archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 12
Jaargang 3
20 april 2006
Bezigheden > Recht en onrecht delen printen terug
Tentamen doen bij de bank Henk Bergman

0306 BZ Recht
De tijd is voorbij dat je als ondernemer bij de bank een krediet lospeuterde na ‘een goed gesprek’. De condities waarop bedrijfsleningen worden verstrekt zijn de afgelopen jaren ‘objectief’ en dus ‘meetbaar’ gemaakt. De inwerkingtreding per 1 januari 2007 van Basel II, de nieuwe internationale richtlijn voor bankkredieten, is het voorlopig hoogtepunt in die ontwikkeling. Het gaat allemaal om ‘risicobeheersing’. Van de banken wel te verstaan. Die moeten de kans op onaangename verrassingen bij het terugbetalen van verstrekte kredieten zo klein mogelijk maken. Daarvoor volstaat ‘een goed gesprek’ niet meer. Om tot een juiste kredietanalyse te kunnen komen heeft de bank inzicht nodig in de bedrijfsvoering. En niet een beetje, maar een heleboel. Gegevens over liquiditeit, solvabiliteit, zekerheden en uitgebreide debiteuren- en crediteurenanalyses vormen daarbij de basis. De bank wil die niet – zoals voorheen vaak gebeurde – eens per jaar zien, maar veel frequenter. De cijfers worden vergeleken met die van de branche als geheel – benchmarking in het jargon. Zo krijgt de bank een risicoprofiel van de onderneming – waarop ze haar leningsvoorwaarden kan afstemmen.

De prijs van krediet is vanaf 2007 grotendeels afhankelijk van de risicograad – de zogenoemde rating – van de onderneming. En het zal niet verbazen: lager risico, lagere rente; hoger risico, hogere rente. Maar het draait niet alleen om de prijs van het geld. Ook de looptijd en de omvang van de lening kunnen aangepast worden aan de vermeende kredietwaardigheid van het bedrijf. En het gaat nog verder: komt de risicograad boven een bepaald niveau, dan kan de bank besluiten de kredietovereenkomst op te zeggen.

Op het eerste gezicht lijkt de komst van Basel II geen prettig vooruitzicht voor het bedrijfsleven. Want hoe het allemaal ook precies zal uitpakken: duidelijk is dat ze gaan betalen voor de mate van onzekerheid die de bank ervaart. De meningen over de vraag of ondernemers het volgend jaar een stuk moeilijker zullen krijgen om bankkrediet aan te trekken lopen vooralsnog echter uiteen.

De banken zelf hebben tot nu vooral sussende woorden gesproken: het zal allemaal zo’n vaart niet lopen. Zeker, de cijfers over de bedrijfsvoering worden nog belangrijker dan ze nu al zijn. Maar ook de persoon van de ondernemer, de kwaliteit van zijn ondernemingsplan en de mate waarin de operationele risico’s worden beheerst blijven belangrijke factoren. Bovendien: hebben MKB-Nederland, de banken en de overheid medio vorig jaar niet afgesproken dat de problemen die MKB-ondernemers ondervinden bij het verkrijgen van bankkrediet op korte termijn zouden worden aangepakt? Want de praktijk was dat met name starters, snelle groeiers en aanvragers van kredieten tot vijftigduizend euro bij de banken nogal eens op een afwijzing stuitten.

In welke mate het (mede) aan de vorig jaar gemaakte afspraken heeft gelegen is onduidelijk, maar feit is wel dat de omzet aan nieuwe bedrijfsleningen in het laatste kwartaal van 2005 met dik zestig procent is gestegen. Vooral leningen met lange looptijden en een rentevaste periode van meer dan vijf jaar namen sterk in aantal en omvang toe. In dat licht gezien zou de pijn van Basel II best eens kunnen meevallen. Het ligt immers niet voor de hand om de criteria voor krediettoewijzing te versoepelen als ze over een klein jaar weer fors moeten worden aangescherpt.

Maar er zijn ook andere geluiden, volgens welke de onvermijdelijke consequentie van Basel II zal zijn dat ondernemers er op achteruit gaan. Hoeveel precies is niet te zeggen en het zal ook per ondernemer verschillen. Maar iedereen die van vreemd vermogen afhankelijk is – en dat zijn MKB-bedrijven zeker – is straks duurder uit. In de eerste plaats omdat de banken hun eigen risico’s strakker moeten beheersen en de gevolgen daarvan grotendeels verleggen naar de klant. Daardoor ontstaat er voorspelbaar een opwaartse druk op de tarieven. Maar ook omdat ondernemingen meer financiële en operationele gegevens zullen moeten aanleveren. Je moet vaker aan de bank uitleggen wie je bent, wat je doet en wat je risico’s zijn. Het is te vergelijken met regelmatig tentamen doen.

Degenen die zo tegen Basel II aankijken zijn overigens niet tegen de regeling an sich. Sterker: in de kern vinden ze het een goede aanpak. Meer risicobeheersing draagt bij aan een grotere stabiliteit van de economie – een macrobelang. Niemand zit te wachten op bedrijven die hun verplichtingen niet kunnen nakomen. Financiers die geld lenen aan MKB-bedrijven nemen relatief veel risico. De kans op een faillissement is bijvoorbeeld hoger dan bij de grote bedrijven.

Maar Basel II maakt de zaken wel een stuk ingewikkelder. De banken hebben hun risico’s verwerkt in nieuwe, geavanceerde rekenmodellen. Het is de vraag hoe je als ondernemer de uitkomsten daarvan nog kunt beïnvloeden. Toch ligt daar de sleutel om de gevolgen van Basel II zo goed mogelijk op te vangen. Je moet weten waarop je gescoord wordt. Dat vraagt tweerichtingsverkeer: beide kanten moeten de bereidheid hebben elkaar zo goed mogelijk te informeren.

Op één punt kun je als ondernemer in deze situatie makkelijk een quick win behalen. Kijk goed naar het leverancierskrediet dat je je afnemers geeft. Dat is een vorm van vreemd vermogen, maar wel een dure. Een strak credit management – onder meer door de betalingstermijnen in te korten – levert je direct winst op in de vorm van een gunstiger risicoprofiel.
 
**********************************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar: www.peppered.nl .


© 2006 Henk Bergman meer Henk Bergman - meer "Recht en onrecht"
Bezigheden > Recht en onrecht
Tentamen doen bij de bank Henk Bergman
0306 BZ Recht
De tijd is voorbij dat je als ondernemer bij de bank een krediet lospeuterde na ‘een goed gesprek’. De condities waarop bedrijfsleningen worden verstrekt zijn de afgelopen jaren ‘objectief’ en dus ‘meetbaar’ gemaakt. De inwerkingtreding per 1 januari 2007 van Basel II, de nieuwe internationale richtlijn voor bankkredieten, is het voorlopig hoogtepunt in die ontwikkeling. Het gaat allemaal om ‘risicobeheersing’. Van de banken wel te verstaan. Die moeten de kans op onaangename verrassingen bij het terugbetalen van verstrekte kredieten zo klein mogelijk maken. Daarvoor volstaat ‘een goed gesprek’ niet meer. Om tot een juiste kredietanalyse te kunnen komen heeft de bank inzicht nodig in de bedrijfsvoering. En niet een beetje, maar een heleboel. Gegevens over liquiditeit, solvabiliteit, zekerheden en uitgebreide debiteuren- en crediteurenanalyses vormen daarbij de basis. De bank wil die niet – zoals voorheen vaak gebeurde – eens per jaar zien, maar veel frequenter. De cijfers worden vergeleken met die van de branche als geheel – benchmarking in het jargon. Zo krijgt de bank een risicoprofiel van de onderneming – waarop ze haar leningsvoorwaarden kan afstemmen.

De prijs van krediet is vanaf 2007 grotendeels afhankelijk van de risicograad – de zogenoemde rating – van de onderneming. En het zal niet verbazen: lager risico, lagere rente; hoger risico, hogere rente. Maar het draait niet alleen om de prijs van het geld. Ook de looptijd en de omvang van de lening kunnen aangepast worden aan de vermeende kredietwaardigheid van het bedrijf. En het gaat nog verder: komt de risicograad boven een bepaald niveau, dan kan de bank besluiten de kredietovereenkomst op te zeggen.

Op het eerste gezicht lijkt de komst van Basel II geen prettig vooruitzicht voor het bedrijfsleven. Want hoe het allemaal ook precies zal uitpakken: duidelijk is dat ze gaan betalen voor de mate van onzekerheid die de bank ervaart. De meningen over de vraag of ondernemers het volgend jaar een stuk moeilijker zullen krijgen om bankkrediet aan te trekken lopen vooralsnog echter uiteen.

De banken zelf hebben tot nu vooral sussende woorden gesproken: het zal allemaal zo’n vaart niet lopen. Zeker, de cijfers over de bedrijfsvoering worden nog belangrijker dan ze nu al zijn. Maar ook de persoon van de ondernemer, de kwaliteit van zijn ondernemingsplan en de mate waarin de operationele risico’s worden beheerst blijven belangrijke factoren. Bovendien: hebben MKB-Nederland, de banken en de overheid medio vorig jaar niet afgesproken dat de problemen die MKB-ondernemers ondervinden bij het verkrijgen van bankkrediet op korte termijn zouden worden aangepakt? Want de praktijk was dat met name starters, snelle groeiers en aanvragers van kredieten tot vijftigduizend euro bij de banken nogal eens op een afwijzing stuitten.

In welke mate het (mede) aan de vorig jaar gemaakte afspraken heeft gelegen is onduidelijk, maar feit is wel dat de omzet aan nieuwe bedrijfsleningen in het laatste kwartaal van 2005 met dik zestig procent is gestegen. Vooral leningen met lange looptijden en een rentevaste periode van meer dan vijf jaar namen sterk in aantal en omvang toe. In dat licht gezien zou de pijn van Basel II best eens kunnen meevallen. Het ligt immers niet voor de hand om de criteria voor krediettoewijzing te versoepelen als ze over een klein jaar weer fors moeten worden aangescherpt.

Maar er zijn ook andere geluiden, volgens welke de onvermijdelijke consequentie van Basel II zal zijn dat ondernemers er op achteruit gaan. Hoeveel precies is niet te zeggen en het zal ook per ondernemer verschillen. Maar iedereen die van vreemd vermogen afhankelijk is – en dat zijn MKB-bedrijven zeker – is straks duurder uit. In de eerste plaats omdat de banken hun eigen risico’s strakker moeten beheersen en de gevolgen daarvan grotendeels verleggen naar de klant. Daardoor ontstaat er voorspelbaar een opwaartse druk op de tarieven. Maar ook omdat ondernemingen meer financiële en operationele gegevens zullen moeten aanleveren. Je moet vaker aan de bank uitleggen wie je bent, wat je doet en wat je risico’s zijn. Het is te vergelijken met regelmatig tentamen doen.

Degenen die zo tegen Basel II aankijken zijn overigens niet tegen de regeling an sich. Sterker: in de kern vinden ze het een goede aanpak. Meer risicobeheersing draagt bij aan een grotere stabiliteit van de economie – een macrobelang. Niemand zit te wachten op bedrijven die hun verplichtingen niet kunnen nakomen. Financiers die geld lenen aan MKB-bedrijven nemen relatief veel risico. De kans op een faillissement is bijvoorbeeld hoger dan bij de grote bedrijven.

Maar Basel II maakt de zaken wel een stuk ingewikkelder. De banken hebben hun risico’s verwerkt in nieuwe, geavanceerde rekenmodellen. Het is de vraag hoe je als ondernemer de uitkomsten daarvan nog kunt beïnvloeden. Toch ligt daar de sleutel om de gevolgen van Basel II zo goed mogelijk op te vangen. Je moet weten waarop je gescoord wordt. Dat vraagt tweerichtingsverkeer: beide kanten moeten de bereidheid hebben elkaar zo goed mogelijk te informeren.

Op één punt kun je als ondernemer in deze situatie makkelijk een quick win behalen. Kijk goed naar het leverancierskrediet dat je je afnemers geeft. Dat is een vorm van vreemd vermogen, maar wel een dure. Een strak credit management – onder meer door de betalingstermijnen in te korten – levert je direct winst op in de vorm van een gunstiger risicoprofiel.
 
**********************************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar: www.peppered.nl .
© 2006 Henk Bergman
powered by CJ2