archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 2
16 december 2004
Vermaak en Genot > Was er nog wat op de tv? delen printen terug
Van Bommels broekrokje Katharina Kouwenhoven

Van Bommel's broekrokje


Een van de meest intrigerende dingen, die opvallen als je vaak naar sport op de TV kijkt, is de manier waarop sporters zijn uitgedost. Elke sport kent zijn eigen tenue, maar het vreemde daarvan is dat deze kledingdrachten zo weinig te maken lijken te hebben met de aard van de sport die bedreven wordt.

Neem biljarters en snookerspelers. Zij bedrijven weliswaar een ‘spel’, maar op hoog niveau is daarvoor zoveel fysieke conditie en concentratie nodig, dat er net zo goed sprake is van topsport. Bovendien moeten snookerspelers zich in allerlei bochten wringen om hun ballen te kunnen spelen, want de snookertafel heeft de afmeting van een klein voetbalveld. Alle reden voor makkelijke kledij, zou je zeggen. Maar wat dragen zij in wedstrijden? Een trouwpak zonder jasje, maar met vlinderdasje, en ballroomdansschoenen!

In schril contrast daarmee zie je vrouwelijke atleten hun sport beoefenen in bikini’s met een onbegrijpelijke hoeveelheid klam bloot, dat tijdens de Olympische Spelen in Athene de marathonloopster Paula Ratcliffe bijna levend deed verbranden, waardoor zij voortijdig moest opgeven. Stel je even voor dat snookerspelers in hun zwembroek rond het groene laken zouden dansen en atletes in een bruidsjurk zouden proberen het wereldrecord op de tweehonderd meter horden te verbeteren.

Net zo’n contrast vormt de outfit van de huidige schaatsers en schaatssters, die een pak dragen dat als een kous over hun lichaam wordt getrokken en onbarmhartig al hun lichamelijke mankementen onthult. Sommige schaatsers blijken op dijbeenhoogte breder dan op schouderhoogte, maar deze lichamelijke mismaaktheid wordt zonder schroom aan den volke getoond. En dan praat ik nog niet eens over de vrijmoedigheid waarmee zij laten zien hoe machtig of iel hun ‘apparaat’ is geschapen. Over naaktfoto’s in de Playboy ontstaat vaak heel wat roering, maar over dames en heren in zo’n tweede huid hoor je niemand. Zo’n pak is licht en brengt geen extra gewicht met zich mee, maar over de zogenaamde aërodynamische kwaliteiten heb ik zo mijn twijfels. Zijn eigen lichaam is voor de schaatser nu eenmaal een aërodynamische handicap. Daar doe je met een niets verhullend pak niets aan af. Sommige manlijke atleten dragen tegenwoordig ook wel zo’n velletje, met name sprinters, maar dan met bermudapijpen en zonder mouwen. Sprinters mogen echter gezien worden. Die hebben welhaast een perfect lijf. Ook honkballers dragen strakke pakken, waarvan de rationale mij ontgaat. Maar het meest opmerkelijke van honkballers is natuurlijk dat malle petje, dat zij in het heetst van de strijd steeds verliezen en waar ze soms lelijk over struikelen. Misschien moet dat een zonnesteek voorkomen, maar erg handig is zo’n hoofddeksel niet.

Een andere vreemde zaak zijn sporten waarvan de vrouwelijke deelnemers nog steeds rokjes dragen. Rokken missen elke vorm van functionaliteit en zijn in het gewone leven daarom bijna geheel vervangen door de veel praktischer broek. Maar uitgerekend bij het hockey, waar de dames het grootste deel van de tijd met hun kont omhoog lopen, worden nog altijd rokken gedragen. Weliswaar korte rokken, billentikkertjes, die het echter vanwege de permanente ‘inkijk’ nodig maken dat er een soort ouderwetse gymbroeken onder gedragen worden. Met uitzondering van Martina Navratilova, die vanwege haar leeftijd boven de wet staat, dragen ook tennisspeelsters rokjes of jurkjes. Alle pogingen om daar wat van te maken zijn praktisch allemaal mislukt. De dames die ook nog de eigenaardigheid hebben om hun tweede opspeelbal onder hun rokje mee te dragen, zien eruit als een gek. Tenniskleding hoort wit te zijn, maar alleen op Wimbledon wordt aan die regel streng de hand gehouden. Als je Jim Courier wel eens hebt zien tennissen in een grijs broekje, waar na tien minuten in het kruis een enorme zweetplek verscheen alsof hij in zijn broek gepist had, kun je wel enig begrip opbergen voor dit kledingvoorschrift. Een ander shirt voor de tennissers vind ik overigens wel aan te raden. Carlos Moya bleek namelijk onweerstaanbaar in een shirt zonder mouwen. Dat verdient navolging. Dan hoeven ze ook niet de hele tijd zo nerveus aan die mouwtjes te plukken.

Bij de meeste teamsporten dragen mannen een broekje en een shirt, maar per sport kan de snit daarvan enorm verschillen. Basketballers dragen hemdjes, maar merkwaardig lange korte broeken, van die onhandige flodderdingen waarvan het kruis halverwege de knieën hangt. De broekjes van voetballers zijn veel korter en waren in de jaren zeventig zelfs extreem kort. Voetballers dragen shirts met korte mouwen, in principe tenminste, want meer en meer zie je spelers het veld betreden met lange mouwen en soms zelfs met een maillot en handschoenen aan. Wat een mietjes.

Met die voetbalkledij is inmiddels heel wat aan de hand. Broekje en shirt waren op een of andere manier uitgevoerd in de clubkleuren en in eenvoudige patronen. Je had shirts met horizontale of verticale strepen of met een paar banen. Sommige voetbalsupporters waren aanhanger van een bepaalde club, omdat ze de shirtjes zo mooi vonden en kwamen bijna klaar bij het rood-zwart van AC Milan of het rood-wit van Ajax. Andere gingen kwijlen bij voetballers met zwarte voetbalkousen. Die voetbalkousen moeten overigens tot de knieën worden opgetrokken en mogen nooit afzakken tot sokjes, want dan krijg je het met de scheids aan de stok. Broekje en shirt moeten ook bestaan uit twee losse elementen, waarvan het shirt in de broek gedragen moet worden, want hansopjes zijn door de FIFA verboden.

Die clubkleuren zie je nu alleen nog in de shirts die bij thuiswedstrijden gedragen worden. Bij uitwedstrijden kom je nu de verschrikkelijkste dingen tegen, met als absolute dieptepunt een egaal grijze outfit. De klassieke strepen zijn echter ten prooi gevallen aan het ontwerpersgilde, zodat de shirts nu allerlei vreemde patronen opgedrukt kunnen hebben, die bovendien elk jaar veranderen als gevolg van de merchandising. Een echte fan wil tenslotte al die shirts hebben en tast elk jaar opnieuw in de buidel. Sommige voetballers lijken hun eigen ontwerper in dienst te hebben. Dat leid ik tenminste af uit het feit dat alleen de PSV-er Van Bommel altijd een soort broekrokje draagt, dat je verder op de voetbalvelden niet aantreft.



© 2004 Katharina Kouwenhoven meer Katharina Kouwenhoven - meer "Was er nog wat op de tv?" -
Vermaak en Genot > Was er nog wat op de tv?
Van Bommels broekrokje Katharina Kouwenhoven
Van Bommel's broekrokje


Een van de meest intrigerende dingen, die opvallen als je vaak naar sport op de TV kijkt, is de manier waarop sporters zijn uitgedost. Elke sport kent zijn eigen tenue, maar het vreemde daarvan is dat deze kledingdrachten zo weinig te maken lijken te hebben met de aard van de sport die bedreven wordt.

Neem biljarters en snookerspelers. Zij bedrijven weliswaar een ‘spel’, maar op hoog niveau is daarvoor zoveel fysieke conditie en concentratie nodig, dat er net zo goed sprake is van topsport. Bovendien moeten snookerspelers zich in allerlei bochten wringen om hun ballen te kunnen spelen, want de snookertafel heeft de afmeting van een klein voetbalveld. Alle reden voor makkelijke kledij, zou je zeggen. Maar wat dragen zij in wedstrijden? Een trouwpak zonder jasje, maar met vlinderdasje, en ballroomdansschoenen!

In schril contrast daarmee zie je vrouwelijke atleten hun sport beoefenen in bikini’s met een onbegrijpelijke hoeveelheid klam bloot, dat tijdens de Olympische Spelen in Athene de marathonloopster Paula Ratcliffe bijna levend deed verbranden, waardoor zij voortijdig moest opgeven. Stel je even voor dat snookerspelers in hun zwembroek rond het groene laken zouden dansen en atletes in een bruidsjurk zouden proberen het wereldrecord op de tweehonderd meter horden te verbeteren.

Net zo’n contrast vormt de outfit van de huidige schaatsers en schaatssters, die een pak dragen dat als een kous over hun lichaam wordt getrokken en onbarmhartig al hun lichamelijke mankementen onthult. Sommige schaatsers blijken op dijbeenhoogte breder dan op schouderhoogte, maar deze lichamelijke mismaaktheid wordt zonder schroom aan den volke getoond. En dan praat ik nog niet eens over de vrijmoedigheid waarmee zij laten zien hoe machtig of iel hun ‘apparaat’ is geschapen. Over naaktfoto’s in de Playboy ontstaat vaak heel wat roering, maar over dames en heren in zo’n tweede huid hoor je niemand. Zo’n pak is licht en brengt geen extra gewicht met zich mee, maar over de zogenaamde aërodynamische kwaliteiten heb ik zo mijn twijfels. Zijn eigen lichaam is voor de schaatser nu eenmaal een aërodynamische handicap. Daar doe je met een niets verhullend pak niets aan af. Sommige manlijke atleten dragen tegenwoordig ook wel zo’n velletje, met name sprinters, maar dan met bermudapijpen en zonder mouwen. Sprinters mogen echter gezien worden. Die hebben welhaast een perfect lijf. Ook honkballers dragen strakke pakken, waarvan de rationale mij ontgaat. Maar het meest opmerkelijke van honkballers is natuurlijk dat malle petje, dat zij in het heetst van de strijd steeds verliezen en waar ze soms lelijk over struikelen. Misschien moet dat een zonnesteek voorkomen, maar erg handig is zo’n hoofddeksel niet.

Een andere vreemde zaak zijn sporten waarvan de vrouwelijke deelnemers nog steeds rokjes dragen. Rokken missen elke vorm van functionaliteit en zijn in het gewone leven daarom bijna geheel vervangen door de veel praktischer broek. Maar uitgerekend bij het hockey, waar de dames het grootste deel van de tijd met hun kont omhoog lopen, worden nog altijd rokken gedragen. Weliswaar korte rokken, billentikkertjes, die het echter vanwege de permanente ‘inkijk’ nodig maken dat er een soort ouderwetse gymbroeken onder gedragen worden. Met uitzondering van Martina Navratilova, die vanwege haar leeftijd boven de wet staat, dragen ook tennisspeelsters rokjes of jurkjes. Alle pogingen om daar wat van te maken zijn praktisch allemaal mislukt. De dames die ook nog de eigenaardigheid hebben om hun tweede opspeelbal onder hun rokje mee te dragen, zien eruit als een gek. Tenniskleding hoort wit te zijn, maar alleen op Wimbledon wordt aan die regel streng de hand gehouden. Als je Jim Courier wel eens hebt zien tennissen in een grijs broekje, waar na tien minuten in het kruis een enorme zweetplek verscheen alsof hij in zijn broek gepist had, kun je wel enig begrip opbergen voor dit kledingvoorschrift. Een ander shirt voor de tennissers vind ik overigens wel aan te raden. Carlos Moya bleek namelijk onweerstaanbaar in een shirt zonder mouwen. Dat verdient navolging. Dan hoeven ze ook niet de hele tijd zo nerveus aan die mouwtjes te plukken.

Bij de meeste teamsporten dragen mannen een broekje en een shirt, maar per sport kan de snit daarvan enorm verschillen. Basketballers dragen hemdjes, maar merkwaardig lange korte broeken, van die onhandige flodderdingen waarvan het kruis halverwege de knieën hangt. De broekjes van voetballers zijn veel korter en waren in de jaren zeventig zelfs extreem kort. Voetballers dragen shirts met korte mouwen, in principe tenminste, want meer en meer zie je spelers het veld betreden met lange mouwen en soms zelfs met een maillot en handschoenen aan. Wat een mietjes.

Met die voetbalkledij is inmiddels heel wat aan de hand. Broekje en shirt waren op een of andere manier uitgevoerd in de clubkleuren en in eenvoudige patronen. Je had shirts met horizontale of verticale strepen of met een paar banen. Sommige voetbalsupporters waren aanhanger van een bepaalde club, omdat ze de shirtjes zo mooi vonden en kwamen bijna klaar bij het rood-zwart van AC Milan of het rood-wit van Ajax. Andere gingen kwijlen bij voetballers met zwarte voetbalkousen. Die voetbalkousen moeten overigens tot de knieën worden opgetrokken en mogen nooit afzakken tot sokjes, want dan krijg je het met de scheids aan de stok. Broekje en shirt moeten ook bestaan uit twee losse elementen, waarvan het shirt in de broek gedragen moet worden, want hansopjes zijn door de FIFA verboden.

Die clubkleuren zie je nu alleen nog in de shirts die bij thuiswedstrijden gedragen worden. Bij uitwedstrijden kom je nu de verschrikkelijkste dingen tegen, met als absolute dieptepunt een egaal grijze outfit. De klassieke strepen zijn echter ten prooi gevallen aan het ontwerpersgilde, zodat de shirts nu allerlei vreemde patronen opgedrukt kunnen hebben, die bovendien elk jaar veranderen als gevolg van de merchandising. Een echte fan wil tenslotte al die shirts hebben en tast elk jaar opnieuw in de buidel. Sommige voetballers lijken hun eigen ontwerper in dienst te hebben. Dat leid ik tenminste af uit het feit dat alleen de PSV-er Van Bommel altijd een soort broekrokje draagt, dat je verder op de voetbalvelden niet aantreft.

© 2004 Katharina Kouwenhoven
powered by CJ2