archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Nog een paar weken geduld Hans Knegtmans

0507VG Robert Duvall
Op het moment dat ik dit schrijf moet IFFR 2008 nog beginnen. Maar nu al heb ik op de website welgeteld twaalf films gespot die tot de laatste stoel zijn uitverkocht. Negen daarvan zijn previews die u zeer binnenkort gewoon in de bioscoop kunt zien: The Darjeeling Limited, You, the Living, No Country for Old Men (zojuist genomineerd voor acht Oscars), Juno, Le voyage du ballon rouge, Paranoid Park, Mio fratello è figlio unico, The Mourning Forest en Persepolis. Zoals elk jaar kunnen veel liefhebbers niet wachten op de reguliere bioscoopvertoning, net zoals sneak previews ongekend populair zijn, zelfs nu van de meeste ‘sneaks’ makkelijk op het internet te vinden is om welke films het gaat. Het blijft een wonderlijk verschijnsel.

Ook voor enkele films waarvan een week geleden nog niemand in Nederland had gehoord (en die het met een primitieve Engelse ondertiteling moeten stellen), is al geen kaartje meer te krijgen. Zeg nu zelf: hoe hoog staan This World of Ours (Japan), At the Beach (China, uit 1984!) en Estômago – A Gastronomic Story (Brazilië) op uw filmische verlanglijstje? Rotterdam hoeft het (gelukkig) niet alleen van het geijkte sneakpubliek te hebben. Dit alles betekent overigens niet dat u te laat bent voor deze editie van IFFR. Zelfs voor de laatste twee festivaldagen – 1 en 2 februari – zijn nog wel kaarten verkrijgbaar, en het is zeker geen prutswerk dat dan resteert. Ook in Rotterdam gaan populariteit en kwaliteit niet altijd hand in hand. Zo ben ik ervan overtuigd dat Nachmittag (van Angela Schanelec) waarmee ik mijn persoonlijke festival open, roemloos in de achterhoede van de publieksenquête zal eindigen. Eenzelfde lot als Marseille, de vorige film van deze regisseuse, ten deel viel. Daarin leek het of er niets gebeurde, althans voor kijkers die op de automatische piloot koersten. Maar ondertussen.

In het reguliere filmcircuit laat regisseur Paul Haggis (van de Oscarwinnende ensemblefilm Crash) zien dat hij geen eendagsvlieg is. Met dank aan Tommy Lee Jones, zonder wiens imposante aanwezigheid In the Valley of Elah veel van zijn allure zou verliezen. Jones’ carrière is een schoolvoorbeeld van hoe een acteur bijna ongemerkt kan evolueren van iemand die je op het scherm bekend voorkomt terwijl je geen idee hebt hoe hij heet, tot superster. Tot de jaren negentig acteerde hij hoofdzakelijk in TV-films. De bioscoopfilms waarin hij te zien was oogstten, op een enkele uitzondering na (The Coal Miner’s Daughter), bar weinig waardering bij publiek en pers. Sinds de Oscarnominatie voor zijn rol in JFK echter lijkt er geen houden meer aan. De prijzen en nominaties rijgen zich aaneen en vooral de meest recente films waarin hij schittert zijn van hoge kwaliteit: The Three Burials of Melquiades Estrada, A Prairie Home Companion, No Country for Old Men. En nu dus In the Valley of Elah, die hem een welverdiende Oscarnominatie voor beste mannelijke hoofdrol opleverde.

Hank Deerfield (Tommy Lee) hoort over de telefoon dat zijn zoon Mike (wiens legereenheid net is teruggekeerd uit Irak) zoek is. Deerfield sr. is een daadkrachtig man, die ten tijde van de Vietnamoorlog bij de militaire politie diende. Zonder verdere plichtplegingen stapt hij in zijn auto om koers te zetten naar de legerbasis. ‘Zou je dat wel doen?’ vraagt zijn vrouw (Sasan Sarandon). ‘Het is wel twee dagen rijden.’ ‘Voor sommigen wel, misschien,’ antwoordt Hank. Wij weten dan wel hoe laat het is. Deerfield is er een van recht recht door zee, en van de onderste steen boven. De rol waarin Jones het best tot zijn recht komt. En een ijzeren doorzettingsvermogen is wel nodig, blijkt al gauw. Politie en leger sturen hem van het kastje naar de muur. Gelukkig maakt zijn vastberaden optreden indruk op de politievrouw Emily (een gerijpte Charlize Theron, die ik de hele film lang niet herkend had). Zij werpt de lethargie die het corps kenmerkt van zich af, en getweeën ontrafelen ze het mysterie.

In the Valley of Elah heeft te weinig diepgang om zich met de top van Hollywood te meten. De film leunt zwaar op de intrige, en je kunt merken dat Haggis’ hart meer ligt bij het verzinnen van inventieve scenario’s dan bij het uitwerken van de personages. (De metamorfose van Emily bijvoorbeeld voltrekt zich wel erg abrupt en radicaal.) Des te verrassender is daarom het hoge psychologiegehalte van de ontknoping. Dan blijkt dat we George Bush niet van alles wat er misgaat in Irak de schuld kunnen geven. Hoe de film aan zijn vreemde titel komt – wat was de vallei van Elah ook al weer? – moet u zelf maar ontdekken. De scène waarin dit raadsel wordt opgehelderd, is Tommy Lee Jones ten voeten uit.

De loopbaan van Robert Duvall is bijna zo stilletjes en geniepig als die van Jones. In een stokoude filmgids die ik nooit heb weggegooid, werd zelfs beweerd dat hij ‘in de regel en nerveuze slechterik’ speelt. Dat verbaasde me toen al. Ja, in de westerns True Grit (1969) en Joe Kidd (1972) speelde hij voor schurk, zij het dat ik me geen uitingen van nervositeit herinner. En natuurlijk ook in de misdaadfilm met de veelzeggende titel The Outfit (1973). Maar nu zijn we 35 jaar, 70 films, één Oscar (voor zijn hoofdrol in Tender Mercies), 40 andere prijzen en 27 nominaties verder, en wordt Duvall algemeen beschouwd als een van de grootste karakteracteurs ooit. Tot de vele hoogtepunten behoren zijn rollen in Network, Apocalypse Now, The Great Santini, Tender Mercies en zijn eenmans meesterwerk The Apostle.

Als zo’n man omringd wordt door andere vedetten (Mark Wahlberg en Joaquin Phoenix) moet dit wel tot iets moois leiden, zou je denken. Helaas. We Own the Night – geregisseerd en geschreven door James Gray – is een politiefilm van dertien in een dozijn. Redelijk onderhoudend, en met een paar zinderende hoogtepunten (iemand die zich, voorzien van een zendertje, in het hol van de leeuw waagt, en een autoachtervolging op leven en dood). Maar Gary permitteert zich clichés die beter passen bij een misdaadserie op TV dan bij een behoorlijk pretentieuze psychologische thriller.

Vader Burt (Duvall) en zoon Joseph (Wahlberg) zijn kopstukken van de New Yorkse politie. De andere zoon Bobby (Phoenix) wil niet deugen. Hij beheert in opdracht van een Russische zakenman een nachtclub waar behalve gedronken en gesjanst ook flink wat dope gebruikt en verhandeld wordt. Vader Burt probeert hem te strikken als infiltrant, uiteraard zonder succes. Totdat… Wanneer Bobby eenmaal het licht ziet, blijft er niets over van de voormalige junk en bon vivant. Zijn voorheen zo blozende gezicht heeft permanent een gepijnigde uitdrukking. En deze onherkenbare tobber moet onopvallend moordzuchtige drugshandelaars ontmaskeren en helpen arresteren? Kom nou: het kenmerk van de maffia – of de boeven nu Amerikaans of Russisch zijn – is het ontbreken van een geweten, niet van hersens.

Ach, het publiek kan in ieder geval de ogen uitkijken naar drie meer dan verdienstelijke acteurs en één lekkere meid (Eva Mendes). De film eindigt met de meest bizarre filmdialoog sinds lange tijd. ‘Ik hou van je,’ zegt de ene broer plompverloren. ‘Ik hou ook van jou,’ antwoordt de andere. Er is veel veranderd sinds de gloriedagen van Dirty Harry en Popeye Doyle.
 
*********************************
Foto’s van de boekpresentaties van
Springveren, het beste uit De Leunstoel op:


© 2008 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Nog een paar weken geduld Hans Knegtmans
0507VG Robert Duvall
Op het moment dat ik dit schrijf moet IFFR 2008 nog beginnen. Maar nu al heb ik op de website welgeteld twaalf films gespot die tot de laatste stoel zijn uitverkocht. Negen daarvan zijn previews die u zeer binnenkort gewoon in de bioscoop kunt zien: The Darjeeling Limited, You, the Living, No Country for Old Men (zojuist genomineerd voor acht Oscars), Juno, Le voyage du ballon rouge, Paranoid Park, Mio fratello è figlio unico, The Mourning Forest en Persepolis. Zoals elk jaar kunnen veel liefhebbers niet wachten op de reguliere bioscoopvertoning, net zoals sneak previews ongekend populair zijn, zelfs nu van de meeste ‘sneaks’ makkelijk op het internet te vinden is om welke films het gaat. Het blijft een wonderlijk verschijnsel.

Ook voor enkele films waarvan een week geleden nog niemand in Nederland had gehoord (en die het met een primitieve Engelse ondertiteling moeten stellen), is al geen kaartje meer te krijgen. Zeg nu zelf: hoe hoog staan This World of Ours (Japan), At the Beach (China, uit 1984!) en Estômago – A Gastronomic Story (Brazilië) op uw filmische verlanglijstje? Rotterdam hoeft het (gelukkig) niet alleen van het geijkte sneakpubliek te hebben. Dit alles betekent overigens niet dat u te laat bent voor deze editie van IFFR. Zelfs voor de laatste twee festivaldagen – 1 en 2 februari – zijn nog wel kaarten verkrijgbaar, en het is zeker geen prutswerk dat dan resteert. Ook in Rotterdam gaan populariteit en kwaliteit niet altijd hand in hand. Zo ben ik ervan overtuigd dat Nachmittag (van Angela Schanelec) waarmee ik mijn persoonlijke festival open, roemloos in de achterhoede van de publieksenquête zal eindigen. Eenzelfde lot als Marseille, de vorige film van deze regisseuse, ten deel viel. Daarin leek het of er niets gebeurde, althans voor kijkers die op de automatische piloot koersten. Maar ondertussen.

In het reguliere filmcircuit laat regisseur Paul Haggis (van de Oscarwinnende ensemblefilm Crash) zien dat hij geen eendagsvlieg is. Met dank aan Tommy Lee Jones, zonder wiens imposante aanwezigheid In the Valley of Elah veel van zijn allure zou verliezen. Jones’ carrière is een schoolvoorbeeld van hoe een acteur bijna ongemerkt kan evolueren van iemand die je op het scherm bekend voorkomt terwijl je geen idee hebt hoe hij heet, tot superster. Tot de jaren negentig acteerde hij hoofdzakelijk in TV-films. De bioscoopfilms waarin hij te zien was oogstten, op een enkele uitzondering na (The Coal Miner’s Daughter), bar weinig waardering bij publiek en pers. Sinds de Oscarnominatie voor zijn rol in JFK echter lijkt er geen houden meer aan. De prijzen en nominaties rijgen zich aaneen en vooral de meest recente films waarin hij schittert zijn van hoge kwaliteit: The Three Burials of Melquiades Estrada, A Prairie Home Companion, No Country for Old Men. En nu dus In the Valley of Elah, die hem een welverdiende Oscarnominatie voor beste mannelijke hoofdrol opleverde.

Hank Deerfield (Tommy Lee) hoort over de telefoon dat zijn zoon Mike (wiens legereenheid net is teruggekeerd uit Irak) zoek is. Deerfield sr. is een daadkrachtig man, die ten tijde van de Vietnamoorlog bij de militaire politie diende. Zonder verdere plichtplegingen stapt hij in zijn auto om koers te zetten naar de legerbasis. ‘Zou je dat wel doen?’ vraagt zijn vrouw (Sasan Sarandon). ‘Het is wel twee dagen rijden.’ ‘Voor sommigen wel, misschien,’ antwoordt Hank. Wij weten dan wel hoe laat het is. Deerfield is er een van recht recht door zee, en van de onderste steen boven. De rol waarin Jones het best tot zijn recht komt. En een ijzeren doorzettingsvermogen is wel nodig, blijkt al gauw. Politie en leger sturen hem van het kastje naar de muur. Gelukkig maakt zijn vastberaden optreden indruk op de politievrouw Emily (een gerijpte Charlize Theron, die ik de hele film lang niet herkend had). Zij werpt de lethargie die het corps kenmerkt van zich af, en getweeën ontrafelen ze het mysterie.

In the Valley of Elah heeft te weinig diepgang om zich met de top van Hollywood te meten. De film leunt zwaar op de intrige, en je kunt merken dat Haggis’ hart meer ligt bij het verzinnen van inventieve scenario’s dan bij het uitwerken van de personages. (De metamorfose van Emily bijvoorbeeld voltrekt zich wel erg abrupt en radicaal.) Des te verrassender is daarom het hoge psychologiegehalte van de ontknoping. Dan blijkt dat we George Bush niet van alles wat er misgaat in Irak de schuld kunnen geven. Hoe de film aan zijn vreemde titel komt – wat was de vallei van Elah ook al weer? – moet u zelf maar ontdekken. De scène waarin dit raadsel wordt opgehelderd, is Tommy Lee Jones ten voeten uit.

De loopbaan van Robert Duvall is bijna zo stilletjes en geniepig als die van Jones. In een stokoude filmgids die ik nooit heb weggegooid, werd zelfs beweerd dat hij ‘in de regel en nerveuze slechterik’ speelt. Dat verbaasde me toen al. Ja, in de westerns True Grit (1969) en Joe Kidd (1972) speelde hij voor schurk, zij het dat ik me geen uitingen van nervositeit herinner. En natuurlijk ook in de misdaadfilm met de veelzeggende titel The Outfit (1973). Maar nu zijn we 35 jaar, 70 films, één Oscar (voor zijn hoofdrol in Tender Mercies), 40 andere prijzen en 27 nominaties verder, en wordt Duvall algemeen beschouwd als een van de grootste karakteracteurs ooit. Tot de vele hoogtepunten behoren zijn rollen in Network, Apocalypse Now, The Great Santini, Tender Mercies en zijn eenmans meesterwerk The Apostle.

Als zo’n man omringd wordt door andere vedetten (Mark Wahlberg en Joaquin Phoenix) moet dit wel tot iets moois leiden, zou je denken. Helaas. We Own the Night – geregisseerd en geschreven door James Gray – is een politiefilm van dertien in een dozijn. Redelijk onderhoudend, en met een paar zinderende hoogtepunten (iemand die zich, voorzien van een zendertje, in het hol van de leeuw waagt, en een autoachtervolging op leven en dood). Maar Gary permitteert zich clichés die beter passen bij een misdaadserie op TV dan bij een behoorlijk pretentieuze psychologische thriller.

Vader Burt (Duvall) en zoon Joseph (Wahlberg) zijn kopstukken van de New Yorkse politie. De andere zoon Bobby (Phoenix) wil niet deugen. Hij beheert in opdracht van een Russische zakenman een nachtclub waar behalve gedronken en gesjanst ook flink wat dope gebruikt en verhandeld wordt. Vader Burt probeert hem te strikken als infiltrant, uiteraard zonder succes. Totdat… Wanneer Bobby eenmaal het licht ziet, blijft er niets over van de voormalige junk en bon vivant. Zijn voorheen zo blozende gezicht heeft permanent een gepijnigde uitdrukking. En deze onherkenbare tobber moet onopvallend moordzuchtige drugshandelaars ontmaskeren en helpen arresteren? Kom nou: het kenmerk van de maffia – of de boeven nu Amerikaans of Russisch zijn – is het ontbreken van een geweten, niet van hersens.

Ach, het publiek kan in ieder geval de ogen uitkijken naar drie meer dan verdienstelijke acteurs en één lekkere meid (Eva Mendes). De film eindigt met de meest bizarre filmdialoog sinds lange tijd. ‘Ik hou van je,’ zegt de ene broer plompverloren. ‘Ik hou ook van jou,’ antwoordt de andere. Er is veel veranderd sinds de gloriedagen van Dirty Harry en Popeye Doyle.
 
*********************************
Foto’s van de boekpresentaties van
Springveren, het beste uit De Leunstoel op:
© 2008 Hans Knegtmans
powered by CJ2