archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Wraakengel sluit meesterlijke trilogie af Hans Knegtmans

0113 Hoe vertel ik ...
In de Filmkrant van januari geeft Mike Lebbing hoog op van de zogenoemde wraaktrilogie van de Koreaanse regisseur Chan-wook Park. ‘Als je ze niet gezien hebt, tel je niet mee,’ is zijn harde conclusie. Niet meetellen lijkt me heel akelig, en ik moest me dus bezinnen op mijn eigen positie in dezen. Gelukkig stond ik er beter voor dan de meeste andere filmliefhebbers in het land. Had ik immers niet al in De Leunstoel, jaargang 2, nummer 5, Oldboy – het tweede deel van de trilogie – tot een van de beste films van deze tijd bestempeld?

Ja, dat had ik. En een paar jaar terug zag ik in het MTV-filmprogramma Asian Screen (inmiddels helaas weer opgedoekt) het eerste deel van de cyclus, Sympathy for Mister Vengeance. Maar twee films vormen nog geen trilogie. Om erbij te horen en mee te kunnen praten met kenners van het kaliber Mike Lebbing moest ik dus als de sodemieter naar de voorstelling van het afsluitende deel, Sympathy for Lady Vengeance.

Dat werd nog een narrow escape! De film heeft namelijk – samen met de eerste twee delen – slechts een blauwe maandag in het Filmmuseum in Amsterdam gedraaid, en daarna nog eventjes in Plaza Futura te Eindhoven. Verder nergens. De programmeur van het Filmmuseum legde me uit dat de stichting niet over de distributierechten beschikt. Die liggen bij A-film, dat echter geen heil zag in vertoning in het bioscoopcircuit, en zich daarom beperkte tot verhandeling van de film op DVD. Dat is natuurlijk beter dan niets, en lezers met een grootbeeld LCD-toestel kunnen hun hart er aan ophalen.

Het lijkt mij verstandig de films chronologisch te bekijken. Sympathy for Mr. Vengeance (uit 2002) is van de drie het meest toegankelijk. Sommige recensenten hebben er geen goed woord voor over, anderen vinden het de enige film uit de trilogie die de moeite waard is. Dat komt ongetwijfeld doordat Park zich nog enigszins heeft ingehouden, waardoor het verhaal – althans voor zijn doen – relatief conventioneel oogt, zonder sommige bizarre thematische of visuele vondsten die de latere delen kenmerken.

Niet dat het verhaal er een is van dertien-in-een-dozijn. O nee. Een doofstomme fabrieksarbeider die zijn doodzieke zuster wil redden door voor haar een gezonde nier te kopen, wordt slachtoffer van een gewetenloze oplichter. En niet een beetje: hij raakt behalve zijn spaargeld ook een van zijn eigen nieren kwijt. Ten einde raad ontvoert hij het dochtertje van de fabrieksdirecteur. Ook die onderneming loopt volledig uit de hand. Het duurt een tijdje voordat de kijker heeft begrepen welk personage met Mr. Vengeance wordt bedoeld. De broer maar zeker ook de directeur zijn er de man niet naar, het hun aangedane onrecht voetstoots te accepteren.

Als u zich ook heeft geamuseerd bij de meer buitenissige passages van Sympathy for Mr. Vengeance, kunt u met een gerust hart aan Oldboy beginnen. De wraakacties in die film zijn – lees de eerdergenoemde recensie – heftiger, en de existentiële problematiek van de hoofdpersoon complexer dan bij zijn voorganger. (Sorry voor de dikdoenerij, maar Park is afgestudeerd in de filosofie, en neemt dit soort onderwerpen heel serieus.)

Als ik Oldboy niet kende, zou ik waarschijnlijk Sympathy for Lady Vengeance met alle denkbare superlatieven overladen. Origineel, baanbrekend, aangrijpend, visueel overdonderend, en wat al niet. En zelfs vergelijkenderwijs is er weinig mis met het slotdeel. Kom, ik vertel eerst even waar de film over gaat. Ook nu heeft de hoofdpersoon – net als in Oldboy - een eeuwigheid (ruim dertien jaar) onverdiend gevangen gezeten. Nog maar negentien was de mooie Geum-ja Lee (glansrol van Yeong-ae Lee), toen haar minnaar ‘Mr. Baek’ (onderkoeld gespeeld door de fantastische Min-sik Choi, die in Oldboy juist de slachtofferrol voor zijn rekening nam) haar dwong, een moord op een jongetje te bekennen die hij zelf gepleegd had. Zo niet, dan zou hij haar pasgeboren dochter vermoorden.

Geum-ja heeft haar gevangenisjaren goed besteed. Zo helpt ze haar medegevangenen met hun problemen op een manier die van ultieme medemenselijkheid getuigt. Een van hen verlost ze van de vernederingen die een gewelddadig, potteus misbaksel haar heeft aangedaan. Aan een andere lotgenoot staat ze zelfs een nier (alweer!) af. Geleidelijk blijkt haar gedrag minder altruïstisch dan we misschien even dachten. De aldus gesmede vriendschappen kan ze goed gebruiken in de wraakactie die ze na het uitzitten van haar straf voor Baek in petto heeft.

Eigenlijk is ‘wraak’ niet de juiste benaming. Geum-ja ontdekt namelijk dat Baek nog een handvol andere moorden heeft begaan, en mobiliseert de ouders van de omgekomen kinderen om gezamenlijk de dader te executeren. (De discussie over de vorm die de terechtstelling precies moet aannemen is, levert in al zijn gruwelijkheid een paar dialogen op waar ik mijns ondanks hartelijk om moest lachen.) Het geweld in de film is veel minder expliciet dan in de eerdere delen, en de watjes onder het publiek – waartoe ook mezelf reken – hoeven slechts zelden de ogen te sluiten. Hoe prettig dat ook is, de film heeft hierdoor net niet de impact van Oldboy.

Ook enkele andere stijlfiguren maken dat het verhaal de toeschouwer meer op afstand houdt dan bij het psychologische drama zou passen. Het schitterende camerawerk krijgt soms zoveel aandacht dat de film vervaarlijktegen mooifilmerij aanleunt. Net zo is de zorgvuldig samengestelde soundtrack (onder meer Vivaldi in alle soorten en maten) weliswaar prachtig, maar tegelijkertijd bijna overdreven esthetisch verantwoord. Dat geeft een wat ongemakkelijk gevoel, juist omdat Oldboy zo duidelijk het werk was van een regisseur die, anders dan bijvoorbeeld Quentin Tarantino, vorm nadrukkelijk ondergeschikt maakte aan de inhoud.

Maar deze bedenkingen zijn vergelijkbaar met de zorgen die een bezorgde ouder zich kan maken over de schoolprestaties of de studiekeus van zijn hoogbegaafde kind. Hij wil voortdurend bevestigd zien dat zijn of haar ooit gemeten IQ van 150 geen toevalstreffer was. Lady Vengeance is een productie die het overgrote deel van de concurrentie ver achter zich laat. Park wisselt met veel vernuft hoofdlijnen en zijsporen, heden en verleden, werkelijkheid en fantasie met elkaar af. Bij de tweede keer kijken vielen me dingen op die me daarvoor ontgaan waren of die ik niet begrepen had. Dat is meestal een goed teken.

De werktitel van Parks volgende project luidt I’m a Cyborg, but that’s OK (niet te verwarren met Monty Pythons I’m a Lumberjack and I’m okay). Uit de nog schaarse berichtgeving kan worden opgemaakt dat wraak deze keer niet het thema is.

© 2007 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Wraakengel sluit meesterlijke trilogie af Hans Knegtmans
0113 Hoe vertel ik ...
In de Filmkrant van januari geeft Mike Lebbing hoog op van de zogenoemde wraaktrilogie van de Koreaanse regisseur Chan-wook Park. ‘Als je ze niet gezien hebt, tel je niet mee,’ is zijn harde conclusie. Niet meetellen lijkt me heel akelig, en ik moest me dus bezinnen op mijn eigen positie in dezen. Gelukkig stond ik er beter voor dan de meeste andere filmliefhebbers in het land. Had ik immers niet al in De Leunstoel, jaargang 2, nummer 5, Oldboy – het tweede deel van de trilogie – tot een van de beste films van deze tijd bestempeld?

Ja, dat had ik. En een paar jaar terug zag ik in het MTV-filmprogramma Asian Screen (inmiddels helaas weer opgedoekt) het eerste deel van de cyclus, Sympathy for Mister Vengeance. Maar twee films vormen nog geen trilogie. Om erbij te horen en mee te kunnen praten met kenners van het kaliber Mike Lebbing moest ik dus als de sodemieter naar de voorstelling van het afsluitende deel, Sympathy for Lady Vengeance.

Dat werd nog een narrow escape! De film heeft namelijk – samen met de eerste twee delen – slechts een blauwe maandag in het Filmmuseum in Amsterdam gedraaid, en daarna nog eventjes in Plaza Futura te Eindhoven. Verder nergens. De programmeur van het Filmmuseum legde me uit dat de stichting niet over de distributierechten beschikt. Die liggen bij A-film, dat echter geen heil zag in vertoning in het bioscoopcircuit, en zich daarom beperkte tot verhandeling van de film op DVD. Dat is natuurlijk beter dan niets, en lezers met een grootbeeld LCD-toestel kunnen hun hart er aan ophalen.

Het lijkt mij verstandig de films chronologisch te bekijken. Sympathy for Mr. Vengeance (uit 2002) is van de drie het meest toegankelijk. Sommige recensenten hebben er geen goed woord voor over, anderen vinden het de enige film uit de trilogie die de moeite waard is. Dat komt ongetwijfeld doordat Park zich nog enigszins heeft ingehouden, waardoor het verhaal – althans voor zijn doen – relatief conventioneel oogt, zonder sommige bizarre thematische of visuele vondsten die de latere delen kenmerken.

Niet dat het verhaal er een is van dertien-in-een-dozijn. O nee. Een doofstomme fabrieksarbeider die zijn doodzieke zuster wil redden door voor haar een gezonde nier te kopen, wordt slachtoffer van een gewetenloze oplichter. En niet een beetje: hij raakt behalve zijn spaargeld ook een van zijn eigen nieren kwijt. Ten einde raad ontvoert hij het dochtertje van de fabrieksdirecteur. Ook die onderneming loopt volledig uit de hand. Het duurt een tijdje voordat de kijker heeft begrepen welk personage met Mr. Vengeance wordt bedoeld. De broer maar zeker ook de directeur zijn er de man niet naar, het hun aangedane onrecht voetstoots te accepteren.

Als u zich ook heeft geamuseerd bij de meer buitenissige passages van Sympathy for Mr. Vengeance, kunt u met een gerust hart aan Oldboy beginnen. De wraakacties in die film zijn – lees de eerdergenoemde recensie – heftiger, en de existentiële problematiek van de hoofdpersoon complexer dan bij zijn voorganger. (Sorry voor de dikdoenerij, maar Park is afgestudeerd in de filosofie, en neemt dit soort onderwerpen heel serieus.)

Als ik Oldboy niet kende, zou ik waarschijnlijk Sympathy for Lady Vengeance met alle denkbare superlatieven overladen. Origineel, baanbrekend, aangrijpend, visueel overdonderend, en wat al niet. En zelfs vergelijkenderwijs is er weinig mis met het slotdeel. Kom, ik vertel eerst even waar de film over gaat. Ook nu heeft de hoofdpersoon – net als in Oldboy - een eeuwigheid (ruim dertien jaar) onverdiend gevangen gezeten. Nog maar negentien was de mooie Geum-ja Lee (glansrol van Yeong-ae Lee), toen haar minnaar ‘Mr. Baek’ (onderkoeld gespeeld door de fantastische Min-sik Choi, die in Oldboy juist de slachtofferrol voor zijn rekening nam) haar dwong, een moord op een jongetje te bekennen die hij zelf gepleegd had. Zo niet, dan zou hij haar pasgeboren dochter vermoorden.

Geum-ja heeft haar gevangenisjaren goed besteed. Zo helpt ze haar medegevangenen met hun problemen op een manier die van ultieme medemenselijkheid getuigt. Een van hen verlost ze van de vernederingen die een gewelddadig, potteus misbaksel haar heeft aangedaan. Aan een andere lotgenoot staat ze zelfs een nier (alweer!) af. Geleidelijk blijkt haar gedrag minder altruïstisch dan we misschien even dachten. De aldus gesmede vriendschappen kan ze goed gebruiken in de wraakactie die ze na het uitzitten van haar straf voor Baek in petto heeft.

Eigenlijk is ‘wraak’ niet de juiste benaming. Geum-ja ontdekt namelijk dat Baek nog een handvol andere moorden heeft begaan, en mobiliseert de ouders van de omgekomen kinderen om gezamenlijk de dader te executeren. (De discussie over de vorm die de terechtstelling precies moet aannemen is, levert in al zijn gruwelijkheid een paar dialogen op waar ik mijns ondanks hartelijk om moest lachen.) Het geweld in de film is veel minder expliciet dan in de eerdere delen, en de watjes onder het publiek – waartoe ook mezelf reken – hoeven slechts zelden de ogen te sluiten. Hoe prettig dat ook is, de film heeft hierdoor net niet de impact van Oldboy.

Ook enkele andere stijlfiguren maken dat het verhaal de toeschouwer meer op afstand houdt dan bij het psychologische drama zou passen. Het schitterende camerawerk krijgt soms zoveel aandacht dat de film vervaarlijktegen mooifilmerij aanleunt. Net zo is de zorgvuldig samengestelde soundtrack (onder meer Vivaldi in alle soorten en maten) weliswaar prachtig, maar tegelijkertijd bijna overdreven esthetisch verantwoord. Dat geeft een wat ongemakkelijk gevoel, juist omdat Oldboy zo duidelijk het werk was van een regisseur die, anders dan bijvoorbeeld Quentin Tarantino, vorm nadrukkelijk ondergeschikt maakte aan de inhoud.

Maar deze bedenkingen zijn vergelijkbaar met de zorgen die een bezorgde ouder zich kan maken over de schoolprestaties of de studiekeus van zijn hoogbegaafde kind. Hij wil voortdurend bevestigd zien dat zijn of haar ooit gemeten IQ van 150 geen toevalstreffer was. Lady Vengeance is een productie die het overgrote deel van de concurrentie ver achter zich laat. Park wisselt met veel vernuft hoofdlijnen en zijsporen, heden en verleden, werkelijkheid en fantasie met elkaar af. Bij de tweede keer kijken vielen me dingen op die me daarvoor ontgaan waren of die ik niet begrepen had. Dat is meestal een goed teken.

De werktitel van Parks volgende project luidt I’m a Cyborg, but that’s OK (niet te verwarren met Monty Pythons I’m a Lumberjack and I’m okay). Uit de nog schaarse berichtgeving kan worden opgemaakt dat wraak deze keer niet het thema is.
© 2007 Hans Knegtmans
powered by CJ2