archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
De beste films van 2007 Hans Knegtmans

0506VG Film
En een voorbeschouwing op het IFFR!

Het jaar 2007 mag dan voorbij zijn, vrijwel alle films uit het alternatieve circuit zijn nog volop in de filmtheaters te bewonderen. En van de meer commerciële producties zijn inmiddels DVD’s op de markt gebracht. Daarom presenteer ik hier bij wijze van kijktip de tien beste films van het afgelopen jaar. Ze hebben allemaal in de bioscoop gedraaid, dus producties die na bijvoorbeeld de festivals IFFR en IDFA nog niet in roulatie zijn gebracht blijven hier buiten beschouwing.

1. Shut Up and Sing (Barbara Kopple en Cecilia Peck)
Dat was even schrikken voor Natalie Maines, Emily Robinson en Martie Maguire, beter bekend als de Dixie Chicks. Na een ondoordachte sneer van Natalie aan het adres van George W. Bush werden de populaire zangeressen van de ene dag op de andere het doelwit van alle rednecks in de Verenigde Staten. De meeslepende documentaire laat zien hoe ze uit dit dal klauterden en al doende een nieuwe identiteit en volwassen repertoire ontwikkelden.
2. Das Leben der Anderen (Florian Henckel von Donnersmarck)
Een doodenkele keer gebeurt het dat een film die iedereen prachtig vindt, dat ook werkelijk is. Hauptmann Gerd Wiesler – afluisterexpert en gezagsgetrouwe Stasi-officier – valt van zijn geloof bij het bespieden van een kunstenaarspaar. Zelfs wie zich niet het hoofd breekt over alle morele dilemma’s en paradoxen, krijgt een uitzonderlijk goed verhaal te zien en, van wijlen Ulrich Mühe, de beste acteerprestatie van het jaar.
3. Iklimler (Nuri Bilge Ceylan)
De Turkse regisseur en zijn vrouw Ebru spelen zelf de hoofdrollen in dit huwelijksdrama. Fans van de regisseur zullen zich bezorgd afvragen of hij in het echt net zo’n bord voor zijn kop heeft als het antipathieke personage dat hij uitbeeldt. Zo niet, dan levert hij een formidabel staaltje acteerwerk af.
4. Adam’s apples (Anders Thomas Jensen)
Neonazi Adam moet zich na afloop van zijn celstraf verder rehabiliteren onder de hoede van pastor Ivan, op het Deense platteland. Een probleem daarbij is de schizofrenie waaraan zijn mentor lijdt. De surrealistische klucht verandert geleidelijk in een ongemakkelijke tragikomedie. Gelukkig heeft de regisseur annex scenarist een geniale ontknoping bedacht waardoor iedereen toch tevreden de bioscoop kan verlaten. De film grossierde in festivalprijzen.
5. The Host (Joon-ho Bong)
Ontroerend familiedrama, vermomd als horrorfilm. Een monster zaait dood en verderf onder de bevolking van Seoul. Het dochtertje van een onnozele, indolente snackbarbediende ontsnapt echter aan haar ontvoerder. De man mobiliseert zijn broer, zuster en vader voor een ultieme bevrijdingspoging. De thematische overeenkomst met Little Miss Sunshine is onmiskenbaar – gedeeld leed brengt de leden van een gestoord gezin nader tot elkaar – en de film even innemend.
6. Once (John Carney)
Kitchen sink musical uit Ierland. Straatmuzikant onmoet Tsjechische krantverkoopster. Verliefd worden lijkt taboe, want beiden hebben een onverwerkt relatieverleden. Dus gaan ze eerst maar een demo opnemen in een muziekstudio. De samenzang van Glen Hansard en Markéta Irglová roept het onovertroffen duo Gram Parsons en Emmylou Harris in herinnering.
7. Control (Anton Corbijn)
Nog meer muziek. Fotograaf Anton Corbijn maakte een meesterlijk filmportret van het tragische wonderkind Ian Curtis, zanger van de rockband Joy Division. Zijn onbekookte huwelijk raakt op dood spoor wanneer hij het aanlegt met een sophisticated Belgische groupie, en zijn krachtenverslindende podiumact eindigt regelmatig in een epileptische aanval. Suïcide maakt een eind aan zijn carrière.
8. Si le vent soulève les sables (Marion Hänsel)
In een dorpje in de Sahara is het water vrijwel op. De dorpsonderwijzer vlucht met vrouw, twee zoons en dochtertje, op zoek naar leefbaarder plek. Huursoldaten en milities decimeren het gezin. Sommige critici vonden de film te vlak (lees: te weinig luidruchtige uitingen van emoties). Onzin. Sounds of Sands (de handelstitel) is een van de meest onderschatte films van het jaar.
9. The Bourne Ultimatum (Paul Greengrass)
Wie had dat gedacht: een van de meest vernieuwende films van de laatste jaren is een Hollywoodhit! Greengrass en zijn cameraman maken, meer nog dan in The Bourne Supremacy, gebruik van opnametechnieken die nog niet eerder vertoond zijn, althans niet in die mate en zo consequent. De choreografie van de opnames (zoals een criticus het noemde) en het moordende tempo passen perfect bij het verhaal.
10. A prairie home companion (Robert Altman)
De zwanenzang van de in 2006 overleden regisseur is een filmbewerking van een bestaand radioprogramma, waarin maker en gastheer Garrison Keillor de overwegend muzikale optredens onnavolgbaar aan elkaar kletst. Hoogtepunt is het optreden van de nepcowboys Dusty (Woody Harrelson) en Lefty (John. C. Reilly). Feel-good stuff in optima forma.

Het nieuwe filmjaar begint in Nederland traditioneel in Rotterdam met het IFFR. Het is dat ik er al jaren kom, anders zou ik me een hoedje schrikken bij de introductie van het festival aan de pers. De nieuwe festivaldirecteur Rutger Wolfson, lezen we, legt het accent op Free Radicals. In de chemie zijn dat ‘bijzondere moleculen of atomen die soms hevige reacties uitlokken’. Aha. Dan kunnen we wel raden hoe het verhaal verder gaat. ‘Audiovisuele makers’ van dat slag ‘streven geen technische perfectie na maar zoeken juist bewust een rauwe, rafelige kwaliteit op’. Die zoektocht naar rafelige kwaliteit leidt niet tot speelfilms zoals we die kennen. ‘Ze verkiezen eerder een primitief, maar puur werkstuk in eigen beheer te creëren en te distribueren, dan te gehoorzamen aan de dwingende formats van de filmindustrie.’ Dat is mannentaal.

Op de doorgaans goed gedocumenteerde filmsite Internet Movie Data base is over de in Rotterdam geplugde nieuwlichters opvallend weinig te vinden. De naam Cameron Jamie komen we slechts als acteur tegen, waarschijnlijk omdat hij volgens het persbericht niet zozeer filmmaker is als wel beeldend kunstenaar. Elders op het internet zien we dat tijdens het festival de Amerkaanse band The Melvins drie van Jamie’s films live zal begeleiden. Het programma duurt nog geen uur, dus erg lang kunnen de films niet zijn.

Dat geldt ook voor een andere Radical, Robert Breer. Deze heeft 42 ‘korte dagboekachtige collagefilms’ op zijn naam staan. Deze worden wel allemaal genoemd op IMDb. En kort zijn ze zeker: de lengte van de meeste filmpjes varieert van twee tot zes minuten. Een vluchtig onderzoek doet vermoeden dat bij slechts zeven filmpjes meer dan vijf lezers de moeite hebben genomen de film een rapportcijfer toe te kennen. Ter vergelijking: de bioscoophit The Lord of the Rings: The Return of the King kreeg van 231.950 bezoekers van de site een cijfer, en zelfs op het eerder genoemde Iklimler, een arthouse productie van het zuiverste water, reageerden altijd nog 1285 bezoekers. De mogelijkheid dat alleen professionals de man kennen en waarderen lijkt niet op te gaan. Bij geen van zijn films beschikt IMDb over professionele recensies uit binnen- of buitenland. Het heeft er al met al de schijn van dat vrijwel alleen festivaldirecteur Rutger Wolfson in deze cineast is geïnteresseerd.

Eens kijken hoe de eveneens radicale festivalcineast Paul Sharits er vanaf komt. Nu, dat gaat iets beter, maar je kunt niet zeggen dat het storm loopt. Zijn grootste succes T,O,U,C,H,I,N,G (ja, die komma’s horen erbij) lokt 53 reacties uit. De beide andere films van zijn hand trokken minder belangstelling: S:TREAM:S:S:ECTION:S:S:ECTIONED ontlokte slechts zeven lezers een reactie (niet echt verwonderlijk, gegeven dat hij volgens mijn documentatie 42 minuten lang beelden toont van twee strepen over stromend water), en Word Movie wordt tien keer (overwegend zeer negatief) beoordeeld. Ook van deze films heeft IMDb geen professionele besprekingen kunnen vinden. Een recensent mag natuurlijk niet op zijn vooroordelen afgaan. Ik zal dus naar eer en geweten kennis nemen van het oeuvre van de drie kunstenaars (inclusief de live uitvoering van de soundtracks), maar iets zegt me dat mijn scepsis niet geheel zal verdwijnen. Ik houd u op de hoogte.

Gelukkig kunt u, - zoals naar ik aanneem veruit de meeste festivalbezoekers – een toegankelijker en waarschijnlijk interessanter programma samenstellen. Daarbij doet de onvermijdelijke keus zich voor tussen previews van films die te zijner tijd in de bioscoop te zien zijn, en festivalfilms die u mogelijk nooit meer elders kunt zien. Voor lezers zonder eerdere festivalervaring: de eerste categorie kan worden herkend aan de programma-informatie dat de film in kwestie nu al Nederlands is ondertiteld.

Het festival vertoont minstens drie previews van bioscoopfilms waar u met goed fatsoen niet omheen kunt. Ten eerste gaat de lang verbeide film van regisseurs Joel en Ethan Coen in première, No Country for Old Men. Door mijn kerstvakantie heb ik de persvoorstelling jammerlijk gemist, maar op IFFR zal ik de schade dubbel en dwars inhalen. Verder heeft de Zweedse regisseur Roy Andersson eindelijk een vervolg gemaakt op zijn geniale Songs from the Second Floor (zie jaargang 3, nummer 14). Du levande heet hij (in het Engels You, the Living), en alleen al het terugdenken eraan vervult me met een giechelige blijdschap. In iets mindere mate gaat dit ook op voor de nieuwe film van bijna-naamgenoot Wes Anderson, The Darjeeling Limited. Eerder maakte hij The Royal Tenenbaums en The Life Aquatic with Steve Zissou (besproken in jaargang 2, nummer 10). Voor de lezers die deze films gewild hip en te vrijblijvend vonden heb ik goed nieuws. Veel duidelijker dan zijn voorgangers heeft The Darjeeling Limited betrekking op het ontwikkelen van een ‘sociale identiteit’ door vriendschap of – in dit geval – familiebanden. De regisseur houdt zich verre van psychologische bespiegelingen. Maar toch, de kijker die aanvankelijk onbekommerd lacht om de grappen en grollen – wat een type is die Anderson toch! – ontdekt geleidelijk dat de thematiek ernstiger is dan hij tevoren had beseft.

Noteer verder I’m Not There (van Todd Haynes) in uw agenda. De meningen over deze ‘gedramatiseerde documentaire’ (zes acteurs, onder wie één vrouw, spelen beurtelings een versie van Bob Dylan of althans een zanger die sterk op hem lijkt) lopen zeer uiteen. Zelf moet ik hem een tweede keer gaan zien voordat ik een uitgekristalliseerd oordeel durf uit te spreken. Na afloop van het festival praten we verder.
 
*********************************
Foto’s van de boekpresentaties van
Springveren, het beste uit De Leunstoel op:


© 2008 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
De beste films van 2007 Hans Knegtmans
0506VG Film
En een voorbeschouwing op het IFFR!

Het jaar 2007 mag dan voorbij zijn, vrijwel alle films uit het alternatieve circuit zijn nog volop in de filmtheaters te bewonderen. En van de meer commerciële producties zijn inmiddels DVD’s op de markt gebracht. Daarom presenteer ik hier bij wijze van kijktip de tien beste films van het afgelopen jaar. Ze hebben allemaal in de bioscoop gedraaid, dus producties die na bijvoorbeeld de festivals IFFR en IDFA nog niet in roulatie zijn gebracht blijven hier buiten beschouwing.

1. Shut Up and Sing (Barbara Kopple en Cecilia Peck)
Dat was even schrikken voor Natalie Maines, Emily Robinson en Martie Maguire, beter bekend als de Dixie Chicks. Na een ondoordachte sneer van Natalie aan het adres van George W. Bush werden de populaire zangeressen van de ene dag op de andere het doelwit van alle rednecks in de Verenigde Staten. De meeslepende documentaire laat zien hoe ze uit dit dal klauterden en al doende een nieuwe identiteit en volwassen repertoire ontwikkelden.
2. Das Leben der Anderen (Florian Henckel von Donnersmarck)
Een doodenkele keer gebeurt het dat een film die iedereen prachtig vindt, dat ook werkelijk is. Hauptmann Gerd Wiesler – afluisterexpert en gezagsgetrouwe Stasi-officier – valt van zijn geloof bij het bespieden van een kunstenaarspaar. Zelfs wie zich niet het hoofd breekt over alle morele dilemma’s en paradoxen, krijgt een uitzonderlijk goed verhaal te zien en, van wijlen Ulrich Mühe, de beste acteerprestatie van het jaar.
3. Iklimler (Nuri Bilge Ceylan)
De Turkse regisseur en zijn vrouw Ebru spelen zelf de hoofdrollen in dit huwelijksdrama. Fans van de regisseur zullen zich bezorgd afvragen of hij in het echt net zo’n bord voor zijn kop heeft als het antipathieke personage dat hij uitbeeldt. Zo niet, dan levert hij een formidabel staaltje acteerwerk af.
4. Adam’s apples (Anders Thomas Jensen)
Neonazi Adam moet zich na afloop van zijn celstraf verder rehabiliteren onder de hoede van pastor Ivan, op het Deense platteland. Een probleem daarbij is de schizofrenie waaraan zijn mentor lijdt. De surrealistische klucht verandert geleidelijk in een ongemakkelijke tragikomedie. Gelukkig heeft de regisseur annex scenarist een geniale ontknoping bedacht waardoor iedereen toch tevreden de bioscoop kan verlaten. De film grossierde in festivalprijzen.
5. The Host (Joon-ho Bong)
Ontroerend familiedrama, vermomd als horrorfilm. Een monster zaait dood en verderf onder de bevolking van Seoul. Het dochtertje van een onnozele, indolente snackbarbediende ontsnapt echter aan haar ontvoerder. De man mobiliseert zijn broer, zuster en vader voor een ultieme bevrijdingspoging. De thematische overeenkomst met Little Miss Sunshine is onmiskenbaar – gedeeld leed brengt de leden van een gestoord gezin nader tot elkaar – en de film even innemend.
6. Once (John Carney)
Kitchen sink musical uit Ierland. Straatmuzikant onmoet Tsjechische krantverkoopster. Verliefd worden lijkt taboe, want beiden hebben een onverwerkt relatieverleden. Dus gaan ze eerst maar een demo opnemen in een muziekstudio. De samenzang van Glen Hansard en Markéta Irglová roept het onovertroffen duo Gram Parsons en Emmylou Harris in herinnering.
7. Control (Anton Corbijn)
Nog meer muziek. Fotograaf Anton Corbijn maakte een meesterlijk filmportret van het tragische wonderkind Ian Curtis, zanger van de rockband Joy Division. Zijn onbekookte huwelijk raakt op dood spoor wanneer hij het aanlegt met een sophisticated Belgische groupie, en zijn krachtenverslindende podiumact eindigt regelmatig in een epileptische aanval. Suïcide maakt een eind aan zijn carrière.
8. Si le vent soulève les sables (Marion Hänsel)
In een dorpje in de Sahara is het water vrijwel op. De dorpsonderwijzer vlucht met vrouw, twee zoons en dochtertje, op zoek naar leefbaarder plek. Huursoldaten en milities decimeren het gezin. Sommige critici vonden de film te vlak (lees: te weinig luidruchtige uitingen van emoties). Onzin. Sounds of Sands (de handelstitel) is een van de meest onderschatte films van het jaar.
9. The Bourne Ultimatum (Paul Greengrass)
Wie had dat gedacht: een van de meest vernieuwende films van de laatste jaren is een Hollywoodhit! Greengrass en zijn cameraman maken, meer nog dan in The Bourne Supremacy, gebruik van opnametechnieken die nog niet eerder vertoond zijn, althans niet in die mate en zo consequent. De choreografie van de opnames (zoals een criticus het noemde) en het moordende tempo passen perfect bij het verhaal.
10. A prairie home companion (Robert Altman)
De zwanenzang van de in 2006 overleden regisseur is een filmbewerking van een bestaand radioprogramma, waarin maker en gastheer Garrison Keillor de overwegend muzikale optredens onnavolgbaar aan elkaar kletst. Hoogtepunt is het optreden van de nepcowboys Dusty (Woody Harrelson) en Lefty (John. C. Reilly). Feel-good stuff in optima forma.

Het nieuwe filmjaar begint in Nederland traditioneel in Rotterdam met het IFFR. Het is dat ik er al jaren kom, anders zou ik me een hoedje schrikken bij de introductie van het festival aan de pers. De nieuwe festivaldirecteur Rutger Wolfson, lezen we, legt het accent op Free Radicals. In de chemie zijn dat ‘bijzondere moleculen of atomen die soms hevige reacties uitlokken’. Aha. Dan kunnen we wel raden hoe het verhaal verder gaat. ‘Audiovisuele makers’ van dat slag ‘streven geen technische perfectie na maar zoeken juist bewust een rauwe, rafelige kwaliteit op’. Die zoektocht naar rafelige kwaliteit leidt niet tot speelfilms zoals we die kennen. ‘Ze verkiezen eerder een primitief, maar puur werkstuk in eigen beheer te creëren en te distribueren, dan te gehoorzamen aan de dwingende formats van de filmindustrie.’ Dat is mannentaal.

Op de doorgaans goed gedocumenteerde filmsite Internet Movie Data base is over de in Rotterdam geplugde nieuwlichters opvallend weinig te vinden. De naam Cameron Jamie komen we slechts als acteur tegen, waarschijnlijk omdat hij volgens het persbericht niet zozeer filmmaker is als wel beeldend kunstenaar. Elders op het internet zien we dat tijdens het festival de Amerkaanse band The Melvins drie van Jamie’s films live zal begeleiden. Het programma duurt nog geen uur, dus erg lang kunnen de films niet zijn.

Dat geldt ook voor een andere Radical, Robert Breer. Deze heeft 42 ‘korte dagboekachtige collagefilms’ op zijn naam staan. Deze worden wel allemaal genoemd op IMDb. En kort zijn ze zeker: de lengte van de meeste filmpjes varieert van twee tot zes minuten. Een vluchtig onderzoek doet vermoeden dat bij slechts zeven filmpjes meer dan vijf lezers de moeite hebben genomen de film een rapportcijfer toe te kennen. Ter vergelijking: de bioscoophit The Lord of the Rings: The Return of the King kreeg van 231.950 bezoekers van de site een cijfer, en zelfs op het eerder genoemde Iklimler, een arthouse productie van het zuiverste water, reageerden altijd nog 1285 bezoekers. De mogelijkheid dat alleen professionals de man kennen en waarderen lijkt niet op te gaan. Bij geen van zijn films beschikt IMDb over professionele recensies uit binnen- of buitenland. Het heeft er al met al de schijn van dat vrijwel alleen festivaldirecteur Rutger Wolfson in deze cineast is geïnteresseerd.

Eens kijken hoe de eveneens radicale festivalcineast Paul Sharits er vanaf komt. Nu, dat gaat iets beter, maar je kunt niet zeggen dat het storm loopt. Zijn grootste succes T,O,U,C,H,I,N,G (ja, die komma’s horen erbij) lokt 53 reacties uit. De beide andere films van zijn hand trokken minder belangstelling: S:TREAM:S:S:ECTION:S:S:ECTIONED ontlokte slechts zeven lezers een reactie (niet echt verwonderlijk, gegeven dat hij volgens mijn documentatie 42 minuten lang beelden toont van twee strepen over stromend water), en Word Movie wordt tien keer (overwegend zeer negatief) beoordeeld. Ook van deze films heeft IMDb geen professionele besprekingen kunnen vinden. Een recensent mag natuurlijk niet op zijn vooroordelen afgaan. Ik zal dus naar eer en geweten kennis nemen van het oeuvre van de drie kunstenaars (inclusief de live uitvoering van de soundtracks), maar iets zegt me dat mijn scepsis niet geheel zal verdwijnen. Ik houd u op de hoogte.

Gelukkig kunt u, - zoals naar ik aanneem veruit de meeste festivalbezoekers – een toegankelijker en waarschijnlijk interessanter programma samenstellen. Daarbij doet de onvermijdelijke keus zich voor tussen previews van films die te zijner tijd in de bioscoop te zien zijn, en festivalfilms die u mogelijk nooit meer elders kunt zien. Voor lezers zonder eerdere festivalervaring: de eerste categorie kan worden herkend aan de programma-informatie dat de film in kwestie nu al Nederlands is ondertiteld.

Het festival vertoont minstens drie previews van bioscoopfilms waar u met goed fatsoen niet omheen kunt. Ten eerste gaat de lang verbeide film van regisseurs Joel en Ethan Coen in première, No Country for Old Men. Door mijn kerstvakantie heb ik de persvoorstelling jammerlijk gemist, maar op IFFR zal ik de schade dubbel en dwars inhalen. Verder heeft de Zweedse regisseur Roy Andersson eindelijk een vervolg gemaakt op zijn geniale Songs from the Second Floor (zie jaargang 3, nummer 14). Du levande heet hij (in het Engels You, the Living), en alleen al het terugdenken eraan vervult me met een giechelige blijdschap. In iets mindere mate gaat dit ook op voor de nieuwe film van bijna-naamgenoot Wes Anderson, The Darjeeling Limited. Eerder maakte hij The Royal Tenenbaums en The Life Aquatic with Steve Zissou (besproken in jaargang 2, nummer 10). Voor de lezers die deze films gewild hip en te vrijblijvend vonden heb ik goed nieuws. Veel duidelijker dan zijn voorgangers heeft The Darjeeling Limited betrekking op het ontwikkelen van een ‘sociale identiteit’ door vriendschap of – in dit geval – familiebanden. De regisseur houdt zich verre van psychologische bespiegelingen. Maar toch, de kijker die aanvankelijk onbekommerd lacht om de grappen en grollen – wat een type is die Anderson toch! – ontdekt geleidelijk dat de thematiek ernstiger is dan hij tevoren had beseft.

Noteer verder I’m Not There (van Todd Haynes) in uw agenda. De meningen over deze ‘gedramatiseerde documentaire’ (zes acteurs, onder wie één vrouw, spelen beurtelings een versie van Bob Dylan of althans een zanger die sterk op hem lijkt) lopen zeer uiteen. Zelf moet ik hem een tweede keer gaan zien voordat ik een uitgekristalliseerd oordeel durf uit te spreken. Na afloop van het festival praten we verder.
 
*********************************
Foto’s van de boekpresentaties van
Springveren, het beste uit De Leunstoel op:
© 2008 Hans Knegtmans
powered by CJ2