niet al te veel dynamiek uitstralen. Dit alles gefilmd in bleke kleuren geel, groen en blauw. Kleuren waarmee in TV-spotjes wordt gedemonstreerd hoe een verkeerd wasmiddel je bonte goed kan verruïneren. Maar de nieuwkomers weten niet wat hun overkomt, zelfs al bezoeken ze trouwhartig één keer per week het locale filmhuis. Waar gaat dit over? Is in al die schetsjes een rode draad te ontdekken? Weet de regisseur zelf wel wat hij doet en waarom?
Anderssons filmtaal mag dan sinds Songs from the Second Floor niet noemenswaardig zijn veranderd, de thematiek van Du levande is niet zo loodzwaar als die van zijn voorganger. Dit keer geen wanhopige middenstander die zijn eigen zaak in de fik steekt, om zo de verzekering te tillen. Geen verkoper van Jezus-aan-het-kruis beelden, die moet vaststellen dat geen sterveling in zijn product geïnteresseerd is. En zeker geen ritueel waarin een geblinddoekt meisje wordt geofferd (aan de god van het kapitaal, was mijn interpretatie).

Dat betekent niet dat het nu ineens gezelligheid troef is. In een van de beste scènes vertelt een werkman vanuit zijn stilstaande auto – het fileprobleem blijkt sinds Songs from the Second Floor nog steeds niet opgelost– dat hij vannacht een bijzonder akelige droom heeft gehad. Nadat we zijn nachtmerrie hebben beluisterd, brengt de regisseur hem ook nog eens minstens zo gedetailleerd in beeld. In het kort houdt de droom in dat op een familiediner de man zich geroepen voelde de klassieke tafelkleedtruc uit te voeren. (Eén krachtige ruk en het tafelkleed is weg, terwijl het serviesgoed wonderbaarlijk genoeg op zijn plaats is blijven staan.) In 1966 liet regisseur Karel Reisz het kunstje al spectaculair mislukken in de film Morgan: A Suitable Case for Treatment, maar de schade daar valt in het niet bij de ravage die de werkman in Du levande aanricht. Het wekt dan ook geen verbazing dat hij voor zijn vergrijp tot de elektrische stoel wordt veroordeeld.

Voltrekking van de doodstraf is niet leuk, evenmin als de plotselinge dood van een deelnemer aan een directievergadering. Of het verzoek van een vrouw aan haar demente moeder, of ze nog eens wil vertellen over een van de rampen die in haar jeugd schering en inslag waren. Maar zelfs in deze treurige fragmenten is de toonzetting lang niet zo mistroostig als in Songs from the Second Floor. Een volkse vrouw klaagt meermalen haar nood bij haar Neonazistisch ogende vriend: ‘Niemand begrijpt me, niemand houdt van me. Ga maar weg, laat me maar alleen!’ Wanneer hij eindelijk gehoor geeft aan het verzoek roept ze hem na: ‘ik kom straks nog wel even bij je langs.’ Zelfs de dagelijkse ellende heeft een min of meer happy end.

Nergens is het contrast tussen Du levande en zijn voorganger – in sfeer, in levensperspectief – zo duidelijk als in de veelvuldige muziekuitvoeringen. De muzikale leiding is in handen van voormalig ABBA-lid Benny Andersson (geen familie), en de deuntjes variëren van oubollige dixieland tot een schrijnende smartlap. Zoals in het echte leven ook het geval is, moeten de muzikanten om hun hoofd boven water te houden, elke schnabbel met beide handen aangrijpen. Zo zien we dezelfde musici optreden in een harmonieorkest, in de Louisiana Brass Band en als begeleider van een zangeres op een begrafenis.
Drie muziekfragmenten dragen de film. Tijdens een feestelijk diner zingen de gasten gezamenlijk een lied, waarbij volgens regels die niet meteen duidelijk worden, bij sommige passages bepaalde zangers moeten opstaan. Het lied is niet ondertiteld, en de kijker moet maar raden of het hier een traditional betreft die alle Zweedse senioren kunnen meezingen, of dat Benny het voor deze gelegenheid gecomponeerd heeft. (Zelf hoop ik het laatste. Het lied wordt er weliswaar niet mooier door, maar het maakt de film nog knapper dan hij al is.) Ook het optreden van het fanfareorkest is magistraal. We hebben de bespeler van de grote trom thuis al zien oefenen, en nu zien en horen we waar zijn inspanningen toe hebben geleid.

De mars komt nog een keer bijna onherkenbaar terug. Het grijze muisje Anna bloeit helemaal op wanneer gitarist Micke Larsson (van de rock ’n rollband Black Devils) haar in het café een drankje aanbiedt. Helaas is haar geluk van korte duur, omdat Micke bij hun eerste afspraakje verstek laat gaan. Maar later legt zij – met een gelukzalige glimlach – het publiek uit dat ze vannacht gedroomd heeft dat zij en Micke zojuist getrouwd waren. De camera zwenkt naar de bruidssuite, waar Micke zijn vrouw vergast op een privé-optreden. Hij heeft de bonkige mars omgetoverd tot een rockballad in driekwartsmaat, en zelden heeft een snerpende elektrische gitaar zo mooi geklonken als hier. De scène heeft een even verrassende als ontroerende afloop. Zorg er voor dat u de tissues bij de hand heeft, want u zult ze hard nodig hebben.
Op weg naar het station floot ik beurtelings de mars en het feestlied, en in de trein schreef ik de noten op een kladpapiertje, om te voorkomen dat ik – net als na de twee eerdere voorstellingen – ze de volgende dag weer vergeten zou zijn. En dat allemaal omdat ze te bedonderd zijn om een soundtrack te maken. Shame on you, Studio 24! Maar evengoed bedankt voor een unieke film.
 
**********************************
© 2008 Hans Knegtmans
powered by CJ2