archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Geen nostalgie naar die goeie, oude DDR Hans Knegtmans

0113 Hoe vertel ik ...
Das Leben der Anderen was de beste speelfilm op de recente editie van IFFR 2007. De film eindigde op de eerste plaats in de publieksenquête, met een onwaarschijnlijk hoge waardering. Ook op andere filmfestivals – Denver, Locarno, Montreal, Vancouver en Warschau – liepen de bezoekers er mee weg. In de regel stelt de pers zich terughoudend op tegenover de publieksfavorietlieveling: te gewoontjes, te gemakkelijk, te sentimenteel, er mankeert altijd wel wat aan. Zo niet bij Das Leben der Anderen. Op de internetsite Rotten Tomatoes krijgt hij van Engelstalige beroepsrecensenten een gemiddeld rapportcijfer van 8.3, en heeft slechts 6% van hen bedenkingen die een gunstige beoordeling in de weg staan.

Een verklaring van die algehele euforie is even weinig betrouwbaar als piskijken, maar mijn eigen enthousiasme begrijp ik wel degelijk, zelfs los van de geanimeerde festivalsfeer die de kijker minder kritisch maakt dan bij een doordeweeks bioscoopje, laat staan een persvoorstelling op dinsdagochtend. Om te beginnen rekent de film af met de mythe dat in de DDR niet alleen topsporters het naar hun zin hadden, maar ook de rest van de inwoners. Onder het regime van kameraad Honecker en zijn geheime dienst, de Stasi, viel minder te lachen dan bijvoorbeeld de komedie Good Bye Lenin! in al zijn onschuld suggereert. Regisseur en schrijver Florian Henckel von Donnersmarck – ja, dat is een rare naam – laat er vanaf de eerste beelden geen twijfel over bestaan dat het arbeidersparadijs in werkelijkheid een hel was, vooral voor inwoners die hadden doorgeleerd en wel eens nadachten over het leven.

We zien Stasi-officier Gerd Wiesler (schitterende rol van Ulrich Mühe) beurtelings in een collegezaal zijn verhoortechnieken toelichten, en in de catacomben van zijn werkgever deze kunst in de praktijk brengen. Verhoren zijn zelden humaan, maar wat vooral verbijstert is dat iemands schuld al vaststaat op het moment dat hij als verdachte wordt aangemerkt. Zoals een van de studenten in de collegezaal, die opmerkt dat het onmenselijk is uitgeputte mensen uit hun slaap te houden. Wiesler kijkt hem oplettend aan en zet dan zorgvuldig een X op de plattegrond, op de plaats waar de aanstaande dissident zich ophoudt. Die student zal de volgende les helaas niet meer meemaken.

Na afloop van een toneelvoorstelling nemen toneelschrijver Georg Dreyman (Sebastian Koch, laatst nog in Zwartboek te zien als Duitse charmeur) en zijn vriendin, toneelactrice Christa-Maria Sieland (Martina Gedeck) de complimenten in ontvangst van Wiesler en zijn chef, Oberstleutnant Anton Grubitz. Als de plichtplegingen voorbij zijn, praten Wiesler en Grubitz routinematig nog even door over de betrouwbaarheid van de kunstenaars. Grubitz steekt zijn hand in het vuur voor hun loyaliteit, maar Wiesler heeft minder vertrouwen in met name de decadent ogende Dreyman.

Een afluisterpost creëren was in de DDR een fluitje van een cent, en Wiesler en zijn manschappen richten een primitieve geluidsstudio in, pal boven het appartement van het artiestenpaar. Op klaarlichte dag nog wel. Geen verstandig mens zal het immers in zijn hoofd halen de bewoners in te lichten. Vanaf dat moment wordt elke zucht van het paar en hun eventuele gasten opgenomen. Zodra er even een stilte valt – tijdens hun slaap, of wanneer ze niet thuis zijn – typt Wiesler of zijn collega met wie hij ploegendiensten draait, de opgenomen tekst uit op een prehistorisch ogende typmachine.

Is dat nu alles? Nee, zeker niet. De gesprekken van het stel mogen dan aanvankelijk weinig staatsgevaar opleveren, voor de ambtenaar Wiesler openen ze een nieuwe wereld. Een wereld waarin mensen plezier maken, waarin ze seks hebben uit liefde, en waarin ze naar ongekend ontroerende muziek luisteren. In zijn Spartaanse studio maakt de monomane Stasi-employé kennis met een milieu van verstandige, geestige en vooral aardige mensen die zich zorgen maken over het naleven van andere waarden dan de staatsveiligheid.

En juist dan begint Dreyman blijk te geven van het soort eigenzinnigheid waar de partijleiding als de dood voor is. Dan ook blijkt het privé-leven van Christa-Maria duistere kanten te hebben, die wel degelijk van belang zijn om te rapporteren aan de Oberstleutnant. Vanaf dat moment wordt de film de psychologische thriller die zich al bij de eerste beelden aankondigde.

De thematiek van Das Leben der Anderen had gemakkelijk kunnen ontaarden in een overstated melodrama, na afloop waarvan de toeschouwer de zaal verlaat in het besef iets Moois en Belangrijks, maar tevens ook heel Treurigs meegemaakt te hebben. Maar zover laat Von Donnersmarck het niet komen. (Blijkens interviewteksten is hij daar ook de man niet naar.) De shots van lege straten met alleen maar geparkeerde Trabi’s hebben een surrealistisch effect. Eén Trabi is al belachelijk genoeg, maar heeft u er wel eens tien op een rij gezien? Verschillende malen wordt een grap ten koste van de partijleider gemaakt. (Wat is de overeenkomst tussen Honecker en een telefoon? Nee, ik verklap de clou niet.) En er is een hilarisch moment waarin Wiesler in zijn notulen naar eigen inzicht rapporteert over een toneelstuk ter ere van de aanstaande verjaardag van de DDR, dat Dreyman en zijn literaire vrienden zogenaamd aan het schrijven zijn.

Maar niets weegt op tegen de slotscène – de Berlijnse muur is inmiddels gevallen – waarin Wiesler tijdens een bezoek aan een boekwinkel ontdekt dat zijn afluisterpraktijken niet voor niets zijn geweest. Al hadden ze dan een ander effect dan Oberstleutnant Grubitz voor ogen stond. Ga naar de bioscoop en laat u inpakken.


© 2007 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Geen nostalgie naar die goeie, oude DDR Hans Knegtmans
0113 Hoe vertel ik ...
Das Leben der Anderen was de beste speelfilm op de recente editie van IFFR 2007. De film eindigde op de eerste plaats in de publieksenquête, met een onwaarschijnlijk hoge waardering. Ook op andere filmfestivals – Denver, Locarno, Montreal, Vancouver en Warschau – liepen de bezoekers er mee weg. In de regel stelt de pers zich terughoudend op tegenover de publieksfavorietlieveling: te gewoontjes, te gemakkelijk, te sentimenteel, er mankeert altijd wel wat aan. Zo niet bij Das Leben der Anderen. Op de internetsite Rotten Tomatoes krijgt hij van Engelstalige beroepsrecensenten een gemiddeld rapportcijfer van 8.3, en heeft slechts 6% van hen bedenkingen die een gunstige beoordeling in de weg staan.

Een verklaring van die algehele euforie is even weinig betrouwbaar als piskijken, maar mijn eigen enthousiasme begrijp ik wel degelijk, zelfs los van de geanimeerde festivalsfeer die de kijker minder kritisch maakt dan bij een doordeweeks bioscoopje, laat staan een persvoorstelling op dinsdagochtend. Om te beginnen rekent de film af met de mythe dat in de DDR niet alleen topsporters het naar hun zin hadden, maar ook de rest van de inwoners. Onder het regime van kameraad Honecker en zijn geheime dienst, de Stasi, viel minder te lachen dan bijvoorbeeld de komedie Good Bye Lenin! in al zijn onschuld suggereert. Regisseur en schrijver Florian Henckel von Donnersmarck – ja, dat is een rare naam – laat er vanaf de eerste beelden geen twijfel over bestaan dat het arbeidersparadijs in werkelijkheid een hel was, vooral voor inwoners die hadden doorgeleerd en wel eens nadachten over het leven.

We zien Stasi-officier Gerd Wiesler (schitterende rol van Ulrich Mühe) beurtelings in een collegezaal zijn verhoortechnieken toelichten, en in de catacomben van zijn werkgever deze kunst in de praktijk brengen. Verhoren zijn zelden humaan, maar wat vooral verbijstert is dat iemands schuld al vaststaat op het moment dat hij als verdachte wordt aangemerkt. Zoals een van de studenten in de collegezaal, die opmerkt dat het onmenselijk is uitgeputte mensen uit hun slaap te houden. Wiesler kijkt hem oplettend aan en zet dan zorgvuldig een X op de plattegrond, op de plaats waar de aanstaande dissident zich ophoudt. Die student zal de volgende les helaas niet meer meemaken.

Na afloop van een toneelvoorstelling nemen toneelschrijver Georg Dreyman (Sebastian Koch, laatst nog in Zwartboek te zien als Duitse charmeur) en zijn vriendin, toneelactrice Christa-Maria Sieland (Martina Gedeck) de complimenten in ontvangst van Wiesler en zijn chef, Oberstleutnant Anton Grubitz. Als de plichtplegingen voorbij zijn, praten Wiesler en Grubitz routinematig nog even door over de betrouwbaarheid van de kunstenaars. Grubitz steekt zijn hand in het vuur voor hun loyaliteit, maar Wiesler heeft minder vertrouwen in met name de decadent ogende Dreyman.

Een afluisterpost creëren was in de DDR een fluitje van een cent, en Wiesler en zijn manschappen richten een primitieve geluidsstudio in, pal boven het appartement van het artiestenpaar. Op klaarlichte dag nog wel. Geen verstandig mens zal het immers in zijn hoofd halen de bewoners in te lichten. Vanaf dat moment wordt elke zucht van het paar en hun eventuele gasten opgenomen. Zodra er even een stilte valt – tijdens hun slaap, of wanneer ze niet thuis zijn – typt Wiesler of zijn collega met wie hij ploegendiensten draait, de opgenomen tekst uit op een prehistorisch ogende typmachine.

Is dat nu alles? Nee, zeker niet. De gesprekken van het stel mogen dan aanvankelijk weinig staatsgevaar opleveren, voor de ambtenaar Wiesler openen ze een nieuwe wereld. Een wereld waarin mensen plezier maken, waarin ze seks hebben uit liefde, en waarin ze naar ongekend ontroerende muziek luisteren. In zijn Spartaanse studio maakt de monomane Stasi-employé kennis met een milieu van verstandige, geestige en vooral aardige mensen die zich zorgen maken over het naleven van andere waarden dan de staatsveiligheid.

En juist dan begint Dreyman blijk te geven van het soort eigenzinnigheid waar de partijleiding als de dood voor is. Dan ook blijkt het privé-leven van Christa-Maria duistere kanten te hebben, die wel degelijk van belang zijn om te rapporteren aan de Oberstleutnant. Vanaf dat moment wordt de film de psychologische thriller die zich al bij de eerste beelden aankondigde.

De thematiek van Das Leben der Anderen had gemakkelijk kunnen ontaarden in een overstated melodrama, na afloop waarvan de toeschouwer de zaal verlaat in het besef iets Moois en Belangrijks, maar tevens ook heel Treurigs meegemaakt te hebben. Maar zover laat Von Donnersmarck het niet komen. (Blijkens interviewteksten is hij daar ook de man niet naar.) De shots van lege straten met alleen maar geparkeerde Trabi’s hebben een surrealistisch effect. Eén Trabi is al belachelijk genoeg, maar heeft u er wel eens tien op een rij gezien? Verschillende malen wordt een grap ten koste van de partijleider gemaakt. (Wat is de overeenkomst tussen Honecker en een telefoon? Nee, ik verklap de clou niet.) En er is een hilarisch moment waarin Wiesler in zijn notulen naar eigen inzicht rapporteert over een toneelstuk ter ere van de aanstaande verjaardag van de DDR, dat Dreyman en zijn literaire vrienden zogenaamd aan het schrijven zijn.

Maar niets weegt op tegen de slotscène – de Berlijnse muur is inmiddels gevallen – waarin Wiesler tijdens een bezoek aan een boekwinkel ontdekt dat zijn afluisterpraktijken niet voor niets zijn geweest. Al hadden ze dan een ander effect dan Oberstleutnant Grubitz voor ogen stond. Ga naar de bioscoop en laat u inpakken.
© 2007 Hans Knegtmans
powered by CJ2