archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
De nieuwe James Bond Hans Knegtmans

0113 Hoe vertel ik ...
Tot gisteren dacht ik dat James Bond iets van vroeger was. Iets uit je jeugd, dat je met het klimmen der jaren ontgroeit. Lang geleden zag ik onder begeleiding van mijn lieve moeder de ene komedie van Danny Kaye na de andere. Daar moesten we samen hartelijk om lachen, maar ongemerkt ging het over. In mijn middelbare schooltijd mocht mijn moeder niet meer mee. Ze zou trouwens aan de nogal primitieve knokfilms met Eddie Constantine (wie kent hem nog?) weinig plezier beleefd hebben.

Toen ik niet meer kon lachen om Eddie’s strapatsen, werd ik vaste klant van films met Lino Ventura. Ook knokken, maar net iets volwassener en geestiger. (Ik herinner me een scène waarbij hij tevergeefs probeert zijn tegenstander door een raam naar buiten te slaan, tot hij merkt dat het een muurschildering is.) Gelukkig werd Ventura bijtijds als karakteracteur ontdekt en gecast in serieuze films, anders had ik ook hem tijdens een geestelijke groeistuip aan de kant moeten zetten.

In 1963 bereikte Dr.No de Nederlandse bioscopen. Sean Connery, een nog onbekende acteur uit Schotland, speelde voor geheim agent James Bond. Het verhaal was gebaseerd op een roman van Ian Fleming. Uit mijn vaders bibliotheek had ik een paar thrillers van deze Fleming gelezen, en daar was ik niet erg van onder de indruk. Maar Connery maakte er wat van, dat zag ik ook wel. Een beetje snelle jongen, maar met gevoel voor humor. Zelfs zijn acteren was meer dan verdienstelijk. De bedscène met de tarantula – dit moet u niet verkeerd opvatten – is historisch. En actrice Ursula Andress is de eerste en enige ‘Bondgirl’ (zoals ze later genoemd werden) die mij oprecht opwond.

From Russia with Love en Goldfinger (met de huiveringwekkende titelsong van Shirley Bassey) waren van hetzelfde kaliber. Daarna ging het bergafwaarts, hoewel Connery altijd een bioscoopbezoekje waard bleef. In 1973 mocht de keurige Roger Moore – bekend van de televisieseries Ivanhoe en The Saint – het estafettestokje overnemen. Dat was geen succes, daar waren publiek en de pers het over eens. Moore was een zeer middelmatige acteur, en hij miste te enen male de flair, humor en arrogantie van Connery. Zijn karakteristieke gelaatsuitdrukking was er een van geamuseerde verwondering. Als iemand die beseft dat hij zojuist op een windkussen is gaan zitten, maar zich niet wil laten kennen. Echt sexy is dat niet. In een wintersportplaats – Aspen? – draagt hij een ski-jack waar een beetje vent nog niet dood in aangetroffen zou willen worden. Voorjaarsuitverkoop bij Sears. Evengoed heeft hij ook nu veel succes bij de dames. Geloof je het zelf? Bond was Bond niet meer, en een eenmalige terugkeer van Connery in Never Say Never Again (1983) kon de serie geen nieuw leven inblazen.

Daarna was het de beurt aan Timothy Dalton (tweemaal) en Pierce Brosnan (driemaal) om het tij te keren. Tevergeefs. De rapportcijfers van de critici werden almaar zuiniger. Dit nam niet weg dat het publiek elke nieuwe Bond massaal bezocht, en kennelijk steeds weer hoopte dat het vergeleken met de laatste keer nu eens zou meevallen. James Bond was deel gaan uitmaken van de internationale filmcanon, wat de makers er ook van bakten.

Het is als met de Nederlandse elftallen die bondscoach (Bonds coach?) Marco van Basten de wei instuurt. Je weet dat het niks wordt, maar de verlokking is sterker dan het gezonde verstand. Zo zien miljoenen landgenoten hoe het team zich belachelijk maakt tegen voetbaldwergen van het kaliber Luxemburg en Macedonië. Ik had allang afgehaakt. Bij Bond, bedoel ik. Van de ene film die ik zag in de periode Pierce Brosnan herinner ik me niets. Zelfs niet de titel. Moderne recensenten zouden zeggen dat de houdbaarheidsdatum van de serie al jaren verstreken is. Dus van Casino Royale, de zoveelste poging om geheim agent 007 nieuw leven in te blazen, moesten we vooral geen wonderen verwachten.

Dus wie schetst mijn verbazing dat Casino Royale de beste Bond blijkt te zijn van de laatste veertig jaar. Regisseur Martin Campbell en zijn drie scenaristen (onder wie Paul Haggis, regisseur van de Oscarwinnaar Crash) hebben de held opnieuw uitgevonden. Hun twee belangrijkste verdiensten zijn dat ze het verhaal hebben ontdaan van de vette knipoog waarmee de latere avonturen in de serie werden gepresenteerd, en dat ze van de held een mens hebben gemaakt in plaats van een karikatuur. Dat zijn allebei gedurfde ingrepen, maar ze pakken wonderwel uit.

Verdwenen zijn de malle gadgets die vandaag de dag eerder de lachlust zouden opwekken dan bewondering oogsten. Een amfibievoertuig dat desgewenst ook nog kan vliegen. Een pen waarmee je naar believen kunt schrijven, een schurk kunt neerschieten of je teennagels kunt knippen. Voordat hierdoor misverstanden ontstaan, qua special effects is de film geheel van deze tijd. Alleen al het gebouw dat in Venetië instort volgens het principe van de Twin Towers, is een adembenemend stukje technologie. Het duurt ook prettig lang. Maar de regisseur maakt geen misbruik van de technologische ontwikkelingen in de filmwereld.

Het verhaal is belangrijker dan het circusaspect. Een van de visuele hoogtepunten is een lange sequentie waarin Bond een terrorist nazit met de kennelijke bedoeling hem te doden. Via duizelingwekkend hoge hijskranen en kantoorgebouwen gaat de adembenemende reis door drukke straten naar een ambassade waar de schurk zich veilig waant. Ten onrechte. Als een hedendaagse scherprechter van het type Mike Hammer (de hoofdpersoon van thrillerschrijver Mickey Spillane) rekent Bond af met zijn tegenstander. Hij kent zijn prioriteiten: de wereld is een diplomatieke rel rijker maar een terrorist armer.

Een groot deel van de film speelt zich af in Casino Royale in het schilderachtige Montenegro. De schurk van het verhaal, de louche zakenman Le Chiffre (glansrol van de Deense alleskunner Mads Mikkelsen), staat voor ruim honderd miljoen dollar in het krijt bij zijn ongedurige cliënten. Dat zijn geen mensen die zoiets luchtig wegwuiven. In een ultieme poging het benodigde kapitaal bij elkaar te sprokkelen organiseert hij een exclusief pokerweekend. Bond (Daniel Craig) is er vanzelfsprekend bij, evenals de boekhouder van de geheime dienst Vesper Lynd (Eva Green, niet bijzonder sexy maar wel erg mooi).

De pokersessie is, vooral voor de toenemende schare liefhebbers van het spel, tegelijkertijd een bron van vermaak en lichte ergernis. De makers weten perfect hoe het er bij een spelletje poker aan toe gaat, dus wat dat betreft heeft het spel een hoog realiteitsgehalte. Maar ook de niet-pokeraar moet de spanning kunnen voelen hebben Campbell & Co. ongetwijfeld geredeneerd. En zo zitten, anders dan in werkelijkheid, de spelers steeds met onwaarschijnlijk hoge kaarten in hun hand, en kijken ze herhaaldelijk op hun neus bij de ontdekking dat een andere deelnemer hun ogenschijnlijk onverslaanbare hand toch nog weet te overtroeven. Het is de klassieke fout in de spelletjesfilm: een rondje poker win je met een royal straight flush, een partij schaak eindigt onherroepelijk met schaakmat, en een honkbalwedstrijd wordt beslist door de allerlaatste slagman, die uit het niets een homerun slaat.

Maar genoeg geklaagd. Daniel Craig, Mads Mikkelsen, Eva Green en Giancarlo Giannini zijn op hun best. Vooral Craig (Munich, Enduring Love, The Mother) schittert als zelden tevoren. Casino Royale is niet alleen de beste Bond sinds mensenheugenis, het is een actiefilm van de buitencategorie.
 
 
*************************************


© 2006 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
De nieuwe James Bond Hans Knegtmans
0113 Hoe vertel ik ...
Tot gisteren dacht ik dat James Bond iets van vroeger was. Iets uit je jeugd, dat je met het klimmen der jaren ontgroeit. Lang geleden zag ik onder begeleiding van mijn lieve moeder de ene komedie van Danny Kaye na de andere. Daar moesten we samen hartelijk om lachen, maar ongemerkt ging het over. In mijn middelbare schooltijd mocht mijn moeder niet meer mee. Ze zou trouwens aan de nogal primitieve knokfilms met Eddie Constantine (wie kent hem nog?) weinig plezier beleefd hebben.

Toen ik niet meer kon lachen om Eddie’s strapatsen, werd ik vaste klant van films met Lino Ventura. Ook knokken, maar net iets volwassener en geestiger. (Ik herinner me een scène waarbij hij tevergeefs probeert zijn tegenstander door een raam naar buiten te slaan, tot hij merkt dat het een muurschildering is.) Gelukkig werd Ventura bijtijds als karakteracteur ontdekt en gecast in serieuze films, anders had ik ook hem tijdens een geestelijke groeistuip aan de kant moeten zetten.

In 1963 bereikte Dr.No de Nederlandse bioscopen. Sean Connery, een nog onbekende acteur uit Schotland, speelde voor geheim agent James Bond. Het verhaal was gebaseerd op een roman van Ian Fleming. Uit mijn vaders bibliotheek had ik een paar thrillers van deze Fleming gelezen, en daar was ik niet erg van onder de indruk. Maar Connery maakte er wat van, dat zag ik ook wel. Een beetje snelle jongen, maar met gevoel voor humor. Zelfs zijn acteren was meer dan verdienstelijk. De bedscène met de tarantula – dit moet u niet verkeerd opvatten – is historisch. En actrice Ursula Andress is de eerste en enige ‘Bondgirl’ (zoals ze later genoemd werden) die mij oprecht opwond.

From Russia with Love en Goldfinger (met de huiveringwekkende titelsong van Shirley Bassey) waren van hetzelfde kaliber. Daarna ging het bergafwaarts, hoewel Connery altijd een bioscoopbezoekje waard bleef. In 1973 mocht de keurige Roger Moore – bekend van de televisieseries Ivanhoe en The Saint – het estafettestokje overnemen. Dat was geen succes, daar waren publiek en de pers het over eens. Moore was een zeer middelmatige acteur, en hij miste te enen male de flair, humor en arrogantie van Connery. Zijn karakteristieke gelaatsuitdrukking was er een van geamuseerde verwondering. Als iemand die beseft dat hij zojuist op een windkussen is gaan zitten, maar zich niet wil laten kennen. Echt sexy is dat niet. In een wintersportplaats – Aspen? – draagt hij een ski-jack waar een beetje vent nog niet dood in aangetroffen zou willen worden. Voorjaarsuitverkoop bij Sears. Evengoed heeft hij ook nu veel succes bij de dames. Geloof je het zelf? Bond was Bond niet meer, en een eenmalige terugkeer van Connery in Never Say Never Again (1983) kon de serie geen nieuw leven inblazen.

Daarna was het de beurt aan Timothy Dalton (tweemaal) en Pierce Brosnan (driemaal) om het tij te keren. Tevergeefs. De rapportcijfers van de critici werden almaar zuiniger. Dit nam niet weg dat het publiek elke nieuwe Bond massaal bezocht, en kennelijk steeds weer hoopte dat het vergeleken met de laatste keer nu eens zou meevallen. James Bond was deel gaan uitmaken van de internationale filmcanon, wat de makers er ook van bakten.

Het is als met de Nederlandse elftallen die bondscoach (Bonds coach?) Marco van Basten de wei instuurt. Je weet dat het niks wordt, maar de verlokking is sterker dan het gezonde verstand. Zo zien miljoenen landgenoten hoe het team zich belachelijk maakt tegen voetbaldwergen van het kaliber Luxemburg en Macedonië. Ik had allang afgehaakt. Bij Bond, bedoel ik. Van de ene film die ik zag in de periode Pierce Brosnan herinner ik me niets. Zelfs niet de titel. Moderne recensenten zouden zeggen dat de houdbaarheidsdatum van de serie al jaren verstreken is. Dus van Casino Royale, de zoveelste poging om geheim agent 007 nieuw leven in te blazen, moesten we vooral geen wonderen verwachten.

Dus wie schetst mijn verbazing dat Casino Royale de beste Bond blijkt te zijn van de laatste veertig jaar. Regisseur Martin Campbell en zijn drie scenaristen (onder wie Paul Haggis, regisseur van de Oscarwinnaar Crash) hebben de held opnieuw uitgevonden. Hun twee belangrijkste verdiensten zijn dat ze het verhaal hebben ontdaan van de vette knipoog waarmee de latere avonturen in de serie werden gepresenteerd, en dat ze van de held een mens hebben gemaakt in plaats van een karikatuur. Dat zijn allebei gedurfde ingrepen, maar ze pakken wonderwel uit.

Verdwenen zijn de malle gadgets die vandaag de dag eerder de lachlust zouden opwekken dan bewondering oogsten. Een amfibievoertuig dat desgewenst ook nog kan vliegen. Een pen waarmee je naar believen kunt schrijven, een schurk kunt neerschieten of je teennagels kunt knippen. Voordat hierdoor misverstanden ontstaan, qua special effects is de film geheel van deze tijd. Alleen al het gebouw dat in Venetië instort volgens het principe van de Twin Towers, is een adembenemend stukje technologie. Het duurt ook prettig lang. Maar de regisseur maakt geen misbruik van de technologische ontwikkelingen in de filmwereld.

Het verhaal is belangrijker dan het circusaspect. Een van de visuele hoogtepunten is een lange sequentie waarin Bond een terrorist nazit met de kennelijke bedoeling hem te doden. Via duizelingwekkend hoge hijskranen en kantoorgebouwen gaat de adembenemende reis door drukke straten naar een ambassade waar de schurk zich veilig waant. Ten onrechte. Als een hedendaagse scherprechter van het type Mike Hammer (de hoofdpersoon van thrillerschrijver Mickey Spillane) rekent Bond af met zijn tegenstander. Hij kent zijn prioriteiten: de wereld is een diplomatieke rel rijker maar een terrorist armer.

Een groot deel van de film speelt zich af in Casino Royale in het schilderachtige Montenegro. De schurk van het verhaal, de louche zakenman Le Chiffre (glansrol van de Deense alleskunner Mads Mikkelsen), staat voor ruim honderd miljoen dollar in het krijt bij zijn ongedurige cliënten. Dat zijn geen mensen die zoiets luchtig wegwuiven. In een ultieme poging het benodigde kapitaal bij elkaar te sprokkelen organiseert hij een exclusief pokerweekend. Bond (Daniel Craig) is er vanzelfsprekend bij, evenals de boekhouder van de geheime dienst Vesper Lynd (Eva Green, niet bijzonder sexy maar wel erg mooi).

De pokersessie is, vooral voor de toenemende schare liefhebbers van het spel, tegelijkertijd een bron van vermaak en lichte ergernis. De makers weten perfect hoe het er bij een spelletje poker aan toe gaat, dus wat dat betreft heeft het spel een hoog realiteitsgehalte. Maar ook de niet-pokeraar moet de spanning kunnen voelen hebben Campbell & Co. ongetwijfeld geredeneerd. En zo zitten, anders dan in werkelijkheid, de spelers steeds met onwaarschijnlijk hoge kaarten in hun hand, en kijken ze herhaaldelijk op hun neus bij de ontdekking dat een andere deelnemer hun ogenschijnlijk onverslaanbare hand toch nog weet te overtroeven. Het is de klassieke fout in de spelletjesfilm: een rondje poker win je met een royal straight flush, een partij schaak eindigt onherroepelijk met schaakmat, en een honkbalwedstrijd wordt beslist door de allerlaatste slagman, die uit het niets een homerun slaat.

Maar genoeg geklaagd. Daniel Craig, Mads Mikkelsen, Eva Green en Giancarlo Giannini zijn op hun best. Vooral Craig (Munich, Enduring Love, The Mother) schittert als zelden tevoren. Casino Royale is niet alleen de beste Bond sinds mensenheugenis, het is een actiefilm van de buitencategorie.
 
 
*************************************
© 2006 Hans Knegtmans
powered by CJ2