archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 16
Jaargang 12
25 juni 2015
Beschouwingen > Beelden uit soberder tijden delen printen terug
Wereldwonderen, hoe deden ze dat? Peter Schröder

1216BS Wonderen1

Rudy Kousbroek mocht graag over auto’s schrijven, vooral als er veel mechanische techniek in te vinden was. Raderen, stangen, tandheugels en cardanassen die je zelf nog enigszins kon zien en waarvan de functie duidelijk was. Hispano Suiza’s bijvoorbeeld, krachtpatsers met V8 motoren, die het vooral in WOI jachtvliegtuigen zo goed deden, dat waren echte auto’s. In de latere auto’s was alle techniek afgeschermd, je zag uiteindelijk alleen nog maar nepchroom en plastic. Als je een echte auto opensneed/zaagde, zag je tandraderen en krukassen, als je een moderne auto opensneed kwam daar alleen maar grijze smurrie uit.

Het lijkt er op dat de nieuwste auto’s nog verder gaan. Wijlen mijn broer Frank mopperde: ‘dat zijn geen auto’s, dat zijn mismaakte roofdieren’. Het zijn geen auto’s meer,  maar ‘een beleving’, weten de hedendaagse autojournalisten ons wijs te maken: technische specificaties komen in hun besprekingen niet meer voor, ze beschrijven auto’s in een vaktaal volgens wetten van de esthetica. We weten allemaal dat de mechanica de laatste tijd veel terrein heeft moeten prijsgeven aan de elektronica: chips en software spelen in auto’s nu een grotere rol dan cilinders en krukassen. De autojournalist vreest niet gelezen te worden als hij de elektronica van Mercedes afzet tegen die van BMW. Liever leutert hij over het comfort van de stoelen en de vormgeving van de hi-tec vuldop van de nieuwe Audi. Vandaar dat de chef van de vormgevers van AUDI en Mercedes steeds vaker ten tonele wordt gevoerd om een nieuwe auto te verkopen.

Technische taart
Vroeger was dat anders, nietwaar? In 1900 werd er nog veel mechanica vertoond aan het grote publiek. Op de Wereldtentoonstelling in Parijs bijvoorbeeld. In Leunstoel 13, jaargang 12 1) vertoonde ik mooie kleurenplaatjes van prachtige gebouwen die werden neergezet voor de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Paleizen vol zichtbare techniek. Postkaarten die de bezoekers naar het thuisfront stuurden. Het thuisfront zou kunnen denken dat de verschijning van al die kleurrijke pracht op tovenarij berustte. De Paleizen deden denken aan overvloedig opgemaakte suikertaarten; wat zou er tevoorschijn komen als we die paleizen gingen doorzagen/snijden? Slagroom? Kruimeldeeg? Tovenarij: wij weten wel beter, het ging, net als al die vertoonde uitvindingen, om technische hoogstandjes van 19e eeuwse ingenieurs. Als je die paleizen zou opensnijden zag je knappe constructies, structuren van gietijzer, systemen van aan elkaar geklonken balken en overspanningen met daarin veel glas. Structuren die ook binnenin de gebouwen goed zichtbaar waren. Bedacht door ingenieurs afgestudeerd aan de École Nationale des Ponts et Chaussées. Zie Leunstoel 29, jaarganmg 5 2).

Die ‘School voor Bruggen en Rijwegen’ had niet alleen paardrijden als verplicht vak op het curriculum, maar ook tekenen. Technisch tekenen betekende daar niet alleen het strakke werk met passer en liniaal in zwart/wit, maar net zo goed kunstig aquarelleren in subtiele kleuren. Een bouwtekening werd zo meestal een oogstrelend kunstwerkje en de bouwtekeningen van Het Grand Palais zullen qua artisticiteit dicht in de buurt van het plaatje uit het stukje over de Wereldtenttoonstelling van 1900 gekomen zijn. In het midden van de 19e eeuw werd de fotografie uitgevonden en vaak ontvangen als een nieuwe kunstvorm, maar de ingenieurs zagen al gauw de grote mogelijkheden van de fotografie voor het vastleggen van bouwprocessen; of het nu om de aanleg van spoorwegen, of de bouw van paleizen ging. Op de Ponts et Chaussées werd fotografie een verplicht vak en zo kwam het dat niet alleen de sloop van oude wijken in Parijs door boulevardbouwer Baron Georges-Eugène Haussmann fotografisch werd vastgelegd, maar ook dat de opbouw van de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs fotografisch werd gevolgd door vakfotografen.

Hoe zetten ze het in elkaar?
Weet u hoe overspanningen en bogen van bruggen gemaakt worden? Weet u hoe het mogelijk is een wolkenkrabber te bouwen terwijl de1216BS Wonderen2 hoogste bouwkraan niet verder reikt dan de 4e verdieping? Of hoe een ijzergieterij van gietijzer gemaakt wordt? Dankzij de mannen met hun grote platencamera’s kunnen we op foto’s van ingenieurs beter zien hoe er gebouwd werd aan de Pont Alexandre III 3), het Grand Palais 4) en bijvoorbeeld de Eiffeltoren van de (vorige) Wereldtentoonstelling van 1889. We zien nu ook al die tijdelijke hulpconstructies die gemaakt werden om alles wat later de grond niet zou raken, voorlopig in de lucht te houden. Uitgebreide houten steigers, hulpkranen en vijzels, er lijkt vaak meer in vertimmerd dan in het eindproduct. Vaak zien we ook de bouwers die dit allemaal voor elkaar boksten, geen van allen had last van hoogtevrees.  De Werken die tot stand werden gebracht staan te boek als onderdelen van ‘Le Grand Oeuvre’. ( Zoiets als: ‘Grote Projecten’)

Op plaatje 1.a. 5) de Pont Alexandre III in aanbouw:  de mannen staan op loopplanken van houten steigers en zijn bezig met het klinken van de stukken van de gietijzeren vakken van de brug. We bevinden ons boven de Seine en zien een kokervormige brug ontstaan, waarin het fraai versierde eindproduct, (voorzien van natuurstenen bouwsels, wegdek  en bewerkte railing) nog niet te herkennen is.
Op plaatje 1.b. 6) kijken we naar de centrale koepel van het Grand Palais in aanbouw. De vier gietijzeren steunberen staan al op hun plaats, de benedenkroon ook, maar verder zien we een woud van steigerpalen verbonden door touw, van waaraf de koepel wordt opgebouwd. Hoe zou de arbeidsinspectie hier anno 2015 naar kijken?

Ook nog
Als aanvulling  op het vorige stuk de sensationele attractie die nog niet in beeld kwam: het Trottoir Roulant: een ‘horizontale roltrap’ in een ring van 3,5 kilometer, geïnstalleerd op viaducten om het tentoonstellingsterrein heen. Er was een buitenring die met een snelheid van 8 km per uur voortrolde en een binnenring die het op halve snelheid deed. (Je kon overstappen van snel naar langzaam en vice versa, voor houvast reden er palen met bovenop bollen mee). Op plaatje 2a 7) rolt men over de Pont des Invalides, helemaal links op de baan kan ook onversneld worden gelopen. De dames en heren op het plaatje lijken op hun gemak bewogen te worden. Er zijn geen valpartijen gerapporteerd.
Tot slot een van de vele plaatjes van een onvoltooide Eiffeltoren. Op plaatje 2.b. 8) wordt gewerkt aan de 2e etage die met behulp van mobiele steigers op zijn plaats wordt gehesen. De grote boog onder de 1e etage moet nog worden geconstrueerd. Een kwestie van doorwerken, met die steigers, met een serie mobiele bouwkranen en al die houten steigers en planken.

1) Leunstoel 13, jaargang 12
2) Leunstoel 20, jaargang 5
3) Pont Alexandre III
4) Grand Palais
5) 1.a. de Pont Alexandre III
6) plaatje 1.b.
7) plaatje 2.a.
8) plaatje 2.b.

----------------------------------------------------------------
De plaatjes komen uit de collectie van Peter Schröder
--------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!



© 2015 Peter Schröder meer Peter Schröder - meer "Beelden uit soberder tijden" -
Beschouwingen > Beelden uit soberder tijden
Wereldwonderen, hoe deden ze dat? Peter Schröder
1216BS Wonderen1

Rudy Kousbroek mocht graag over auto’s schrijven, vooral als er veel mechanische techniek in te vinden was. Raderen, stangen, tandheugels en cardanassen die je zelf nog enigszins kon zien en waarvan de functie duidelijk was. Hispano Suiza’s bijvoorbeeld, krachtpatsers met V8 motoren, die het vooral in WOI jachtvliegtuigen zo goed deden, dat waren echte auto’s. In de latere auto’s was alle techniek afgeschermd, je zag uiteindelijk alleen nog maar nepchroom en plastic. Als je een echte auto opensneed/zaagde, zag je tandraderen en krukassen, als je een moderne auto opensneed kwam daar alleen maar grijze smurrie uit.

Het lijkt er op dat de nieuwste auto’s nog verder gaan. Wijlen mijn broer Frank mopperde: ‘dat zijn geen auto’s, dat zijn mismaakte roofdieren’. Het zijn geen auto’s meer,  maar ‘een beleving’, weten de hedendaagse autojournalisten ons wijs te maken: technische specificaties komen in hun besprekingen niet meer voor, ze beschrijven auto’s in een vaktaal volgens wetten van de esthetica. We weten allemaal dat de mechanica de laatste tijd veel terrein heeft moeten prijsgeven aan de elektronica: chips en software spelen in auto’s nu een grotere rol dan cilinders en krukassen. De autojournalist vreest niet gelezen te worden als hij de elektronica van Mercedes afzet tegen die van BMW. Liever leutert hij over het comfort van de stoelen en de vormgeving van de hi-tec vuldop van de nieuwe Audi. Vandaar dat de chef van de vormgevers van AUDI en Mercedes steeds vaker ten tonele wordt gevoerd om een nieuwe auto te verkopen.

Technische taart
Vroeger was dat anders, nietwaar? In 1900 werd er nog veel mechanica vertoond aan het grote publiek. Op de Wereldtentoonstelling in Parijs bijvoorbeeld. In Leunstoel 13, jaargang 12 1) vertoonde ik mooie kleurenplaatjes van prachtige gebouwen die werden neergezet voor de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Paleizen vol zichtbare techniek. Postkaarten die de bezoekers naar het thuisfront stuurden. Het thuisfront zou kunnen denken dat de verschijning van al die kleurrijke pracht op tovenarij berustte. De Paleizen deden denken aan overvloedig opgemaakte suikertaarten; wat zou er tevoorschijn komen als we die paleizen gingen doorzagen/snijden? Slagroom? Kruimeldeeg? Tovenarij: wij weten wel beter, het ging, net als al die vertoonde uitvindingen, om technische hoogstandjes van 19e eeuwse ingenieurs. Als je die paleizen zou opensnijden zag je knappe constructies, structuren van gietijzer, systemen van aan elkaar geklonken balken en overspanningen met daarin veel glas. Structuren die ook binnenin de gebouwen goed zichtbaar waren. Bedacht door ingenieurs afgestudeerd aan de École Nationale des Ponts et Chaussées. Zie Leunstoel 29, jaarganmg 5 2).

Die ‘School voor Bruggen en Rijwegen’ had niet alleen paardrijden als verplicht vak op het curriculum, maar ook tekenen. Technisch tekenen betekende daar niet alleen het strakke werk met passer en liniaal in zwart/wit, maar net zo goed kunstig aquarelleren in subtiele kleuren. Een bouwtekening werd zo meestal een oogstrelend kunstwerkje en de bouwtekeningen van Het Grand Palais zullen qua artisticiteit dicht in de buurt van het plaatje uit het stukje over de Wereldtenttoonstelling van 1900 gekomen zijn. In het midden van de 19e eeuw werd de fotografie uitgevonden en vaak ontvangen als een nieuwe kunstvorm, maar de ingenieurs zagen al gauw de grote mogelijkheden van de fotografie voor het vastleggen van bouwprocessen; of het nu om de aanleg van spoorwegen, of de bouw van paleizen ging. Op de Ponts et Chaussées werd fotografie een verplicht vak en zo kwam het dat niet alleen de sloop van oude wijken in Parijs door boulevardbouwer Baron Georges-Eugène Haussmann fotografisch werd vastgelegd, maar ook dat de opbouw van de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs fotografisch werd gevolgd door vakfotografen.

Hoe zetten ze het in elkaar?
Weet u hoe overspanningen en bogen van bruggen gemaakt worden? Weet u hoe het mogelijk is een wolkenkrabber te bouwen terwijl de1216BS Wonderen2 hoogste bouwkraan niet verder reikt dan de 4e verdieping? Of hoe een ijzergieterij van gietijzer gemaakt wordt? Dankzij de mannen met hun grote platencamera’s kunnen we op foto’s van ingenieurs beter zien hoe er gebouwd werd aan de Pont Alexandre III 3), het Grand Palais 4) en bijvoorbeeld de Eiffeltoren van de (vorige) Wereldtentoonstelling van 1889. We zien nu ook al die tijdelijke hulpconstructies die gemaakt werden om alles wat later de grond niet zou raken, voorlopig in de lucht te houden. Uitgebreide houten steigers, hulpkranen en vijzels, er lijkt vaak meer in vertimmerd dan in het eindproduct. Vaak zien we ook de bouwers die dit allemaal voor elkaar boksten, geen van allen had last van hoogtevrees.  De Werken die tot stand werden gebracht staan te boek als onderdelen van ‘Le Grand Oeuvre’. ( Zoiets als: ‘Grote Projecten’)

Op plaatje 1.a. 5) de Pont Alexandre III in aanbouw:  de mannen staan op loopplanken van houten steigers en zijn bezig met het klinken van de stukken van de gietijzeren vakken van de brug. We bevinden ons boven de Seine en zien een kokervormige brug ontstaan, waarin het fraai versierde eindproduct, (voorzien van natuurstenen bouwsels, wegdek  en bewerkte railing) nog niet te herkennen is.
Op plaatje 1.b. 6) kijken we naar de centrale koepel van het Grand Palais in aanbouw. De vier gietijzeren steunberen staan al op hun plaats, de benedenkroon ook, maar verder zien we een woud van steigerpalen verbonden door touw, van waaraf de koepel wordt opgebouwd. Hoe zou de arbeidsinspectie hier anno 2015 naar kijken?

Ook nog
Als aanvulling  op het vorige stuk de sensationele attractie die nog niet in beeld kwam: het Trottoir Roulant: een ‘horizontale roltrap’ in een ring van 3,5 kilometer, geïnstalleerd op viaducten om het tentoonstellingsterrein heen. Er was een buitenring die met een snelheid van 8 km per uur voortrolde en een binnenring die het op halve snelheid deed. (Je kon overstappen van snel naar langzaam en vice versa, voor houvast reden er palen met bovenop bollen mee). Op plaatje 2a 7) rolt men over de Pont des Invalides, helemaal links op de baan kan ook onversneld worden gelopen. De dames en heren op het plaatje lijken op hun gemak bewogen te worden. Er zijn geen valpartijen gerapporteerd.
Tot slot een van de vele plaatjes van een onvoltooide Eiffeltoren. Op plaatje 2.b. 8) wordt gewerkt aan de 2e etage die met behulp van mobiele steigers op zijn plaats wordt gehesen. De grote boog onder de 1e etage moet nog worden geconstrueerd. Een kwestie van doorwerken, met die steigers, met een serie mobiele bouwkranen en al die houten steigers en planken.

1) Leunstoel 13, jaargang 12
2) Leunstoel 20, jaargang 5
3) Pont Alexandre III
4) Grand Palais
5) 1.a. de Pont Alexandre III
6) plaatje 1.b.
7) plaatje 2.a.
8) plaatje 2.b.

----------------------------------------------------------------
De plaatjes komen uit de collectie van Peter Schröder
--------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!

© 2015 Peter Schröder
powered by CJ2